Interview met Lars Mytting
'Ik ben er van overtuigd dat je voor elk verhaal de stijl en de vorm moet veranderen'
Door Guus Bauer (13 december 2016)
De Noor Lars Mytting (1968) oogstte in 2015 alhier succes met zijn met de Noorse Boekhandelsprijs 2014 bekroonde roman Vlamberken. Tegelijkertijd verscheen zijn non-fictie boek De man en het hout, die ook hier net als in zijn thuisland de status van een houtbijbel kreeg. Met het verschijnen van zijn debuut Paardenkracht is zijn hele oeuvre beschikbaar voor de Nederlandse lezer, al ligt er nu een nieuwe roman op de Noorse persen. Alle drie de titels zijn in feite protestboeken, onderhoudende werken die vechten voor het recht op individualisme.

Laatbloeier
Paardenkracht is het verhaal over een tegendraadse pompstationhouder die vasthoudt aan oude waarden. De klassieke strijd van de eenling tegen het oprukkende consumentisme. Het boek verwierf een ware cultstatus, sprak vooral ook niet-lezers heel erg aan die hun eigen wereldje zagen instorten door de vooruitgang.

Mytting: 'Je zou kunnen zeggen dat ik een laatbloeier ben, mijn eerste roman dateert uit 2006. Ik voelde altijd de behoefte om te schrijven, maar ik koos, zoals wel vaker in mijn leven, de gemakkelijke weg: artikelen voor kranten en tijdschriften en redigeren van andermans werk. Tot de drang tot het schrijven van wat mij werkelijk beroerde zo groot werd, dat ik het niet meer kon verdragen. Ik begon aan Paardenkracht de dag nadat mijn tweeling was geboren. De meest ongunstige tijd natuurlijk, maar op een bepaalde manier kon ik toen pas rust vinden. Én de vooringenomenheid van het Zuidelijke verstedelijkte deel van Noorwegen ten opzichte van het rurale midden waar ik woon, begon steeds meer aan me te knagen.'

'Ik kom wat thematiek betreft steeds weer terug bij de zo goed als solitair levende man die weinig commentaar geeft, maar bij wie het van binnen danig brandt. Die dat vuur maar uiterst zelden laten zien, die schuw is voor reflectie op dergelijke emotionele vlammen. In hun bezigheden kunnen ze zich wel volledig uiten: de juiste manier om bomen te hakken, het brandhout te kloven en ter droging te stapelen, of zoals in mijn debuut het repareren van klassieke auto's. Het zijn de mensen die waarschijnlijk het meeste moeite hebben met de verregaande digitalisering van de wereld. Ze vertalen affectie naar degelijke fysieke arbeid. Een goed stuk afgeleverd werk bezorgt hen dankbaarheid en respect, een gewaardeerde positie in de samenleving.'

Vlamberken
De roman Vlamberken is wat klassieker opgezet, leunt vooral in het begin op een zeker poëtisch taalgebruik en is voornamelijk een zoektocht van de jonge verweesde boer Edvard uit midden-Noorwegen naar zijn altijd voor hem verzwegen, beladen verleden. Een roman die het individu projecteert op het scherm van de grote geschiedenis van de vorige eeuw, waarbij 'toevalligheden' een grote rol spelen. Vlamberken heeft ook de strijd van de eenling om buiten de mal te mogen leven als onderwerp, maar is toch meer een historische roadnovel. Paardenkracht is nog doorleefder omdat het psychologisch sterker invoelbaar is aangezet.

'Het was gemakkelijker om in Paardenkracht het decor vast te houden. Het pompstation is zijn kasteel, daar is hij omringd door alles wat hij liefheeft, daar bewaart Erik Fyksens zijn dierbare herinneringen. De auto's, de motorblokken zijn voor hem sculpturen. Hij is een beeldhouwer met tang en moersleutel, een fikser die bijna elk technisch probleem kan oplossen, maar die onbeholpen is in het contact met mensen, al zeker wanneer het de liefde betreft. Erik verzet zich met hand en tand tegen de veranderingen. Hij kan en wil zich niet bevrijden. Pas tegen het einde geeft hij uiteindelijk toe. Edvard in Vlamberken breekt gelijk vanaf de start van het boek los.'

