'Ik wilde een beetje dollen met het allerheiligste, de geheime droom van elk schrijvend mens'
Interview met Aleksandr Skorobogatov
Door Guus Bauer (19 april 2017)
De schrijver is de god van zijn creatie. En al zeker in de hallucinerende nieuwe roman Cocaïne van de in Antwerpen levende Wit-Rus Alexsandr Skorobogatov (1963). Gij zult niet opsommen, het liefst geen dromen gebruiken, de lezer niet of in elk geval zeer spaarzaam direct aanspreken. Skorobogatov gooit alle ‘regels’ overboord, beschrijft met een groot Russisch gebaar onmenselijke pijn. Maakt er een absurdistisch en burlesk theater van, een viering van de verbeelding. Cocaïne kun je geen raamvertelling meer noemen. Het is een huis van woorden met vele vensters. Het geeft niet minder dan inkijk in de ziel van het verhalen vertellen, in de ziel van de literatuur.

“Ik weet dat er nergens in de roman sprake is van cocaïnegebruik. Maar de enige vraag die ik niet kan beantwoorden is waarom ik voor deze titel heb gekozen. Ik kan alleen zeggen dat het beslist niet bedoeld is als provocatie, als marketingstunt. Nu, ja, vooruit, slechts voor een klein gedeelte. Ik heb er een speciale reden voor. Het is iets waarvan ik hoop dat het dicht bij mijzelf blijft. Het ligt natuurlijk aan de aard van de martelingen of ik het ooit prijs geef. Ik besef dat het tot speculaties kan leiden. Iedereen mag er een eigen verhaal bij bedenken. Dat past ook goed bij het meanderende karakter van de roman.”

Charms, Vian en Kafka
“Ik ben in de tweede helft van de jaren tachtig begonnen aan dit project. De basis is een verhaal dat Stop de machine heet. Een citaat uit een kort verhaal van Ruslands grootste absurdistische schrijver Daniil Charms. Iemand die bij ons voor die tijd verboden was. Een non-conformist pur sang wiens werk van elke logica lijkt gespeend en dat vol zit met onverwacht geweld. Het ademt de sfeer van de ongekende willekeur van de Stalinterreur. Voor mij staat Charms op gelijke voet met Franz Kafka, maar Charms heeft nooit een roman geschreven, zocht het op de moeilijke korte baan. Met personages van Kafka kun je je identificeren. De teksten van Charms zijn hermetischer, heel erg sec. Dat ‘uitgebeende’ intrigeerde me bovenmatig.”

“Net zoals bijvoorbeeld het absurdistische werk van Boris Vian. Het was niet eenvoudig om in de tijd van de Sovjet-Unie dergelijke boeken te kunnen lezen. Van Het proces van Kafka was één exemplaar in de leeszaal. Het mocht niet worden uitgeleend, je moest ervoor in een speciaal hokje gaan zitten, werd constant in de gaten gehouden, dat je het niet meenam of kopieerde.”

Onheil
“Mijn hele leven ben ik, bewust of onbewust, op zoek naar onheil. De manier waarop mensen het ondergaan, verwoorden, het bezweren ook. Tegen het einde van Cocaïne vertelt een oude vrouw aan het hoofdpersonage, de schrijver Aleksandr, een oud Russisch sprookje, getiteld Het eenogig onheil. Een hervertelling op mijn manier, niet op de klassieke wijze. Een smid is gelukkig. Op een dag realiseert hij zich dat er kennelijk onheil is in de wereld. Uit een zekere nieuwsgierigheid wil hij dat onderzoeken, ook een keer ervaren, en hij gaat op pad, vindt onderweg medestanders.”

“Toen ik begon aan het schrijven van deze roman, heb ik mijzelf één opdracht gegeven. Ik moest mijzelf elke dag weer verrassen. Alles was toegestaan. Desnoods mocht ik mij in bochten van honderdtachtig graden wringen. Veranderingen van thema’s, enorm veel ballen in de lucht. Ik was toen nog niet helemaal voorbereid op het effect, ging mijn tekst uiteindelijk haten. Wat heb ik aangehaald en waartoe leidt het uiteindelijk? Ik heb de tekst weggelegd, weggesmeten eerder, hield er een kater aan over, een (literaire) depressie.”

