Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 1996

Rapport:

Nota van de jury kinder- en jeugdboeken:

Het waren boeiende maanden voor de kinder- en jeugdjury. Globaal lag het peil van de boeken hoger dan vorig jaar. Toch verbaasden we ons over heel wat inzendingen: soms best leuke boekjes maar zonder enige originaliteit op welk gebied dan ook. Wordt van de uitgever niet verwacht dat hij/zij alleen het beste van de jaarproductie inzendt? Anderdeels viel het, net als vorig jaar, op dat sommige uitgevers helemaal niet meededen, terwijl anderen, een paar, naar ons gevoel belangrijke, boeken vergaten in te sturen.

Onze jury las 150 boeken bestemd voor lezers tussen 3 á 4 en 17 jaar. Een kleine helft zit boven de middelmaat van wat de boekenwereld kinderen zoal aanbiedt. De selectie van vijf boeken waarvan één De Gouden Uil zal worden, verliep moeizaam. Er bleven lang zes boeken over. Moeten kiezen was bijna verscheurend….

De jury van de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 1996:
Tilly Stuckens, voorzitter
Jan van Coillie
Annemie Leysen
Jan Smeekens
Herman Verschuren




Winnaar

  • Anton Quintana - Het boek van Bod Pa

    Een boek dat tijd en wat inspanning vraagt maar wie de investering opbrengt, wordt daarvoor beloond. Je belandt in de weinig bekende wereld van een ruitervolk, kamperend in de steppen van Centraal-Azië ten tijde van Marco Polo. Dat laatste verneem je op de achterflap, in het verhaal zelf kom je nooit te weten wanneer het zich afspeelt. Al gauw besef je dat dat weinig terzake doet in dit adembenemende epos over mensen en natuur, leven en dood.

    Perregrin, de zoon van een herder, heeft een been dat gemakkelijk breekt. Zijn vader roept er de zoveelste sjamaan bij; deze keer zijn oude strijdmakker Bod Pa, een dwerg, geducht zwaardvechter en filosoof die de genezing van Perregrins been wel op een hoogst eigenaardige manier aanpakt.

    Bod Pa en Perregrin trekken voortdurend samen op, maken overlevingstochten door gebieden die tijdens de dag zinderen van de hitte en s’nachts ijzig koud zijn. Bod Pa vertelt verhalen, zingt, zet de vaak ontredderde Perregrin voortdurend op het verkeerde been. Die vreemde leerschool heeft een helend effect, niet alleen op Perregrins been maar ook op zijn gemoed – dat als gevolg van zijn handicap, uitgeblust was.

    Een boek dat je overrompelt door zijn meesterlijke vertelstijl, cynische bedenkingen, indringende observaties en de geloofwaardige manier waarop de auteur omspringt met moeilijke elementen zoals bezweringen en magie.

Genomineerd

  • Imme Dros - Morgen ga ik naar China

    Rapport Imme Dros:
    Een boos jongetje vertelt dat hij morgen naar China gaat. Want in dat land, waar ouders maar één kind moen hebben, moet het voor kinderen wel paradijselijk zijn. Naarmate het jongetje zich bozer ? en onzekerder voelt ? nemen zijn fantasieën over China een hogere vlucht. Alsof hij zich steeds meer moet overtuigen van de noodzaak thuis weg te lopen. De schrijfster leeft zich zeer sterk in de gedachtegang van een boos kind in. Je hoort het jongetje echt drammen. Dros geeft dat ritmisch weer, in een versneld tempo waardoor je de woede van het jongetje voelt. De illustraties van Harrie Geelen sluiten niet alleen perfect aan bij de teksten maar voegen er ook belangrijke elementen aan toe: bij bijvoorbeeld draken, een grijnzend masker, een vuurpijl? als symbolen van woede. Een opvallende eigenschap van dit prentenboek is dat de auteurs met een beperkt en bekend gegeven ? een kind dat zo boos is dat het zich voorneemt thuis weg te lopen ? een uitermate boeiend en echt ?nieuw? verhaal maakten.

