Griffels 2007

Ga direct naar

Details:

De griffeljury 2007 bestond uit:
Aad Nuis (voorzitter)
Jacqueline Dulos
Bas Maliepaard
Birgitte Plasmans
Marjoleine Wolf



Rapport:

De griffeljury 2007 heeft de volgende boeken voorgedragen ter bekroning met een Gouden of Zilveren Griffel of een Vlag & Wimpel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen. [De juryrapporten voor de Gouden Griffel en de Zilveren Griffels zijn opgenomen onder de 'Algemene inleiding' van de jury.]

GOUDEN GRIFFEL
Vanaf 9 jaar Een kleine kansMarjolijn Hof
Em. Querido’s Uitgeverij

ZILVEREN GRIFFELS
Tot 6 jaar Heb je mijn zusje gezien?Joke van Leeuwen
Em. Querido’s Uitgeverij

- Robin is verliefdSjoerd Kuyper
Uitgeverij Nieuw Amsterdam

Vanaf 6 jaar Lola en de leasekatCeseli Josephus Jitta
Zirkoon Uitgevers

- De wonderbaarlijke reis van Edward TulaneKate DiCamillo
Uitgeverij Lemniscaat

Vanaf 9 jaar Bezoek van Mister PVeronica Hazelhoff
Em. Querido’s Uitgeverij

Poëzie - Hou van die hondSharon Creech
Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren

Informatief Bibi’s bijzondere beestenboekBibi Dumon Tak
Em. Querido’s Uitgeverij

- VogelontdekgidsNico de Haan
Uitgeverij Ploegsma

VLAG & WIMPELS
Tot 6 jaar O monster, eet me niet op!Carl Norac
Uitgeverij De Eenhoorn

- Irah en de dierenCarli Biessels
Uitgeverij Lannoo

Vanaf 6 jaar WolfMartha Heesen
Em. Querido’s Uitgeverij

Vanaf 9 jaar SMSTjibbe Veldkamp
Uitgeverij Lemniscaat

- Josja PruisHarm de Jonge
Uitgeverij Van Goor

- Het verraad van WaterdunenRob Ruggenberg
Em. Querido’s Uitgeverij

Informatief Het grote vlinderboekPiet Duizer
Uitgeverij Cyclone

ALGEMENE INLEIDING

Rond de uitreiking van de Griffels, vlak na het begin van de herfst, raakt de bodem in bosrijke gebieden bezaaid met eikels, beukennootjes en kastanjes. Eens in de paar jaar dragen de bomen beduidend meer vruchten dan voorgaande jaren. Dan spreken boswachters en biologen van een mastjaar. Het is een rijke tijd voor zwijnen en knaagdieren, die hun buiken kunnen vullen met een overdaad aan boomvruchten. Er bestaan verschillende theorieën over het ontstaan van zo’n mastjaar, maar het is nog altijd met raadselen omgeven.
In de boekenwereld komt eenzelfde fenomeen voor, realiseerde de Griffeljury zich toen zij de oogst van vorig jaar overzag. 2006 was ontegenzeglijk een mastjaar op boekengebied. Een kastjaar was het; een rijke tijd voor lezers om hun boekenkasten te vullen met prachtige, nieuwe titels. Want er waren niet alleen veel boeken, maar vooral ook veel goede boeken en dat vertaalt zich in het record van zeven Vlag & Wimpels en maar liefst negen Zilveren Griffels dat dit jaar wordt uitreikt.

