Griffels 2012

Ga direct naar

Details:

De Griffeljury 2012, bestond uit:
Gerlien van Dalen (voorzitter)
Elly Bart
Menno Daamen
Patricia van Keulen
Annemarie Terhell



Uitreikingsrapport:


De Griffeljury heeft de volgende boeken voorgedragen ter bekroning met een Zilveren Griffel of Vlag & Wimpel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen.

GOUDEN GRIFFEL:
Categorie Informatief:
WinterdierenBibi Dumon Tak - Em. Querido’s Uitgeverij

ZILVEREN GRIFFELS :
Categorie tot zes jaar:
O rode papaver, boem pats knal! - Sjoerd Kuyper- Uitgeverij Lemniscaat

Keepvogel en Kijkvogel in het spoor van Mondriaan - Wouter van Reek - Uitgeverij Leopold

Categorie vanaf zes jaar:
Toen kwam Sam - Edward van de Vendel - Em. Querido’s Uitgeverij

Ik en de Rovers - Siri Kolu - Uitgeverij Gottmer

Categorie vanaf negen jaar:
Vuurbom - Harm de Jonge - Uitgeverij van Goor

Mister Orange - Truus Matti - Uitgeverij Leopold

Categorie informatief:
Je beste vriendin Anne - Jacqueline van Maarsen - Em. Querido’s Uitgeverij

Categorie poëzie:
Driedelig paard - Ted van Lieshout - Uitgeverij Leopold

VLAG EN WIMPELS:
Categorie tot zes jaar:
Iggy & ik - Jenny Valentine - Uitgeverij Moon

Lieve kleine Rolf - Nadia Shireen - Uitgeverij C. de Vries-Brouwers

Waarom lig jij in mijn bedje - Joke van Leeuwen - Em. Querido’s Uitgeverij

Categorie vanaf zes jaar:
Beste Bregje Boentjes - Mathilde Stein - Uitgeverij Lemniscaat

Mees Kees gaat verhuizen - Mirjam Oldenhave - Uitgeverij Ploegsma

Mijn opa en ik en het varken Oma - Marjolijn Hof - Em. Querido’s Uitgeverij

Categorie vanaf negen jaar:
IJsbarbaar - Rob Ruggenberg - Em. Querido’s Uitgeverij

Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen - Jowi Schmitz - Uitgeverij Lemniscaat

Verhalen voor de vossenbroertjes - Lida Dijkstra - Uitgeverij Pimento

Categorie informatief:
Groeten uit 2030 - Jan Paul Schutten - Uitgeverij Davidsfonds/De Fontein

Categorie poëzie:
Zoen me tot ik spin - diverse auteurs - Em. Querido’s Uitgeverij

Vijf draken verslagen - Ted van Lieshout - Em. Querido’s Uitgeverij

ALGEMENE INLEIDING :
Dat het boek het aflegt tegen de televisie en de computer is tegenwoordig een veelgehoorde opmerking. Niet zonder reden, want voor een deel is de concurrentie die het lezen ondervindt van andere vrijetijdsbestedingen zeker een feit. Maar daarnaast is het zo dat er - niet anders dan vijftig, veertig, twintig, tien of twee jaar geleden - bij jonge lezers honger bestaat naar boeken die ze laten kennismaken met de wereld, belevenissen waarin ze een kijkje kunnen nemen in de denkwereld van anderen, verhalen waarin ze hun fantasie de vrije loop kunnen laten. Voor hun talige, maar ook voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling is dat van onschatbaar belang. En laten er nu volop boeken geschreven worden die daaraan tegemoet komen. Er is nog steeds sprake van een levendig, veelzijdig en kwalitatief aanbod van kinder- en jeugdliteratuur.

De Griffeljury heeft ruim honderdvijftig boeken gelezen en besproken. Hieronder waren veel goede boeken die jonge lezers absoluut zouden kunnen aanspreken. Maar opvallend was dat lang niet alle boeken in de media zijn besproken of aandacht hebben gekregen. Hoe kan een boek tot leven komen zonder respectvolle aandacht, recensies of interviews, auteursoptredens in boekhandel, school of bibliotheek of literaire avonden? Het is voor de lezer of degene die de lezer de weg wil wijzen niet gemakkelijk dat gewenste boek te vinden.

Opvallend was daarnaast dat er nogal wat boeken gepubliceerd werden waarvan het omslag niet goed aansluit bij de inhoud. Personages die te jong of juist te oud werden afgebeeld, of niet in overeenstemming met de beschrijving van het uiterlijk in het boek. Wetend dat veel boeken gekozen worden op basis van het omslag, is dat een gemiste kans.

In lijn met voorgaande jaren heeft de jury gezocht naar kwalitatief goede kinder- en jeugdliteratuur die kinderen aanspreekt of kan aanspreken. Dat is een delicaat, maar – aangezien het huidige rijke en heterogene aanbod – zeker niet onmogelijk evenwicht.