“Een man wordt op burleske wijze vermoord, dient zijn eigen hersenen op te eten. Een paar pagina’s verder begroet hij het hoofdpersonage weer, fris en fruitig. Iemand die ongevoelig is voor de zwarte humor waarop dit boek is gebaseerd, zal dat slechts baarlijke nonsens vinden. Er wordt van de lezer een zekere welwillendheid gevraagd. Leg de tekst nu eens een keer niet een eigen wil op. Ga mee in mijn ‘experiment’ en ervaar dat de chaos wel degelijk uiterst zorgvuldig geordend is, dat de zijpaden daarin elk een duidelijke functie hebben. De mozaïsche structuur van de roman, vooral in het begin, kan sommige lezers in verwarring brengen. Maar het is zaak om een verhaallijn uit te kiezen en je daardoor te laten leiden. Ik heb het getest op levende mensen, en velen leven nog steeds.”

Het onderbewuste
“Volgens Carl Gustav Jung zijn er twee types schrijver, de architect en de ingenieur. De architect-schrijver zorgt dat de structuur kant en klaar is voordat het daadwerkelijke schrijfproces begint. Dat het staketsel van het huis al staat. Een schrijver die voor de psycholoog niet zo interessant is. De schrijver-ingenieur wordt geleid door iets wat Jung ‘het autonome complex’ noemt. Zaken die zich genesteld hebben in het onderbewustzijn, die we niet kunnen besturen. Liefde, haat, jaloezie bijvoorbeeld.”

“Jung geeft geen verklaring waarom het soms naar buiten móet treden, waar de drang vandaan komt om het koste wat kost op te schrijven. De schrijver verwordt tijdens het op papier zetten eigenlijk bijna tot een soort instrument, weet ook niet echt waartoe het uiteindelijk allemaal daadwerkelijk leidt. Lang voordat ik van Jung had gehoord, wist ik, ha, onderbewust, dat ik tot deze laatste categorie behoor, een schrijver die werkt vanuit het gevoel.”

“Toen ik door omstandigheden vier jaar later dan normaal eindexamen deed, zat ik in een park in Moskou. Het was lente en ik werd echt overvallen door de liefde, door een onbestemd gevoel van schoonheid, van hunkering. Meteen wilde ik een ‘aaibaar’ verhaal schrijven over een toevallig ontstane liefde, die door het noodlot slechts een kort leven beschoren was. Het werd echter een zeer bloederig verhaal over het totaal ontspoorde Rusland van begin jaren negentig waar het geweld en de corruptie bijna mythische proporties hadden aangenomen. Ik kwam in die tijd maar af en toe naar Moskou, was kennelijk geschokt door de toestand die ik aantrof. Een gruwelijk sprookje met veel lijden en doen lijden.”

“Toen ik Cocaïne voor de eerste keer had uitgeschreven, was ik kapot, leeg. Ik wist toe nog niets van postmodernisme, van verdubbelingen en spiegelgevechten met personages. Mijn enige realiteit was het socialistische realisme. Ik legde het toen naar mijn idee definitief onder in de kast. Maar het kwam er toch jaar na jaar weer uit. Het wilde bewerkt worden. Ik bleef schrappen en plamuren.”

Censuur en redactie
“Ik heb aan den lijve in Rusland censuur ondervonden met de roman Sergeant Bertrand, die vorig jaar in het origineel in het Nederlands is verschenen. Voor mij ligt de scheidslijn tussen censuur en redactie dus heel gevoelig. Wanneer is er sprake van een kritische blik, een literaire discussie, wanneer is het censuur met een ideologisch karakter?”

“Er was sprake van dat de eerste moord op de garderobeman in Cocaïne zou moeten verdwijnen. Daarmee zou ik volgens mijn uitgever mijn personage volledig de nek omdraaien. Maar die moord is de opmaat voor het boek. De man loopt rond met een spijker in zijn kop. Hij is een terugkerend figuur. Iedereen heeft in de roman problemen met en aan zijn hoofd. Letterlijk en figuurlijk.”

Het lachend vertellen over het zoeken naar onheil
“Er zitten in de roman veel wreedheden, maar ze hebben een speels karakter. Het is een verwoording van mijn verwondering, of eerder van mijn totale verbijstering, van wat mensen elkaar aandoen, en waar ze ook nog over opscheppen, op het internet bijvoorbeeld. Het hoofdpersonage is op een bepaalde manier extreem ‘politiek incorrect’. Maar deze roman is geen politiek manifest. Het is een literair spel, waar ik als auteur vooraleerst met mijzelf aan het lachen, aan het spotten ben. Je zou het de ultieme nederlaag van een auteur kunnen noemen. Het lachend vertellen over het zoeken naar onheil.”