Die negende Griffel is een speciale. Vorig jaar werd de dichtbundel Mama, waar heb jij het geluk gelaten? van Ted van Lieshout buiten de vooraf vastgestelde leeftijdscategorieën bekroond. In het begeleidende rapport sprak de jury de hoop uit dat de Stichting CPNB vanaf dit jaar een nieuwe Griffelcategorie voor poëzie in het leven zou roepen.
Gedichten zijn voor kinderen net zo wezenlijk voor de groei als meiregen – maar toch komen poëziebundels maar moeilijk aan bod tussen de overvloed aan prozaverhalen. Ze laten zich daar moeilijk mee vergelijken en passen vaak ook niet in het stramien van leeftijdscategorieën. Een goed gedicht groeit immers mee en blijft je lang bij. Vanwege dat bijzondere karakter is het goed dat poëziebundels voortaan meedingen naar een geheel eigen Griffel.
De jury is zeer verheugd dat de CPNB aan haar oproep gehoor heeft gegeven. Dit jaar bekroont zij met gepaste trots voor het eerst een boek met een officiële poëziegriffel. De jury hoopt dat van deze prijs een stimulerende werking zal uitgaan, zowel naar lezers als dichters en uitgevers. Lees, schrijf en geef uit! Dan gaat deze categorie een glansrijke toekomst tegemoet. Maar er was veel meer dan poëzie alleen vorig jaar. De diversiteit en originaliteit onder de Griffels is verrassend groot: een ontroerend én een speels prentenboek, voorleesverhalen en een sprookjesachtige vertelling, twee realistische romans en twee steengoede non-fictieboeken. Nog even terug naar dat mastjaar. Eén van de oorzaken daarvan schijnt een warme lente te zijn. Dit voorjaar werd Nederland getrakteerd op zomerse temperaturen. Laten we hopen dat die niet alleen de bomen, maar ook de schrijvers en dichters hebben beïnvloed. Dan kunnen we ons over precies een jaar opnieuw verheugen in een overweldigende oogst.




Gouden Griffel

  • Marjolijn Hof - Een kleine kans

    Categorie vanaf 9 jaar

    Alle boeken die de Griffeljury onder ogen krijgt, bekijkt zij met evenveel belangstelling. Maar toch kunnen de leden niet ontkennen dat zij extra nieuwsgierig zijn als er een debuut op tafel komt. Zou het één van die zeldzame verrassingen zijn? Een auteur met een eigen geluid, die meteen kwaliteit aflevert? Dit jaar was het raak. De juryleden waren unaniem met stomheid geslagen. Marjolijn Hof schreef met haar romandebuut Een kleine kans een ongelofelijk intelligent en sprankelend boek, waaraan werkelijk alles klopt.
    De vader van Kiek is kwijt. Middenin een oorlogsgebied is hij verdwenen en niemand kan hem vinden. Ook de hulporganisatie waarvoor hij als arts werkt niet. Kiek, thuis in Nederland, maakt zich zorgen. Ze denkt aan de verdwaalde kogels die door zo’n gebied schijnen te vliegen. ‘Ik heb er nog nooit één gezien’, zei haar vader voor zijn vertrek. Maar Kiek weet: als je er een ziet, is het te laat.
    Kieks moeder probeert haar gerust te stellen. Er zijn veel meer kinderen met een lévende papa dan met een dode. Zo groot is de kans op een dode vader dus niet. Dat zet Kiek aan het denken. Ze kent inderdaad maar één jongen zonder vader. Maar, wacht eens even, ze kent helemaal níemand met een dode vader én een dode hond én een dode muis. Dat komt nog veel minder vaak voor. Er zit maar één ding op. Kiek moet zo snel mogelijk een meisje met een dode hond en een dode muis worden, om de kans dat haar vader zal sterven te minimaliseren.

    Een originele vondst van Hof, deze vertederend naïeve vorm van kansberekening. Maar ze heeft het gegeven ook nog eens zeer fraai uitgewerkt tot een volkomen geloofwaardig en invoelbaar verhaal. De gekke verzinsels van Kiek horen in het rijtje dwanggedachten dat iedereen herkent: als ik binnen een minuut drie rode auto’s zie, gaat mijn spreekbeurt goed. Maar Kiek staat onder zoveel spanning dat haar gedachten extremer worden en met haar op de loop gaan. Krampachtig probeert ze het noodlot te bezweren. Ze wil het gevoel hebben dat ze controle heeft over haar vaders situatie, dat zíj de kans dat hij doodgaat kleiner kan maken.
    Dat levert een tragikomisch boek op. Elk hoofdstuk ademt Kieks angst en radeloosheid, maar ondertussen lees je ook hoe ze een krankzinnig plan bedenkt om een meisje met een dode hond en een dode muis te worden. Ze besluit een mislukte muis bij de dierenwinkel te halen, eentje die uit zichzelf snel dood zal gaan. Dat lukt, maar een dode hond is een groter probleem. Haar stinkende worsthond Mona – die zowel van voren als van achteren zuchten laat – wil maar niet luisteren als Kiek haar beveelt: ‘Ga dood’. En haar laten schrikken helpt ook niet. Gelukkig ontwikkelt Kiek zich niet echt tot een moordlustig meisje. Ze schrikt zo van haar gedachten dat ze er misselijk van wordt. Dat schuldgevoel raakt je als lezer, want tenslotte moest je net zelf ook nog gniffelen om iets wat eigenlijk heel treurig is.

