Griffels 2000

Ga direct naar

Details:

De Griffeljury 2000 bestond uit:
Marjoleine de Vos (voorzitter)
Marianne van Gink
Nandi Penning
Mick Salet
Jan Verbart


Rapport:

De Griffeljury 2000 heeft de volgende boeken voorgedragen ter bekroning met een Gouden of Zilveren Griffel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen:

Gouden Griffel
Guus Kuijer - Voor altijd samen, amen - Querido

Zilveren Griffels
Categorie 6 jaar en ouder:
Armando - Dierenpraat - Leopold

Categorie 9 jaar en ouder:
Martha Heesen - De vloek van Cornelia - Querido

David Almond - De schaduw van Skellig - Querido

Categorie Informatieve boeken
Ceciel de Bie en Martijn Leenen - Rembrandt - V+K Publishing/Inmerc

Algemene inleiding
De Griffeljury die de productie van 1999 beoordeelde is enigszins zuinig geweest met het uitdelen van prijzen. Daar kan makkelijk de conclusie uit getrokken worden dat het zeker niks was, die kinderboeken, het afgelopen jaar. Maar wie dat doet trekt een andere conclusie dan de jury. De jury, bestaande uit mensen die allemaal niet voor het eerst een kinderboek ter beoordeling lazen, had van tevoren wel enig idee van het niveau van het Nederlandse kinderboek en zag haar taak dan ook niet somber in.

Natuurlijk worden er wel boeken uitgegeven waarvan geen verstandig jurylid kan inzien wat de uitgever bewogen heeft – maar dat hoort nu eenmaal bij het uitgeven en het boekenbedrijf. Er is veel in omloop en maar een deel daarvan voldoet aan de literaire kwaliteitseisen die een Griffeljury stelt. Want, ik zeg dit misschien geheel ten overvloede maar ik zeg het toch maar: de Griffeljury beschouwt zichzelf als een literaire jury die een volwassen literaire prestatie bekroont. We probeerden ons niet voortdurend in te leven in ‘kinderen’ en degenen die zin hebben om tegen een bepaalde bekroning in te brengen dat ‘kinderen’ dit geen leuk boek vinden, zijn dan ook niet aan het goede adres. Daar hebben wij niets mee te maken. Niet omdat het ons niets kan schelen of een kinderboek ook de bedoelde lezers vindt. Dat wel natuurlijk. Maar ‘kinderen’ is net zo’n categorie als ‘volwassenen’ en je hoort tegen literaire prijzen voor volwassenen ook zelden inbrengen dat een bekroond boek door ‘volwassenen’ niet ‘leuk’ gevonden wordt.

De Griffels zijn geen publieksprijzen, anders dan de prijzen van de Kinderjury. De Griffels laten zich beter vergelijken met bijvoorbeeld de prijzen van de Haagse Jan Campertstichting, waarbij ook een deskundige jury de boeken aanwijst die zij de beste, bijzonderste, mooiste of knapste van het afgelopen jaar vond. Niet iedereen zal dezelfde smaak hebben als zo’n jury. Het zij zo. De jury is dus streng geweest dit jaar en heeft uit het royale aanbod van goede boeken alleen de haars inziens allerbeste, mooiste, grappigste en bijzonderste gekozen. Vandaar dit betrekkelijk kleine lijstje.

Het is een lijstje boeken waarbij misschien vooral opvalt hoeveel plezier de auteurs in taal hebben. Geen van hen is zich niet bewust van het feit dat het woorden zijn waarmee het verhaal tot stand komt, en dat andere woorden een ander verhaal opleveren. Het gaat niet alleen om wat er verteld wordt, het gaat misschien zelfs nauwelijks om wat er verteld wordt, het allerbelangrijkste is hoe dat gebeurt. Met subtiliteit, met poëzie, met verrassend taalgevoel. Het zijn allemaal boeken die van kinderen lezers maken in de ware zin des woords, proevers, woordgevoeligen, mompelaars van vreemde zinnen. En al die taalkunst en woordlust wordt aangewend om huiveringwekkende verhalen, ontroerende scènes, geheimzinnige verschijnselen en begrijpelijke angsten op te roepen. Zoals literatuur dat doet. Ook die voor kinderen.