“Schrijven is de beste manier om iets over jezelf en aan jezelf te biechten. Cocaïne is daardoor uiterst oprecht omdat ik spreek, omdat ik onderzoek doe naar het falen op elk gebied van Aleksandr Skorobogatov, als persoon, als schrijver. Maar laat ik het niet te filosofisch maken. Ik was voor alle duidelijkheid niet bezig met het in een literaire vorm gieten van een filosofische gedachte. Ik was met betrekking tot de eerste versie vooral lol met mijzelf als auteur aan het maken, aan het kijken hoe ver ik mijn grenzen kon oprekken. Ik heb toen voor het eerst elke dag uren achter elkaar aan een tekst gewerkt.”

Sergeant Bertrand
Sergeant Bertrand heb ik feitelijk in zes dagen geschreven. Toen bleek dat iemand het wilde publiceren, heb ik het netjes overgetypt, omdat ik het alleen in klad had liggen. In de tijd van de Sovjet-Unie was het naar zeggen niet publicabel. Toen ik het aanbod kreeg, was ik helemaal vergeten dat ik dat boek ooit had geschreven. Tien minuten droefenis, totdat ik me dat manuscript herinnerde. Het was rond 1991. De Sovjet-Unie was uiteengevallen, maar er was nog steeds een communistisch regime. Men verkende voorzichtig de grenzen. Ik heb toen de ingrijpende ‘suggesties’ afgewezen, wilde op die manier niet publiceren. Dacht toen daadwerkelijk een kruis te kunnen zetten door mijn carrière als schrijver. Terwijl er niemand van mijn generatie zo vroeg een aanbod had gehad om te publiceren.”

“Maar even later was het opgelost. Ik ging met de hoofdredacteur naar de beslissende redacteur, die in de tijd van de Sovjet-Unie nota bene een officiële censor was geweest. We hebben toen een ook voor mij acceptabele versie uitgebracht. Bij Cocaïne had ik even weer datzelfde gevoel. Men zegt mij dat als ik die ervaring in Rusland niet gehad, dat ik het nooit zo zou hebben opgevat. Dat is een punt, geef nu het voordeel van de twijfel. Het is ten slotte bijzonder dat de uitgever het heeft aangedurfd om deze onconventionele roman te publiceren. Het getuigt van een groot hart.”

Literair spel
“Het hoofdpersonage krijgt wegens zijn uitzonderlijke moordlustige verdienste – de schrijver is immers de verpleger, het geweten van de samenleving – de Nobelprijs. Ik wilde een beetje dollen met het allerheiligste, de geheime droom van elk schrijvend mens. Men zegt dat Vladimir Nabokov, een genie, absoluut Nobelprijswaardig, geen laureaat is geworden omdat zijn beroemde roman Lolita, pedofilie verheerlijkt. Waar of niet waar? De roman is uiterst ‘incorrect’. Een pedofiel ontvoert een jong meisje, maar je gaat toch volledig mee in de gedachtewereld van de hoofdpersoon. Dat is literatuur, de schrijver-ingenieur in optima forma. Het is mysterieus wat er allemaal gebeurt tijdens de vergaderingen van het comité in Stockholm. Ik wilde een absurdistisch kijkje achter de schermen geven.”

“Er staat een nawoord in het boek. Men wilde graag dat het door mij ondertekend zou worden. Maar dat ging me te ver. Professor Boerkevitz doet nu namens mij het woord. Een personage uit een roman waarin cocaïne een grote rol speelt, daarmee zet ik boek nog even op scherp, voer het literaire spel nog net verder door.”

“Dat nawoord is er gekomen omdat er denkelijk een angst was dat het boek helemaal niet begrepen zou worden. Dat zou mij niet veel uitmaken. Dit is wat het is, dit is wat het moest worden, een spel met genres, met fictie en werkelijkheid, tragiek, uiterste logica en absurdisme. Alles om duidelijk te maken dat de schrijver niet echt compatibel is met de maatschappij, dat hij of zij altijd in een niemandsland leeft, nergens echt bij hoort, alleen de verbeelding heeft als reddingsboei. Alle personages bespreken in de roman het boek. Dat is wat jij als schrijver constant meemaakt. Iedereen heeft een mening, weet het eigenlijk altijd beter.”
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)