Literatuurplein.nl
Kom kijken op het Marktplein! Klik hier!
Site-nieuws: Iris en Klaas Koppe gaan in hun nieuwe video op pad met F. Starik en Menno Wigman, de voormalige en de nieuwe stadsdichter van Amsterdam.
Nieuw: interview met Robert Vuijsje en recensies van diens Beste vriend en van Of ik gek ben van Michiel Stroink door Guus Bauer. Interview door Guus Bauer met Paul Dentz over Napoleon Bonaparte in Egypte en recensies door Ezra de Haan van Moordende hoeren van Robert Bolaño, Alle gedichten van Jorge Luis Borges en Boks van Didi de Paris.

Wachtwoord vergeten?

Controle op menselijke interactie

Nog geen Literatuurplein-account?

Meld u nu aan om gebruik te maken van alle functionaliteit van het Literatuurplein! Klik hier

Selecteer uw favoriete onderwerpen

Reset portlets

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Keuzes verbergen

06-09-2010 Tiplijst AKO Literatuurprijs bekendgemaakt

 
Toon volledige grootte
Vandaag heeft Winnie Sorgdrager, voorzitter van de Stichting Jaarlijkse Literatuurprijs voor Fictie en Non-fictie, op Manuscripta de tiplijst voor de AKO Literatuurprijs 2010 bekendgemaakt. Uit de niet minder dan 427 Nederlandstalige boeken die door uitgevers voor de prijs zijn ingezonden, heeft de jury (voorzitter Femke Halsema en de leden Maarten Dessing, Sylvia Dornseiffer, Frank Hellemans, Jeroen Overstijns en Fleur Speet ) er 25 geselecteerd.

De tiplijst bevat de volgende titels:
* Benno Barnard, Vage buitenlander (Atlas)
* Kees van Beijnum, Een soort familie (De Bezige Bij)
* Oscar van den Boogaard, Meer dan een minnaar (De Bezige Bij)
* Walter van den Broeck, Terug naar Walden (Meulenhoff|Manteau)
* Saskia de Coster, Dit is van mij (Prometheus)
* D. Hooijer, Catwalk (Van Oorschot)
* Ernest van der Kwast, Mama Tandoori (Nijgh & Van Ditmar)
* Tom Lanoye, Sprakeloos (Prometheus)
* Menno Lievers, De val van Hippocrates (De Bezige Bij)
* Margriet de Moor, De schilder en het meisje (De Bezige Bij)
* Nelleke Noordervliet, Zonder noorden komt niemand thuis (Augustus)
* Cees Nooteboom, Scheepsjournaal (De Bezige Bij)
* Willem Jan Otten, Onze lieve vrouwe van de schemering (Van Oorschot)
* Koen Peeters, De bloemen (Meulenhoff|Manteau)
* David van Reybrouck, Congo (De Bezige Bij)
* Thomas Rosenboom, Zoete mond (Querido)
* Daniel Rovers, Elf (Wereldbibliotheek)
* Peter Terrin, De bewaker (De Arbeiderspers)
* Franca Treur, Dorsvloer vol confetti (Prometheus)
* Gabri van Tussenbroek, Amsterdam in 1597 (Veen)
* Arjen van Veelen, Over rusteloosheid (Augustus)
* Bart Vercauteren, Het graf van de voddenraper (Linkeroever)
* Ivo Victoria, Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (Anthos)
* Christiaan Weijts, De etaleur (De Arbeiderspers)
* Annejet van der Zijl, Bernhard (Querido)

De jury zal uit deze nominaties een selectie van maximaal zes titels maken. Deze toplijst wordt op vrijdag 1 oktober gepresenteerd tijdens een uitzending van het programma Nieuwsuur. Op maandag 8 november wordt bekendgemaakt welk boek wordt bekroond met de AKO Literatuurprijs 2010. De schrijver van het winnende boek ontvangt naast een sculptuur van Eugène Peters een bedrag van 50.000 euro.