    Het verhaal wordt voornamelijk door middel van dialogen en gedachten verteld. Maar dat weet Hof met haar scherpe observaties en ontwapenend directe toon zó spannend te houden, dat je actie of een interessant decor geen moment mist. Haar stijl is onvoorstelbaar goed ontwikkeld. Er staat geen woord teveel in dit boek en alle woorden die erin staan, zijn trefzeker gekozen.
    Marjolijn Hof is één van die zeldzame debutanten die zich kunnen meten met de grote namen uit de jeugdliteratuur. De Griffeljury geeft haar toch al spectaculaire entree in de jeugdboekenwereld graag extra glans. Een Gouden glans, welteverstaan.



Zilveren Griffel

  • Sharon Creech - Hou van die hond

    Rapport Sharon Creech:
    Categorie poëzie

    Wie na de algemene inleiding op deze juryrapporten nog niet overtuigd is van het belang van een aparte poëziegriffel, doet er goed aan het boek Hou van die hond te lezen,. De Amerikaanse auteur Sharon Creech laat hierin op onnavolgbare wijze zien wat gedichten voor kinderen kunnen betekenen.

    Jack vindt de poëzieles van juf Strechberry eigenlijk iets voor meisjes. Hij weigert haar schrijfopdrachten uit te voeren. Maar juf geeft niet op en laat hem prikkelende gedichten lezen, waarover Jack moet nadenken. Aanvankelijk vindt hij het allemaal maar stom. Elke zin kan een gedicht zijn, zegt hij, als je er maar korte regels van maakt. En bij een nogal onbegrijpelijk vers, schampert hij dat een dichter die dit soort idiote dingen verzint gewoon teveel vrije tijd heeft. Die scepsis maakt van Hou van die hond een ongelofelijk grappig boek. Bovendien kunnen jonge kinderen zich daardoor makkelijk met Jack identificeren. Hij doet niet deftig over poëzie, maar zegt gewoon wat hij ervan denkt.
    Langzaamaan leert Jack de gedichten niet alleen te lezen, maar ze vooral ook te ervaren. Hij merkt dat je kunt opgaan in een tekst en je op zo’n moment verrassende dingen ontdekt. Zo komt hij erachter dat een gedicht soms een plaatje van woorden is. Maar ook dat je de zinnen niet hoeft te begrijpen om te voelen wat de dichter bedoelt. En hij merkt dat hij zijn eigen gevoelens en gedachten kan omzetten in een gedicht. Trieste gevoelens die te maken hebben met de tragische dood van zijn hond Sprint.

    Dat is vooral zo knap aan Hou van die hond: Jacks zoektocht naar de betekenis van poëzie is subtiel verknoopt met een intens ontroerend verhaal over vriendschap en verlies. Creech legt niet uit hoe een gedicht in elkaar hoort te zitten of wat goede poëzie is. Ze laat het de lezer samen met Jack ervaren door via een reeks gedichten en brieven een verhaal te vertellen. Op de laatste bladzijde, vóel je wat een gedicht in een mensenleven kan betekenen. Een schrijver die dat voor elkaar weet te krijgen, verdient een Zilveren Griffel. Maar voordat die wordt uitgereikt, wil de Griffeljury vertaalster Michèle Bernard complimenteren met haar werk. Een boek als dit vertalen is een haast onmogelijke klus, maar zij heeft het er uitstekend van afgebracht.