Gouden Griffel

  • Guus Kuijer - Voor altijd samen, amen

    Polleke zit op school waar ze veel leert van de meester die het ongeluk heeft gehad om verliefd te worden op haar moeder. Polleke zelf is verliefd op Mimoen, die Marokkaans is en eigenlijk niet met haar mag gaan. Van zijn cultuur niet. Polleke schrijft hem daarom een keer een kwaad briefje: “Rot jij maar op met je pokkecultuur! Ga maar met zo’n meisje dat alvast een stofdoek op haar hoofd heeft. Lekker handig!” De meester gaat meteen een antiracismeproject in de klas doen als hij dat briefje vindt. Polleke steekt daar weer veel van op. Namelijk dit: “Ik weet nu dat je mekaar mag uitschelden voor rotte aardappel. De rest is racisme.”

    Er zou nog veel meer leerzaams te vertellen zijn uit dit boek, maar dat zou misschien de verkeerde indruk geven dat dit een opvoedend boek is. En misschien is het ook wel een opvoedend boek maar niet zo’n soort opvoedend boek.

    Een andere kant van de zaak is namelijk dat Polleke dichter wil worden. Ze is het eigenlijk al, want ze schrijft gedichten. Gedichten als: “Als ik een koe zie/ weet ik dat God bestaat,/ maar als ik haar dat zeg/ begint ze boe te roepen.” Daarmee komen we op het thema koe, of eigenlijk kalf. Polleke heeft een kalf dat net zo lief is als, nu ja, als een kalf.

    Verder heeft Polleke een opa en oma die in God geloven en die de ouders zijn van haar vader die drugsverslaafde is. Dus dit is ook een boek van nu, vol racisme en drugs en gebroken gezinnen. Maar met God en een kalf voor het evenwicht. En met een leuke moeder.

    Dit boek is een echte Guus Kuijer. Het is soms aangrijpend mooi, soms hilarisch vrolijk, het is aldoor meeslepend en met plezier geschreven. Het is kortom echt een boek om een Gouden Griffel te krijgen - en die krijgt het dan ook.



Zilveren Griffel

  • David Almond - De schaduw van Skellig

    Rapport David Almond:
    Categorie vanaf 9 jaar

    De meeste mensen hebben wel eens nagedacht over hoe een engel eruit zou kunnen zien. Dan denken we al gauw aan iets blonds in een lange witte jurk, eventueel een trompetje bij de hand, en vleugels natuurlijk. Het is wel bekend uit de literatuur dat er ook andere engelen bestaan. Oude engelen die te dik worden om te vliegen, in een verhaal van Malamud komt een zwarte, joodse engel in New York voor die ook tamelijk onhandig is. Maar of iemand de man die Michael in de oude garage bij hun nieuwe huis vindt als een engel zou herkennen is de vraag. Hij ziet eruit als een dode zwerver. Hij eet vliegen en spinnen en loempia’s met babi pangang en hij produceert braakballen met de restjes. Hij stinkt. Hij heeft artritis. Hij vindt bier het lekkerste wat er is. En hij heeft vleugels, opgevouwen achter zijn rug.

    Wie een dergelijk verschijnsel in de schuur vindt, rent niet meteen naar zijn vrienden om alles te vertellen. Vrienden zijn geneigd zulke verhalen ongeloofwaardig te vinden en de verteller ervan een belachelijke aandachttrekker. Gelukkig woont naast Michaels’ nieuwe huis het meisje Nina. Een meisje dat anders is. Met haar begint hij aan een poging de engel te redden van verstening in de schuur. Als dank redt de engel Michaels piepkleine babyzusje dat in het ziekenhuis ligt te vechten voor haar leven.

    Dit verhaal is ongeloofwaardig. Een schrijver die ons zoiets op de mouw wil spelden zal wel een lezer nodig hebben die net zo eigenaardig is als dat buurmeisje van Michael. Of hij heeft de subtiliteit nodig van David Almond, die er werkelijk in slaagt ons deze reeks onwaarschijnlijkheden en bizarre fantasieën op te dissen alsof het om een aannemelijk verhaal gaat. Een van de dingen die daarbij helpt is dat de gewone wereld echt gewoon is, met een gewone school, gewone aardige ouders, doodnormale vriendjes, de gebruikelijke rotzooi om een oud huis. Alleen die engel is nogal vreemd. Maar dat went, en meer dan dat.

