Griffels 2011

Ga direct naar

Details:

De Griffeljury 2011, bestond uit:
Gerlien van Dalen (voorzitter)
Inger Bos
Eva Riem
Annemarie Terhell
Jasmijn Verhees


Rapport:

De Griffeljury 2011 heeft de volgende boeken voorgedragen ter bekroning met een Zilveren Griffel of Vlag en Wimpel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen.

GOUDEN GRIFFEL:
Categorie vanaf negen jaar
Dissus - Simon van der Geest - Em. Querido’s Uitgeverij

ZILVEREN GRIFFELS:
Categorie tot zes jaar
En? - Kitty Crowther - Uitgeverij De Eenhoorn

Het boeboek - Imme Dros - Em. Querido’s Uitgeverij

Categorie vanaf zes jaar
Roodkapje was een toffe meid - Marjet Huiberts - Uitgeverij Gottmer

Hoe oma almaar kleiner werd - Michael de Cock - Em. Querido’s Uitgeverij

Categorie vanaf negen jaar
Vliegen tot de hemel - Michael de Cock - Uitgeverij Davidsfonds / Infodok

Categorie Informatief
Ik! Wie is dat? - Kinderuniversiteit van Tilburg - Uitgeverij Zwijsen

Meneer Kandinsky was een schilder -Daan Remmerts de Vries - Uitgeverij Leopold

Categorie poëzie
Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen - Bette Westera - Uitgeverij Gottmer

Hoera voor Superguppie! - Edward van de Vendel - Em. Querido’s Uitgeverij

VLAG EN WIMPELS
Categorie tot zes jaar
Angèle de Verschrikkelijke -Tine Mortier - Uitgeverij De Eenhoorn

Beu - Kaat Vrancken - Em. Querido’s Uitgeverij

Categorie vanaf zes jaar
Mees Kees De Sponsorloop - Mirjam Oldenhave - Uitgeverij Ploegsma

Meneer G. - Gustavo Roldán - Uitgeverij Van Goor

Rosie en Moussa - Michael de Cock - Em. Querido’s Uitgeverij

Categorie vanaf negen jaar
Toen mijn vader een struik werd - Joke van Leeuwen - Em. Querido’s Uitgeverij

Tonje en de geheime brief - Maria Parr - Uitgeverij Terra Lannoo

Het reuzenradmysterie - Siobhan Dowd - Uitgeverij Van Goor

Categorie Informatief
Inkt - Ceciel de Bie - Uitgeverij Ploegsma

Categorie poëzie
Draken met stekkers - Edward van de Vendel - Em. Querido’s Uitgeverij

Tikken tegen de maan - Joke van Leeuwen - Stichting Ons Erfdeel

ALGEMENE INLEIDING
De jeugdliteratuur is alive and kickin’. Zij staat aan de basis van vele films en (jeugd)theaterproducties die recent zijn uitgebracht of momenteel gemaakt worden. Auteurs hebben websites die druk bezocht worden en uitgevers en auteurs experimenteren met digitale en audioproducties. Al deze activiteiten leiden de lezer naar het boek en het boek naar de lezer. Het landschap van de kinder- en jeugdliteratuur is volop in ontwikkeling en vol van creativiteit en kwaliteit. De prachtige boeken die dit jaar met een Griffel of Vlag & Wimpel bekroond zijn, getuigen daarvan.

In de branche mag het wat minder gaan, aan het aanbod ligt het niet. Het boekenaanbod voor kinderen bood in 2010 over de hele linie genomen veel kwaliteit. Met name voor kinderen vanaf negen jaar verschenen er veel mooie en goede boeken. De Griffeljury heeft gekeken naar de kwaliteit van de tekst, de eenheid van tekst en illustratie en de vertalingen in het Nederlands. We letten daarbij vooral op originaliteit: biedt een boek iets nieuws onder de zon qua taal, verhaal, stijl, beeld en/of compositie? In prentenboeken – het woord zegt het al – wordt het verhaal zowel in tekst als beeld verteld. De relatie tussen tekst en beeld én de meerwaarde daarvan, waren dan ook een leidende factor in de beoordeling van prentenboeken.

