Literatuurplein.nl
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
Site-nieuws: Nieuw: ‘Ik vind dat je af en toe de grenzen van de lezer moet opzoeken,’ aldus Bert Natter over Hoe staat het met de liefde? in een interview door Guus Bauer, die ook een recensie schreef over de roman.
Wachtwoord vergeten?

Controle op menselijke interactie

Nog geen Literatuurplein-account?

Meld u nu aan om gebruik te maken van alle functionaliteit van het Literatuurplein! Klik hier

Selecteer uw favoriete onderwerpen

Reset portlets

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Keuzes verbergen

10-12-2009 Constantijn Huygens-prijs voor Arnon Grunberg

 
Toon volledige grootte
In het radioprogramma Kunststof heeft Aad Meinderts, directeur van het Letterkundig Museum en voorzitter van de jury van de prijzen van de Jan Campert Stichting, vanavond de winnaars van de prijzen van dit jaar bekendgemaakt. De Stichting die al meer dan zestig jaar de literaire prijzen van de gemeente Den Haag beheert, bekroont nu vier schrijvers.

Constantijn Huygens-prijs
Deze prijs, op de Prijs der Nederlandse Letteren na de belangrijkste oeuvreprijs in ons taalgebied, gaat naar een relatief jonge maar al veelvuldig bekroonde schrijver: Arnon Grunberg (1971). Zonder vangnet de afgrond tegemoet treden, dat is wat de hoofdpersoon in zijn roman De asielzoeker wil. Het geldt volgens de jury ook voor de schrijver zelf. ‘Nietsontziend verbeeldt hij in zijn romans de meest zwarte kant van de mensheid. Soms ironisch, soms ernstig, altijd in zijn hoogstpersoonlijke stijl rukt Arnon Grunberg ons de maskers af.’

Jan Campert-prijs
Met deze prijs voor een poëziebundel wordt Alfred Schaffer (1973) verblijd. Bekroond wordt zijn rijke en veelstemmige bundel Kooi, waarin wij ons volgens de jury allemaal kunnen herkennen in de ontheemde ‘jij’ die daarin figureert. ‘Scherp, bitter en toch liefdevol schrijft Schaffer steeds weer over de mensen in hun desolate, gemediatiseerde wereld.’

F. Bordewijk-prijs
Met deze prozaprijs wordt de roman Ruw van Marie Kessels (1954) bekroond. Minutieus, met een groot stilistisch vermogen en zonder ook maar ergens larmoyant te worden roept zij de wereld op van een jonge vrouw die na een ongeval blind is geworden en moet proberen met deze beperking toch een soort van bewegingsvrijheid te hervinden. ‘Als lezer word je de duisternis ingetrokken, wat verbazend genoeg eerder een avontuurlijke dan een beklemmende ervaring is.’

Nienke van Hichtum-prijs
Deze tweejaarlijkse prijs voor jeugdliteratuur is toegekend aan de al meermaals bekroonde jeugdroman Allemaal willen we de hemel van Els Beerten. ‘Ook wij konden er als jury niet omheen,’ zei Meinderts in Kunststof. Over waarheid en leugen, schuld en onschuld, goed en fout, en de dunne grens daartussen gaat het in deze coming-of-age-roman die speelt tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog en ‘een vernuftig caleidoscopisch beeld biedt van personages, meningen en feiten’.

Uitreiking
Naast Meinderts maakten Yra van Dijk, Hans Groenewegen, Koen Hilberdink, Aukje Holtrop, Ena Jansen, Jos Joosten, Annemie Leysen en Lut Missinne deel uit van de jury. Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden. De winnaars van de andere prijzen krijgen ieder 5.000 euro. De prijzen worden uitgereikt op zaterdagavond 6 maart 2010 in Pulchri Studio in Den Haag tijdens het jaarlijkse literaire festival Het Voorwoord. Grunberg zal dan naar verwachting zelf zijn prijs in ontvangst komen nemen, zo deelde Meinderts nog mee.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein
Personen
 

Nieuwe boeken

Rode sneeuw in december

De straten van Naarden bieden een ontstellende aanblik. Het einde van deze wintermiddag is donker genoeg om beschutting te bieden, maar voor Isabella licht genoeg om de gruwelijkheden om haar heen niet kunnen negeren. Ze loopt tussen de smeulende puinhopen door een stad die ze nauwelijks herkent. Hoe ze ook haar best doet om weg te kijken van de opgehoopte lijken, hoe ze ook haar blik naar beneden gericht houdt, er is geen moment dat ze niet opschrikt of ineenduikt. De vers gevallen sneeuw is doordrenkt van het bloed. Lange sporen van druppels leiden naar enorme plassen, die door de sneeuw zijn geabsorbeerd en een macaber contrast bieden met het spaarzame wit.

