Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 1997

Ga direct naar

Rapport:

Juryrapport Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 1997:

Opvallend in het aanbod van het voorbije jaar is de grote diversiteit in de beoefende genres. Poëzie was, met zeven bundels, manifest aanwezig. De novelle en de autobiografie deden definitief hun intrede. Prentenboeken waren er in alle maten. Adolescentenromans zochten nieuwe afhakende lezers. Historische romans en traditionele avonturenverhalen waren als vanouds goed vertegenwoordigd. Het informatieve boek bleef – op een enkele uitzondering na – afwezig.

Aangename verrassingen voor de jury waren de vernieuwende literaire en plastische stijlen, de inventieve verhaalstructuren en – thema’s, en de verfrissende inbreng van de debuterende auteurs en illustratoren. Toch bleef het grootste deel van de ingezonden boeken ondermaats. Onbenullig maakwerk en veelbeproefde strategieën bleven ook in 1996 de hoofdmoot uitmaken. Het was ook nu weer jammer te moeten vaststellen dat uitgeverijen nalieten waardevolle boeken te laten meedingen.

Van de honderd vierendertig inzendingen bleven een dertigtal boeken de jury bijzonder interesseren. Zij leden niet aan voorspelbare banaliteit, belerende betutteling, verkrampte humor, geforceerde samenzweerderigheid of bedroevende taal – en stijlarmoede. Omwille van het originele of intrigerende verhaalgegeven, het literaire vakmanschap en de authentieke vertelstijl stegen zestien titels boven de andere uit.

Tenslotte koos de jury voor vijf verhalen die excelleren doordat ze, ieder op een eigen wijze, iets te vertellen hebben over de essentie van het menselijk bestaan. Hun auteurs deden dat zo weergaloos sober, mooi en goed dat je moet lezen wat er staat.




Winnaar

  • Joke van Leeuwen - Iep!

    “Viegeltjes kun je niet houden, behalve in gedachten.” Wat aanvankelijk een hilarisch verhaal lijkt te zijn, wordt een ontroerend boek over gemis dat niet kan worden ingevuld, over drang naar vrijheid en ontvoogding, over eenzaamheid en vervreemding. Het kleine vogelmeisje Viegeltje hertekent de werkelijkheid voor al wie ze ontmoet – de wereld vanuit de lucht bekeken en beleefd. Luchtigheid blijft de boventoon, in de geestige woordspelletjes, de subtiele en milde observaties van la comédie humaine of de wereld van de volwassenen, de grenzeloze verbeelding en de ontwapende illustraties.

    Joke van Leeuwen neemt de jonge en oudere lezer mee op een wervelende queeste vol absurde én pakkende ontmoetingen, toevalligheden en observaties. Vrolijke en weemoedige anarchie, een gedoseerde combinatie van ernst en goede luim, een onbevangen en nonconformistische blik op de wereld en zijn bewoners, een stevige verhaallijn en een verfrissende schrijf- en tekenstijl maken dit boek tot een mooi en echt kinderboek.



Genomineerd

  • Harrie Geelen - Jan en het gras

    Rapport Harrie Geelen:
    “Alle mensen konden wat, maar Jan kon niets. Behalve tekenen. Maar tekenen telt niet.” Met deze openingszin is de toon gezet. Alles in het boek draait om het begrip “niks”: dat is wat Jan kan en dat wrede geheim stopt hij in een kuil in de grond. De boodschap wordt door het gras, twee bloemen, de struik, de kastanjeboom en de duiven op het dak doorgeseind naar de lucht, die ze voor iedereen die ze lezen wil afficheert. Na wat heen-en-weer gefilosofeer met het gras over “niks” fleurt Jan zienderogen op. Niks is toch niet niks, zo blijkt. In woord en beeld schildert Harrie Geelen een weergaloze dialoog over misverstanden en misgenoegen. De grote geschilderde platen vertellen het verhaal mee en de kleuren en details zorgen voor een extra vertellaag. Een prachtig filosofisch prentenboek voor kleuters en veel ouder.



  • Bart Moeyaert - Mansoor

    Rapport Bart Moeyaert:
    Een groots verhaal in nauwelijks een boek. In deze mini-uitgave comprimeerde Bart Moeyaert in amper vijfenveertig kleine pagina’s uitgepuurde tragiek en beklemming. Tijdens een typisch Vlaamse familiebijeenkomst speelt zich in de schaduw van een volwassendispuut een kinderoorlog af. Drie kinderen creëren een eigen imperium met onderhuidse spanningen en conflicten, een spiegelbeeld van het volwassen universum. In het weitje heerst hun wetmatigheid: verboden voor buitenstaanders. Een ik-verteller doet het verhaal. Alles klinkt even geloofwaardig. Er wordt gepraat, gekeken, geobserveerd en gedacht met de vanzelfsprekende soberheid van een kind. De complexiteit die de gedragscodes van de grote mensen beheerst, wordt tot een evidente essentie herleid. Bart Moeyaert evoceert de onoverbrugbaarheid tussen beide werelden zintuiglijk secuur en met een groot suggestief talent. Hij schreef een verhaal waarin je als lezer op gezette tijden wil ingrijpen.



  • Karlijn Stoffels - Mosje en Reizele

    Rapport Karlijn Stoffels:
    De Tweede wereldoorlog blijft een onuitputtelijke inspiratiebron in de jeugdliteratuur. Het ghetto van Warschau en het weeshuis van Janusz Korczak en de jaren 1939-1941, alle ingrediënten voor alweer een triest oorlogsboek. Karlijn Stoffels verwerkte ze in een meeslepend, schrijnend dagboek, een raamvertelling waarin de inmiddels bejaarde Mosje terugkijkt. De oorlog en de jodenvervolging fungeren hier als een dramatische achtergrond voor een verhaal over grote liefde en gemiste kansen. De stugge verteller verweert zich doorheen het boek tegen zieligheid en grote gevoelens. Die koppigheid wordt duidelijk in de haast hortende en zuinige vertelstijl. De lezer krijgt zonder enige opzettelijke belering historische informatie mee, en dat is verdienstelijk.

    Ook in dit boek wordt een volwassen lezer binnengeleid in een geheime kinderwereld, met de lichtheid en de zwaarte van het volwassen bestaan.

    Een verademing en een opvallend debuut.

  • Willy Van Doorselaer - De wraak van de marmerkweker

    Rapport Willy Van Doorselaer:
    Geheimen worden angstvallig bewaard in de “Club-Waarvan-De-Naam-Nooit-Wordt-Genoemd”. En geheimen en raadsels, daar draait het allemaal om in deze novelle. Een clubje kinderen moeten toezien hoe het dierbare clubhuis en voetbalveldje plaats moet ruimen voor projectontwikkelaars. Hun wraak zal verschrikkelijk zijn. Daarbij wordt gerekend op de onvoorwaardelijke bijstand en interventie van Hector Rangél, de afwezige vader van clublid Weettewa. Ogenschijnlijk een moderne – want milieubewuste versie van Enid Blyton’s “De vijf’. Maar er is meer. Het boek gaat over leugens en verzinsels die gemis draaglijk maken, over geheim verdriet en raadselachtige gevoelens. Door de we-vorm wordt de volwassen lezer op een afstand gehouden als een betrapte gluurder en wordt de solidariteit binnen het kinderclubje versterkt geëvoceerd.

    Willy van Doorselaer toont zich een zorgvuldig en bedachtzaam schrijver, die met een minimum aan verhaalingrediënten spanning, ontroering en humor kan creëren in een weloverwogen vormgeving.



Naar de overzichtspagina

Delen