    Details:
    Illustraties: Harrie Geelen
  • Rindert Kromhout - Rare vogels

    Rapport Rindert Kromhout:
    Een zuiders getinte thriller in een commedia dell’arte sfeer, met veel verdoken allusies, verrassingen, grappige woordspellingen.

    Een rondreizend theatergezelschap, bestaande uit een zestal dieren, heeft er sedert kort een manager bij: een bulldog die het geld beheert en zorgt voor een ordelijke gang van zaken. Parallel met dat verhaal loopt dat van de zus van de bulldog die in een villa zit te wachten op zijn komst. Er is iets niet pluis met de twee bulldoggen. Dat voel je aan naarmate de twee verhalen, in tijd en ruimte dichter bij elkaar komen. Dat literair procédé wordt hier toegepast op een manier die kinderen goed kunnen aanvoelen en waarderen. Opvallend in dit spannende, warme, bij momenten grappige maar vaak ook ontroerende verhaal, is de pakkende typering van alle dieren en van hun onderlinge relaties. Het toneelstuk dat de dieren opvoeren is een heerlijke smartlap, die tengevolge van wisselende omstandigheden of emoties, anders uitvalt bij elke opvoering. Het verhaal eindigt in een wervelende apotheose. Het recht zegeviert. De bescheiden karakters komen eindelijk ook eens in het zonnetje. En zelfs de bozen, die hun verdiende straf krijgen, blijken ergens nog een zacht plekje te hebben. Een zeldzaam feestelijk boek.

  • Joke van Leeuwen - De wereld is krom maar mijn tanden staan recht

    Rapport Joke van Leeuwen:
    ‘Op een dag kwam ik ter wereld. Het was precies op mijn verjaardag.’ Die eerste zin zet de toon van dit overrompelende boek over de ‘lichte en donkere kanten van een beginnend vrouwmensenleven.’ Dat beginnend leven – van geboorte tot puberteit – wordt in een perfectie combinatie van tekst en illustratie uit de doeken gedaan. Ieder hoofdstuk bestaat uit een fragment van een, met flitsende, vaak ook schrijnende humor beschreven en getekende realiteit, gevolgd door wat zich donker en nachtmerrie-achtig afspeelt in de verbeelding van de ik-figuur. De auteur maakte een geniale selectie van het opvoedingsproces dat een kind door moet. Ze koos er momenten uit die beklijven: de nummertjes die je op bevel van je trote ouders voor familieleden moet opvoeren, het verkeerde broekje dat je voor de gymles moet dragen, de verbijsterende ontdekking van je veranderd lichaam… Het verhaal vormt een sterk geheel. Toch kan elk hoofdstuk ook als een aparte cartoon bekeken worden.

  • Bart Moeyaert - Blote handen

    Rapport Bart Moeyaert:
    Wat het meeste indruk maakt is de indringende, suggestieve sfeer van dit boek. Van de eerste bladzijde af is men zich bewust van de beklemmende angst van het ik-personage, de jongen Ward. Op oudejaarsmiddag maakt hij iets verschrikkelijks mee. Door de zintuigelijke taal waarin dat beschreven wordt, krijg je als lezer het gevoel dat je getuige bent van deze micro-tragedie die voor de betrokkenen macro-dimensie krijgt.

    Het verhaal speelt zich af op koude weitjes, een winderig erf, een naar het nakend oudejaarsfeest ruikende keuken. Ward en zijn beste vriend (‘Wij waren één paar schoenen’, zegt hij over hun vriendschap) zijn op de loop voor Betjeman, een akelig grote vent met een plastic hand. Wat er precies gaande is tussen de jongen en de boze man, blijft lang een raadsel. Op het einde vindt een vreemde metamorfose plaats: door één gebaar komt Betjeman in de rol van slachtoffer terecht. Indrukwekkend is ook de tegenstelling tussen de aanzwellende geluiden die uit een feestvierend café naar de opgejaagde jongens toewaaien en de kilheid van de weitjes en van hun eigen eenzaamheid en verdriet.

Naar de overzichtspagina

Delen