Literatuurplein.nl
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
Wachtwoord vergeten?

Controle op menselijke interactie

Nog geen Literatuurplein-account?

Meld u nu aan om gebruik te maken van alle functionaliteit van het Literatuurplein! Klik hier

Selecteer uw favoriete onderwerpen

Reset portlets

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Keuzes verbergen

06-07-2010 Jan Blokker overleden

 
Toon volledige grootte
‘In de nationale roofdierengalerij is hij het ereluipaard.’ Zo typeerde de jury van de Machiavelliprijs 2006 haar winnaar Jan Blokker, ‘de koning van de columnisten’. Achtereenvolgende generaties politici, journalisten, psychologen, andragogen en communicatiewetenschappers groeiden met hem op. ‘Ze kregen zonder uitzondering klappen van die ene man die op de vaste verschijningsdagen niet mocht ontbreken aan het ontbijt.’ Die ene man, ook winnaar van de Gouden Ganzenveer 2003, is vandaag op 83-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden.

Verslaafd aan het nieuws
Jan Blokker werd op 27 mei 1927 geboren in Amsterdam West. Een van zijn vroegste herinneringen, zo schreef Piet Hagen in een portret in De Journalist, was de melding op de radio dat Hitler aan de macht was gekomen. ‘Een kind van amper zes ziet de schrik in de ogen van zijn ouders. Sindsdien is hij aan het nieuws verslaafd.’ Na de HBS en het staatsexamen gymnasium alfa studeerde hij Nederlands en daarna geschiedenis, zonder een van die beide studies te voltooien. Wel zou hij zijn hele leven een passie voor literatuur en geschiedenis houden.

Literaire ambities
Als schrijver debuteerde hij in 1951 met de novelle Séjour, waarvoor hij de Reina Prinsen Geerligs-prijs voor het jaar 1950 had ontvangen. Hij was toen net 23. In 1952 volgde Bij dag en ontij en in 1954 Parijs, dode stad. Na deze boeken nam hij echter afscheid van zijn strikt literaire ambities. Hij werd als leerling aangenomen op de kunstredactie van Het Parool en nam na enige tijd van Carmiggelt het schrijven van filmkritieken over. In 1954 ging hij naar het Algemeen Handelsblad, waar hij Ellen Waller opvolgde als filmcriticus. Hij begon ook met het schrijven van filmscenario's. Het eerste was in 1958 dat voor de film Fanfare van Bert Haanstra.

Kinderboeken
Voor zijn kinderen (van wie er twee later in zijn voetsporen zouden treden) schreef hij het kinderboek Op zoek naar een oom. Het verscheen in 1960 en werd het jaar daarop door een jury, samengesteld door de CPNB, van de kwalificatie Het Beste Kinderboek voorzien. Die onderscheiding geldt als de voorloper van de huidige Gouden Griffel. Ondanks dit onmiddellijke succes zou hij pas 18 jaar later een nieuw verhaal voor de jeugd schrijven. Het kwam eerst als feuilleton in de Volkskrant en daarna in boekvorm: Het kalekoppenhuis. Voor Jeroen de Grote uit 1979 volgde hij een soortgelijke strategie.

Heilige huisjes
Van 1963 tot 1966 vormde hij met Rinus Ferdinandusse en Dimitri Frenkel Frank de redactie van het roemruchte televisieprogramma Zo is het toevallig ook nog ‘s een keer. Vele heilige huisjes werden omvergeblazen door hen en hun medewerkers, onder wie Hans van den Bergh, Else Hoog en Gerard Reve. In 1968 werd hij binnengehaald bij de VPRO om daar orde op zaken te stellen nadat de vrijzinnig-protestantse leiding door de medewerkers was gewipt. Tot 1978 vervulde hij bij deze omroep meerdere functies, onder meer van hoofd informatieve programma's, en ook daarna zou hij er freelance programma’s maken of aansturen.

IJzeren regelmaat
Bijna al zijn werk heeft eerst in dag- of weekbladen gestaan en is daarna pas gebundeld. Dat geldt voor zijn columns in de Volkskrant die hij vanaf 1968 met ijzeren regelmaat schreef, en waaruit om de paar jaar een keuze werd gemaakt, maar ook voor de besprekingen van historische boeken in zijn rubriek ‘Als de dag van gisteren’. Dat was ook de titel van een eerste selectie van zijn opstellen over boeken over het recente en verre verleden die in 1981 verscheen bij De Harmonie. Bij elkaar schreef hij zo’n 4000 columns voor de Volkskrant, waarvan hij ook adjunct-hoofdredacteur is geweest. Op 1 juli 2006 deed een conflict over frequentie en omvang van ‘Als de dag van gisteren’ hem besluiten ook met zijn columns te stoppen. Echter niet voor lang, want in september 2006 stapte hij over naar de nieuwe krant nrc next. Recensies schreef hij voor de bijlage ‘Boeken’ van NRC Handelsblad.

Opdrachten
Tot de gedenkboeken die hij in de jaren ‘80 en ‘90 in opdracht heeft geschreven, behoren die over het Holland Festival en de cultuurspreiding (1987 en 1997), over de informatievoorziening in Nederland van 1889 tot 1989 (1989) en over zestig jaar Collectieve Propaganda voor het Nederlandse boek (1990). In 1995 schreef hij het libretto voor Esmee, een opera van Theo Loevendie, en het toneelstuk Soekarno in opdracht van het Nationale Toneel. Bij de fotoboeken Het boek van het jaar 1998 (1999), Verguld Nederland (2003), Eddy Posthuma de Boer : Amsterdam, stad van mijn leven (2003) en Een staat in wording : fotoreportage van Cas Oorthuys over Indonesië van 1947 (2009) schreef hij de tekst, de inleiding of de bijschriften.

Geschiedenis
Veel succes had hij met de boeken die hij samen met zijn zonen Jan jr. en Bas heeft geschreven: Het vooroudergevoel : de vaderlandse geschiedenis (2005), Er was eens een God : bijbelse geschiedenis (2006) en Nederland in twaalf moorden : niets zo veranderlijk als onze identiteit (2008), een bespreking van twaalf gewelddadige sterfgevallen uit de Nederlandse geschiedenis, waaruit blijkt dat het nuchtere, tolerante en vreedzame zelfbeeld van de Nederlanders genuanceerd dient te worden. Zijn meest recente boek is Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek (2010). Deze bewerking van eerdere columns, recensies en andere bijdragen is een analyse van de geschiedenis van de schrijvende pers in Nederland en van de huidige crisis in de journalistiek, volgens hem te wijten aan de defaitistische mentaliteit van veel journalisten.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein
Personen