Bepalend waren de kwaliteit van tekst, stijl en compositie, de relatie tussen tekst en beeld en de kwaliteit van de vertaling in het Nederlands. Een andere bepalende factor was originaliteit. Het is de kunst lezers nieuwe dingen te laten ontdekken, de wereld door een andere bril te tonen, verwachtings-patronen te doorbreken of te ontregelen, zonder al te zeer te verontrusten. Afstemming op de doelgroep, humor en geloofwaardigheid zijn dan essentieel.

2011 bracht amusante, filosofische en meeslepende lees- en voorleesboeken voort, boeken die de lezer uitnodigen verder te kijken dan zijn vooroordeel groot is. Comfortabele boeken die je meenemen naar een andere wereld, maar ook stekeliger verhalen over buitenbeentjes, instabiele gezinnen, kwetsbare of gekwetste personages op zoek naar evenwicht, of boeken die spelen met literaire conventies en tradities.

Evenals vorige jaren verschenen er in het bijzonder voor kinderen vanaf 9 jaar veel mooie en goede boeken. De jonge lezers komen er bepaald bekaaider af. In de categorie 0-6 was het aanbod relatief klein en daarbinnen waren er nogal wat boeken die appelleren aan bekende bed- en andere rituelen van jonge kinderen. Er was wel een aantal absolute uitschieters, compacte filosofische en verbeeldingsvolle voorleesboeken die in tekst en beeld vernieuwen en verwachtingen doorbreken zonder aan warmte en humor te verliezen.

Voor de beginnende lezers schoot er minder over wat betreft interessante uitdagende literaire leesboeken die kinderen van zes tot een jaar of negen zelf kunnen en willen lezen en die aansluiten bij de wereld van nu. Gelukkig blijft Mees Kees actief, verscheen er een mooi eerste deel over Sam in een nieuwe reeks, en was daar de verbeeldingvolle roadtrip Ik en de Rovers.

Vergelijk dat eens met het aanbod voor negen jaar en ouder, met volop mooie en goede boeken in het lichte genre, boeken met zwaardere onderwerpen, historische gegevens, avonturenboeken die je meevoeren en originele bewerkingen van klassiekers. In het informatieve genre is nog volop (ruimte voor) ontwikkeling. Kennis en feiten vallen in steeds grotere mate op het wereldwijde web te vinden. Maar duiding van de informatie is een ander verhaal. Goede informatieve boeken brengen de feiten tot leven door de eigen stem van de verteller en ordenen en duiden de informatie door een prikkelende combinatie van tekst en beeld. Literaire non-fictie of fictionele non-fictie die op een bijzondere manier een verbeeldingvolle talige laag rond de feiten aanbrengt en uitnodigt tot lezen en verder lezen. De bekroonde boeken zijn daarvoor exemplarisch.

Hoewel het aantal uitgaven met nieuwe kinder- en jeugdpoëzie beperkt is, is de kinder- en jeugdpoëzie zich duidelijk aan het heroriënteren en manifesteren in bloemlezingen, waarbij vormgeving en illustraties nadrukkelijk worden ingezet. In het lichte en lenige jaarboek Poëziespektakel publiceren gevestigde en jonge dichters en spreken zij zich uit over hun literaire voorbeelden. Het lezen van deze pagina’s vol lezenswaardige nieuwe gedichten bracht bij de jury even de vraag op of het Poëziespektakel niet de krenten uit de pap vist, waardoor er bijna geen bundels met nieuwe jeugdpoëzie meer verschijnen. Om snel weer plaats te maken voor de berustender gedachte dat dankzij dit poëziejaarboek dichters ten minste in druk verschijnen en de aandacht krijgen die ze verdienen.

Alles overziend was 2011 een goed jaar en is de kinder- en jeugdliteratuur volop in beweging en vol van creativiteit en kwaliteit. Daarvan getuigen de boeken die dit jaar met een Griffel of Vlag & Wimpel zijn bekroond. De jury draagt overtuigd en unaniem eenentwintig geweldige boeken voor, negen Zilveren Griffels en twaalf Vlag en Wimpels. Zij complimenteert en feliciteert de auteurs met het voortreffelijke werk waarmee zij de kinder- en jeugdliteratuur en de jonge lezers een grote dienst bewijzen.



Gouden Griffel

  • Bibi Dumon Tak - Winterdieren

    Winterdieren is een sfeervol verhalend informatief boek over dieren die wonen in de gebieden op en rond de Zuidpool en de Noordpool ‘Het staat nergens zwart op wit. Geen koning heeft het ooit gezegd. Maar iedereen weet het toch: de Noordpool en de Zuidpool zijn de vader en moeder van de aarde. Zij houden de wereld bij elkaar. (…) Bovenop de wereld, en helemaal onderaan, is het leeg en wit. Er lopen alleen wat dieren rond, en een handjevol mensen dat van koude en kale vlakten houdt.’ Een lang citaat, maar dan zijn we ook meteen bij de kern: Bibi Dumon Tak spreekt kinderen direct aan met een verhaal vol taalrijk aangeklede informatie.