  • Kate DiCamillo - De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane

    Rapport Kate DiCamillo:
    Categorie vanaf 6 jaar

    Hij is verwaand en heeft een hart zo koud als het porselein waarvan hij gemaakt is. Toch is het speelgoedkonijn Edward Tulane de hoofdpersoon van het warmste sprookje over liefde en verlangen dat de afgelopen jaren is verschenen. De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane van de Amerikaanse auteur Kate DiCamillo is een tijdloos verhaal dat niemand onberoerd zal laten.
    De ijdele Edward is de lieveling van het meisje Abilene, dat hem elke dag zijn zijden kostuum aantrekt, zijn zakhorloge opwindt en hem op een stoel voor het raam zet. ’s Avonds fluistert ze in zijn pluizige oren van echt konijnenbont dat ze verschrikkelijk veel van hem houdt. Maar Edward kan zijn hart niet voor haar openen, want hij weet niet wat liefde is. Maar dan komt hij tijdens een bootreis in zee terecht en begint zijn wonderbaarlijke reis vol ontberingen. Edward maakt kennis met angst, eenzaamheid, gemis en verlangen. Steeds opnieuw wisselt hij van eigenaar en wordt er van hem gehouden, maar telkens moet hij door de ongelukkige speling van het lot weer afscheid nemen. Dat valt hem steeds zwaarder en langzaam breekt zijn hart open.

    De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane is een indrukwekkend boek met eeuwigheidswaarde. Het klassieke verhaal stroomt bladzijde na bladzijde je hart binnen en blijft daar lang nagloeien. DiCamillo is een begenadigd verteller. Hoe kun je anders zo’n spannend en ontroerend verhaal vertellen door de geschilderde ogen van een statisch stuk speelgoed. Edward is arrogant en kan niet bewegen of praten. Een onaantrekkelijker hoofdpersonage kun je als schrijver bijna niet verzinnen. Toch is Edward een onvergetelijke figuur, voor wie je bijna onmiddellijk sympathie opvat.
    Op een gedragen voorleestoon, werkelijk schitterend vertaald door Martha Heesen, beschrijft DiCamillo Edwards reis en ontwikkeling. Daarbij ontwijkt ze het sentiment niet, maar waar het zoet dreigt te worden is dat eerder ironisch bedoeld. En omdat je als lezer voelt dat hier een belangrijk verhaal wordt verteld, stoort ook de duidelijk aanwezige moraal geen moment.
    Bijna aan het eind van zijn reis, nadat het zieke meisje dat als laatste van hem hield is overleden, valt Edward aan gruzelementen. Een poppendokter lijmt zijn porseleinen kop weer in elkaar: ‘Je hoofd was gebroken’, zegt hij. ‘Ik heb het gerepareerd.’ Maar dan beseft Edward wat er écht met hem is gebeurd. Mijn hart, denkt hij, het is mijn hárt dat gebroken is. Hij heeft liefde gevoeld, maar besluit onmiddellijk dat nooit meer toe te laten. Liefde doet pijn. Er is maar één iemand die zijn hart weer kan openen en dat is Abilene. De Griffeljury bekroont dit boek van harte met een Zilveren Griffel.



  • Bibi Dumon Tak - Bibi's bijzondere beestenboek

    Rapport Bibi Dumon Tak:
    Sinds ze vorig jaar het geslaagde kinderboekenweekgeschenk Laika tussen de sterren schreef, is Bibi Dumon Tak niet meer weg te denken uit de Nederlandse jeugdliteratuur. Niet dat de vijf boeken die ze daarvoor publiceerde onbelangrijk waren, integendeel. Twee ervan werden zelfs bekroond met een Zilveren Griffel. Maar toch: de Kinderboekenweek betekende haar doorbraak bij het grote publiek.
    Een ontwikkeling die de Griffeljury alleen maar kan toejuichen. Dumon Tak geldt nog steeds als het frisse briesje dat door de categorie informatieve boeken waait. Ze kiest originele onderwerpen, schrijft literair, maar blijft toch toegankelijk, en begrijpt als geen ander dat non-fictie niet synoniem is aan schoolse lesboeken.