Hoewel de balans tussen de artistieke invalshoek en brede geschiktheid soms lastig is, heeft de jury ook dit jaar zowel de artistieke kwaliteit als de lezer in het oog gehouden. Afstemming op de doelgroep en geloofwaardigheid spelen dan een rol. We hebben expliciet gezocht naar goede en originele literaire verhalen die kinderen (kunnen) aanspreken.

In 2011 kreeg de jury te maken met de situatie dat er diverse kwalitatief goede boeken bij de laatste selectie zaten, die vanwege de aan de Griffels gestelde leeftijdsgrens niet voor bekroning in aanmerking konden komen. Bij de Griffels draait het om boeken voor kinderen tot en met elf jaar en de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs is voor boeken voor jongeren vanaf vijftien jaar. De categorie 12-15 jaar viel buiten de literaire vakprijzen. De jury achtte dat geen wenselijke situatie en heeft de CPNB voorgesteld een aparte categorie 12+ te realiseren om auteurs die voor deze doelgroep schrijven te kunnen bekronen en hun goede boeken onder de aandacht te brengen. Het is mooi en lovenswaardig dat de CPNB bereid was aan dit verzoek te voldoen. Inmiddels is de eerste prijs voor de categorie 12-15 jaar uitgereikt: de Gouden Lijst 2011.

Lezen is reizen in je hoofd, nieuwe werelden verkennen, je taal en blik verruimen. 2010 was een jaar met een rijk aanbod, waaruit een groeiende literaire traditie blijkt met originele bewerkingen van grote klassiekers, potentiële klassiekers en veel (nieuw) vakmanschap en bijzondere vertalingen. Boeken om van te genieten, te huiveren en te groeien waren volop te vinden.

Voor de jongsten (tot zes jaar) verschenen in 2010 veel en mooie boeken. Eén ding viel op: ‘veiligheid voorop’, leek het motto.

Opvallend was verder dat beginnende lezers (vanaf zes jaar) er in 2010 opnieuw nogal bekaaid af kwamen. Waar zijn de verbeeldingvolle, interessante, uitdagende literaire boeken die een beetje streetwise zijn en die kinderen van zes tot negen jaar zelf kunnen en willen lezen?

Hoe anders is het in de categorie vanaf negen jaar. Grote verhalen, zwaargewichten, avonturen en klassiekers, heel origineel bewerkt; boeken die de lezer meevoeren. En volop aanbod om als lezer en voorlezer iets van je gading te kunnen vinden. In het informatieve genre blijft het nog zoeken naar mooi vormgegeven, uitdagende kwaliteitsboeken met een originele combinatie van prikkelende tekst en beeld. Ze zijn er wel, maar ze zijn schaars.

De kinder- en jeugdpoëzie is – hoewel commercieel een lastig genre – volop in beweging. Vormgeving wordt daarbij nadrukkelijk ingezet, wat bijzondere en bijzonder fraaie uitgaven oplevert.

De jury draagt overtuigd en unaniem eenentwintig geweldige boeken voor, tien Zilveren Griffels en elf Vlag en Wimpels. Zij feliciteert de auteurs met hun voortreffelijke werk. De jonge lezers en voorlezers mogen zich ermee gelukkig prijzen.




Gouden Griffel

  • Simon van der Geest - Dissus

    Dissus, die zijn naam dankt aan de grote Odysseus, is een sprieterig joch dat met zijn vrienden mee mag naar het zwembad ‘als ik maar niet weer ging janken: / de Grote Jongens waren er vast ook.’. Waar hij bang voor is gebeurt: de vrienden krijgen ruzie met de Grote Jongens. Het gaat er heftig aan toe en moegestreden sluit Dissus zich op in de wc. Met een plakkerige zwembroek op zijn enkels droomt hij ervan de held te zijn van een verhaal ‘en dat we vet verdwalen en heel ver en vrij / en vol gevaar, onderweg sneuvelen er een paar en iedereen huilen / behalve ik.’ En zo gebeurt het. Op weg naar huis raken de jongens ‘zwaar verdwaald’ en krijgen het aan de stok met een eenogige boer, de kraanmachine ‘Skylla 2000’ en zwarte hengelaars. Met kauwgom in zijn oren, vastgebonden aan de bagagedrager, weerstaat Dissus de Sirenen. En terwijl hij zijn vrienden één voor één kwijtraakt, groeit Dissus uit van een ‘niemand’ tot een echte held. Thuis wacht hem zijn grootste angst: zijn ouders zijn hem vergeten en zijn plaats is ingenomen door een ander – Dissus, een vlooienbaal van een hond. Dissus laat het er niet bij zitten. Hij overwint zijn rivaal en neemt, gegroeid en zelfstandig, zijn plaats in het gezin weer in.