Onderhoud
'Ik ben er heilig van overtuigd dat je voor elk verhaal dat je vertelt de stijl en de vorm moet veranderen. Dat een verhaal eigenlijk zelf een passende vorm kiest. Mijn nieuwe roman is een heel duister, uithollend verhaal over een officier in het ijzige hoge noorden. De taal in dat boek werd van lieverlee, passend bij het woeste decor, bruut, op het gewelddadige af. De atmosfeer in Paardenkracht werd door de vele klassieke auto's - een uit de hand gelopen hobby van me - als vanzelf nostalgisch, geestdriftig, bewonderend.'

'Erik realiseert zich dat hij leeft aan het einde van een tijdperk. Zijn belangrijkste drijfveer is aan het werk te zijn, zijn nut voor de samenleving te bewijzen. Ja, hij staat symbool voor de velen die ongewild door de digitalisering aan de kant staan. Ik denk dat binnen niet al te lange tijd het woord "onderhoud" voorgoed een reliek uit het verleden zal zijn. We zijn langzaam toegegroeid naar een vervangings- c.q. wegwerpeconomie. Er wordt niet meer geleerd hoe je iets kunt repareren. Veel handwerk dreigt uit te sterven. Het idee iets te kopen dat een leven lang meegaat, of zelfs van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven, is totaal verwaterd, wordt zelfs ouderwets, ridicuul, excentriek gevonden. De echte waarde van goederen, de waardering voor een ambachtelijk gemaakt product verdwijnt. In Vlamberken zijn juist de oude Engelse producten heel gewild. Vintage.'

'Deze ontwikkeling - verbeterde versies die zich bijna om de maand aandienen - levert voor de jongere generaties een paradox op. Ze worden steeds milieubewuster, willen groen leven, maar tegelijk worden de technische grenzen steeds meer opgerekt. De auto's hebben steeds minder uitstoot. Weer een nieuw innovatie, maar men realiseert zich eigenlijk niet dat het leidt tot consumentisme, tot het steeds weer aanschaffen van het allernieuwste paradepaardje. Met extra vervuiling door de opgevoerde productie tot gevolg. De personages in mijn boeken leven een duurzaam leven, op kleinere schaal, eenvoudigweg door goederen te repareren in plaats van te vervangen. Erik Fyksens is op deze manier, ondanks dat hij Amerikaanse sleeën repareert die behoorlijk vervuilen, toch een milieubeschermer omdat hij de klassiekers draaiende houdt.'

Terug naar de basis
Vooruitgang hoeft helemaal geen verbetering te zijn. Wanneer je niet meegaat in de vaart der volkeren, word je al snel gezien als een zonderling, een buitenbeentje. Het is het leven van gadget naar gadget. Bij zeer hoge uitzondering wordt de non-conformist niet opgeslokt door de dwingende moraal van de grote gemene deler.

'Wanneer je het even beperkt tot de autotechniek, dan blijft er op een gegeven moment niets anders over dan iets wat niet meer functioneert maar van de hand te doen. Monteurs zijn steeds meer computeroperateurs geworden die cursus naar cursus moeten volgen om een motorblok nog te kunnen lezen. In De man en het hout ga ik helemaal terug naar de basis. Met een bijl, een paar liter benzine en een simpele kettingzaag, kun je in een van de basisbehoeftes voorzien. Of in twee, als je een blokhut bouwt. We hebben lucht nodig, iets te eten, een dak boven ons hoofd en in de winter warmte. Willen we soms niet te veel? Ik woon in een simpel huis, stook in de winter met hout dat binnen een cirkel van tweehonderd meter rondom is gegroeid. Elk jaar weer, terwijl het bos niet wordt uitgedund. En net zoals Erik ben ik een groot voorstander van ruilhandel. Hij repareert de auto van de tandarts, de tandarts repareert met gesloten beurs zijn gebit. In een kleine gemeenschap komen de vaardigheden van de mensen meer tot hun recht. De mensen openen zich meer voor elkaar, ze maken meer echt contact.'

De digitalisering lijkt voor een soort nieuwe eenzaamheid te zorgen. Ieder voor zich op zijn eigen telefoon of tablet, babbelend met vaak virtuele vrienden, bijna zonder uitzondering gelijkgestemden. De nieuwsgierigheid lijkt samen met de ambachtelijke vaardigheden in rap tempo te verdwijnen.

