Interview met Marja Wiebes en Yolanda Bloemen
‘Dichterbij personages kun je niet komen’
Door door Annemiek Neefjes (27 oktober 2006)


‘Er waren momenten dat ik dacht: waar bén ik aan begonnen!’ verzucht Marja Wiebes. Yolanda Bloemen knikt. ‘Die momenten hebben we allebei gehad.’ ‘Maar we wisten elkaar altijd wel weer uit de put te halen,’ zegt Wiebes. Bloemen: ‘Gelukkig deden we het samen.’ Wiebes, ontzet: ‘Zo’n boek in je eentje vertalen: daar moet je niet aan denken!’

Kort geleden verscheen van Wiebes en Bloemen de 1600 pagina’s tellende vertaling van Oorlog en vrede. Ruim vier jaar werkte het vertaalduo aan het Russische meesterwerk van Tolstoj. Nu zitten we thuis bij Wiebes om terug te blikken op die intensieve periode. Maar om in het heden te beginnen: de kritieken op de vertaling zijn ronduit lovend. ‘Soepel’, ‘sprankelend’, ‘vindingrijk’, ‘diamanthelder’: het zijn maar een paar voorbeelden van lyrische complimenten aan het adres van de vertaalsters. Bloemen las de recensies met ongelovige ogen, vertelt ze. Op zoveel enthousiasme, op zoveel lof, had ze niet gerekend. Nu al is de eerste druk van vierduizend exemplaren uitverkocht. Vlak voor sinterklaas, op 4 december, verschijnt een tweede druk.

Een werk van wereldformaat
‘Dat het zo goed verkoopt, ’ zegt Wiebes, ‘komt misschien omdat iedereen zo’n werk van wereldformaat gelezen wil hebben. Bij een nieuwe vertaling denken mensen: nu moet het er maar eens van komen.’ Bloemen: ‘Het mooie is dat door het vertalen de schrijver Tolstoj voor mij opnieuw tot leven is gekomen. Het besef van zijn literaire grootheid was na mijn studie Russisch toch een beetje vervaagd. Ik dacht vooral aan hem als de fanatieke moralist die hij pas later werd. Nu weet ik dat geen enkele andere roman zo tot in de nuances het menselijk handelen en denken beschrijft. Dichterbij personages kun je niet komen.’

Ze noemen de ene na de andere scène waar ze tijdens het vertalen van hebben genoten. ‘De dood van Andrej,’ roept Bloemen op dramatische toon, ‘adembenemend beschreven!’ ‘Graaf Ilja Rostov, die helemaal opgewonden het banket voorbereidt, en als het zover is: wat er dan allemaal op tafel staat …’ valt Wiebes in. ‘Of Pierre,’ gaat Bloemen verder, ‘dat is ook een mooi personage: zijn schutterigheid, zijn existentiële twijfels, en dan de ontluikende liefde tussen hem en Natasja.’


Tolstoj publiceerde Oorlog en vrede in 1869. Het boek speelt in de periode van de Napoleontische oorlogen tegen Rusland (begin negentiende eeuw) en beschrijft zowel uitvoerig de veldslagen als de levens van een aantal aristocratische families in Petersburg. Bloemen kan zich nog herinneren dat ze het boek voor het eerst las tijdens haar studie. Ze viel toen vooral voor de vele verfijnde salongesprekken. De lange beschouwingen van Tolstoj over het leger, de moraal, de geschiedenis, konden haar minder bekoren.

Wiebes las het boek voor het eerst op haar vijftiende, maar pas toen ze het boek vertaalde, kwam ze erachter hoe schitterend de familiegeschiedenissen en het verhaal van de oorlog met elkaar verweven zijn. ‘Ze vormen een geheel, het klopt allemaal precies.’

Vertalen wat er staat
Wiebes en Bloemen, die elkaar van hun studie kennen, hebben sinds 1978 samen meer dan twintig Russische werken vertaald, vooral van grote namen als Tsjechov, Sjalamov, Toergenjev en Gontsjarov. Daarnaast vertalen ze ook onafhankelijk van elkaar. De vertaalsters wonen in Leiden in dezelfde straat. Voor het megaproject Oorlog en vrede kwamen ze wekelijks bij elkaar over de vloer. De een las een stuk vertaling voor, de ander luisterde of de zinnen lekker liepen en las de Russische tekst mee om eventuele vertaalfouten te ontdekken. Verschilden ze van mening, dan discussieerden ze erover. De verbeterde versie lazen ze daarna allebei nog eens helemaal over. ‘Een ijzeren formule,’ zegt Bloemen. Wiebes: ‘Ik sluit me daarbij aan.’

Bij ieder boek dat ze samen vertalen vinden ze gemakkelijk de juiste stijl en toon. Ze verschillen daarover zelden van mening. Hoe dat kan, weten ze zelf ook niet. Ze studeerden bij Karel van het Reve, die ze leerde te ‘vertalen wat er staat’. Van hem hebben ze in ieder geval eenzelfde vertaalopvatting meegekregen.