    Simon van der Geest schept met Dissus een wereld vol avontuur, kameraadschap, gevaar en mysterie. Niet altijd even gemakkelijk, maar o zo de moeite waard en zo passend in de verbeelding van een tienerjongen – wie was niet ooit graag de held van zijn eigen verhaal?

    Dissus is een held van nu. Hij groeit uit van een watje tot een winnaar. Een superheld, maar ook een tragische held die voortaan met het verlies van vrienden en zijn onbezorgde jeugd moet leven.

    De ontwikkeling van Dissus, de tragiek en de emoties worden niet alleen raak getroffen in de tekst, maar worden ook in de illustraties treffend verbeeld. Evenals Van der Geest brengt Jan Jutte stoerheid, humor, fijngevoeligheid en duidelijkheid aan in zijn illustraties, passend bij de dynamiek van het verhaal. De zwart-rode kleurstelling refereert aan de natuurlijke kleurtinten uit het oude Griekenland en legt hiermee ook een verbinding met het origineel.

    Met Dissus schreef Van der Geest een zeer originele, toegankelijke en actuele bewerking van het verhaal over Odysseus. Dissus’ avontuur wordt beschreven in mooie, humoristische en af en toe stoere taal en in een soepele stijl, waarmee Van der Geest zijn vakmanschap toont. Schijnbaar nonchalant verwerkt hij herhalingen, alliteraties en binnenrijm tot ritmisch goed lopende verhalende dichtregels, die bijna muzikaal aandoen. Wie Dissus leest, danst op het ritme van de taal.

    Dissus is een prachtig gelaagd verhaal, met rake gevoelens en virtuoze taal. Een klassiek verhaal in een gedurfd nieuw jasje van goede snit. Om al deze redenen heeft de Griffeljury 2011 eendrachtig besloten de Gouden Griffel 2011 toe te kennen aan Dissus van Simon van der Geest.

Zilveren Griffel

  • Kitty Crowther - En?

    Rapport Kitty Crowther:
    Categorie tot 6 jaar
    Het voortreffelijk geïllustreerde En? van Kitty Crowther – winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award 2010 – is een klein maar rijk verhaal voor de allerkleinsten. Wie Wachten op Godot van Samuel Beckett kent en waardeert, kan niet om dit kleine boekwerk heen en ziet onmiddellijk hoe knap het in elkaar zit.

    Plaats van handeling is een kinderkamer. Een voor een komen knuffeldieren binnen om te informeren of hun speelmaatje, het kindje, al is gearriveerd. De grote afwezige, het kind waarop de knuffels wachten, is het middelpunt van dit kleine universum. Gelukkig is het wachten niet voor niets.

    Crowther speelt in En? een voortreffelijk spel met taal, tijd en gevoel. De vorm waarvoor de schrijver en illustrator heeft gekozen – krachtige illustraties, minimale tekst – is in zichzelf bijzonder. En? bevat welgeteld nog geen dertig verschillende woorden, maar de zeggingskracht van de tekst wordt subtiel maar niet te missen vergroot door de illustraties en de typografie, die de woorden voorzien van lading, expressie en betekenis. De potloodtekeningen zijn naïef en tonen emoties, mimiek en humor.

    Het kleine verhaal bevat veel lijnen, mogelijkheden en perspectieven. Ook zijn er allerlei literaire conventies in terug te vinden. Het wachten duurt lang, de spanning wordt voelbaar gemaakt door de krachtige combinatie van tekst en beeld. Zo wordt het verloop van tijd weergegeven door de lichtinval op de tekeningen – gaandeweg het verhaal wordt het donkerder buiten – en geven leestekens en lettergrootte emotie en stemvolume weer. Er is sprake van spanning, verwarring, irritatie, ontlading en een anti-climax. Dat al die emoties door steeds hetzelfde woord worden opgeroepen, is heel knap.

    En? is een poëtisch, krachtig en subtiel voorlees- en kijkboek voor jonge kinderen. Een heerlijk boek om te lezen met de allerkleinsten, maar dat ook langer mee kan. En? heeft alles in zich om met de lezer mee te groeien.



