
Meer Literatuurplein
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
04-04-2006 Schrijfster Ida Vos overleden
| ‘zij had een onvoldoende / voor aardrijkskunde / die laatste dag / maar wist een week later / precies waar Treblinka lag // héél even maar’. Het gedicht ‘Aardrijkskunde’ is zo bekend geworden dat velen niet eens weten dat het is geschreven door Ida Vos. Gisteren is de schrijfster die ook een aantal jeugdboeken heeft gepubliceerd, in haar woonplaats Amstelveen overleden. Zij is 74 jaar geworden. In 1975 bracht Ida Vos in eigen beheer Vijfendertig tranen uit, een bundel met vijfendertig gedichten, waarvan ‘Aardrijkskunde’ er een was. De vijfendertig tranen verwijzen naar de vijfendertig joodse kinderen die met elkaar in één klas zaten. Velen van hen werden gedeporteerd naar de concentratiekampen en niet meer dan vier van hen zouden de oorlog overleven. Ida Vos was zelf een van deze vier. In de merendeels heel korte gedichten gaf zij op een sobere en ingetogen wijze een beklemmend beeld van de jodenvervolging. De bundel is later vele malen herdrukt en onder meer ook bij Nijgh & Van Ditmar verschenen. De in 1931 in Groningen geboren Ida Vos verhuisde in 1936 met haar ouders en haar zusje Esther naar Rotterdam. Daar woonden ze toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ida maakte het bombardement op de stad van nabij mee. Kort daarna verhuisde het gezin naar Rijswijk. Vanaf 1943 woonden Ida en haar zusje op verschillende onderduikadressen, gescheiden van hun ouders. Allen overleefden ze de oorlog, maar veel van hun familieleden en vrienden bleken niet zo gelukkig te zijn geweest. Ida werd kleuterjuf en zou dat blijven tot ze in 1956 trouwde met Henk Vos. Ze werd moeder van drie kinderen. In 1975 werd duidelijk dat zij haar ervaringen in de oorlog nog niet had verwerkt. Ze werd verpleegd in het Centrum ‘40-’45 en begon met het schrijven van de gedichten die ze in Vijfendertig tranen zou bundelen. Op verzoek van haar uitgever verwerkte zij wat ze had meegemaakt ook in een jeugdboek. Wie niet weg is wordt gezien (1981) gaat over het joodse meisje Rachel dat acht is wanneer de oorlog uitbreekt. In korte hoofdstukken met veel dialoog vertelt Vos over de angst en de onzekerheid van het meisje als de dreiging ook in het dagelijks leven en in de gewone dingen steeds voelbaarder wordt. Anna is er nog (1986) was het tweede jeugdboek van Vos. De dertienjarige Anna zat ondergedoken in de oorlog en moet ervaren dat na de bevrijding niet alles zomaar ten goede keert. Daarvoor zijn de voorbije jaren te veel verschrikkelijke dingen gebeurd die zij niet kan vergeten. En zij had ook niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn om weer vertrouwen te krijgen in de mensen na al die jaren van opsluiting. Ook Rosa in Dansen op de brug van Avignon (1989) is een joods meisje. Daarom zijn er voor haar in de oorlog helemaal geen leuke dingen meer om te doen. Alleen haar viool en haar dromen helpen haar als ze bang is. Het boek werd bekroond als het Beste Joodse Jeugdboek. In 1995 kreeg Vos de Sydney Taylor-prijs die wordt toegekend door de joodse bibliotheken in de Verenigde Staten. Ida Vos heeft wel eens gezegd dat zij in feite steeds weer hetzelfde verhaal vertelde, dat van haarzelf en van haar lotgenoten in de oorlog. In Witte zwanen, zwarte zwanen (1992) krijgen de achtjarige joodse Eva en haar familie het in de bezetting steeds moeilijker, tot ze moeten onderduiken. De sleutel is gebroken (1996) is een vervolg daarop. De lachende engel (2002) is een verhaal over vervolging in drie tijdsperiodes, in 1598 en vervolgens in 1954 en 2000. Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein (bron: LiTTerair, 4 april 2006) |



