Literatuurplein.nl
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
Wachtwoord vergeten?

Controle op menselijke interactie

Nog geen Literatuurplein-account?

Meld u nu aan om gebruik te maken van alle functionaliteit van het Literatuurplein! Klik hier

Selecteer uw favoriete onderwerpen

Reset portlets

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Keuzes verbergen
De Canon van de Nederlandse Geschiedenis bestaat uit vijftig vensters, van de hunebedden tot ‘Nederlanders en Europa’. In deze special wordt bij elk venster een zorgvuldige en steeds te actualiseren selectie van media geboden. De special bevat nu de eerste veertien vensters en wordt de komende tijd verder aangevuld.
Lees meer...
Boek van de Maand van Boek-delen is in mei de roman Nacht over Westwoud van Wanda Reisel, een uitgave van Contact, waarin een waarnemend huisarts in het dorp Westwoud te maken krijgt met een uitbarsting van vreemdelingenhaat.

Voor bespreking in een leeskring stelde Boek-delen elf discussietips samen.
Lees meer...

28-04-2010 Vanavond eerste aflevering Benali in boeken

 
Toon volledige grootte
Toen hij als kind op familiebezoek naar Antwerpen ging, hoorde Abdelkader Benali van een ouder neefje voor het eerst het woord racist. ‘Het stikt er hier van,’ zei het neefje. Benali keerde terug naar Nederland zonder er een gezien te hebben, maar hoorde sindsdien vaak over racisme, over het Vlaams Blok en stelde telkens weer vast hoe scherp Vlaamse schrijvers daarop reageren. Teruggekeerd in Antwerpen, gaat hij op zoek naar een antwoord op de vraag: hoe gaan de Vlaamse auteurs met deze rauwe werkelijkheid om?

Literaire hartslag
Die vraag staat centraal in de eerste van de zes afleveringen van Benali in boeken die vanavond om 21.30 uur wordt uitgezonden op Nederland 2. In die reeks gaat de schrijver op zoek naar de literaire hartslag van telkens een andere stad. In Antwerpen wandelt hij door de stad met Bart Moeyaert die als stadsdichter de pijn en de woede om de moord op een Malinese au pair en het aan haar zorgen toevertrouwde kind verwoordde in het gedicht ‘Vrouw en kind’, hoort hij van een andere voormalige stadsdichter, Tom Lanoye, dat de opkomst van het Vlaams Blok de intellectuele elite van Antwerpen dwong een antwoord te formuleren, bezoekt hij Kristien Hemmerechts in het ruime huis waar zakken afval voor de deur werden gezet omdat zij het opnam voor buitenlanders en wandelt hij met Rachida Lamrabet door de wijk in Borgerhout waar zij opgroeide.

Nederlandse steden
In de volgende afleveringen gaat het om Nederlandse steden, waarbij telkens wordt ingegaan op een specifieke vraag: op 5 mei waarom schrijvers Groningen verlaten, op 12 mei of schrijvers in Den Haag de Laan van Meedervoort kunnen oversteken, op 19 mei of Utrecht literair een verdoemde stad is, op 26 mei of schrijven taboe is in Nijmegen en op 2 juni of de column een Amsterdamse uitvinding is.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein





 

Nieuwe boeken

Help

Terwijl ze neerknielde om zijn pols te voelen, zag ze het touw om zijn nek. Het was dik en gevlochten en het lag losjes onder hem, bijna knus verscholen onder zijn arm. Het andere uiteinde lag op een sneeuwbank – nee, daaronder begraven, en aan de andere kant zag ze dat de tak waaraan hij vastzat, was afgebroken.
Snel maakte ze het touw los en vond het kloppende ritme in zijn hals, daarna trok ze de bovenste drukknopen van zijn jas open in de hoop dat hij zo beter zou kunnen ademen. Zijn gezicht was niet blauw. Hij was ongeveer van haar leeftijd, in de dertig, zijn korte, golvende bruine haar doorschoten met grijs. Nog steeds gingen zijn ogen niet open. Moest ze hem een tik op zijn wang geven? Hartmassage? Ze duwde hem voorzichtig op zijn rug. ‘Monsieur?’ zei ze nog eens. Hij bewoog niet.