  • Michaël De Cock - Hoe oma almaar kleiner werd

    Rapport Michaël De Cock:
    Categorie vanaf 6 jaar
    Kinderen groeien, oma’s krimpen. De oma in dit boek is stokoud, piepklein en soms ook verschrikkelijk verward. Oma zit in een stoel voor het raam en lijkt elke dag kleiner te worden. ‘Ik ben net een kaars,’ zei ze. ‘Ik word almaar kleiner, tot ik er op een dag niet meer zal zijn.’ Ze schrompelt weg tot ze zo klein is dat ze in het buffetkastje kan slapen. Maar voor ze als een piepkleine oma in een piepklein bedje een piepklein wijsje fluit, geeft ze nog een prachtig en ontroerend feest.

    Hoe oma almaar kleiner werd is een raak getroffen, speels en poëtisch verhaal over grote emoties en afscheid nemen. Omgaan met de dood, gemis en verdriet wordt in de tekst mooi verwoord in korte, toegankelijke zinnen, maar ook bijzonder gevisualiseerd in de illustraties. Als opa is overleden ontvlucht oma haar oude, eenzame huis en komt bij haar kleindochtertje logeren. Naast een koffer met kleren brengt ze een “koffer vol verdriet” mee. Dit beeld geeft treffend en bijzonder mooi weer hoe zwaar de last van rouw en verdriet kan zijn, maar ook hoe het een plek kan krijgen. Eerst staat de koffer naast oma’s bed, uiteindelijk is het koffertje uitgepakt in het (hart)kamertje van haar kleindochter.

    Emoties worden knap verwoord en verbeeld in tekst en tekeningen. ‘Hoe voelt het precies om iemand te missen?’ vraag ik haar. ‘Dat is moeilijk uit te leggen,’ zei oma zacht. ‘Een beetje alsof iemand met een klein mesje gaatjes in je hart prikt.’ ‘Dat moet verschrikkelijk veel pijn doen.’ ‘Doet het ook,’ zei ze. ‘Misschien dienen die gaatjes om de tranen naar buiten te laten.’

    Dit mooie, poëtische verhaal over een grootse liefde tussen oma en haar matroos en de liefdevolle relatie tussen een kleindochter en haar oma, blijft je bij. Michael De Cock schreef met Hoe oma almaar kleiner werd een prachtig en onvergetelijk verhaal over liefde, bewustwording, groei en berusting.

  • Michaël De Cock - Vliegen tot de hemel

    Rapport Michaël De Cock:
    Categorie vanaf 9 jaar
    Michael De Cock hervertelt in Vliegen tot de hemel. Het verhaal van de Minotaurus twee vader-zoonverhalen uit de Griekse mythologie, met elkaar verbonden door de rol van de Minotaurus (half mens, half stier). In het eerste verhaal, Het is aan vaders om de weg te wijzen, aan zoons om de weg te zoeken, staan Daedalus en zijn zoon Icarus centraal.

    Daedalus, architect van beroep, moet in opdracht van koning Minos een kooi ontwerpen om de Minotaurus gevangen te houden. Daedalus ontwerpt een labyrint. Koning Minos is tevreden, maar laat de architect en zijn zoon niet gaan. ‘Hij had een gevangenis gemaakt voor de Minotaurus. En nu werden zij gevangen gehouden door de zee die hen omsingelde.’ Icarus en Daedalus ontsnappen, vliegend met vleugels van veren en was. De raad van zijn vader negerend vliegt Icarus te hoog, tot de hemel, verliest zijn vleugels en stort neer. In het andere verhaal, Vaders verbieden, zonen doen hun zin, is Theseus een van de jongemannen die naar Kreta vertrekt om de Minotaurus te doden. Zijn vader, koning Aegeus van Athene, verbiedt hem te gaan. ‘Koning Aegeus begreep dat hij zijn zoon niet op andere gedachten kon brengen, ook al was hij de vader en ook al was hij koning.’ Theseus reist af naar het labyrint waar de verschrikkelijke Minotaurus woont en voert daar een bloedstollend gevecht. Ariadne, dochter van koning Minos en Theseus’ geheime raadgeefster, vlucht na de overwinning met Theseus van Kreta weg. Dronken van geluk beginnen zij aan hun reis naar Athene, maar het geluk is van korte duur. Theseus verlaat Ariadne, en in zijn haast om weg te komen, laat Theseus het na om de witte zeilen te hijsen ten teken van zijn overwinning. Koning Aegeus staat op de rotsen te wachten op de terugkeer van zijn zoon. Bij het zien van de zwarte zeilen, laat hij zich van de rotsen vallen.