De kunst van het veldspel

Te weten: Owen was dood. Henry wist het. Hij bleef zijn hand maar aan zijn dij afvegen, heen en weer over de koele, stugge kettingsteek van zijn honkbalbroek. Heen, weer, heen, weer. Zijn wijsvinger jeukte, vlak boven de plooi tussen het middelste en het bovenste kootje, een jeuk die niet wilde weggaan. De plek waar de bal hem was ontglipt. Owen was dood. Niemand had het hem nog verteld, maar Henry wist het. Hij hoefde daar niet te gaan kijken, bij de EHBO’ers, scheidsrechters en coaches die in de dug-out samengedromd rond het lichaam stonden. Hij kon hier blijven, op het binnenveld, in z’n eentje. Hij ging op zijn hurken zitten, veegde met de jeukende wijsvinger over zijn dij. Over het roodbruine zand van het binnenveld. De bal had Owen vol in het gezicht geraakt.

Hartstochtjes

Klokslag halfvijf controleer ik de zolen van mijn schoenen op onverhoopte poep en dan betreden wij met eerbied het idyllische hofje, slaan na dertig meter rechts af en nemen de drie licht bemoste treden van studio 22. Zo kort en zacht mogelijk bel ik aan. Paarse clematis pavoiseert de voordeur. Mevrouw Domela doet open. Haar sterke gezicht is on-Nederlands elegant gemaquilleerd. Ik stamel iets over tulpen naar de zee dragen en overhandig onze Hollandse bloemenhulde. Als verlegen kinderen staan wij in de kleine keuken. Daarachter, in het woonatelier, zie ik de kunstenaar zitten; in een lage, houten fauteuil. Hij komt glimlachend en stijvig overeind en wij schudden handen. Gaat u zitten. Een kathedraals gevoel bevangt mij.

Batavia

De bewoners van Robbeneiland weten dat er moeilijkheden op komst zijn wanneer ze laat in de middag voor het eerst sinds hun aankomst, nu vier weken geleden, een sloep met zeven mannen erin van Batavia’s Kerkhof naar hun eiland zien varen. Met harten die bonzen als de trommels van de Hottentotten die ze drie maanden eerder hoorden, beginnen de veertig mensen wanhopig in alle richtingen te rennen. Ze zijn getuige geweest van de moord op de provoost en zijn mensen, een week geleden, en ze twijfelen er niet aan of hun staat hetzelfde lot te wachten. Maar waar moeten ze heen? Op dit kleine, kale eiland zijn er maar weinig mogelijkheden. Het is weliswaar ruim anderhalve kilometer lang, maar je kunt je nergens verstoppen. Er is geen bos, er zijn geen duinpannen of grotten. Je kunt nergens naartoe. Maar toch rennen ze. Ze proberen zo ver mogelijk uit de buurt te blijven van de mannen die, nu de boot de kust nadert, zwaarbewapend blijken te zijn.

Coffee Company

Maar hoe konden wij, met onze upmarket uitgeverij en onze hooggeschoolde redacteuren, nu opeens voor de verkoop van de laatste 8795 boeken van Amélie Nothomb zorgen? Wij hadden onze kopers toch niet in de hand. En onze verdubbelde marketingafdeling ook niet. Wij maakten boeken voor ze, en wat voor boeken, sommige van onze auteurs hadden vrijwel alle prijzen gewonnen die er maar te winnen waren, in onze niche, en van hen drukten wij dan uit principe al hun fraai vormgegeven toptitels door, ze verwachtten niet anders van ons. Maar het kopen van al die titels moesten onze gewaardeerde kopers toch echt helemaal zelf doen. Wij konden ze daar niet toe dwingen. Hooguit verleiden, maar ook dat was wettelijk aan grenzen gebonden. Wij waren geen verkrachters. Als onze kopers plotseling staakten, of getroffen werden door god weet welke economische dip, dan konden daar nog geen drie extra marketingmedewerkers tegenop.


F. Starik (Iris en Klaas Koppe, 23-01-2012)

F. Starik en Menno Wigman, de voormalige en de nieuwe stadsdichter van Amsterdam, op begraafplaats Huis te Vraag in Amsterdam.

 

Meer video's