Boek van de Maand van Boek-delen is in januari De verdovers van Anna Enquist. Een psychotherapeut die na de dood van zijn vrouw een nieuw begin maakt met zijn professionele werkzaamheden, krijgt daarin te maken met een student psychiatrie die de overstap maakt naar de anesthesiologie. Voor bespreking in een leeskring stelde Boek-delen discussietips samen. Lees meer...
Vanmiddag, op Gedichtendag, las Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr onderstaand sonnet voor in het Theater van ’t Woord in de OBA, de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Daar werd afscheid genomen van Erik Jurgens als voorzitter van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. ‘Sonnet voor 456 letters’ is bedoeld als geschenk aan de Nederlandse...Lees verder
Na het uitwisselen van enkele beleefdheden over wie de volgende taken moest uitvoeren, - de heren leken de opdrachten gezamenlijk te hebben gekregen – ging de ene op K. af en trok hem zijn jas, zijn vest en ten slotte zijn hemd uit. K. huiverde onwillekeurig, waarop de heer hem een kalmerend tikje op zijn rug gaf. Toen vouwde hij de kledingstukken zorgvuldig op, als dingen die nog gebruikt zouden worden, zij het niet binnenkort. Om K. niet zonder beweging aan de toch koele avondlucht bloot te stellen, nam hij hem bij de arm en liep een beetje met hem heen en weer, terwijl de andere heer de steengroeve afzocht naar een passende plek. Toen hij die had gevonden wenkte hij, en de andere heer leidde K. erheen.
Ze bracht haar hand niet naar haar gezicht. Ze liet die glibbermassa vrijelijk lopen. Het was nog vroeg, maar ze begreep heel goed dat hiertegen niets te doen viel. Ze beefde zo hard dat haar tanden klapperden en ze probeerde haar mond open te houden. Zelfs als er een tegengif bestond, zou ze het nooit op tijd krijgen. Dit was het einde. Nu wist ze hoe dat voelde. Als ze dit overleefde, kon ze het beschrijven. In een van haar laatste heldere momenten vroeg Marina zich af of ze vermoord was of dat ze, omdat ze zelf de beker had gedronken, zelfmoord had gepleegd. Ver buiten de stad riepen de boomkikkers haar en het diepe ritme van hun gekwaak deed het bloed naar haar hart stromen.
Maar hoe konden wij, met onze upmarket uitgeverij en onze hooggeschoolde redacteuren, nu opeens voor de verkoop van de laatste 8795 boeken van Amélie Nothomb zorgen? Wij hadden onze kopers toch niet in de hand. En onze verdubbelde marketingafdeling ook niet. Wij maakten boeken voor ze, en wat voor boeken, sommige van onze auteurs hadden vrijwel alle prijzen gewonnen die er maar te winnen waren, in onze niche, en van hen drukten wij dan uit principe al hun fraai vormgegeven toptitels door, ze verwachtten niet anders van ons. Maar het kopen van al die titels moesten onze gewaardeerde kopers toch echt helemaal zelf doen. Wij konden ze daar niet toe dwingen. Hooguit verleiden, maar ook dat was wettelijk aan grenzen gebonden. Wij waren geen verkrachters. Als onze kopers plotseling staakten, of getroffen werden door god weet welke economische dip, dan konden daar nog geen drie extra marketingmedewerkers tegenop.
Het meisje dook op en verdween zonder aankondiging, en daar werd Jack erg nerveus van. Er was iets onwerkelijks aan haar manier van doen en haar uiterlijk, aan die bevroren wimpers en die koele, blauwe ogen, aan de manier waarop ze opeens uit het bos kwam. In veel opzichten was ze echt nog een klein meisje, met haar kleine gestalte en zo nu en dan haar onderdrukte gegiechel, maar ze was ook zelfverzekerd en wijs, alsof ze meer wist van de wereld dan wie ook. (…) Jack wist zeker dat ze niet alleen uit nieuwsgierigheid hier kwam, of omdat ze iets wilde eten. Het was alsof er iets verdrietigs in haar ogen te zien was.
De paniek en de angst nemen toe wanneer het witte fosfor ontvlamt en aan de kleding en de huid van de mensen plakt. Een zwart muildier rent krijsend rond met een lading brandend sprokkelhout. De eigenaar is een oudere man die met brandende kleren aan over de grond wordt gesleept. Magnus heeft zoiets nog nooit eerder gezien en had nooit gedacht dat hij de vuurstorm van de dag des oordeels in de arme straten van Albacete zou meemaken. Mensen zwart van het roet strompelen rond in de ruïnes, verblind door vuur, rook en stof, terwijl brandweermannen de vlammen die van huis naar huis dreigen te springen proberen te blussen. Hij ziet twee mensen die in brand staan in een door de bommen getroffen huis, wanneer hij wegrent van het inferno.