‘Je veroorlooft je bij het vertalen natuurlijk altijd vrijheden,’ zegt Wiebes, ‘maar met “vertalen wat er staat” bedoelde Van het Reve dat je in je vertaling zo precies mogelijk moet zijn. Charles Timmer, een generatie ouder dan Van het Reve, vertaalde zo bloemrijk dat het leek of personages vooral in spreekwoorden spraken. Als er in het Russisch “het is bedtijd” zou staan, zou Timmer ervan maken: “Het wordt zo langzamerhand geloof ik tijd om de koffer in te duiken.”’

Verschillen liggen voor het oprapen
Wiebes en Bloemen vinden de vorige vertaling van Oorlog en vrede evenmin weinig precies. Die vertaling, gemaakt door H.R. de Vries, is vijftig jaar oud. Wiebes: ‘Aanvankelijk gaat het nog wel goed, maar gaandeweg vertaalt hij er steeds vaker maar een beetje omheen en soms laat hij zelfs hele stukken weg. We ontdekten ook dat hij gedeelten vanuit het Engels vertaald moet hebben. Hij schrijft bijvoorbeeld: “Waar moeten we de winkels laten?” Een hele rare zin. In het Russisch staat: “Waar moeten we de voorraden laten?” In de Engelse vertaling wordt voor het woord “voorraden” “stores” gebruikt, en dat kan ook winkels betekenen. Daar had hij het vandaan.’

De verschillen tussen De Vries en de nieuwe vertaling liggen voor het oprapen. Waar De Vries ‘ten offer brengen’ schrijft, kiezen Wiebes en Bloemen voor ‘opofferen’. ‘Het leger trachten te bestieren’ van De Vries luidt bij het duo ‘zijn best doen het leger zo goed mogelijk te leiden’. Of, om nog een voorbeeld te geven: ‘Dat was de reden van Rostows opvliegendheid’ is bij het duo simpelweg ‘En daarom werd Rostov kwaad.’ Wiebes zoekt de passage op in de Russische uitgave. ‘Er staat echt ”kwaad” hoor,’ zegt ze. Bloemen: ‘De Vries wil het mooier maken. Tolstoj is er juist goed in om emoties in alledaagse taal uit te drukken. Veel vertalers hebben de neiging een tekst wat op te doffen, alsof ze zelf iets willen toevoegen.’

Vorig jaar verscheen een beknopte versie van Oorlog en vrede, vertaald door Peter Zeeman. Ook hier vallen de verschillen onmiddellijk op. Zeeman heeft het over ‘pareerde’, Bloemen en Wiebes vertalen gewoon ‘antwoordde’. Bij Zeeman ligt ‘een stralende uitdrukking’ op een gezicht, bij het duo een minder geëxalteerde ‘vrolijke uitdrukking’. Wiebes en Bloemen vinden het sprekende voorbeelden waarin de vertaling ‘bigger’ is dan de tekst.

Ieder detail begrijpen
Wanneer de vertaalsters met een passage worstelden, zat er maar een ding op: terugkeren naar de tekst, keer op keer, totdat ze wisten: nu begrijp ik wat er staat. Bloemen weet nog dat ze de gedachten van Natasja na de dood van Andrej ongrijpbaar vond. ‘Ze probeert zijn dood te bevatten en haar eigen lijden als geluk te begrijpen. Heel lang wist ik niet zeker of ik haar goed begreep.’

Wiebes vond de militaire passages het meest ingewikkeld. ‘We hebben er heel wat handboeken en encyclopedieën op na moeten slaan,’ vertelt ze. ‘Het ergste was epiloog II, de “slotbeschouwing over de wetten van de geschiedenis en de vrije wil”. Daar heb ik echt mijn hoofd over gebroken. Als de lezer het leest en het interesseert hem niet, slaat hij het gewoon over, maar als vertaler moet je ieder detail begrijpen en het ook nog over kunnen brengen.’

Het laatste jaar viel de vertaalsters behoorlijk tegen. De vertaling was af, maar het corrigeren van de drukproeven bleek nog tergend veel tijd te kosten. En ze moesten nog een verklarende woorden- en namenlijst maken, een nawoord schrijven en, op verzoek van de uitgever, een korte inhoudsbeschrijving per hoofdstuk toevoegen. De kritiek was enthousiast over deze extra’s, omdat ze de toegang tot de complexe roman vergemakkelijken.

Inmiddels werken Wiebes en Bloemen aan andere vertalingen. Een roman van het formaat van Oorlog en vrede zullen ze nooit meer doen. Kúnnen ze nooit meer doen, zegt Bloemen, want ‘Oorlog en vrede is de ultieme roman. Die kan door geen enkel werk overtroffen worden.’ Rijk zijn de vertaalsters er niet van geworden. Van het Fonds voor de Letteren ontvingen ze een werkbeurs van vijfduizend euro per jaar. ‘Men vond,’ zegt Wiebes spottend, ‘dat de vertaling van De Vries nog voldeed.’ Om rond te komen moest Bloemen een administratieve deelbaan nemen. Wiebes wijst naar een rijtje ingelijste fotoportretten op de schouw. ‘De vertaling zal mij overleven,’ zegt ze dan tevreden. ‘Mijn kinderen en kindskinderen kunnen van Oorlog en vrede genieten.’
Delen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)