Interview met Valeria Luiselli
Vertel me het einde
Door Guus Bauer (11 januari 2018)
De Mexicaanse schrijfster Valeria Luiselli (1983) wordt in eigen land een literair enfant terrible genoemd, wel met een liefdevolle ondertoon. Haar teksten zijn eerder onbevangen en intelligent dan tegendraads. Ze bevreemden, stoten af, maar trekken ook ontegenzeggelijk aan, hebben een niet helemaal te duiden stoerheid. Haar oeuvre is aangenaam genrevrij, wars van conventies maar evengoed zeldzaam evenwichtig. In haar nieuwste boek, Vertel me het einde, een essay in veertig vragen, schuift ze het proza-experiment terzijde, maar tegelijk is het toch echt literair ingebed.

Luiselli verblijft in 2014 met man en dochter in New York wanneer ze besluiten om een werkvergunning aan te vragen, een zogenaamde green card. Een ingewikkelde procedure. In afwachting van een besluit over hun status maken ze een autoreis in de richting van de Amerikaans-Mexicaanse grens. Een reis feitelijk in omgekeerde richting. Tijdens die tocht proeft het schrijvende echtpaar pas echt de omvang en de tragiek van het vluchtelingenprobleem in de grensstreek.

Zuid-Amerikaanse vluchtelingen
Luiselli: ‘Het onderwerp dicteerde deze vorm. Zoals het boek De geschiedenis van mijn tanden, geboren werd door gesprekken met fabrieksarbeiders, de verhalen die de sigarenmakers letterlijk aan het draaien houden, is Vertel me het einde geïnspireerd door de geschiedenissen die Zuid-Amerikaanse vluchtelingen mij vertelden, door de vaak schokkende nieuwsberichten en door onze eigen reis naar het zuiden van de Verenigde Staten. De discriminatie die je aan den lijve ondervindt, nestelt zich als een virus onder je huid. Een schrijver heeft het geluk het op papier te kunnen uitzweten.’

‘Ik ben eigenlijk mijn hele leven al obsessief bezig met de vluchtelingenproblematiek, met het schrijven over grenzen, over het begrenzen van mensen. Ik ben begonnen als essayist. Mijn debuut Valse papieren gaat ook over migratie en ballingschap in de dagen van Brodsky. Ontheemdheid is van alle tijden. Allereerst heb je de fysieke grenzen, zoals de Amerikaans-Mexicaanse grens die als een rode draad door Vertel me het einde loopt, maar vooral ook de bureaucratische grens. De onzichtbare scheidslijn die veel indringender, schrijnender is. De advocatenkantoren en de rechtbanken, waar de beslissers door de werkdruk bijna gedwongen worden tot willekeur.’

Het demoniseren van de vreemdeling
‘Mensen worden in dat soort gevallen altijd nummers. Zaken zonder gezicht. Tijdens onze reis naar het zuiden verzamelden wij allerlei plaatselijke kranten en keken we naar lokale nieuwszenders. De berichtgeving in die media is uitgebreider en in vele gevallen ook genuanceerder. Het leek wel of de journalisten daar meer lef hebben. Wettenmakers en rechters in het noorden zouden er goed aan doen om zich eens ter plaatste van de mensonterende omstandigheden op de hoogte te stellen. Het is nu ver van hun bed. Er wordt het idee gewekt dat de vluchtelingenstroom geen Noord-Amerikaanse kwestie is, dat de problemen zich uitsluitend buiten de grenzen in het zuiden afspelen. De weerzinwekkende gedachte dat een muur een einde maakt aan de ellende. Maar Noord- en Zuid-Amerika zijn al eeuwen met elkaar verbonden. De problemen kunnen niet ineens los gekoppeld worden van de geschiedenis.’