    Niet alleen haar Kinderboekenweekgeschenk, maar ook het tegelijkertijd verschenen Bibi’s bijzondere beestenboek is daarvan een bewijs. Onder het motto ‘truth is stranger than fiction’ portretteert Dumon Tak in korte hoofdstukjes en humoristische terzijdes veertig dieren met een bijzondere eigenschap. Het resultaat is een geweldig boek, dat ook nog eens fantastisch is geïllustreerd door Fleur van der Weel. Het vertelt over de prieelvogel, die van takken een huisje bouwt en de muren met bessensap blauw schildert. Maar ook over de Jezus Christus Hagedis, die over water kan lopen, en de bombardeerkever, die zijn vijanden met bommetjes van poep op afstand houdt. Het zijn dieren waarvan je nauwelijks kunt geloven dat ze echt bestaan.
    Dumon Tak schrijft in een beeldende, fantasievolle stijl, waarmee ze balanceert op de grens tussen fictie en non-fictie. Maar dat maakt haar verhaal niet minder geloofwaardig. Sterker nog: door zinnen als de nu volgende, beklijven de feiten pas echt. ‘De wilde jak woont zo hoog dat zijn horens de hemel raken. Als de sterren niet uitkijken, prikt hij ze een voor een uit de lucht.’ Wie kan na zo’n beeld nog vergeten waar de jak leeft?
    Geestig is de manier waarop de wonderen van de natuur en het moderne leven aan elkaar worden gekoppeld. De beekjuffer lijkt op ‘de nieuwste Alfa Romeo met zijn glanzende metallic lijf en zijn vleugeltjes van glas’. Zebra’s zijn wandelende streepjescodes en de poolvos is een ‘lefgozertje’, dat ‘lekkere diepvrieshapjes’ onder de neus van ijsberen wegkaapt. Het stukje over hem eindigt met een zin als een wervende slogan: ‘Aangenaam kennis te maken: de poolvos, zacht vanbuiten, cool vanbinnen.’

    Strenge juffen en meesters zouden zich kunnen afvragen wat het nut van dit rariteitenkabinet in boekvorm is. Wat léér je ervan? Volgens de Griffeljury één van de belangrijkste dingen die er te leren zijn: je blijven verwonderen over die eigenaardige wereld waarin we leven. De jury bekroont Bibi Dumon Tak van harte met haar derde Zilveren Griffel.



  • Nico de Haan - Vogelontdekgids

    Rapport Nico de Haan:
    Categorie informatief

    Een boek lezen met beschrijvingen van 120 vogels was voor de jury, om eerlijk te zijn, niet echt een aanlokkelijk vooruitzicht. Maar alle juryleden raakten tot hun eigen verbazing meteen na de eerste bladzijden van de Vogelontdekgids geboeid. Het aanstekelijke enthousiasme waarmee Nico de Haan over goudhaantjes, kuifmezen, tjiftjafs en groenlingen vertelt, is onweerstaanbaar. Zijn passie voor vogels is op elke bladzijde voelbaar en sleept de lezer mee. Na een paar hoofdstukjes wil je niets liever dan er met de verrekijker op uittrekken om de vogels in het wild te bekijken.

    Bij de beoordeling van dit soort informatieve boeken heeft de Griffeljury altijd extra aandacht voor de vormgeving. Een boek als de Vogelontdekgids staat of valt bij een overzichtelijke inhoudsopgave en hoofdstukindeling, functioneel gebruik van tussenkopjes en witregels, verklarende tekeningen en een degelijk register. De meeste boeken die de jury onder ogen krijgt, schieten op één of meerdere van deze punten tekort. Maar de Vogelontdekgids is met veel zorg uitgegeven. Het is een handzaam boekje, waarin je snel vindt wat je zoekt.

    Nico de Haan is een meester in het populariseren van zijn ornithologische kennis. Dat talent heeft hij in het verleden vooral aangewend om volwassenen wegwijs te maken in de wereld van de vogelaar. De Vogelontdekgids is het bewijs dat hij ook in staat is kinderen op een aansprekende manier over vogels te vertellen.
    De lemma’s zijn niet langer dan een bladzijde en staan vol grappige vergelijkingen. Als de geelgors zingt, schrijft De Haan, klinkt het als ‘Mama, mama, ik wil een… ij-ij-ij-ijsje!’. De smient typeert hij als een fluitende showbink, de fuut als een fiere duikboot en drieteenstrandlopers zien er op het water uit als een groepje drijvende pingpongballen. Dat soort aanwijzingen zijn nog eens makkelijk te onthouden als je in de natuur op ontdekkingstocht gaat. De tekeningen dragen ook bij aan een snelle herkenning: de ekster pikt een zakje patat van McDonald’s leeg, de meerkoet nestelt tussen drijvende colablikjes en waterflesjes en de torenvalk zit bovenop een wegwijzer.
    Tussen de vogelbeschrijvingen door geeft De Haan antwoord op simpele vragen, die als je erover nadenkt helemaal niet zo simpel zijn. Waarom zingen vogels? Hoe werkt vliegen eigenlijk? Waarom leggen vogels eieren? Ook staan er veel goed uitvoerbare doetips in het boek.
    Kortom: Nico de Haan schreef een buitengewoon enthousiasmerende gids, die veel kinderen achter de computer vandaan zal lokken. De natuur in! Op zoek naar de drummer van het bos of het rode lampje van de hei.



