Interview met Guus Kuijer
‘Inlevingsvermogen is het enige wapen tegen het vooroordeel’
Door Annemiek Neefjes (22 juni 2009)


Het huis van Guus Kuijer ligt verscholen achter hoge bomen, in een klein dorp in de Schermer. De driehonderd jaar oude stolp is fraai opgeknapt, met een weelderige tuin en daaromheen de sappige weilanden met koeien en schapen.

Kuijer (1942), geboren en getogen in Amsterdam, woont er nu alweer bijna dertig jaar naar volle tevredenheid. Ik zoek hem op om te praten over zijn nieuwe boek Hoe word ik gelukkig? Een zelfhulpboek. ‘De gemiddelde zelfhulpschrijver stelt zich op als een soort goeroe,’ zegt hij glimlachend. ‘Dus: Guus gaat het wel even vertellen. De ondertitel is een soort zelfspot.’

Kuijer is vooral bekend van zijn talrijke kinderboeken. De eigenwijze en ongedwongen Madelief (Met de poppen gooien) en de iets oudere Polleke (Ik ben Polleke hoor!) hebben vele harten veroverd. Hij won verschillende keren een Gouden Griffel en een Zilveren Griffel en al in 1979 ontving hij de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur. Een jaar later publiceerde Kuijer het non-fictieboek Het geminachte kind, over opvoeding en onderwijs.

Toen, na ruim vijfentwintig jaar kinderboeken, kwam in 2006 onverwacht weer een essaybundel voor volwassenen, Hoe een klein rotgodje God vermoorddeHet doden van een mens, en nu dus het ‘zelfhulpboek’. Zo bij elkaar begint het op een reeks te lijken waarin hij de grote thema’s van deze tijd aansnijdt: geloof, tolerantie, vrijheid, individualiteit. Kuijer: ‘Het is begonnen met de moord op Theo van Gogh. Toen dacht ik: nu moet ik me ermee bemoeien. Zeker als je schrijver bent kun je niet alles op zijn beloop laten.’

Die thema’s passen niet in een kinderboek?
‘Over tolerantie schreef ik ook in mijn kinderboek Het boek van alle dingen (2004, AN). Als je van een reeks wilt spreken, dan is die met dit boek begonnen. Hierin groeit Thomas op in de jaren vijftig, met een christelijk fundamentalistische vader. In samenhang met het thema fundamentalisme stelde ik toen de vraag: hoe krijg je een gelukkige samenleving? In Het boek van alle dingen houd ik het nog vriendelijk en hoopvol. Maar nu moeten we op onze tellen passen. Niet alleen religieus fundamentalisme is een probleem. Geert Wilders is ook een fundamentalist.’

Is Geert Wilders gelukkig?
‘Hij lijkt me geen gelukkig man; van verontwaardiging en haat word je niet gelukkig. Maar misschien denkt zijn vrouw daar anders over.’

Wie zich daadwerkelijk in een ander verdiept, is niet langer vatbaar voor xenofobie, schrijft u.
‘Als je je inleeft, verrijk je jezelf met de levens van anderen. Je treedt ermee in een grotere wereld, je breekt uit je eigen beperkingen. Inlevingsvermogen is het enige wapen tegen het vooroordeel. Het is ook nuttig, want het maakt samenleven mogelijk.’

Bent u gelukkig, wordt u ergens gelukkig van, voelt u zich gelukkig: hoe spreekt u over uw geluk?
Kuijer, stellig: ‘Ik ben gelukkig. Ja. Kijk, het hangt er vanaf hoe je geluk definieert. Als je het definieert als “de afwezigheid van verdriet en getob” dan kan niemand gelukkig zijn. Voor mij staat geluk tegenover mismoedigheid: dat je het allemaal maar niks vindt, zonder dat daar een ziekelijke reden voor is, bijvoorbeeld dat je depressief bent.’

Is schrijven voor u een vorm van geluk?
‘O, zeker, schrijven is genot. Vanochtend heb ik niet geschreven, omdat u zou komen, dus ik heb gelezen in een boek over Lipsius, een zestiende-eeuwse filosoof. Ik kan enorm genieten van studeren, ik studeer vijftig procent van de tijd. Met elk vondstje veer ik op: ah, ik heb weer wat geleerd. Leren is jezelf aanvullen.’

Helpt nieuwsgierigheid als je geluk zoekt?
‘Ja want door nieuwsgierigheid leer je en leer je steeds bij. Het hoeft niet per se te gaan om interesse in kunst. Nieuwsgierigheid naar je vrouw kan ook. Of neem onze buren, die zijn vervuld van paarden. Als er een veulen is geboren wordt de hele buurt uitgenodigd. Wie nieuwsgierig is zal zich nooit vervelen.’