    Hoe hij het doet, doet hij het, maar David Almond maakt die stinkende engel tot iemand om wie je gaat geven, en iemand in wie je gaat geloven. Dit zou een horrorstory kunnen zijn, maar het is een poëtisch verhaal, waarbij de rillingen de lezer soms over de rug lopen.

  • Armando - Dierenpraat

    Rapport Armando:
    Categorie vanaf 6 jaar

    In Dierenpraat loopt iemand rond die wel een meneer zal zijn en die zichzelf ‘ik’ noemt en die met dieren praat. Met een leeuw, een sperwer, een paard, een haas en nog een paar dieren. Sommige dieren zijn best leuk om mee te praten. Sommige ook niet. De muis bijvoorbeeld, die op een avond zo maar binnen komt lopen als ik in zijn leunstoel bij de haard zit te lezen, vat alles verkeerd op. “Ik werd bijna kwaad, maar ik dacht: Laat ik maar m’n mond houden. Om de waarheid te zeggen: ik vond het een rotmuis.”

    De gesprekken met de dieren overkomen de ik over het algemeen zomaar. Er is geen reden voor. Ineens ontvangt hij een brief van een eland, of er staat zomaar een beer naast zijn tafel of hij haalt een schildpad in. Dat hoort bij Armando’s manier van schrijven. Daarin wordt niet veel uitgelegd, de meeste dingen zijn het geval. Vragen vragen meestal niet naar de echte raadsels (hoe komt het dat een schildpad kan praten, hoe komt die beer zomaar binnen, hoe kan een eland brieven schrijven, zulk soort dingen) maar naar zaken als: “Draagt u een onderjurk?” of “Wat komt u doen?” of “zou je niet ’s een stukje kaas voor me halen?” Alles lijkt daardoor vanzelfsprekend, zodat de vraag waarom al die dieren zo nodig moeten praten zich niet opdringt. Dieren kunnen ook vreselijk onlogisch zijn. Geeft ook niets. Alles kan eigenlijk wel als je het maar goed op weet te schrijven. En dat kan Armando.

    Het geheim van zijn stijl is echt een geheim al zijn er wel een paar dingen over te zeggen. Korte zinnen bijvoorbeeld. Een laconieke toon, waarop absurditeiten op on-absurde wijze gebracht kunnen worden. Dan krijg je een conversatie als de volgende: een schildpad zegt dat hij, omdat hij zo langzaam gaat, veel meer ziet dan de haastige mensen. De ik wil wel weten wat hij dan vandaag bijvoorbeeld gezien heeft. “’Het heden’ zegt de schildpad. ’Het heden?’ ’Ja, het heden, verbeeld je maar niks,’ zei hij. ’Ik verbeeld me niks,’ zei ik.”

    Het slaat allemaal eigenlijk nergens op, maar het is onweerstaanbaar.

  • Ceciel de Bie - Rembrandt

    Rapport Ceciel de Bie:
    Categorie informatief

    Een schilder is een dankbaar onderwerp voor een informatief boek. Met een paar mooie reproducties ziet zo’n boek er al gauw aantrekkelijk uit, een paar jaartallen erbij en wat historische feitjes en klaar is Kees. Dat is meteen de valkuil voor een dergelijk boek. Een mooie plaat is geen informatie, een jaartal is geen boeiende tekst, en iets uitleggen of verhelderen zonder daarbij op de hurken te gaan zitten en een soort ‘aap, noot, mies’ te kraaien, is niet iedereen gegeven.