    Bijzonder knap is dat Michael De Cock de prachtige klassieke verhalen in mooie, moderne zinnen vertelt en zonder ingewikkeld te worden de eigenheid van de originele verhalen, de namen, herhalingen en korte tussenverhalen, weet te behouden. Zijn zinnen zingen en dansen: de boten klotsen op de golven, de zwaarden kletteren.

    De slechts in blauw, rood en zwart uitgevoerde illustraties van Gerda Dendooven zijn bijzonder, krachtig, eigenzinnig en prachtig en geven de verhalen iets eigentijds en stoers.

    Michael De Cock blaast Icarus, Ariadne en Theseus nieuw leven in en geeft ze een menselijk gezicht in toegankelijke, adembenemend mooie taal. Op de bijgeleverde cd komen de verhalen als hoorspel en door de muziek van het Brussels Jazz Orchestra nog meer tot leven. Of je de verhalen nu leest, voorgelezen krijgt, of als hoorspel beluistert: De Cock slaagt erin je te betoveren en in het verhaal te laten verdwijnen.



  • Imme Dros - Het boeboek

    Rapport Imme Dros:
    Categorie tot 6 jaar
    Goede boeken brengen je naar nieuwe werelden en op andere gedachten. Dat geldt zeker voor Het boeboek van Imme Dros en Harrie Geelen. Dit originele voorlees- en kijkboek voor jonge kinderen zit vol onverwachte wendingen en griezelige verrassingen, en biedt veel mogelijkheden tot interactie. In vrolijk allitererende en ritmische zinnen vertelt Imme Dros het verhaal van de boeman, die met vrouw en kind in het boebos bij het rilmeer aan de voet van de bibberbergen woont in een scheef, gezellig griezelhuisje waar de wind door de kieren giert, vleermuizen in de kelder huizen en spoken op zolder. De baby groeit goed, de boevrouw kookt lekker vies, de boeman heeft twee linker handen. We hebben hier te maken met een vreemd, maar gelukkig boemangezin. Ware het niet dat de boevrouw nogal schrikachtig is en dat met zo veel en luid gegil kenbaar maakt, dat ze de boeman de stuipen op het lijf jaagt. Het is voor de boeman, zelf ook niet vies van een beetje BOE-roepen op zijn tijd – niet te harden: “Het was geen doen, het was geen leven”. Hij bedenkt een ogenschijnlijk geniale oplossing: constant boe-roepend vermijdt hij dat boevrouw schrikt, zij gilt niet meer en roept vrolijk ‘boe’ terug. Het boegeroep brengt volmaakt geluk, maar verdrijft de mensen en dieren uit het boebos. Ook daar vindt boeman iets op – een oplossing die voor de lezer verrassend dicht bij huis gevonden wordt.

    Er zit een goede opbouw in het verhaal met een mooi keerpunt. De setting wordt beschreven in een taalgebruik dat past bij de karakters van Boevrouw en Boeman: korte zinnen, geluiden, kreten en ritmische zinnen. ‘En een boeman, dat weet je, roept af en toe BOE. Een boeman roept af en toe BOE.’ De lezer wordt rechtstreeks aangesproken en door de ritmische herhaling lijkt het alsof je in een liedje zit. Dat laatste in combinatie met het contrast tussen de spannende karakters – ze schreeuwen en hebben spoken op zolder – en het niet-zo-spannende onderwerp – hun gezinsleven –, geeft het verhaal een bijzondere sfeer en maakt het minder eng.

    Het boeboek is een zeer geslaagde combinatie van tekst en beeld. Dros gebruikt veel verschillende woorden en onomatopeeën die met schrik en angst in verband staan. Maar soms zegt een beeld meer dan duizend woorden. Dat geldt zeker voor de prachtige, veelzeggende illustraties in dit boek. De omkaderde illustraties van Harrie Geelen zijn afwisselend krachtig en breekbaar, expressief, dynamisch, kleurrijk en humoristisch en vullen de teksten goed aan.

