Interview met Thomas Rosenboom
‘De roman beschrijft het ideale leven dat ik in die tijd voor me zag’
Door Guus Bauer (1 november 2012)
Thomas Rosenboom (Doetinchem, 1956) won als enige auteur ooit tweemaal de Libris Literatuur Prijs. Voor opeenvolgende boeken zelfs: Gewassen vlees (1995) en Publieke werken (2000). Sindsdien geldt hij als een van de sterkste stilisten van het Nederlandse taalgebied. Zijn nieuwste roman wordt vanavond met een spektakel verwelkomd dat doorgaans voorbehouden is aan nieuwe cinematografische hoogstandjes. De titel verklaart alles: De rode loper. Barry Hay, zanger van de Golden Earring, neemt het eerste exemplaar in ontvangst en multitalent Ellen ten Damme zingt en draagt een stuk voor. Circusartieste als ze is, zal ze dat waarschijnlijk balancerend op haar handen doen.

Hoofdpersonen in De rode loper zijn twee Gelderse jongens. Het examen van de middelbare school in Arnhem zit erop en de lichting van 1973 dromt naar buiten. Lou Baljon heeft een bijzonder fors postuur, Eddie van de Beek is daarentegen tenger. Ze hebben beiden geen schoolvrienden en kennen elkaar eigenlijk ook nauwelijks. Op de valreep zijn ze erachter gekomen dat ze eenzelfde toekomst voor zich zien: tegen de stroom in. Lou wil in de bijstand en zijn tijd doorbrengen als roadie van de plaatselijke band Shout. Eddie wil journalist worden, het liefst bij een grote krant of een gerenommeerd weekblad. Lou gaat in Arnhem bij een hospita wonen en Eddie blijft in zijn woonplaats Zevenaar, waar hij een aanstaande heeft, een wijkverpleegster.

Het ideale leven
De rode loper begint met onvervalste bandjesromantiek. De auteur speelde zelf bas in een lokaal bandje. Rosenboom: ‘In die tijd droomde je over torenhoge versterkers en in mijn geval over de aanschaf van een echte Fender. Ik heb nooit meer bereikt dan een imitatie Rickenbaker. De roman beschrijft het ideale leven dat ik in die tijd voor me zag: iedere dag doorbrengen in je oefenruimte, een beetje spelen en vrienden en vooral ook meisje die langskwamen. Ons bandje heette niet voor niets Utopia. Het belangrijkste attribuut van de oefenruimte was de koelkast.’

Al in zijn vorige roman Zoete mond kwam de historische romanschrijver bij uitstek dicht bij zijn eigen wortels. Ditmaal lijkt hij ook schrijftechnisch een andere weg te zijn ingeslagen, al valt er voor de rechtgeaarde taalliefhebber nog genoeg te genieten. Rosenboom: ‘Ik heb ditmaal minder versleuteld verteld. De roman is stilistisch meer opengewerkt. Ik wilde vooral het enthousiasme uit die tijd overbrengen. De opofferingen die we ons getroostten om aan een gitaar te komen. Ik koos de bas omdat het instrument net aan een melodische emancipatie was begonnen. Het verhaal moest in mijn ogen sec worden geschreven. Ik moet zeggen dat ik er veel schrijfplezier aan heb beleefd, ondanks de vrij strakke deadline.’

Ongekende mogelijkheden
Dat plezier draagt de tekst ook uit. Het zou zo maar kunnen dat de schrijver met deze roman een nieuw publiek aanboort, al is het duidelijk dat het hem daarom niet te doen is geweest. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw waren de mogelijkheden voor jongeren naar Nederlandse begrippen onbeperkt. Rosenboom laat in deze roman zien dat het geluk je kan opbreken. Zodra Eddie terechtkomt bij De Gelderlander, een prima krant daar niet van, krijgt hij het lokale katern onder zijn hoede. Waar hij grootste politieke stukken dacht te schrijven, bericht hij nu over kermissen en uitstapjes van wethouders. Je ziet de bui al hangen wanneer hij zijn naam verandert in Eddie van de Week. Een voorbode van een mislukt leven. Rosenboom: ‘Direct na de middelbare school begint doorgaans de carrière. Je begint met niks. Lou en Eddie hadden juist ongekend veel mogelijkheden, maar hun handen worden leger en leger.’

En passant kaart Rosenboom nog een van de weinige taboes op seksgebied aan. ‘Er is een soort damesbladennorm. Tweemaal per week moet er toch wel op z’n minst een daad worden gesteld. Allemaal onzin. Je kunt over parenclubs praten of over sm, maar over het feit dat je niet meer aan seks doet, wordt niet gepraat. In het geval van Eddie is getrouwd zijn bijna een garantie voor seksuele inactiviteit.’

Feest in de bus
In tegenstelling tot Eddie is Lou tevreden met weinig. Hij rijdt de band naar en van optredens, timmert, voor drummer dezes o zo herkenbaar, het slagwerk aan het podium vast en test de microfoon. Meisjes zijn geïnteresseerd in deze grote beer. Wanneer ze hun haren naar achteren gooien, weet hij dat er die avond feest is in de bus. Op een gegeven moment ligt de vloer bezaaid met gebruikte condooms. Lou begint een studio, ergens achteraf in een steeg. De oude loods heeft, hoe tekenend, geen adres. Eddie schrijft een promotieartikel. Het heeft er alle schijn van dat hij in elk geval het leven van Lou zin wil geven. Lou die eigenlijk alles wel best vindt. In wezen wil hij niet af van zijn undergroundleven. Rosenboom: ‘In het geval van Lou kun je spreken over een vertraagde volwassenwording. Hij heeft veel sekscontacten maar een relatie heeft hij nooit gehad. Je zou hem kunnen zien als enigszins contactgestoord. Hij is niet echt geïnteresseerd in anderen. Het is ook te merken aan zijn relatie met Eddie. Die is warm maar tegelijkertijd ook kil.’

Wanneer de studio niet meer draait, kraakt Lou een oude garage in het stadscentrum. Hij begint een bioscoop. Geen reguliere uiteraard. Hij huurt horrorfilms bij videotheken. Met enige goede wil zou je die rolprenten derderangs kunnen noemen. Dan krijgt hij een briljant idee. Waarom niet de gewone man in de spotlichten? Hij rolt voor hen zogezegd de rode loper uit. Het levert hilarische en tegelijk bittere scènes op.

Ergernis
Rosenboom: ‘Ik was een keer bij een manifestatie in Vlissingen getiteld Film by the sea, compleet met rode loper, glazen champagne en limousines. In afwachting van de hoofdfilm werden er beelden van de bezoekers op de rode loper getoond. Ik verbaasde me erover dat ik vol spanning op mijn eigen tronie zat te wachten. Een bijna kinderlijke opwinding. Het is me er niet om begonnen, maar toch ben ik blij dat ik met deze roman ook mijn ergernis kon ventileren over het reality-element van vandaag de dag. Er zijn mensen die altijd maar moeten opvallen, terwijl ze feitelijk niks hebben gepresteerd. Je hoeft bij wijze van spreken maar een raar pak aan te trekken en in een dorp rond te lopen om de pers achter je aan te krijgen.’

Het format van Rosenboom zou ironisch genoeg direct gebruikt kunnen worden. Met succes waarschijnlijk. De lieftallige Lena doet haar intrede in deze schijnwereld. En daarmee de ontroering. In zekere zin is De rode loper ook een troostrijk boek. Lou en Eddie zijn eigenlijk goedzakken. Rock en Roll en Rosenboom, een onverwacht goede combinatie.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)