Bron: persbericht Het Kantoortje van Remco
 

Nieuwe boeken

Coffee Company

Maar hoe konden wij, met onze upmarket uitgeverij en onze hooggeschoolde redacteuren, nu opeens voor de verkoop van de laatste 8795 boeken van Amélie Nothomb zorgen? Wij hadden onze kopers toch niet in de hand. En onze verdubbelde marketingafdeling ook niet. Wij maakten boeken voor ze, en wat voor boeken, sommige van onze auteurs hadden vrijwel alle prijzen gewonnen die er maar te winnen waren, in onze niche, en van hen drukten wij dan uit principe al hun fraai vormgegeven toptitels door, ze verwachtten niet anders van ons. Maar het kopen van al die titels moesten onze gewaardeerde kopers toch echt helemaal zelf doen. Wij konden ze daar niet toe dwingen. Hooguit verleiden, maar ook dat was wettelijk aan grenzen gebonden. Wij waren geen verkrachters. Als onze kopers plotseling staakten, of getroffen werden door god weet welke economische dip, dan konden daar nog geen drie extra marketingmedewerkers tegenop.

Batavia

De bewoners van Robbeneiland weten dat er moeilijkheden op komst zijn wanneer ze laat in de middag voor het eerst sinds hun aankomst, nu vier weken geleden, een sloep met zeven mannen erin van Batavia’s Kerkhof naar hun eiland zien varen. Met harten die bonzen als de trommels van de Hottentotten die ze drie maanden eerder hoorden, beginnen de veertig mensen wanhopig in alle richtingen te rennen. Ze zijn getuige geweest van de moord op de provoost en zijn mensen, een week geleden, en ze twijfelen er niet aan of hun staat hetzelfde lot te wachten. Maar waar moeten ze heen? Op dit kleine, kale eiland zijn er maar weinig mogelijkheden. Het is weliswaar ruim anderhalve kilometer lang, maar je kunt je nergens verstoppen. Er is geen bos, er zijn geen duinpannen of grotten. Je kunt nergens naartoe. Maar toch rennen ze. Ze proberen zo ver mogelijk uit de buurt te blijven van de mannen die, nu de boot de kust nadert, zwaarbewapend blijken te zijn.

De kunst van het veldspel

Te weten: Owen was dood. Henry wist het. Hij bleef zijn hand maar aan zijn dij afvegen, heen en weer over de koele, stugge kettingsteek van zijn honkbalbroek. Heen, weer, heen, weer. Zijn wijsvinger jeukte, vlak boven de plooi tussen het middelste en het bovenste kootje, een jeuk die niet wilde weggaan. De plek waar de bal hem was ontglipt. Owen was dood. Niemand had het hem nog verteld, maar Henry wist het. Hij hoefde daar niet te gaan kijken, bij de EHBO’ers, scheidsrechters en coaches die in de dug-out samengedromd rond het lichaam stonden. Hij kon hier blijven, op het binnenveld, in z’n eentje. Hij ging op zijn hurken zitten, veegde met de jeukende wijsvinger over zijn dij. Over het roodbruine zand van het binnenveld. De bal had Owen vol in het gezicht geraakt.

Rode sneeuw in december

De straten van Naarden bieden een ontstellende aanblik. Het einde van deze wintermiddag is donker genoeg om beschutting te bieden, maar voor Isabella licht genoeg om de gruwelijkheden om haar heen niet kunnen negeren. Ze loopt tussen de smeulende puinhopen door een stad die ze nauwelijks herkent. Hoe ze ook haar best doet om weg te kijken van de opgehoopte lijken, hoe ze ook haar blik naar beneden gericht houdt, er is geen moment dat ze niet opschrikt of ineenduikt. De vers gevallen sneeuw is doordrenkt van het bloed. Lange sporen van druppels leiden naar enorme plassen, die door de sneeuw zijn geabsorbeerd en een macaber contrast bieden met het spaarzame wit.

Staat van verwondering

Ze bracht haar hand niet naar haar gezicht. Ze liet die glibbermassa vrijelijk lopen. Het was nog vroeg, maar ze begreep heel goed dat hiertegen niets te doen viel. Ze beefde zo hard dat haar tanden klapperden en ze probeerde haar mond open te houden. Zelfs als er een tegengif bestond, zou ze het nooit op tijd krijgen. Dit was het einde. Nu wist ze hoe dat voelde. Als ze dit overleefde, kon ze het beschrijven. In een van haar laatste heldere momenten vroeg Marina zich af of ze vermoord was of dat ze, omdat ze zelf de beker had gedronken, zelfmoord had gepleegd. Ver buiten de stad riepen de boomkikkers haar en het diepe ritme van hun gekwaak deed het bloed naar haar hart stromen.


F. Starik (Iris en Klaas Koppe, 23-01-2012)

F. Starik en Menno Wigman, de voormalige en de nieuwe stadsdichter van Amsterdam, op begraafplaats Huis te Vraag in Amsterdam.

 

Meer video's