    Het boeboek is een rijk boek. Het gaat over andere zaken dan je kent en presenteert dat wat je kent anders.



    Details:
    Co-auteur: Harrie Geelen
  • Marjet Huiberts - Roodkapje was een toffe meid

    Rapport Marjet Huiberts:
    Categorie vanaf 6 jaar
    Roodkapje, Sneeuwwitje, Hans en Grietje, Doornroosje, De wolf en de zeven geitjes, Repelsteeltje en Assepoester werden in een modern jasje gestoken en bewerkt tot ‘stoere sprookjes om te rappen’.

    De bekende sprookjes zijn door Marjet Huiberts zodanig onconventioneel overhoop gehaald, dat Hans en Grietje ‘leuke donderstralen’ werden, de jager uit Roodkapje een ‘Turk’ en de prins van Doornroosje een ‘toffe gozer’, die voorbijgestreefd wordt door een andere held, die ‘gewoon met een heli’ op het paleisdak landt. En Assepoester verkiest de fee boven de Kroonprins.

    Marjet Huiberts ging aan de haal met sprookjes en haalde heksen, stiefmoeders en prinsen van hun voetstuk in geestige raps, die precies de juiste snaar raken tussen de archetypische sprookjeswereld en de tijdgeest van nu. Overtuigend weet ze de essentie van de sprookjes te reduceren tot drie à vier bladzijdes, en geeft ze de verhalen een emancipatoire draai. Ze schrijft zeer ritmisch en taalgevoelig. In achtregelige strofes, telkens per vier regels hetzelfde rijmend, soms ook met geestig gevonden binnenrijm, bewerkte ze de sprookjes op virtuoze wijze en geeft ze nieuwe, speelse wendingen. Haar toon benadert die van rappers, zonder plat te worden. De swingende raps zingen lekker mee.

    Ook door de illustraties en de vormgeving van Wendy Panders is het lezen van deze sprookjes een echte belevenis. Illustraties en vormgeving zorgen voor eigen sfeer: statisch en tegelijkertijd dynamisch. Vileine sprookjesfiguren, sfeervolle achtergrondpatronen, kleine details en tekstregels die zijn doorspekt met visuele grapjes. Zo geeft zij met haar humoristische tekeningen in de tekst een eigen draai aan het pictolezen voor beginnende lezers.

    De sterke combinatie van virtuoze teksten, dynamische illustraties en verrassende vormgeving in Roodkapje was een toffe meid is onontkoombaar. Hulde aan zo veel vakmanschap!



  • Daan Remmerts de Vries - Meneer Kandinsky was een schilder

    Rapport Daan Remmerts de Vries:
    Categorie informatief
    Op een dag stapt er uit een schilderij van meneer Kandinsky een klein blauw paardje. Het paardje huppelt voortdurend achter meneer Kandinsky aan. De schilder raakt in de war van het paardje dat steeds van alles in zijn oor fluistert: ‘Alles, alles heeft zijn eigen, heel speciale kleur.’ Meneer Kandinsky begint, geïnspireerd door het paardje, op een andere manier te schilderen. ‘Landschappen met rood en paars, met scherpe en scheve bochten, met weglopende strepen en grappige kleine vlekken – landschappen die lieten zien wat hij erbij voelde.’ Als het paardje op een dag verdwenen is, weet meneer Kandinsky even niet meer wat hij moet doen.

    Schrijver/illustrator Daan Remmerts de Vries maakt in dit boek een bijzonder onderwerp, abstracte kunst, toegankelijk voor jonge kinderen. Daarbij verplaatst hij zich feilloos in de gedachtewereld van een kleuter. Ook de creatieve worsteling van de kunstenaar is op een begrijpelijke manier in het verhaal verweven. Dit boek gaat nergens over hun hoofden heen, terwijl het wel de kern van het expressionisme raakt.

    In prachtige, kleurrijke, grappige tekeningen en korte, heldere zinnen, legt Remmerts de Vries uit hoe Kandinsky ertoe kwam om geluiden en gevoelens te gaan schilderen. Kandinsky’s nieuwe kijk op de werkelijkheid – ‘alles, alles heeft zijn eigen, heel speciale kleur’ – leidt tot humoristische situaties. Zo wil hij in de schoenenwinkel ‘nieuwe groenen’ kopen en bij de bakker bestelt hij een ‘volkoren rood’ in plaats een halfje wit.