Mannen die nooit lezen
'Wanneer je vroeger in een encyclopedie iets opzocht, dan was je geneigd om ook bij de naastgelegen lemma's te kijken. Voor je het wist, reisde je de hele aardbol af. Het hele analoge systeem is opgezet om een breder beeld te krijgen. De digitalisering dwingt je om een specialist te zijn, om in kleinere vertrekken rond te lopen. De digitale wereld zorgt voor een zekere kloonvorming. Een ideaalbeeld waar kennelijk iedereen aan moet voldoen. Heel mediocre allemaal. Toen ik met het manuscript - ja ik heb Paardenkracht met de hand geschreven - bij de uitgever kwam, wilden ze het sterk redigeren, het meer "mainstream" maken. Er is in de eerste drie hoofdstukken al sprake van een automerk of veertig. Ze dachten dat het in deze vorm geen publiek zou kunnen trekken. Het werd een cultboek, door het symbolisme en door de gedrevenheid van Erik. Enorm veel mannen konden zich in hem spiegelen. Veel mensen die normaal nooit, of maar zelden, een boek lezen, kochten het uit solidariteit. Het boek als een uitlaatklep van hun irritatie over de weg die we zogenaamd allemaal moeten volgen. De weg die minder ruimte overlaat voor persoonlijke interpretatie. Het boek is omarmd door grote groepen die met de doorsnee Noorse roman, die hoe briljant ook, nog weleens zucht onder navelstaarderij, niets op hebben. Erik Fyksens werd hun vriend in de strijd voor het behouden van oude tradities. Ik ben specialist geworden in boeken voor mannen die nooit lezen.'

'Er is een zekere angst om boeken te verdelen in boeken voor mannen en boeken voor vrouwen. Wat rechten betreft moet er naar gestreefd worden dat de beide seksen gelijk zijn. Maar er is toch echt verschil in denken, in reageren. Wat mij vooral opvalt is dat het heel gemakkelijk is om de verbeelding aan te laten slaan van vooral jonge mannen die niet tot de traditionele literatuurlezers behoren. Ze hebben niet echt veel nodig om zich te kunnen vereenzelvigen met de mentale staat van de personages. Je hoeft alleen maar een kleur van een automerk aan te geven en ze zijn binnen. Er is al jaren een verschuiving gaande naar academische scholing in Noorwegen. Men zal het in alle toonaarde ontkennen, maar op mensen die met hun handen werken wordt toch een beetje neergekeken. Heel veel ambachtelijke kennis verdwijnt, er worden handwerkslieden uit Polen ingevlogen. Mijn overgrootvader was een meubelmaker. Ik heb nog steeds zijn kasten, tafel en stoelen. Ze zullen mij ook overleven, maar het is de vraag wat de volgende generatie ermee doet.'

Verzwijgen
Vlamberken verhaalt ook over de gevolgen van verzwijgen. De problematiek die van generatie op generatie wordt overgedragen, die bijna zonder uitzondering zorgt voor een versterking, soms zelfs voor een escalatie, terwijl men niet precies weet wat de kwelling inhoudt.

'Het verzwijgen van een (oorlogs)verleden kan bij elke nieuwe generatie de wond alleen maar vergroten. Ergens is men er van bewust, maar toch worden de kaken op elkaar geklemd. Een vreemd mechanisme. In het geval van Edvard weet hij niet of hij zijn verdriet op de juiste manier uit ten opzichte van zijn dode ouders. De opa waar hij opgroeit weet hoe de vork in de steel zit, net als veel anderen om Edvard heen, maar ze laten hem maar aanmodderen. Ik heb geen persoonlijk verhaal dat hierbij aansluit. Uiteraard werd ik daarover weer door journalisten in Noorwegen doorgezaagd. Ik wilde dat emotionele landschap bezoeken. De verbeelding is koning.'

'Ik lees graag non-fictie, praktische non-fictie omdat het de verbeelding stimuleert door het absorberen van de kennis. Het kan ervoor zorgen dat we het onbekende willen bezoeken. Naar ik heb begrepen zijn er hele volksstammen die na lezing van De man en het hout, ineens weer een oerbehoefte hebbe gevoeld om te gaan hakken, zagen en zelfs blokhutten bouwen. Het opwekken van het enthousiasme. Als je dat met een boek kunt verwezenlijken, ben je een gelukkig mens.'
Delen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)