Interview met Karl Ove Knausgård
‘Ik moest ook mijzelf keihard aan het kruis nagelen’
Door Guus Bauer (5 december 2011)


De Noorse schrijver Karl Ove Knausgård (1968) schreef in amper twee jaar tijd zes kloeke autobiografische romans. Hij noemt de serie Min Kamf. Zijn strijd veranderde hem van een veelbelovend talent in een schrijver met popsterrenstatus. Vorige maand verscheen in Scandinavië deel zes. Knausgård ‘vluchtte’ naar het buitenland. In Nederland zag onlangs het eerste deel Vader het licht.

Wanneer besloot u om van Karl Ove Knausgård een personage te maken?
Ik wilde al heel lang over mijn vader schrijven. Maar met pure fictie lukte me dat keer op keer niet. Ik moest ook mijzelf keihard aan het kruis nagelen. Vastleggen, bijna zonder beperking. Alleen op die manier kon ik daadwerkelijk de zoektocht naar mijn eigen ik beschrijven. Vandaar dat ik mijzelf tot hoofdpersoon heb gebombardeerd. Ik ben het rauwe materiaal. Ik zet mijn gedachten en daden intuïtief, bijna organisch, op papier en daarna maken derden daar buiten mij om iets anders van.

Een metafysisch experiment?
Voor mij als schrijver wel. Het is alsof ik bij een overweg sta en de trein van mijn leven langs zie rijden, ruitje voor ruitje zie ik me erin weerspiegeld. Ik wil de momenten vastgrijpen, maar de slagboom is nu eenmaal dicht. Tegelijkertijd zit ik zelf ook in de trein en zie die eenzame jongen staan wachten. De bel die aanzwelt en weer verdwijnt. Het dopplereffect. Deze serie boeken gaat natuurlijk ook over de werking van herinnering. Het fijne van literatuur is dat die objectiveert. Je hebt er zelf geen controle meer over.

De reacties zijn ook ‘out of control’?
Prijzen, vertalingen, jubelende recensies, maar ik word ook gestalkt. Brievenschrijvers. Boze mensen die, in verband met de titel van de serie, mij voor nazi uitschelden. Terwijl Hitler met zijn boek beslist niet zichzelf onderzocht. Fans die mij met de boeken in de hand achterna rennen. In de supermarkt word ik gefilmd, journalisten liggen in mijn tuin en er zijn rechtzaken tegen me aangespannen. Niet iets waar ik op uit was. Ik ben een schrijver en onderzoek het leven.

U schrijft over uzelf zonder een blad voor de mond te nemen. Verklaart dat het succes?
Ik heb geen bijzonder leven geleid. Ik denk dat het komt omdat de boeken veel invalshoeken hebben. Iedereen kan er wel wat in herkennen. Zijn of haar haak erin slaan. In dit eerste deel moet ik als jongeling mijn draai zien te vinden. Ik beschrijf de invloed die de muziek op me heeft gehad. Sterker nog, het was mijn enige echte kameraad in de bossen en de fjorden. Het gebied in Noorwegen waar ik ben opgegroeid is een metafoor voor eenzaamheid.

Natuurlijk waren er meisjes en alcohol en mijn autoritaire vader wiens harde hand ik zo veel mogelijk probeerde te vermijden. Hij was een leraar van de klassieke soort. Hij duldde geen tegenspraak.

Het is ook een boek over de worsteling van de schrijver?
Zeker. Het gaat over een gewone jongen die een droom heeft. Die met een bandje wereldfaam wil verwerven, die grote literatuur wil bedrijven. Elke jongeling heeft dat toch? Als tiener denk je dat je alles weet. Je bent megalomaan en tegelijkertijd zit je vol angsten en twijfels. Dat wilde ik nauwkeurig vastleggen. Het is wel ironisch dat juist deze zoektocht, die ik vrijwel in een soort lange roes heb geschreven, door derden als grote literatuur wordt bestempeld. Dat is weer dat dubbele. Alsof ik tussen twee spiegels in sta. En het publiek houdt nu eenmaal ook van aapjes staren. Dus zó gaat het er in huize Knausgård aan toe.

Het boek heeft een bitter einde. De vader in het boek zuipt zich letterlijk dood. Toch lijkt het een eerbetoon?
Het is jammer dat sommige van mijn familieleden dat niet in hebben willen zien. De familie van vaderskant heeft elk contact met mij en mijn broer verbroken. Ze spannen zelfs rechtszaken tegen me aan. Toen ik dit boek aan het schrijven was, realiseerde ik me pas hoeveel ik eigenlijk van mijn vader hield. We woonden in één huis, we waren op dezelfde tijd verliefd, begonnen op dezelfde tijd met drinken – hij iets zwaarder dan ik – en we wisten het niet van elkaar. Toen ik over hem schreef, kon ik pas een relatie met hem aangaan.

Ook omdat u toen inmiddels zelf vader was?
Op dat moment realiseer je je pas, dat je tussen twee generaties zit. Hoe ga ik om met mijn kinderen? Sijpelt mijn vader in mij door? Ik heb veel gedronken, als een rockster geleefd. Ik was bang dat ik misschien de kant van mijn vader op zou gaan. De woede van de jeugd is afgezwakt. Ik ben milder geworden. Ik begrijp mijn vader nu ook beter. Hij werd geslagen en sloeg vervolgens zijn kinderen ook. Toen ik zonder enige reden tegen mijn dochtertje uitviel – een slapeloze nacht, veel gedronken, een moeilijke passage geschreven – ben ik bij mijzelf te rade gegaan. Toen ben ik met deze cyclus begonnen.

Wat volgt? Het lijkt lastig om hierna nog een ‘gewone’ roman te schrijven?
Ik ben pijnlijk eerlijk geweest. Heb veel aan mijn omgeving moeten uitleggen. Ik had niet verwacht dat dit experiment, deze serie ‘zelfhulpboeken’, in de letterlijke zin van het woord, zoveel belangstelling zou krijgen. Ik heb alle fjorden van mijn ziel laten zien. Het is aan mij om nu een plekje voor mij en mijn gezin te vinden.

Min Kamp kan toch bijna niet voor de volle honderd procent autobiografisch zijn?
Ik heb mijn leven op het spel gezet, dat was ook de ambitie. Ik wilde zo eerlijk zijn als mogelijk, maar dat tot in detail tot het einde vol te houden is onmenselijk. Op een paar plekken heb ik nog wel een masker gedragen.
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)