  • Veronica Hazelhoff - Bezoek van Mister P

    Rapport Veronica Hazelhoff:
    Categorie vanaf 9 jaar

    Nooit eerder werd er voor de jeugd zo eerlijk en indringend over pijn geschreven als in Bezoek van Mister P van Veronica Hazelhoff. Dat is op zichzelf niet verwonderlijk. Het vergt groot vakmanschap én een behoorlijke portie lef om een boek over een dergelijk thema te schrijven. Want wat zijn de valkuilen diep als het om dit soort onderwerpen gaat. Bezoek van Mister P had een zeer onaangenaam, onverteerbaar boek kunnen worden, met een meelijwekkende hoofdpersoon. Maar Hazelhoff heeft precies de goede toon getroffen. Ze vertelt in nuchtere, bondige taal over Jo-Jo, die door jeugdreuma steeds moeilijker kan keepen bij zijn voetbalclub. Geen moment laat ze zich verleiden tot sentimentele jammerscènes. Hazelhoff beschrijft sec wat Jo-Jo meemaakt en voelt, zonder al teveel te psychologiseren. Het is zoals het is, en dat is aangrijpend genoeg.
    De pijn geeft ze bovendien vorm als een op zichzelf staand personage, met wie Jo-Jo zelfs gesprekken voert. Mister Pijn hóórt niet bij hem, maar sluipt zijn lichaam binnen om hem te pesten met steken in zijn arm, of gloeiende knieën. Een slimme zet van Hazelhoff, want de lezer heeft daardoor geen enkele moeite zich met Jo-Jo te identificeren. Hij is geen zielige jongen, maar eerder een held. Hij weigert verbeten zich te gedragen als een zieke of om hulp te vragen als dat nodig is. Van Mister P gaat bovendien een angstaanjagende dreiging uit. Hij doet waar hij zin in heeft, is haast niet klein te krijgen en kan iedereen te grazen nemen.
    Alsof dat niet erg genoeg is, blijkt hij ook nog een zoontje te hebben. Zoon P houdt zich met psychische pijn bezig, pijn vanbinnen, die je voelt bij verdriet, ruzie of gemis. Daar komt Jo-Jo achter als hij de asielzoeker Lena en haar moeder tegenkomt, die niet weten of ze wel in Nederland mogen blijven. Een onderwerp waar ook al zo weinig geslaagde kinderboeken over geschreven zijn. Lena stort zich van duinen en daken af om de innerlijke pijn niet te hoeven voelen.

    Hoe dramatisch het allemaal ook mag klinken, Bezoek van Mister P blijft een kinderboek. Een boek waarin vriendschap net zo belangrijk is als het gevecht dat Jo-Jo levert. Want zijn vrienden Simon en Lena gaan als enige goed om met zijn ziekte. Ze behandelen Jo-Jo als een gewone jongen, zonder zijn pijn te ontkennen. En op de goede momenten lachen ze er zelfs om.
    Bezoek van Mister P is een uniek en belangrijk boek dat het verdient door een groot publiek gelezen te worden. De jury hoopt dat de Zilveren Griffel daartoe zal bijdragen.