U hebt het niet zo op therapieën die de oplossing bij het gevoel zoeken. Als je ‘bij je gevoel’ wilt komen, is het verstand de sleutel, schrijft u.
‘Verstand wordt vaak gezien als de vijand van het gevoel. Maar bij geluk hoort rationalisatie, geluk is bij verstand gebaat. Ik noem in mijn boek het voorbeeld dat ik vroeger met vrienden naar de sterrenhemel lag te kijken. We waren diep onder de indruk. Maar het waren vluchtige gevoelens die al snel in andere gevoelens oplosten. Als we ons in de sterrenhemel hadden verdiept, hadden we niet alleen meer kennis maar dan hadden ook onze gevoelens zich verdiept.’

Spirituele bewegingen bekoren u niet.
‘Ik maak me vagelijk ongerust over dat staren in jezelf, van jezelf ontspannen en leegmaken. Het is toch juist heerlijk om je “vol” te maken, om je in te spannen en als je dan moe bent naar bed te gaan? Hoezo het denken uitschakelen? Je moet de wereld zélf aan de praat krijgen en dat lukt alleen maar door te leren, door te ontdekken. Toen de Spaanse schilder Goya op hoge leeftijd was, tekende hij een oude man en schreef eronder: “Ik leer nog steeds.” Daar spreekt levenslust tot het einde uit.’

Met uw nadruk op leren spreekt u als een leraar. Die staan in onze samenleving niet in erg hoog aanzien; iedereen weet het toch zelf het beste?
‘In de Romaanse talen werd een kunstenaar met de eretitel maestro aangesproken - meester - in Italië is dat nog altijd zo. En terecht. Een schilder leert ons iets, hij leert ons een andere manier van kijken, namelijk de zijne. Leerling kunnen zijn is essentieel als je wijzer wilt worden en dus gelukkig, zo werkt het ten minste bij mij.’

Hebben kinderen meer talent voor geluk dan volwassenen?
‘Bij kinderen gaat het eerder om vrolijkheid, speelsheid. Geluk kennen zij niet, althans niet in de betekenis die ik bedoel. Zoals dieren en goden evenmin geluk kennen. Geluk hangt samen met het besef van de dood, van urgentie, daadkracht: je moet het nú doen. Het tragische besef van tijd maakt geluk mogelijk. Ik vind het niet leuk om dood te gaan, hoor. Maar als je alle tijd zou hebben zou een grote moedeloosheid optreden.’

Gelovigen vinden juist troost in de gedachte van een hiernamaals.
‘Bij het eeuwig leven kan ik me alleen maar de hel voorstellen.’

U pleit voor leven en leren met passie. Maar hoe wek je gepassioneerde interesse, bijvoorbeeld bij kinderen?
Kuijer, die een aantal jaren op een basisschool lesgaf, heeft er een uitgesproken idee over. ‘Je zou al vroeg naar aanleg moeten kijken,’ zegt hij, ‘en niet naar intelligentie zoals nu op scholen gebeurt. In China scouten ze kinderen op sport, dat kun je ook op andere gebieden doen. Vroeger had ik een kind in de klas dat ik op weinig interesse kon betrappen. Maar een keer per jaar, met sinterklaas, werkte ze gedreven aan surprises. Als bij haar scholing alles vanuit het knutselen was benaderd, dan had je die interesse kunnen vasthouden en kunnen uitwerken tot een talent. Met één talent van school gaan vind ik waardevoller dan een kind van school sturen met een oppervlakkige kennis van een heleboel vakken.’

U noemt Vincent van Gogh een gelukkig kunstenaar, tegen het mythische beeld in van de lijdende artiest.
‘Zolang hij maar werkte was hij gelukkig. Je kunt het in zijn brieven lezen en aan zijn schilderijen zien. Kijk naar zijn bloeiende vruchtbomen, daaruit spreekt een intense levensvreugde. Ik schaar werklust, levenslust, er zin in hebben, onder geluk. Je kunt in de rouw zijn en toch naar een concert gaan en van de muziek genieten. Waar het om gaat is dat je volhoudt, er een gat in ziet. Je kunt een gelukkig mens zijn met verdriet en al.’

Heeft u een ‘gelukkigste dag van uw leven’?
Lacht, schudt zijn hoofd. ‘Ik heb zoveel gelukkige dagen. Als je hier alleen al naar buiten kijkt - de wolken, de bomen verderop …’

Kuijer werkt nu aan zijn vierde essayboek, waarin de zestiende-eeuwse Spanjaard Benito Arias Montano centraal staat. Hij vertelt met zichtbaar genoegen: Lipsius zal er een rol in spelen, en de Nederlandse humanist Coornhert. ‘Maar weinigen weten dat hij een belangrijk man is geweest. Het boek zal uitvoerig handelen over hoe het idee van de tolerantie in Nederland terecht is gekomen en hoe dat zich hier heeft ontwikkeld.’

En een nieuw kinderboek?
‘Kinderboeken schrijven is het mooiste wat er is,’ zegt hij, ‘maar ik vind het moeilijk. Omdat ik eigenlijk met pensioen ben, sta ik mezelf toe voor volwassenen te schrijven, want dat is een stuk eenvoudiger.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)