    Remmerts de Vries gaat een dialoog aan en combineert de beeldtaal van Kandinsky op overtuigende wijze met zijn eigen stijl. De illustraties in het boek komen duidelijk van Daan Remmerts de Vries – collages van geknipt papier en woeste penseelstreken kenmerken zijn werk immers al jaren – maar zijn illustraties lijken, heel knap, verdomd veel op Kandinsky’s schilderijen.

    Meneer Kandinsy was een schilder is een mooi boek over Kandinsky, onconventioneel kunstenaar en vooraanstaand lid van kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter.

    Daan Remmerts de Vries maakte daarmee het eerste boek in een nieuwe serie kinderboeken van het Gemeentemuseum in Den Haag in samenwerking met uitgeverij Leopold. Met prachtig resultaat.

    Kunst ontstaat niet zo maar en kan veel kan oproepen en betekenen - zo veel maakt dit prachtige informatieve prentenboek over verbeelding, perspectieven, conventies, creativiteit, inspiratie, de kunst van het schilderen én meneer Kandinsky, wel duidelijk.



  • Edward van de Vendel - Hoera voor Superguppie!

    Rapport Edward van de Vendel:
    Categorie poëzie
    In Hoera voor Superguppie wordt het volle leven vanuit een kinderlijke blik en met een open geest beschreven in speelse, romantische en overpeinzende gedichten. Deze vierde Superguppie-bundel met vijftig nieuwe gedichten laat zien dat de formule nog niets aan kracht heeft ingeboet. Sterker nog: Van de Vendel wordt steeds beter.

    In Superguppie wordt geobserveerd en gefilosofeerd dat het een lieve lust is. Over ‘nergens zijn’ tijdens een autorit. Over twee hommels die sliepen ‘heel diep / in een bloem. / naast elkaar.’ Over verdroogde sinaasappels, ‘Vruchtmummies (…) op een arme ouwe fruitschaal. / Museum van tijd.’ Over een moeder die liefst nog even moet komen instoppen ‘Dus waarom kom je / niet nog eventjes hier? / Dan is het eindelijk / klaar met het geklier. / Dan kan mijn kussen / me niet meer pesten. / Dan aai jij ons allebei / buiten westen.’

    Het zijn dit soort observaties die de Superguppiegedichten van Van de Vendel onweerstaanbaar maken en hun unieke kwaliteit geven: woorden geven aan gebeurtenissen, situaties en gevoelens en de wereld voor de lezer inkleuren. Van de Vendel kan en doet het, in grappige, korte gedichten die lopen als een trein. Ze zijn verrassend, speels, onverwachts, terloops en nergens zwaar. Illustrator Fleur van der Weel verleidt met haar bedrieglijk eenvoudige beelden. En Edward van de Vendel neemt zijn jonge lezers met zijn luchtige toon, zijn soepele rijm en verrassende humor mee in zijn gedichten en laat hen door een andere bril naar de wereld te kijken.

    In het gedicht Naam zet Superguppie zijn handtekening onder de wereld: ‘Ik adem op het raam, / het raam van de bus. / En dan schrijf ik mijn naam. / In mijn adem dus. / En even, heel even, blijft het staan. / En even is alles wat ik voorbij zie gaan, / gemaakt / door mij. / Even is de wereld mijn schilderij / mijn kleiwerkstuk, / mijn bouwpakket. / Want ik heb er even mijn handtekening / onder gezet.’

    In zijn gedichten doet Van de Vendel hetzelfde. Gelukkig voor de jeugdpoëzie niet in een ademwolk, maar stevig, op papier.



  • Bette Westera - Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen

    Rapport Bette Westera:
    Categorie poëzie
    Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen is een abc-darium. In 47 diergedichten passeren allerhande dieren van a tot z de revue. Bette Westera kiest een bijzondere invalshoek om in goed lopende, verhalende gedichten over dieren te vertellen. Humorvol combineert zij biologische en historische feiten met persoonlijkheids- en dierenkenmerken: een gierige aasgier die als makelaar zijn klanten plukt; een ekster verzot op glimmende cadeaus; een kwartel met slechte oren; mollen die de hoop niet opgeven; een pimpelmees met een kater, Reiger Willem de Zwijger, en een scharrelkip uit Barneveld die van haar stokje gaat.

