Literatuurplein.nl
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
Wachtwoord vergeten?

Controle op menselijke interactie

Nog geen Literatuurplein-account?

Meld u nu aan om gebruik te maken van alle functionaliteit van het Literatuurplein! Klik hier

Selecteer uw favoriete onderwerpen

Reset portlets

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Keuzes verbergen

06-05-2008 Libris Literatuur Prijs voor D. Hooijer

 
Toon volledige grootte
In het Amstel Hotel is dinsdagavond de Libris Literatuur Prijs 2008, goed voor een bedrag van 50.000 euro, uitgereikt aan de schrijfster D. Hooijer voor Sleur is een roofdier, haar derde verhalenbundel. Zo is de prijs niet gegaan naar een van de grote favorieten, Jeroen Brouwers met Datumloze dagen of Marjolijn Februari met De literaire kring. De jury bevestigt daarmee wederom het etiket ‘eigenzinnig’ dat zij opgeplakt kreeg, maar wie het boek (inmiddels) heeft gelezen, kan zich vinden in haar keuze.

De geur van bosgrond
‘Ik heb altijd wel rozen staan van deze of gene, mooie bloemen zijn dat. Maar de seks die daarop volgen moet, vind ik oppervlakkig.’ Zo begint Hooijer het verhaal ‘Leliën’ in haar bekroonde bundel. Zij verstaat de kunst je als lezer met de eerste zin meteen in te kapselen en bovendien midden in de wereld van het verhaal te plaatsen. ‘Bosgrond en peredrups’ bijvoorbeeld begint met de volgende zinnen: ‘Lang voor ik klachten kreeg bij de mooiste jongens en meisjes merkte ik al dat ik anders begon te ruiken. Mijn zaad had niet meer de geur van cantharellen maar van bosgrond, iets van takjes en droge bladeren.’

Torretjes en kevers
De vertelster in ‘Leliën’ wordt een bitch genoemd. Dat moet ze ook wel zijn, ‘want ik woon alleen en ben eigenlijk wel mooi’. Haar angst is dat ze oud wordt zonder dat ze ooit van iemand heeft gehouden. Jannes, haar nieuwe jonge vriend, brengt geen rozen mee maar een in de berm geplukt boeket waar torretjes uit opvliegen. Hij wil het bos in met haar ‘om onze eerste op touw te zetten’. Hij is leuker dan anderen en zij gaat hem na een ruzie zelf opzoeken, ook met bloemen, witte leliën, de bloem van de dood die kevers aantrekt. Ze treft Jannes aan in gevecht met zijn oudere broer en houdt hem de bloemen voor. ‘(Ik) zeg dat dit voor kevers is, hij zal eens wat zien!’

Les in de liefde
‘Een mens kijkt bij zijn dood terug op een zelfgemaakt leven. Mooi, slordig, wrak, rampzalig maar zelfgemaakt. Mijn leven begon op een zelfgemaakt niets te lijken.’ Zo begint het titelverhaal in Sleur is een roofdier. De 24-jarige verteller Rolf trouwt met de lerares Gwenn, wordt gelukkig met haar en hecht zich na een moeilijk begin aan haar zoon Rik. Alles is perfect, ware er niet de angst, bij haar nog meer dan bij hem, voor de sleur die een relatie volledig uitholt. Zij heeft al een huwelijk achter de rug waarin op de verliefdheid geen liefde was gevolgd en er geen seks meer was. Van zijn huisarts krijgt Rolf te horen dat lieve mensen gevoelig zijn voor sleur. ‘En sleur is een roofdier, wist je dat?’ Nadat hij heeft ontdekt dat Gwenn contact heeft met haar ex en die zelfs nog een les in de liefde heeft gegeven omdat hij bij zijn nieuwe vriendin niet klaarkomt, gaat hij niet met de deuren slaan. Van nog een keer zo’n les wil hij niet weten, maar hij komt wel met een andere oplossing. Welke? Op deze en vergelijkbare vragen geeft Hooijer ‘op inventieve wijze even curieuze als fascinerende antwoorden,’ aldus de jury van de Libris Literatuur Prijs.

Raadselachtig
In de verhalen in deze bundel is volgens haar alle vrijheid voor de verbeelding van de lezer. Informatie over haar personages geeft Hooijer bij stukjes en beetjes prijs. Ze laat zelfs lang in het ongewisse of het om een man of een vrouw gaat. En wanneer ze contouren hebben gekregen, blijven die personages toch tot aan het einde toe raadselachtig. In het universum van deze bundel heerst immers geen logica. De handelingen en de overwegingen van de personages, of ze nu verpleegkundige of prostituee, acteur of circusartiest zijn, doen doorgaans nogal buitenissig aan.

Geheel eigen stijl
Aan conventies heeft Hooijer geen boodschap, aldus de jury in haar rapport. Op ingenieuze wijze verbindt ze elementen van het fictieve verhaal, het toneelstuk en het essay met elkaar, zoals in ‘Het gelaat van Ludmilla’, een soort misdaadverhaal, maar dan in de setting van een toneelstuk, met opvallend veel perspectiefwisselingen. Ze heeft daarbij een geheel eigen stijl ontwikkeld, ‘die prikkelt, verbaast en niet zelden op de lachspieren werkt’. Haar humor zit niet alleen in de scènes die ze beschrijft, maar vooral in haar verwoording van allerlei observaties en mededelingen. Met haar verhalen spreekt ze de lezer ‘zowel op zijn gevoel als verstand aan’.

Dichteres
D. Hooijer (pseudoniem van Kitty Ruys) is in 1939 in Hilversum geboren. Onder de naam Milly Wiers begon ze destijds als dichteres. Ze publiceerde gedichten in het tijdschrift De Revisor en bij De Beuk verschenen in de jaren ‘80 bundels als Steen, been en bladeren, M’n tuin uit en Grijze route, ezelsvel. Als schrijfster van verhalen debuteerde ze in 2001 bij Van Oorschot met Kruik en kling, waarin meteen haar originele aanpak bleek. Zuidwester meningen (2004), haar tweede bundel, werd voor de Anna Bijns Prijs genomineerd. Inmiddels werkt ze aan een roman, zoals vrijdag was te lezen in een interview met Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein
Personen