Het jaar dat ik (2x) moeder werd

Naast me lag een groot, maar toch heel klein ventje met een flinke neus, kleine oren, pluizig haar en ogen die ik nog niet open had gezien. En een bijoor - was dat was, had ik vandaag geleerd: een heek klein pieletje aan zijn linkeroor, het schattigste pieletje dat ik ooit had gezien. De hele nacht bleef ik wakker, niet moe, echt klaarwakker. Ik keek naar mijn slapende zoon. Dat ik zo veel liefde zou kunnen voelen voor iemand die ik nog maar een paar uur kende, had ik nooit gedacht, al was het me door iedereen voorspeld. Dat die liefde elke dag nog groter en alomvattender zou worden, wist ik toen nog niet eens.
En een jaar en drie weken later deed ik het allemaal nog eens over. Al was het dit keer heel anders. Een geplande keizersnede geeft je een lam-naar-de-slachtersbankgevoel, maar met omgekeerde uitkomst: nadat je op de bank bent neergelegd en opengesneden, ga je niet dood, maar er komt nieuw leven uit je tevoorschijn.

In een mens

Russell stierf in Larry’s armen; ik weet vrijwel zeker dat Larry zou willen dat het andersom was geweest. (‘Hij woog bijna niets meer,’ zei Larry.) Tegen die tijd gingen Larry en ik ook op bezoek bij vrienden in het St. Vincent’s-Ziekenhuis. Zoals Larry al had voorspeld werd het zo druk in het St. Vincent’s dat je niet bij een vriend of een ex-geliefde op bezoek kon gaan zonder er iemand anders die je kende aan te treffen. Je stak je hoofd om de hoek van een deur en zag iemand liggen van wie je helemaal niet wist dat hij ziek was; Larry beweerde dat hij meer dan eens iemand had zien liggen van wie hij niet eens wist dat hij homo was.
Vrouwen kwamen tot de ontdekking dat hun man iets met andere mannen had gehad - pas op het moment dat hij stervende was. Ouders kwamen tot de ontdekking dat hun jonge zoon stervende was terwijl ze nog niet eens wisten (of hadden bedacht) dat hun kind homo was.

Erfgename van de graal

Ondanks haar paniek merkte ze dat ze opmerkelijk teleurgesteld was. Er was niets te vinden van wat ze zich had voorgesteld: geen schatten zoals in het voorvertrek, geen oude boeken vol magie of wijsheid; geen goudschat. Het leek meer iets wat je overhield na een zolderopruiming. Een verweerde leren koker waar misschien een telescoop in had gezeten, en een vierkanten kartonnen doos op een laag randje. Ze sprong op de bodem van de kuil. De koker was lichter dan ze had verwacht. Ze schudde er zachtjes mee, maar erbinnen bewoog niets. Was hij leeg? Ze stak hem in haar rugzak. Ze zette haar handen op de doos. Die voelde koud aan, zelfs door het karton heen. Ze kon zien dat hij zwaar was. Ze schoof haar vingertoppen eronder en lichtte hem van zijn voetstuk. Ze zou nooit weten wat ze verkeerd had gedaan - alleen dat ondanks al haar voorzorgsmaatregelen en voorbereidingen haar ergens op een of andere manier iets was ontgaan. De valdeuren sprongen dicht, of probeerden dat althans.

Post mortem

Na tien jaar schrijven, na vijf boeken, moest hij zich nog steeds tevredenstellen met kleine blijken van welwillendheid, met dineetjes midden in de week met Estse schrijvers die hier vier weken in een kasteel resideerden, en morgenavond vermaakt dienden te worden op een cultureel verantwoorde wijze. Een uitwisseling van intellectueel kapitaal. Hoeveel van zijn collega’s hadden niet meteen voor de eer bedankt, voor men, uiteindelijk, aan hem had gedacht, aan Steegman, altijd erkentelijk? … Het stond in de sterren geschreven dat hij naast de man met de neusknobbel aan tafel zal komen te zitten. Gedurende de hele maaltijd kan hij van nabij de uitwas bestuderen. Het ontneemt hem alle appetijt en doet hem midden in de nacht met een schreeuw ontwaken uit de ergste nachtmerrie sedert lang.


Corine Kisling (Iris en Klaas Koppe, 13-05-2012)

Met Corine Kisling en Paul Verhuyck bij de Hedwigepolder en in hun woonplaats Graauw in het land van Reinaert.

 

Meer video's