  • Ceseli Josephus Jitta - Lola en de leasekat

    Rapport Ceseli Josephus Jitta:
    Categorie vanaf 6 jaar

    Op de eerste dubbele bladzijde van het prentenboek Lola en de leasekat is het meteen duidelijk. De hoogbejaarde levensgenieters Lola en Jan kunnen niet zonder elkaar. Ze doen alles samen: de boodschappen onthouden, een glaasje wijn drinken en een bad nemen. Maar op een dag valt Jan om. Zijn hart staat stil. Zo simpel staat het er, als een onontkoombaar gegeven. Na zesenvijftig jaar huwelijk is Lola alleen.
    Lola en de leasekat is om verschillende redenen een gewaagd prentenboek. Het behandelt loodzware thema’s als dood en eenzaamheid. En alsof dat nog niet erg genoeg is, komt er in het hele verhaal geen kind voor! Toch is het alles behalve een somber, ontoegankelijk boek. Ceseli Josephus Jitta schrijft dan wel over dood en eenzaamheid, maar daar drááit het uiteindelijk niet om. Lola en de leasekat gaat eigenlijk over levenslust, over de ijzersterke, natuurlijke wil om door te gaan na een verlies en opnieuw geluk te vinden. Dat is een verhaal dat je geen oudere, maar ook geen kind wilt onthouden. Lola gaat niet bij de pakken neerzitten, maar surft op internet naar www.leasekat.nl, de website van een centrale die poezen uitleent. Ze bestelt de kater Tim. Als ze doodgaat of niet meer voor hem kan zorgen, kan hij weer terug naar de centrale. Vanaf het moment dat Tim haar gezelschap houdt, begint Lola langzaam weer van het leven genieten.

    Josephus Jitta is een dubbeltalent. De collageachtige illustraties in dit boek zijn schitterend en werden eerder dit jaar volkomen terecht bekroond met een Vlag & Wimpel van de Penseeljury. Tegen de achtergrond van de tekeningen is kasboekpapier gebruikt, dat symbool staat voor de beschreven periode in Lola’s leven; ze kijkt terug en maakt de rekening op. Het royale gebruik van felle kleuren en de stevige omlijning van de figuren, onderstreept de positieve aard van het boek. Mooi zijn ook de gezichtsuitdrukkingen van Lola. Haar rimpels zijn barstjes in de verf, als een soort craquelé. ‘Naar bed Tim’, zegt Lola op de laatste bladzijde tegen haar kat. ‘Morgen is er weer een dag.’ Die doodnormale zin, drukt de levenskracht uit die dit boek zo wijs en universeel maakt. Lola omarmt het leven en de Griffeljury omarmt haar, met de leasekat erbij. Een welverdiende Zilveren Griffel gaat naar Ceseli Josephus Jitta.



  • Sjoerd Kuyper - Robin is verliefd

    Rapport Sjoerd Kuyper:
    Categorie tot 6 jaar

    Hoe hij het precies doet, is één van de grootste geheimen van de komende kinderboekenweek. Na zeven boeken over Robin krijgt Sjoerd Kuyper het nog steeds voor elkaar een onderhoudende bundel frisse verhalen over de kleuter te schrijven. In tegenstelling tot veel schrijvers van langlopende series, valt Kuyper nergens op een vervelende manier in herhaling. De enige herhaalde factor is kwaliteit. In Robin is verliefd, het achtste deel, herkende de Griffeljury dezelfde universele kracht die Robin en Suze en Robin en God respectievelijk een Zilveren en een Gouden Griffel opleverde.
    Die kracht heeft te maken met de grote thema’s die in deze drie boeken worden aangesneden. Robin en Suze gaat over de geboorte van een zusje; een gebeurtenis die je leven voorgoed verandert. Robin en God handelt – even kort door de bocht – over religie. En Robin is verliefd vertelt het verhaal van liefde en dood.

