Interview met Ivo de Wijs
‘Een krokodil van mij wil af en toe wat verscheuren’
Door door Annemiek Neefjes (29 september 2006)


Heeft u een huisdier?
Ja een kat, Max, een afkorting van Maxi. Zijn moeder heette Mien, van Mini.

En verder?
Verder niks. Katten vind ik toch wel de leukste dieren, zij komen ook het meeste in mijn kinderboeken voor. Ze zijn zo aaibaar en stellig: nu wil ik mijn eten, nu wil ik naar buiten, nu wil ik dit, nu wil ik dat. Vroeger als kind had ik meer huisdieren. Mijn ouders haalden alles in huis wat we maar wilden: eenden, honden, schildpadden. Ik weet nog dat ik voor mijn Eerste Heilige Communie een wit konijn kreeg.

Was u een buitenkind?
Helemaal niet. Misschien probeerde mijn moeder me met die dieren wel naar buiten te lokken. Ik zat altijd met mijn neus in de boeken. Ik ben opgevoed met Bolke de Beer. Ken je die boeken? Ze gingen over beren die op de Veluwe wonen, temidden van dieren die daar écht leven. Ik vond de verhalen toen ongelooflijk spannend, maar achteraf denk ik: raar toch dat ik dat allemaal geloofde. Die beren liepen met een wandelstokje: dat is bespottelijk.

Kán zoiets niet volgens uw eigen De Wijs-regel?
Een verhaal of gedicht moet enig realisme hebben. Ik lees wel eens een kinderboek van iemand die literaír wil schrijven, dan krijg je een blauwe poes die op de noordpool rondloopt, of kikkers die elkaar een liefdesbrief schrijven. Dan denk ik: kikkers kwaken gewoon. De dierenverhalen van Toon Tellegen bijvoorbeeld snap ik niet omdat ze te veel duim zijn. Hij wil de kern, het dierlijke van dieren raken, maar daar weten we niets van. Mijn dieren doen controleerbare dingen. Een krokodil van mij wil af en toe wat verscheuren.

Uw dieren praten, dat heb ik in het echt nog nooit gehoord.
Ha ha, nee. Het gebruik van pratende, aaibare dieren in kinderboeken is gewoon een trucje. Volwassenen trappen daar niet meer in. De dieren dienen om de wereld te verkleinen tot het formaat van de kinderkamer. Een kinderkamer ligt ook altijd vol knuffels. Via de dieren kun je kinderen een beetje vertrouwd met de wereld maken.

Hoe aaibaar schrijft u?
In een kinderverhaal zal ik nooit wreed zijn, in andere verhalen trouwens evenmin. Maar ik wil ook weer niet te zoetsappig zijn. Ik vind het leuk om kinderen uit te dagen, ze soms op het verkeerde been te zetten. In Koeienletters vraag ik bij een tekening van een rijtje dieren: ‘Lopen ze hand in hand?’ En dan schrijf ik: ‘Nee, ze lopen / vleugel in poot / in poot in poot / in poot in poot!’ Ik stel meer van dit soort vragen in dit boek. Een recensent vond het helemaal niks. Maar ik vond het leuk.

Hoe ontstaat bij u een kindergedicht of –verhaal?
Dat is heel verschillend. Soms zie ik op een wandeling iets waardoor het begint te borrelen, of een leuke ansichtkaart brengt me op een idee - ik ben een vlijtig verstuurder van kaarten. Soms zegt een illustrator: ik wil zo graag eens een draak tekenen, kun jij daar niet een verhaal over schrijven? Soms komt de uitgeefster met een plan. Ooit ben ik kinderboekjes gaan schrijven voor mijn twee kinderen. Ik wilde graag iets voor ze doen en ik kan niet timmeren. Mijn kinderen hebben wel eens gezegd: alles wat wij krijgen komt uiteindelijk in de winkel terecht.

Aquarium

Ga je mee
Ga je mee
Naar de diepten van de zee?
Want het is zo indrukwekkend allemaal
Je ziet de sidderrog, de horsmakreel, de scharretong,
de koffervis, de jacobszalm, de pieterman, de hamerhaai,
de wijting en de aal.

Ga je mee?
Ga nou mee
We gaan duiken in de zee
Dan leer ik je alle namen: schelvis, koolvis, zalm en griet
Leer die namen uit je hoofd en geniet
Want ken je al die namen niet …
dan weet je écht niet wat je ziet!

(uit: Saint-Saëns, Het Carnaval der Dieren, geschreven en verteld door Ivo de Wijs)


Uw krab krabt, de pad glibbert over het pad, de schildpad wil schildknaap worden.
De woorden zijn bij mij altijd ook op vakantie, het gaat nooit alleen maar om de inhoud. Ik hoop dat mijn taalspel en rijmplezier op kinderen overslaan. Soms laat ik kinderen zelf een rijm afmaken, zoals in De club van de krabben. Ik sla mijn lezers altijd een beetje hoger aan dan wat ze feitelijk kunnen, om te voorkomen dat ik ze te láág aansla. Vroeger als kind had ik een tante die altijd zei: goh, kun jij je veters al strikken? Ja natúúrlijk kan ik mijn veters al strikken! Tut!

Wat rijmt op pinguïn?
Daar heb ik wel eens iets over geschreven, dat werd toen iets met ‘dat ik een ring win’. Eigenlijk is het rijm niet helemaal juist, maar oké.

En wat op aalscholver?
Dat is een stuk moeilijker. Laat me eens denken. ‘Golfer’ is met een ‘f’, dat valt dus af. Je moet aal- er trouwens bij betrekken, daar ligt de hoofdklemtoon. Ehm… Misschien zou ik iets doen met een specialistische kapper, een watergolver. Het blijft behelpen. Ik zou een halve dag nodig hebben om hier iets op te vinden.

In het gedicht ‘De zwaan’ dat u maakte bij Saint-Saëns’ muziekstuk Het Carnaval der Dieren staat: ‘Een witte zwaan glijdt door het water / Helaas, zijn mooie blanke dons / Wordt langzaam kleverig en smerig / door al die viezigheid van ons’.
Milieuvervuiling en dierenmishandeling vind ik zulke erge dingen! Ik ga niet de bio-industrie aanklagen in een kindergedicht, maar soms wil ik wel zeggen dat we zorg moeten dragen voor dieren en de natuur. Die oude onderwijzer in mij wil stiekem toch dat een kind iets leert. Maar het mag nooit te braaf zijn hoor, een verhaal of gedicht moet altijd railleren.

In uw kinderboeken lopen katten, koeien, draken, zwanen, olifanten, kikkers, krabben ezels, paarden en varkens rond. Welk dier ontbreekt nog?
Ik zou nog wel eens een boek over een inktvis willen schrijven, vanwege die acht armen. Ken je de poster van Octopussy van James Bond? Daarop houdt de vrouw uit de titel met haar acht armen van alles vast, een cocktail, een mes, ondertussen omhelst ze Bond ook nog. Dat ziet er geweldig uit. Al die kronkelende armen kun je in een kinderboek natuurlijk op een mooie manier vormgeven.

En de vis spuit natuurlijk inkt.
O ja, wat leuk! Een bladzijde kan helemaal blauw zijn, of de inkt kan uitlopen naar de volgende bladzijde, of er ligt een spoor van inktspatten. Zullen we het samen maken?

Uw kinderen zijn de deur uit, voor wie schrijft u nu uw kinderboeken?
Voor ieder kind dat van avontuur houdt. Veel kinderen kijken tegenwoordig naar Spongebob, dat is wegwerptelevisie, dat is goedkoopte! Als ik vroeger Ivanhoe had gelezen, of Robin Hood, dan rende ik daarna naar buiten om een pijl en boog te snijden en te vechten tegen Jan zonder Land. Een fantasievol verhaal zet zich voort in de echte wereld, het verruimt je leven. Ik hoop dat dat bij mijn boeken ook zo werkt.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)