Literatuurplein.nl
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
Site-nieuws: Nieuw: ‘Uit de kraters, de ruïnes en de blikken in de ogen van mensen kun je veel afleiden,’ aldus Téa Obreht in een interview met Guus Bauer over haar veelgeprezen debuutroman De tijgervrouw van Galina.
Nieuw: Ezra de Haan wijdt een In Memoriam aan Erich Zielinski en Guus Bauer schreef recensies over De oude koning in zijn rijk van Arno Geiger, De loopjongen van Gerrit Komrij en Dromen van Schalkwijk van Victor Schiferli.

Wachtwoord vergeten?

Controle op menselijke interactie

Nog geen Literatuurplein-account?

Meld u nu aan om gebruik te maken van alle functionaliteit van het Literatuurplein! Klik hier

Selecteer uw favoriete onderwerpen

Reset portlets

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Keuzes verbergen

Uw boeken Top 3 (voor de Hyves-gadget)

U kunt uw Boeken Top 3 bekijken en samenstellen nadat u heeft ingelogd.

Nieuwe boeken

Hartstochtjes

Klokslag halfvijf controleer ik de zolen van mijn schoenen op onverhoopte poep en dan betreden wij met eerbied het idyllische hofje, slaan na dertig meter rechts af en nemen de drie licht bemoste treden van studio 22. Zo kort en zacht mogelijk bel ik aan. Paarse clematis pavoiseert de voordeur. Mevrouw Domela doet open. Haar sterke gezicht is on-Nederlands elegant gemaquilleerd. Ik stamel iets over tulpen naar de zee dragen en overhandig onze Hollandse bloemenhulde. Als verlegen kinderen staan wij in de kleine keuken. Daarachter, in het woonatelier, zie ik de kunstenaar zitten; in een lage, houten fauteuil. Hij komt glimlachend en stijvig overeind en wij schudden handen. Gaat u zitten. Een kathedraals gevoel bevangt mij.

De tao van het reizen

Het verlangen om te reizen lijkt mij een kenmerkende eigenschap van de mens: de drang om erop uit te gaan, je nieuwsgierigheid bevredigen of je angst bezweren, je leven veranderen, ergens zijn waar je vreemd bent, vrienden maken, een vreemd landschap ervaren, het onbekende trotseren, het tragische of komische zien van de gevolgen die het heeft als mensen zich blindstaren op kleine verschillen. Tsjechov heeft eens gezegd: ‘Als je bang bent voor eenzaamheid, moet je niet trouwen.’ Ik zou willen zeggen: als je bang bent voor eenzaamheid, moet je niet op reis gaan. De reisliteratuur laat zien wat eenzaamheid doet: soms is ze naargeestig, maar veel vaker verrijkend, en af en toe onverwacht geestverruimend.

De onmogelijke dood

Hij had geen idee hoe diep het bos was of hoe lang het zou duren voordat hij in het open veld kwam, waar hij een makkelijk doelwit zou vormen. Aan de hemel stond een halve maan, verduisterd door een laag langsschietende wolken. Maar er was genoeg licht om te kunnen zien. Genoeg licht voor Stephen Pears. Een kogel die zich in een boom geboord had: bewijsmateriaal dat erop wachtte gevonden te worden. Maar zou iemand het ook vinden? Al waren de tijden veranderd, de politie kon nog steeds slordig zijn. Hij klopte op zijn zakken. Als hij creditcards en dergelijke zou gaan rondstrooien liet hij weliswaar een spoor voor de technische recherche achter, maar ook voor Pears. Een volgende kogel floot rakelings langs hem en spatte in de schors. Pears was behoorlijk gezet; die maakte vast geen overmatig gebruik van de fitnessruimte in hun huis - het moest Fox toch lukken om hem voor te blijven. Maar dat deed er niet toe; het waren de kogels die hij voor moest blijven, en dat zat er niet in.

Liefde heeft geen hersens

Ik ga op mijn hurken en duw met mijn vinger een haarpiek, inwit tegen haar zwarte vest, opzij. Ik kijk niet in een rustig gezicht met oude, vertrouwde trekken. Het is niet eens een leeg gezicht, het is een gezicht waarop, als in een kramp, ontzetting is achtergebleven. Heeft ze iets ingenomen omdat ze het welletjes vond en is het te pijnlijk geweest? Is ze ergens in gestikt? Of, en met bonzend hart kom ik overeind: ziet iemand die vermoord is er zo uit? Vermoord. Dat zo’n woord bij me opkomt, het hoort bij politieseries en criminelen, niet bij een buurvrouw, niet bij Irma. Ik moet aan Cristian denken, ik kan het niet helpen. Mijn zoon, mijn lieveling, die als kleine jongen al treurig werd als hij een hond alleen zag lopen, die met zijn zachtste sjaal spinnen ving en buiten zette en vliegen het raam uit wapperde, die van het geld dat hij met vakantiebaantjes verdiende op een markt in België ganzen kocht om ze ergens in het groen vrij te laten.

De kunst van het veldspel

Te weten: Owen was dood. Henry wist het. Hij bleef zijn hand maar aan zijn dij afvegen, heen en weer over de koele, stugge kettingsteek van zijn honkbalbroek. Heen, weer, heen, weer. Zijn wijsvinger jeukte, vlak boven de plooi tussen het middelste en het bovenste kootje, een jeuk die niet wilde weggaan. De plek waar de bal hem was ontglipt. Owen was dood. Niemand had het hem nog verteld, maar Henry wist het. Hij hoefde daar niet te gaan kijken, bij de EHBO’ers, scheidsrechters en coaches die in de dug-out samengedromd rond het lichaam stonden. Hij kon hier blijven, op het binnenveld, in z’n eentje. Hij ging op zijn hurken zitten, veegde met de jeukende wijsvinger over zijn dij. Over het roodbruine zand van het binnenveld. De bal had Owen vol in het gezicht geraakt.


Bob Polak (Iris en Klaas Koppe, 04-02-2012)

Met Bob Polak op Zorgvlied langs de graven van mensen die te maken hadden met Willem Frederik Hermans en zijn werk.

 

Meer video's