    Het bijzondere aan Rembrandt van Ceciel de Bie en Martijn Leenen is niet dat ze niet al die mogelijke fouten gemaakt hebben. Het bijzondere is dat ze zo’n mooi en aanstekelijk boek over Rembrandt gemaakt hebben. Daarbij staat nu eens niet het leven van Rembrandt voorop, maar zijn hartstochtelijke interesse voor de schilderkunst. Rembrandt wordt in dit boek aan ons voorgesteld als een gretige leerling, een bleke jongen die alleen maar wil schilderen. En dan gaat het boek verder voornamelijk over wat hij schilderde en hoe, over zijn etsen en over wat een ets is en hoe die gemaakt wordt, over schuttersstukken en ‘De nachtwacht’ in het bijzonder, over ‘Het joodse bruidje’ en over ‘De staalmeesters’.

    De schrijvers vestigen de aandacht op het verschil in schildertechniek dat soms op één schilderij te zien is. Zo bestaan de tressen op de jas van Jan Six uit duidelijke verfstrepen en zijn hand ook, maar zijn gezicht is fijn bewerkt. Bij de schilderijen worden geregeld vragen gesteld – vragen waarop de antwoorden niet in de tekst verscholen liggen – die de lezer dwingen om echt goed naar een schilderij te kijken en zich af te vragen wat er eigenlijk op te zien is. Hier wordt een onromantisch beeld van Rembrandt gegeven, een beeld van wat het betekende om schilder te zijn in de zeventiende eeuw, wat men dan deed en moest kunnen, hoe er tegen de schilderijen die nu voor ons zo vanzelfsprekend beroemd zijn, werd aangekeken.

    En dat alles wel voorzien van prachtige reproducties, de nodige jaartallen en feiten uit de levensloop van de schilder.

    Details:
    Co-auteur:Martijn Leenen
  • Martha Heesen - De vloek van Cornelia

    Rapport Martha Heesen:
    Categorie vanaf 9 jaar

    Als je zeker weet dat er een vloek op een huis rust, is het dan ook zo? Als bijvoorbeeld in dat huis je vader en moeder meer ruzie met elkaar maken en je vader veel minder tijd voor je heeft. Als je moeder verandert en deftig gaat zitten doen met de buren. Als je er een partijtje moet geven van die deftig geworden moeder en dat partijtje mislukt vreselijk. Als je oma doodgaat. Wordt het dan niet steeds aannemelijker dat de geest van een meisje, die op zolder in een klein kamertje woont, dat huis vervloekt heeft?

    Staf vindt van wel. Sterker: Staf weet zéker dat er nog veel ergere rampen te gebeuren staan als ze zo dom zijn om in dat huis te blijven wonen. Want met de geest van Cornelia valt niet te spotten. Het is eigenlijk een heel gewoon verhaal dat Martha Heesen hier vertelt. Een familie met een dochter van een jaar of zestien en een jongetje van tien, bijna al elf, verhuist naar een nieuw huis. Dat jongetje vindt dat niet leuk – zo zijn jongetjes meestal. Die was liever op z’n vorige school gebleven, met z’n eigen vriendjes. Vader en moeder vinden het huis mooi en bijzonder, maar dat jongetje niet. Dat vindt het een raar en lelijk huis en hij krijgt er een ‘onderwatergevoel’. Er gaan wat dingen mis – in welk leven gaan er geen dingen mis? Bij een kletterende regenbui blijkt het huis verschrikkelijk te lekken – tja, dat kan.

    Maar Staf weet het anders. Die weet wie hier achter zit. Cornelia. Ooit woonde ze in een hokje op zolder, een verwaarloosd, door haar familie slecht behandeld stiefkind. Nu neemt ze wraak op iedereen die in het huis komt wonen. Ze maakt de mensen ongelukkig, ze verwoest hun levens. Hoe aardig Staf ook tegen haar doet, het maakt niet uit. En zijn familie wil niet naar hem luisteren, die geloven niet in wat een spook kan doen. Stom.

    Het knappe is dat de lezer net zo bang wordt als Staf, zonder dat er iets gebeurt wat op geen enkele andere manier te verklaren is dan door in een spook te geloven. Alles is verklaarbaar, alles wat er gebeurt lijkt te behoren tot de dingen die nu eenmaal gebeuren. Het is maar in welk licht je alles beziet. Maar dat licht van de boze Cornelia, dat het licht van de verbeelding is, van het nooit eerder geziene verband, dat schijnt wel fel.

Vlag & Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen