Dr. Wijnaendts Francken-prijs 1969

Winnaar

  • H.U. Jessurun d'Oliveira

    Rapport van de jury voor de Dr. Wijnaendts Franckenprijs

    De jury had volgens het reglement van de Dr. C.J. Wijnaendts Francken-Stichting ‘het best geoordeelde, in druk verschenen, in Nederlands proza geschreven werk, (ditmaal:) zich bewegend op het gebied van essays en litteraire kritiek’ aan te wijzen.

    Deze taakomschrijving heeft haar gedwongen tot uitvoerige gedachtenwisseling over omvang en grenzen van haar terrein. Een letterlijke interpretatie zou b.v. een bibliografie van Nederlandse litteraire kritieken en essays in aarmerking doen komen, hetgeen, naar de jury vermoedt, niet overeenkomt met de bedoeling van de insteller van de prijs. Voorts verschijnen er in onze taal voortreffelijke beschouwingen op zo uiteenlopende gebieden, dat de jury er zeker van was, niet voldoende bekend te zijn met het bestaan van alleszins voor bekroning in aanmerking komende publikaties wanneer men het begrip ‘essays’ in de ruimste zin zou interpreteren. Bovendien hield zij zich niet voor competent om de inhoudsaspecten van talrijke essays op buiten-litterair terrein op verantwoorde wijze in haar overwegingen te betrekken.Op grond van deze motieven en van de beperkingen, voortvloeiende uit haar samenstelling, heeft zij gemeend zich te moeten bepalen tot de litteraire kritiek en de essayistiek met een litterair object. Verscheidene naar haar mening belangrijke werken op gebieden als muziek, politiek, geschiedenis, staathuishoudkunde en godsdienstwetenschap, en dientengevolge ook van litteratuurgeschiedenis in strikte zin, heeft zij daarom buiten beschouwing gelaten. Daarnaast heeft zij besloten, ook geschriften van reeds eerder met een essayprijs onderscheiden auteurs niet ter bekroning voor te dragen.

    De jury hoopt dat haar opvolgster in 1972 hetzij in een gewijzigd reglement, hetzij in haar benoemingsbrief, een duidelijker taakomschrijving zal vinden, en dat de selectie van de leden zal worden aangepast aan een herziene en verduidelijkte interpretatie van art. 5 van het reglement. Zij is namelijk van mening dat de keuze waartoe zij door haar samenstelling gedwongen is geweest, het begrip ‘essay’ beperkt in een zin die geen recht doet aan het karakter van de Maatschappij.

    Na het aanbrengen van de bovenaangeduide beperking was de groslijst waaruit de jury meende te moeten kiezen, aanzienlijk kleiner geworden. Het doet haar genoegen, te kunnen constateren dat door de aldus verkregen reductie van het aantal kandidaten voor de Wijnaendts-Franckenprijs de basis bleek te zijn gelegd voor een eenstemmig advies, en wel tot bekroning van de bundel ‘Vondsten en bevindingen. Essays over Nederlandse poëzie’, door H.U. Jessurun d'Oliveira (Amsterdam, Polak & Van Gennep, 1967).

    Men weet hoezeer de activiteit van het tijdschrift Merlyn in de jaren 1963/1966 op het gebied van de Nederlandse litteraire kritiek de gemoederen in beweging heeft gebracht. Onverschillig welk standpunt men ten aanzien van de ‘merlinistische’ benaderingswijze inneemt, - verscheidenen bleken van mening dat er onder het mom van controleerbare uitspraken al te veel eer werd bewezen aan de naamgever van het periodiek, - niemand kan ontkennen dat deze vorm van litteratuur-interpretatie het kritische klimaat van de jaren na 1962 in belangrijke mate heeft bepaald, zowel door de instemming als door het verzet die hij opriep. Eveneens is het duidelijk dat D'Oliveira daarin een opmerkelijk aandeel heeft gehad door zijn scherpzinnige analyses met hun dikwijls sterk polemische inslag.

    In de eerste plaats is de jury tot haar beslissing gekomen op grond van de eigen kwaliteiten van D'Oliveira's beschouwingen, die, onder erkenning van hun duidelijk eenzijdige gerichtheid, bij herhaling bijzonder verhelderend zijn gebleken. Daarnaast wilde zij door de voordracht tot bekroning het activerende karakter van dit werk gehonoreerd zien.

    G.W. Huygens
    J.J. Oversteegen
    A.L. Sötemann
    C.F.P. Stutterheim
    C.A. Zaalberg

    De heren Dr. G.W. Huygens en de voorzitter wensten de heer Mr. H.U. Jessurun d'Oliveira geluk, waarna de bekroonde een dankwoord uitsprak.

    Wanneer men op bijeenkomsten met een formeel tintje in welgekozen bewoordingen zijn gevoelens probeert te vertolken, verwisselt men doorgaans veiligheidshalve zijn persoonlijke moordkuil voor de verharmlosende gemeenplaats. Ik wil u niettemin een korte inventaris geven van de bevolking van evengenoemde moordkuil.

    In de allereerste plaats ben ik natuurlijk zonder meer verheugd over de toekenning van de dr. Wijnaendts Franckenprijs, een prijs die door de respektabiliteit van de verlenende instelling en de Magnifizenz van de jury hoog genoteerd staat op de beurs der literaire bekroningen.

    Daarnaast kan ik mij niet ontveinzen dat de verdubbeling van het aan de bekroning verbonden geldsbedrag mij met onverholen vreugde vervult. Bij de verjongingskuur waartoe de Maatschappij onlangs besloten heeft kan de therapeutische aderlating niet gemist worden. In casu wordt deze ouderwetse geneeswijze toegepast door iemand, die wel wordt beschouwd als een uit het werk van Molière weggelopen, klisteerspuiten zwaaiende en potjeslatijn uitbrakende kwak, die niet zozeer gekonsulteerd als wel aan de kaak gesteld dient te worden.

    In de derde plaats stemt het mij tot voldoening dat in de tovenaarsleerling de tovenaar Merlyn geeerd wordt, die ‘het kritische klimaat van de jaren na 1962 in belangrijke mate heeft bepaald’, zoals het juryrapport opmerkt.

    Anderzijds voelt een bekroonde zich ook slachtoffer. Susan Sontag heeft in haar prikkelende bundel essays ‘Against Interpretation’ de opvatting verdedigd, dat ‘interpretatie de wraak van het intellekt op kunst is’. Hierin zit een kern van waarheid, maar de stelling is te beperkt geformuleerd. Ook Vestdijk huldigt een dergelijke ressentimentstheorie, maar dan niet uitsluitend voor de inhoudelijke analyse, maar voor de hele kritische aktiviteit. Ik leid hieruit de deelstelling af, dat een jury-rapport de wraak van de jury op de bekroonde is.

    Interpreteert men - Susan Sontag ten spijt - het juryrapport, dan bespeurt men een zekere neiging, mogelijk geïntroduceerd door de mij toegeschreven polemische inslag, om op enige afstand de tanden te ontbloten.

    Tenslotte. Een bekroning periodiseert. Een vloeiende aktiviteit wordt afgetapt, op flessen getrokken en van etiket voorzien. Ik denk hierbij aan het motto dat ik aan Vondsten en bevindingen heb meegegeven. Het zijn twee regels uit Alexander Pope's Essay on Criticism, waarin de vier stadia van een bepaald type schrijversloopbaan zijn samengevat:

    Some have at first for Wits, then Poets past,
    Turn'd Critics next, and proved plain fools at last
    .

    Ik vrees nu dat na de eervolle kanonisering van de derde, kritische fase, de eindtoestand der totale versimpeling niet ver meer zal zijn.

    Het was helaas niet gelukt de televisie voor dit gedeelte van de vergadering enthousiast te maken. Dat lukte wèl bij de radio. Zowel de Nederlandse als de Vlaamse radio hebben het programma opgenomen en gedeelten er van uitgezonden.

Naar de overzichtspagina

Delen