    En dan is er meester Mandril, die geen les wil geven in taal, lezen en rekenen: ‘Ik geef alleen maar levensles! (…) Ik leer je door het vuur te gaan / voor iemand, en voor aap te staan. / Ik leer je liedjes van verlangen, / en aan je apenstaartje hangen / en nootjes eten bij de vleet. / Is dat niet mooi? En voor je ’t weet / dan is je kindertijd verstreken. De lange jaren lijken weken.’

    Levenslessen biedt Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen volop - in de fijntalige teksten van Bette Westera komt het hele leven voorbij.

    Wie de 47 diergedichten leest maakt niet alleen kennis met een scala aan dieren, maar ook met de mooie en minder mooie kanten van het leven: argwaan, vertedering, medeleven, hebzucht, veronachtzaming, liefde, vooruitgangsgezindheid en meer.

    Daarbij is Bette Westera een taalvirtuoos, die houdt van dubbelzinnigheid en bij wie de regels altijd perfect lopen. Eindrijm en binnenrijm worden moeiteloos ingezet om de vaart erin te houden. Westera is een dichter in de traditie van Annie M.G. Schmidt. De gedichten zijn fris en houden – evenals de prachtige en eigenzinnige illustraties van Sylvia Weve – de lezer op een positieve manier scherp.

    Ik leer je liedjes van verlangen is een inspirerende poëziebundel, een boek om vaker op te pakken. Geen pageturner die je in één keer uit leest, daarvoor biedt het een te grote verscheidenheid aan – letterlijk en figuurlijk – verdichte dierenverhalen. Elk gedicht bevat veel, en in elke zin gebeurt wel iets bijzonders. En daarbij schuwt Westera volwassen woorden niet. Dat alles vraagt tijd en aandachtig lezen, en maakt de gedichten bij uitstek geschikt om voor te lezen. Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen is een bundel waarin veel te halen is.

    Een bijzondere voorleespoëziebundel.

  • Ik! Wíe ís dat?

    Rapport :
    Categorie informatief
    Ik! Wie is dat? bevat essays voor kinderen geschreven door niet de minsten. In toegankelijke teksten, geschreven door professoren van de Kinderuniversiteit van Tilburg, komen allerlei aspecten rond identiteit aan de orde.

    Na een inleidende verkenning is de vaststelling ‘Je identiteit is dus een optelsom van wat je gegeven is, wat je overkomt en wat je er zelf van maakt.’ het startpunt voor verdere exploratie van het onderwerp. Ik ben wie ik ben en wie ik wil zijn; Je bent nooit alleen op de wereld; De oma van je oma, van je oma, van je oma; Stamppot of Allah; God en ik, ik en God; Onbeschoft en asociaal – de professoren belichten deze grote vraagstukken vanuit een wetenschappelijk-filosofisch, theologisch, biologisch, historisch en ethisch perspectief. Ik! Wie is dat? is een prettige mix van tekst en beeld, informatie en verhalen. De verschillende invalshoeken zorgen voor een gevarieerd aanbod en kinderen worden serieus genomen. Zij worden op hun eigen niveau aangesproken, de professoren gaan serieus op de onderwerpen in en gaan niet op de knieën.

    De professoren sporen aan om na te denken over wie je bent, wie je wilt zijn en hoe je dat weet. Tussen de essays door staan in gekleurde kaders anekdotes, statements, verwijzingen naar websites, opdrachten, portretten van kinderen in woord en beeld, kleurenfoto’s en -illustraties. De kaderteksten zijn goed gekozen en raken direct aan het verhaal. Ik? Wie is dat? verbindt wetenschappelijke inzichten op een aansprekende manier met de leef- en belevingswereld van kinderen. Het zet de lezer aan tot nadenken over wie hij of zij is.

    Uitgeverij Zwijsen en de Kinderuniversiteit Tilburg hebben met dit informatieve en kleurrijke lees-, leer- en bladerboek laten zien zich er zeer van bewust te zijn dat een goed informatief boek veel kan bewerkstelligen en de lezer wijzer en rijker maakt. Met de lezers van Ik! Wie is dat? gebeurt dat zeker.



Vlag & Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen