
Meer Literatuurplein
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
06-03-2009 Patricia de Martelaere overleden
| De Vlaamse schrijfster, filosofe en hoogleraar wijsbegeerte Patricia de Martelaere is overleden aan de gevolgen van kanker. Zij werd 51 jaar. Op 16 april 1957 geboren te Zottegem, volgde ze de academie voor piano, viool, gitaar en harp. In 1973 behaalde zij een Eerste Prijs Notenleer aan het Conservatorium te Brussel. In Leuven studeerde ze vervolgens Germaanse talen en filosofie. Met een studie over het scepticisme van de Schotse wijsgeer David Hume promoveerde zij in 1984 tot doctor in de wijsbegeerte. Ze werd hoogleraar wijsbegeerte aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Vervreemding ‘Het is ondenkbaar dat ik niet zou gaan schrijven,’ heeft ze eens gezegd. Toen ze een jaar of dertien was, debuteerde ze met het verhaal ‘Koning der wildernis’. Vanaf 1976 verschenen er met een behoorlijke regelmaat verhalen, essays en kritieken van haar in bladen en boeken. Haar echte debuut in boekvorm was de in 1988 verschenen roman Nachtboek van een slapeloze, in Vlaanderen bekroond met de Debuutprijs en genomineerd voor de eerste NCR Literair Prijs. Een man van middelbare leeftijd die lijdt aan slapeloosheid, vervreemdt in lange en eenzame nachten steeds meer van zijn omgeving. Haar tweede roman, De schilder en zijn model (1989), gaat over de passie en het ondoorgrondelijk labyrint van de liefde. Paradox ‘Ik zou, mocht iemand mij ernaar vragen, niet weten waar hij over gaat.’ Dat zei De Martelaere over haar vierde roman, De staart (1992). Als romanschrijfster bekommerde ze zich niet of nauwelijks om de vraag of ze werd begrepen. Maar in een essay wilde ze de informatie ‘zo helder en zo interessant mogelijk’ overbrengen. Als essayiste schreef ze vanuit een filosofische invalshoek over thema’s als lezen en schrijven, taal, literatuur, denken, muziek, kunst, liefde, leven, dood. Tot in de titel van de essaybundel Een verlangen naar ontroostbaarheid blijkt dat de paradox in de menselijke natuur en het menselijk denken de kern is van de twaalf korte en lange opstellen die ze bundelde in dit boek, dat in 1993 werd genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs. Een aantal van de teksten veronderstelt behoorlijk wat literaire en filosofische voorkennis, maar andere zijn juist heel toegankelijk. Littekens Een verlangen naar ontroostbaarheid was niet het eerste boek van De Martelaere dat werd genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs. Eerder viel haar die eer te beurt voor de roman Littekens (1990), over Eva en Vincent, twee studenten die er niet in slagen inhoud aan hun relatie te geven. Ondanks het feit dat ze elkaar steeds weer kwetsen, klampen ze zich aan elkaar vast. De paradoxale aantrekkingskracht van de dood die in de essays zo op de voorgrond treedt, heeft in de roman Eva al in de greep. Als studente geneeskunde ziet zij schoonheid niet in wat leeft, maar in de doden in de anatomiezaal. Die zijn voor haar ‘bijna aantrekkelijk’. Metafysisch ontbreken ‘Ik eet bij voorkeur wat oneetbaar is, zei Godfried strijdlustig. En nog liever eet ik zelfs niets. Het niets, bedoel ik, het metafysische ontbreken, zoals de gaten in de kaas.’ Metafysisch ontbreken is een kernbegrip in Het onverwachte antwoord (2004), de eerste roman van De Martelaere na twaalf jaar. Zes vrouwen proberen greep te krijgen op het wezen van een man die in hun leven een leegte achterliet, op de cover en in het boek verbeeld door het schilderij La réponse imprévue van René Magritte. Die man is Godfried H., een schrijver en docent wiens persoonlijkheid en leven gaandeweg opdoemen uit hun verhalen. De roman werd genomineerd voor de Gouden Uil, de Libris Literatuur Prijs, de AKO-Literatuurprijs en de Vlaamse Cultuurprijs voor proza, maar bij geen van die prijzen leidde dat tot een bekroning. Wat blijft Tot de essaybundels die De Martelaere de afgelopen jaren publiceerde, horen Verrassingen (1997), Wereldvreemdheid (2000) en Wie is er bang voor de dood? (2002). Wij denken de maat te zijn van alle dingen, maar weten de dingen dat ook?, vraagt zij zich af in Wereldvreemdheid. Zijn we niet te vervreemd van de wereld om er nog een zinnig woord over te kunnen zeggen? Wat blijft was de titel van haar essay voor de Maand van de Filosofie 2002. In dat jaar verscheen ook Niets dat zegt, een selectie uit haar gedichten uit de jaren 1980-1997. Taoïsme : de weg om niet te volgen (2006) is een inleiding op het taoïsme. Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein |



De Canon van de Nederlandse Geschiedenis bestaat uit vijftig vensters, van de hunebedden tot ‘Nederlanders en Europa’. In deze special wordt bij elk venster een zorgvuldige en steeds te actualiseren selectie van media geboden. De special bevat nu de eerste veertien vensters en wordt de komende tijd verder aangevuld.
Boek van de Maand van Boek-delen is in mei de roman Nacht over Westwoud van Wanda Reisel, een uitgave van Contact, waarin een waarnemend huisarts in het dorp Westwoud te maken krijgt met een uitbarsting van vreemdelingenhaat. 
































