Interview met Irvine Welsh
‘Dit boek is het tegenovergestelde van Lolita’
Door Guus Bauer (10 september 2011)


Irvine Welsh (1958) is een Schotse auteur die met zijn debuut Trainspotting gelijk doorbrak. De verfilming door Danny Boyle is inmiddels een klassieker. Zijn nieuwste roman heet eenvoudigweg Misdaad. ‘Thriller’ staat er op het omslag. Is dit een policier? Bij Welsh weet je nooit zeker wat je voorgeschoteld krijgt.

Sinds uw controversiële debuut staat u bekend als de King of Cult.
Journalistenpraat, ik probeer me er niet te veel van aan te trekken. Als er geen hokje is waar je in past dan verzinnen ze zelf wel een categorie. Ik ben een kind van mijn generatie. Ik speelde eerst als muzikant in een punkband, daarna heb ik gewerkt als makelaar en uiteindelijk ben ik meer bij toeval begonnen met het schrijven van verhalen, zonder veel opsmuk. Twee juryleden van de Booker Prize namen begin jaren negentig publiekelijk afstand van mijn boek omdat het tegen hun ‘feministische gevoelens’ indruiste. Ik zie het maar als een geuzentitel. Ik doe toch wat ik wil. Nu ben ik vooral bezig met het produceren van films en het schrijven van scripts.

De Schotse politieman Ray Lennox ontdekt tijdens zijn vakantie in Miami een pedofielennetwerk. Waar komt dat thema vandaan?
Ik woonde een tijdje in Ierland toen daar het ene na het andere geval van mishandeling door priesters bekend werd. Een ware stortvloed aan bekentenissen. Veel slachtoffers pleegden zelfmoord of dronken zich dood. Omdat er erg veel goede Ierse schrijvers zijn, heb ik ‘het verhaal’ verplaatst naar mijn thuisland. Met sociale problemen wordt in de UK in het algemeen niet goed omgegaan. Daders worden in de gevangenis gegooid en we gaan weer over tot de orde van de dag. Wij hebben de hoogste gevangenispopulatie van Europa. In die universiteiten van de misdaad kan iemand gemakkelijk uitgroeien van winkeldief tot beroepscrimineel.

Engelse critici vinden dit uw meest beheerste en diepzinnige werk. Is de benaming thriller wel juist?
Tja, The Times, wat wil je meer… Volgens mij ben ik niet een echt een nieuwe weg ingeslagen met dit boek. Het is eerder een existentialistische roman, gestript tot de essentie. Ray worstelt om uit het zwarte gat te komen. Er is licht aan het einde van de tunnel.

Je vraagt je tijdens het lezen af of Ray wordt gedreven door junkieparanoia of politie-instinct?
Ray heeft in Miami geen enkele bevoegdheid. Hij heeft hier geen politiepas waarachter hij zich kan verschuilen. In de loop van het boek werkt dat voor hem bevrijdend. Zijn hersenen kunnen als het ware weer ademen. De paranoia wordt realiteit.

Over een tunnel gesproken. Ray maakt als kind samen met zijn vriendje Les iets verschrikkelijks mee. Na een korte criminele carrière is Les er overheen. Ray blijkt veel gevoeliger.
Ik heb een praatgroep bezocht van slachtoffers van seksueel geweld. Iedereen blijkt anders te reageren. Jongens die jarenlang door diverse mensen zijn verkracht, hebben hun leven, misschien voor de buitenwereld, weer goed op de rails, terwijl iemand die één keer is gestreeld door een opa, de rest van zijn of haar leven last heeft van het trauma.

Voor een politieagent is het wellicht moeilijker?
De Schotse mannen zijn over het algemeen echte macho’s, ongenuanceerd en misantropisch. En Ray heeft te maken met moreel relativisme. Op een vakantie in Thailand gedragen zijn collega’s zich net als de beesten die ze thuis vangen. Daarom is hij in Miami wantrouwig tegenover de plaatselijke politie, terecht zoals blijkt.

Zodra Ray het tienjarige kind uit de handen van het netwerk haalt en op de vlucht slaat, hou je je hart vast.
Ray weet instinctief dat het niet goed is. Hij is vijfendertig en zij tien. En ze is geen familie. Daarom is hij zo voorzichtig. Misschien ook omdat hij bang is dat na ‘het incident’ in de tunnel het kwaad mogelijk ook in hemzelf schuilt. Heel veel slachtoffers worden immers daders. Ik heb in dat gedeelte van het boek expres een non-seksuele sfeer ingebouwd. Dit boek is het tegenovergestelde van Lolita.

Aan het einde komt de Holocaust nog even om de hoek kijken.
Ik weet het, een dubieuze onhandige metafoor voor het kwaad. Maar in Miami staat midden tussen de art deco gebouwen een grotesk monument, een grote hand die in de lucht grijpt. Daar ziet Ray zijn leven in het juiste perspectief. Hij wordt er als het ware open geritst en ziet in dat hij het vooral voor zichzelf heeft gedaan, ook al heeft hij natuurlijk het kind gered.

Misdaad heeft een mooi Hollywoodslot…
Het is eerder een platform. Voor het meisje staat de puberteit voor de deur. Ray krijgt binnen afzienbare tijd te maken met de problemen van de middelbare leeftijd. Ze staan allebei op een splitsing. Ze kunnen in elk geval weer zelf kiezen welke weg ze nemen.

Foto Irvine Welsh: Janus van den Eijnden.
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)