‘Het is moeilijk om de regering Obama te bekritiseren, nu Trump aan de macht is, maar juist ten tijde van Obama is de bureaucratische grens aangescherpt. Toen ik dit boek schreef, was Obama nog president. Ik was furieus dat er van kritiek op zijn immigratiewetgeving eigenlijk helemaal geen sprake was. Men was kennelijk tevreden met een president zoals hij. Sinds tijdens zijn tweede regeerperiode de zogenaamde Priority Juvenile Docket van kracht is geworden, hebben asielaanvragers nog maar drie weken de tijd om een advocaat te vinden die hun zaak bepleit. De pro deo advocaten zitten overvol. De immigranten zijn hun geld meestal al kwijt geraakt aan de hachelijke reis, aan de mensenhandelaren die zorgen voor de oversteek. De fondsen van familieleden, ook van de “ontvangende partijen” in de Verenigde Staten zelf, zijn vaak al uitgeput. Om te zorgen dat er geen aanspraak kan worden gemaakt op het recht op gratis juridische bijstand, worden sindsdien immigratiezaken afgehandeld bij de civiele rechtbanken. Op die manier is van een gelijke behandeling van elke individu natuurlijk geen sprake. Het is het demoniseren van de vreemdeling.’

De regering Trump
‘Ik denk dat als er meer druk van de pers was geweest, juist van buiten de Verenigde Staten, dat de regering Obama minder algemeen, minder laf op de crisis had gereageerd. Er was een “comfortabele” stilte ontstaan. Toen vond ik het nodig om Vertel me het einde te schrijven. De schrijver die toch probeert het kleine geluid zo ver als mogelijk te laten klinken. Toen Trump aan de macht kwam, werd de vluchtelingeproblematiek juist weer een algemeen gespreksonderwerp, als respons op de barre maatregelen, de ruwe, gewelddadige behandeling van immigranten, in het bijzonder wanneer ze een wat donkerder huidskleur hebben. Het is vreemd, maar mijn boek is er helaas urgent door geworden. De crisis is verhevigd. Er wordt van alles geroepen. Ook het speciale programma voor minderjarigen zou snel worden geschrapt. Een vreemde gang van zaken, omdat de rechten van het kind internationaal zijn geregeld.’

‘De regering Trump maakt gebruik van shock-politiek. Het afleiden van de werkelijk belangrijke kwesties door het uitvaardigen van draconische maatregelen. Het lijkt erop dat het Amerikaanse bedrijfsleven zo langzamerhand het politieke systeem overneemt. Is het niet wonderlijk dat de bestuursvoorzitters van grote bedrijven nu ook ministerposten bezetten? Je krijgt toch echt het idee dat Trump denkt dat hij het land kan leiden als een bedrijf, zittend aan de top van de pyramide. Wanneer iets hem niet bevalt, dan wordt je ontslagen. Waar is het gezonde verstand. Waarom is Trump nog niet “empeached”? Hoewel dat eigenlijk ook geen oplossing is. In dat geval wordt de vicepresident Mike Pence naar voren geschoven. Een zeer conservatief christelijk persoon, die gelooft dat homofilie met shocktherapie te genezen is.’

Na terugkomst in New York besluit Luiselli om samen met een nichtje als tolk Spaans te gaan werken bij een kleine, gedreven privé-organisatie die het belang van vooral de gevluchte kinderen behartigt. De toestroom is overweldigend.

Aanklager voor het onderdrukte volk
Luiselli: ‘Al snel werden de procedures vereenvoudigd. Dat lijkt een positieve wending, maar in feite is het slechts een politieke beslissing om zo snel als mogelijk van “probleemgevallen” af te komen. Ze achter het grenshek te dumpen. Amerikanen zijn bij uitstek goed in het “outsourcen”. De schuld van de crisis ligt niet alleen bij de bureaucratie van de Verenigde Staten. De regeringen van de Zuid-Amerikaanse landen werken, tegen forse betaling, maar al te graag mee. Hoe kun je je eigen mensen als een soort vee ter onderhandeling gebruiken? Daarom neem ik duidelijk stelling in dit boek. In sommige tijden is het gewoon onverantwoordelijk om je stem niet te laten horen.’

‘Ik ben in Vertel me het einde een soortement aanklager voor het onderdrukte volk. Het werk op zich, het samen met de jeugdige vluchtelingen invullen van het vragenformulier, was bevreemdend, juist voor een schrijver. Er was eigenlijk geen enkele ruimte voor een genuanceerd antwoord op de veertig vragen van het standaardformulier. Je word als vanzelf een interpretator, iemand die na honderden zaken wel weet wat de overheid wil horen. In feite was ik bezig met het schrijven van verhalen. De antwoorden schreef ik in een schriftje, om ze daarna te redigeren, van het klad een nette versie te maken die de meeste kans had om geaccepteerd te worden.’

Paranoia en vreemdelingenhaat
‘Ik ben geen journalist, hoef me ook niet te beperken tot verslaggeving. Er mag een mening blijken uit mijn teksten. Dat is mijn werk, dat is mijn vrijheid. De pijn die het werk mij deed, is irrelevant. Het gaat in dit geval echt om de boodschap, om het vergaren van politiek kapitaal. De rol van Mexico in deze kwestie is beschamend. Ik ben een Mexicaanse van geboorte. Dat maakt het er voor mij niet gemakkelijker op. In de Verenigde Staten voel ik mij wel gesteund. Er zijn groepen van vrijwilligers die met allerlei mogelijke middelen het lot van de immigranten willen verbeteren. Vergelijkbare privé-acties zie je in Mexico niet. Misschien ook wel omdat er in Mexico minder mogelijkheden zijn om zoiets te organiseren. Mijn geboorteland is zo’n beetje het gevaarlijkste land dat er is.’

‘Veel van de mensen die op Trump hebben gestemd, wonen op het platteland. Over het algemeen zijn daar weinig immigranten. Maar de mensen zijn doodsbang, vrezen het onbekende, een verandering van de status quo. Er wordt ze ingefluisterd dat al het kwaad uit het zuiden komt. Drugs, geweld, moord en doodslag en ziektes. De temperaturen in de opvangcentra worden extreem laag gehouden, zo rond de vijf graden, “zodat ziektekiemen geen kans hebben”. De V.S., het land van de onbegrensde mogelijkheden is het land van het extreem aan banden leggen geworden. De discriminatie tegen Mexicanen, tegen Zuid-Amerikanen in het algemeen wordt nu openlijk beleden. Uit de vragenlijst die immigranten krijgen voorgelegd, blijkt de ongekende paranoia en de vreemdelingenhaat.’

De koe met het brandmerk
‘De paradox is dat er altijd goedkope werkkrachten uit het zuiden nodig zullen blijven. De Verenigde Staten zijn niet alleen ontstaan doordat blanke kolonisten van Oost naar West zijn getrokken. Er is altijd ook migratie geweest van Zuid naar Noord. Sterker nog: een groot gedeelte van het zuidelijke grondgebied viel voor de stichting van de V.S. onder de Spaanse kroon. En toch wordt de Spaanstalige populatie nog steeds gezien als een buitenlandse groep. Wanneer ik mijn studenten ernaar vraag, is de rol van Spanje bij de geschiedenislessen nooit aangekaart. In het algemeen is het gevaarlijk om de geschiedenis te vergeten. Daar ligt een taak voor professoren, leraren én voor schrijvers. Kinderen onderwijzen over de complexiteit, de gelaagdheid van het verleden.’

‘Mijn verzameling van nieuwsfeiten met betrekking tot gewelddaden tegen immigranten is overweldigend, surrealistisch eigenlijk. Verkrachting onderweg is de gewoonste zaak van de wereld, vrouwen houden er al rekening mee. Kinderen komen onder de trein, omdat ze niet meer de kracht hebben om zich vast te houden. Drugsbendes moorden hele groepen uit wanneer er niet betaald wordt. Grenswachten aan beide zijden van de Mexicaanse-Amerikaanse grens vernielen watervaten in de woestijn, mishandelen immigranten of schieten ze dood. Net zoals verontruste burgers uit de zuidelijke staten dat doen, gevoed door aannames, door vooroordelen. Iets wat ik pas na het schrijven van het boek vernam – ik kwam een vrouw tegen in de trein die me de littekens liet zien – is dat moeders die erin geslaagd zijn om mee te komen met een kind, maar niet in aanmerking komen om in een opvangcentra te worden opgenomen, weer worden vrijgelaten met een enkelband met een gps-zender. Feitelijk een moderne versie van de koe met het brandmerk, of eerder nog van de slaaf met de enkelketting.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)
Interview met Peter Abelsen Door Guus Bauer (28-08-2018)
Interview met Gunnhild Øyehaug Door Guus Bauer (06-08-2018)
Interview met Marek Šindelka Door Guus Bauer (13-06-2018)