Verdwenen tijd van Thomas Verbogt
door Guus Bauer
(Schrijver, ex-Exuitgever, vast medewerker van De Standaard en freelance literair journalist)
|
Op de schouders van Kundera
Thomas Verbogt produceerde met de roman Verdwenen tijd alweer zijn drieëntwintigste boek. Ook ditmaal zijn de flappen bezaaid met ronkende aanbevelingen van de grote verkoopkanonnen van het Nederlandse taalgebied. Thomas Rosenboom en Arnon Grunberg vragen zich hand in hand af waarom niet meer mensen de boeken van Verbogt lezen. Youp van ’t Hek en Wanda Reisel vatten het nauwgezet samen: ‘Thomas Verbogt schrijft prachtboeken die je pakt en niet weglegt, maar in één keer uitleest.’ ‘Verfijnd de snaren van het gemoed kunnen raken dat is de zeldzame kracht van Thomas Verbogt.’
Verbogt verstaat inderdaad als geen ander de kunst om met jaloersmakende, ongedwongen dialogen en lichte toon een zekere weemoed en melancholie ten toon te spreiden. Dat lichtvoetige is doorgaans schijn bij Verbogt en zeker in de zeer geslaagde roman Verdwenen tijd. Vanaf het begin contrasteert de luchtigheid met iets ongrijpbaars, iets raadselachtigs. Bij de eerste ontmoeting van hoofdpersoon Robert van Noorden met zijn therapeute Daniëlle Timmers, zijn sluitpost voor de afgrond, ziet hij in haar niet voor niets een personage uit Milan Kundera’s The unbearable Lightness of Being.
Einzelgänger Robert van Noorden is een kunsthistoricus die vaak naar een mening gevraagd wordt in de bladen en op de tv. Hij kan zich dankzij ‘een kunstje’ heel goed staande houden in deze schijnwereld, maar het werken op de automatische piloot knaagt steeds meer aan hem. Hij lijdt ook, zo denkt men in eerste instantie, aan achtervolgingswaan. Hij voelt zich vaak bekeken wanneer hij naar zijn vaste café loopt of een lezing bezoekt. Er zijn ‘toevallige’ ontmoetingen met een vrouw die steeds in zijn geheugen port. Maar hoe Robert van Noorden ook zijn herinneringen afgraast, hij kan haar niet plaatsen.
Wanneer zijn vader overlijdt raakt Robert verstrikt in zijn emoties. De fundering onder zijn zekerheden lijkt te verzakken. Hij gaat thuis op bezoek bij de raadselachtige vrouw en haar man, een schrijver die eens in de twee jaar tot volle tevredenheid een boek inlevert en zich daarna niet echt om het vervolg bekommert. Een wens van Verbogt zelf? Er wordt tegenwoordig van de schrijver verwacht dat hij of zij overal maar opdraaft. Bij presentaties en bijeenkomsten met ‘gelijkgestemden’. Op radio en tv moet men over alles een uitgesproken mening hebben. De schrijver als schijndeskundige.
Verbogt schrijft door het hele boek prachtige stukken over schuld, herinnering en de behoefte en het geluk van ‘alleen zijn’ zonder daarbij het altijd gevaarlijke ‘eenzaamheid’ uit te kauwen.
Graag zit ik in de namiddag in een van de cafés in de buurt, met de avondkranten of een pas aangeschaft boek. Of ik maak notities voor een het boek dat er een keer moet komen … Ik heb zin in dit veel grotere boek dat ik in een ander leven zal voltooien, ik heb ook zin in dat andere leven, in de afzondering waarvoor ik eindelijk kan kiezen, terug naar hoe ik begon toen ik als kind in een stille hoek van de kamer mijn leven bij het echte leven bedacht.
Thomas Verbogt weet uiterst helder te reflecteren. Mooi zijn ook de alinea’s vol verwondering wanneer een oom aan de jeugdige Van Noorden nieuwe woorden ‘openbaart’ zoals ‘hoofddeksel’ of ‘luchthaven’. De gedachten die daarbij worden ontsponnen zijn origineel en toch herkenbaar.
De verdwenen tijd is een boek dat je zo wegleest. Ogenschijnlijk lichtvoetig, maar onderhuids broeit er iets en Verbogt weet het als de Bolero van Ravel langzaam te laten aanzwellen naar het onvermijdelijke einde: niet sneller, maar wel steeds luider. Hij deelt vakbekwaam af en toe een speldenprik uit. Dat realiseer je je pas nadat je bij het einde bent. Daarnaast is het ook een mooie hommage aan een vader. Voorin staat ‘Bas Verbogt (1923-2008), ter nagedachtenis.’ Een schrijver vindt zijn laatste boek natuurlijk altijd het beste, maar Verbogt heeft zichzelf met de roman Verdwenen tijd werkelijk overtroffen.
Om met de schrijver David Martín te spreken in de nieuwe roman Het spel van de engel van Carlos Ruiz Zafón: ‘Je leert een schrijver kennen door het inktspoor dat hij achterlaat. De mens die je ziet is slechts een omhulsel, de waarheid verbergt zich in de fantasie.’ |
|