    Kuyper heeft de gave al die onderwerpen openhartig te benaderen vanuit de veilige leefwereld van kleuters. Bijna alle verhalen over Robin zijn even authentiek en herkenbaar. Maar die herkenbaarheid betekent niet dat de boeken blijven hangen in alledaags gebabbel. Kuyper voegt in de vorm van een grappige situatie of een mooie gedachte een bijzondere twinkeling toe. In Robin is verliefd krijgt Robin voor het eerst kriebels in zijn buik. Niet op een puberale manier, maar echt zoals dat bij een kleuter kan gaan. Hij is verliefd op de liefde en daardoor op een hele stoet meisjes. Eerst op Nellie, dan op juf Tineke en even later zelfs op zijn eigen moeder. Als hij met opa op het strand is, maakt hij het helemaal bont: hij is verliefd op álle grietjes die hij ziet lopen. Ook wordt Robin voor het eerst in zijn korte leventje geconfronteerd met de dood. Veilig op een afstand – het is de oma van zijn vader maar – en daardoor niet té heftig. Maar wel indrukwekkend genoeg om er licht filosofische gesprekjes over te voeren. Over klein en groot verdriet, en over dat Robins knuffel Knor niet dood kan, maar zijn moeder wel. Robin realiseert zich hoe je iemand die gestorven is, toch nog in je gedachten kunt zien. Vol aandacht luisteren Robins ouders naar hem en geven ze antwoord op zijn vragen. Het is al vaker gezegd, maar een warm gezin als dat van Robin zou je iedere kleuter toewensen.
    ‘Papa’, vraagt Robin ergens in het boek, ‘hoeveel jongens ben ik eigenlijk?’ Samen met zijn vader begint hij te tellen. Hij is de zoon van papa. Dat is één. En mama’s zoon en Suzes grote broer. Dat is drie. En de baas van Knor. Vier. Zo gaat het verder tot twaalf. Meer kan Robin niet verzinnen. Hij is twaalf jongens, dat is niet mis. De Griffeljury is het daar echter niet mee eens. Robin is dertien jongens. Want naast kleinzoon, vriend, buurjongen en verloofde van telkens weer een ander meisje, is hij ook nog de kleuter die het vaakst een Griffel in de wacht heeft gesleept. Een Zilveren, een Gouden en dit jaar wéér een Zilveren. Dát is pas niet mis.



  • Joke van Leeuwen - Heb je mijn zusje gezien?

    Rapport Joke van Leeuwen:
    Categorie tot 6 jaar

    Een boek voor peuters maken, is geen makkelijke opgave. Ze zijn de periode van de bad- en kartonboekjes voorbij, maar vaak nog niet toe aan verhalende prentenboeken. Peuters zitten in die lastige tussenfase, waarin een boek langzaam van vorm en betekenis verandert. Aan de ene kant is het nog gewoon speelgoed, maar aan de andere kant ontdekken peuters steeds meer de magie van de fantasie en een verhaal. Goede peuterboeken zijn er dus ook nauwelijks. Maar vorig jaar kwam de Griffeljury er één tegen. In Heb je mijn zusje gezien? van Joke van Leeuwen gaan spelen en lezen op een unieke manier hand in hand.
    Van Leeuwen lokt nieuwsgierige peuters het boek in door een groen knuffelbeest guitig door een gat in de harde kaft te laten kijken. Van wie zou dat hondje zijn? Van een jongetje dat zijn zusje kwijt is. Hij sleept het beest achter zich aan, terwijl hij langs een lange muur loopt. Steeds vraagt hij aan de vreemde figuren die daarboven uitsteken of zij soms zijn zus hebben gezien. Om het antwoord te lezen, moet de muur – een half afgesneden bladzijde – worden omgeslagen. Het signalement dat de jongen van zijn zusje geeft, breidt zich als een stapelverhaal elke bladzijde verder uit. Aan het eind staan vier meisjes op een rij en mag de jonge lezer raden wie het zusje is.

    Knap aan dit spannende verhaal, maar vooral ook aan het concept van het boek, is dat precies die dingen aan bod komen die peuters leuk vinden om te doen. Elke bladzijde mogen ze opnieuw raden: zit het zusje hier achter de muur? En elke bladzijde kunnen ze het herhaalde zinnetje meezeggen: ‘Heb je mijn zusje gezien?’ Vervolgens mogen ze iets dóen: de muur ‘omslaan’ en kijken wie er – kiekeboe! – achter vandaan komt. Wat een verrassing: de figuren die boven de muur uitsteken, zien er heel anders uit dan je denkt. Ondertussen kan de peuter bovendien nog proberen het signalement te onthouden, zodat hij aan het eind van het boek het goede zusje kiest. En voor de gevorderde lezer ligt er nog een opdracht klaar: welk van de meisjes heeft de krijttekeningen die op de muur staan eigenlijk gemaakt?
    Heb je mijn zusje gezien biedt onvoorstelbaar veel mogelijkheden. Het is het ultieme peuterboek, waarmee ouders en kinderen zich eindeloos kunnen vermaken. Eerder dit jaar ontving Joke van Leeuwen het Gouden Penseel voor de tekeningen. De Griffeljury voegt daar graag een Zilveren Griffel aan toe.



Vlag & Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen