Bilderdijk, Kinker & Van Hemert
als van hooger bestemming en aart
Christophe Madelein
Uitgegeven:
Groningen, 2008
Serietitel:
Filosofie & retorica
Serienummer:
14
Taal:
Nederlands
Verschijningsdatum:
19 april 2008
(Overige) personen
Nawoord:
Indeling
Medium:
Boek
Fictie / Non-fictie:
Non-fictie
Trefwoord(en):
SISO:
Esthetiek (140)
NUR:
Nederlandse taal en letterkunde algemeen (620)
Codes
ISBN:
978-90-6554-443-8
EAN:
9789065544438
ASW:
Wetenschappelijk boek
Technische gegevens
Formaat (hoogte):
23 cm
Omvang:
215 pagina's
Bindwijze:
Gebonden
Bibliografische annotatie
Met lit. opg., reg.
Annotatie
Drie bijdragen van 19e-eeuwse Nederlandse letterkundigen over 'het sublieme', met name zoals dat door de filosoof Immanuel Kant werd begrepen.
Flaptekst
Aan het begin van de negentiende eeuw was het sublieme – de esthetische ervaring, die ook wel als het huiveringwekkend genot omschreven is – onderwerp van verhitte debatten in met name Engeland, Duitsland en Frankrijk. In Nederland bleef dat debat niet onopgemerkt en verscheen eveneens een aantal belangwekkende beschouwingen over het sublieme. Als van hooger bestemming en aart bundelt de drie belangrijkste Nederlandstalige teksten.

De Redevoering over het verhevene (1804) van de filosoof Paulus van Hemert (1756-1825) is geïnspireerd door de filosofie van misschien wel de grootste denker over het sublieme, Immanuel Kant. In Iets over het schoone (1823) brengt de dichter Johannes Kinker (1764-1845) deze verheven filosofie op een nog hoger plan in zijn ontwikkeling van een nieuwe, unieke vorm van esthetisch idealisme. Dé figuur van de vroeg-negentiende-eeuwse letteren, Willem Bilderdijk (1756-1831), keert zich in zijn Gedachten over het verhevene (1821) resoluut af van al deze nieuwlichterij en grijpt, op eigen onnavolgbare wijze terug op de oertekst van het verhevene: Longinus’ traktaat over Het sublieme.

Het uitvoerige en meeslepende nawoord van Piet Gerbrandy laat niet alleen met Bilderdijk zien dat de dichter zijn emoties een 'lichaam' moet geven, maar zeker dat het sublieme ook in de een-en-twintigste eeuw een heftig levend verschijnsel is in de Nederlandse letteren.

Als van hooger bestemming en aart is samengesteld en ingeleid door Christophe Madelein en Jürgen Pieters.

Dit is het veertiende deel in de serie Filosofie & Retorica onder redactie van Keimpe Algra, Jeroen Bons, Wessel Krul, Marc van der Poel en Theo Verbeek.

Literaire adressenbank
Uitgever
Delen