    In soepele, humoristische en aansprekende taal bespreekt Bibi Dumon Tak dieren in hun habitat. Ze geeft feiten met hier en daar een extra exotisch weetje, en de subtiele, gevoelige illustraties van Martijn van der Linden vervolmaken het in taal geschetste beeld. Zonder dat ze vanzelfsprekend veronderstelt dat jij, lezer, de natuur leuk vindt, of dat de natuur jou interesseert, leidt Bibi Dumon Tak je langs diverse winterdieren. En of je wilt of niet: je kijkt en luistert. Hoor wat ze zegt over de muskusos: ‘Man o man, wat een beest is dit. Haveloos en hoogpolig vanbuiten, zorgzaam en oeroud van binnen. (…) een verwaaid dennenbos op poten.’ Daarnaast kan Bibi Dumon Tak complexe processen en feiten zo beschrijven, dat de lezer meteen een helder beeld heeft. Neem bijvoorbeeld haar beschrijving van de narwal, een duiker in de diepe donkere zee: ‘Tijdens zijn zoektocht zet hij zichzelf op de spaarstand. Hij gebruikt zijn bloed alleen op de plekken waar dat nodig is. De rest van zijn lichaam moet het maar even zonder doen. Daardoor kan de narwal dieper duiken dan elk zoogdier op aarde.’

    Exemplarisch is haar beschrijving van de ‘Belgica antarctica’: ‘Er zijn dieren die zo onbeduidend zijn dat ze geen roepnaam hebben. Ze dragen alleen hun paspoortnaam, hun officiële wetenschappelijke naam, omdat ze nu eenmaal ooit door iemand zijn gevonden en bestudeerd. De ‘Belgica antarctica’ is zo’n armzalig geval. Wel netjes ingeschreven in het Grote Boek der Dieren, maar nooit liefdevol benoemd.’ Prachtig geformuleerd en laat liefdevol benoemen nou precies datgene zijn wat Bibi Dumon Tak in dit boek bij uitstek zo goed doet en wat je bijblijft. Wie bijvoorbeeld eenmaal kennis heeft genomen van haar beschrijving van de ijsbeer als ‘de Rolls-Royce onder de pooldieren. Zo sterk, zo zeldzaam, zo indrukwekkend. En voorzien van de wintersnufjes van veel andere dieren samen’, kijkt voortaan met andere ogen.

    Aan het informatieve genre kleeft nogal eens wat stoffigheid. Maar Bibi Dumon Tak schrijft frisse, aanstekelijke portretten waarin de ijskoude pooldieren tot leven worden gebracht in een voortreffelijke stijl: nonchalant maar raak, opgewekt, liefdevol, aaibaar en zeer geestig Bibi Dumon Tak probeert van iedere zin een feestje te maken. Winterdieren is een parel binnen de non-fictie, een boeiend, avontuurlijk en aanstekelijk boek, dat getuigt van schrijflust, kijklust, originaliteit, passie en vakmanschap. Het zet een nieuwe toon: Winterdieren neemt je mee naar verre verten en biedt volop kennis, maar doet ook meeleven en bewonderen.

    Dit voortreffelijke boek - dat ieder kind verdient te lezen of voorgelezen te krijgen - geeft glans aan het informatieve genre. De Griffeljury kent eendrachtig en met zeer veel genoegen de Gouden Griffel 2012 toe aan Winterdieren van Bibi Dumon Tak.

    Details:
    Categorie Informatief.

Zilveren Griffel

  • Harm de Jonge - Vuurbom

    Rapport Harm de Jonge:
    Jimmie Prins, dertien jaar en woonachtig in Groningen, denkt dat hij zijn vriend Bram heeft vermoord met een vuurbom en ligt blind in het ziekenhuis. Met dit gegeven opent Vuurbom. Jimmy blikt in ruim één week terug op zijn vriendschap met Bram en de gebeurtenissen van de afgelopen tijd. Hij vertelt Agnes, de verpleegster die ruikt naar de zondagse vanillepudding van zijn moeder, wat er is voorgevallen en zoekt met haar zijn geheugen af naar nieuwe feiten. Bram is een nieuwkomer op school. Hij is een filosoof van de koude grond op zoek naar oorzaak en gevolg.

    Bouwend aan de ‘Wet van het Gevolg’ voert hij allerhande experimenten uit, niet alleen met dingen, maar ook met mensen. En daarbij durft hij ver te gaan: van het stelen van agenda’s en postzegels tot een dierbaar medaillon van een klasgenoot of het pijnlijk sarren van een onzekere docente. Bram gaat te ver, naar Jimmie’s zin, maar hij ziet geen kans Bram te stoppen. Als Bram op een feest in het zomerhuis van zijn vader alle gestolen spullen aan de eigenaren wil teruggeven, loopt de zaak door een ongelukkige samenloop van omstandigheden gruwelijk uit de hand: een vuurbom richt veel schade aan en er zijn naast Jimmie velen betrokken bij het drama, dat anders blijkt dan aanvankelijk vermoed.

    Vuurbom is een bijzonder spannend, goed gedoceerd verhaal, dat door zijn structuur en spanningsopbouw heel uitnodigend is. De boeiende compositie met afwisseling van heden en verleden en een langzaam herstellend geheugen van Jimmie, houdt de spanning vast en de lezer nieuwsgierig. De gebeurtenissen in het ziekenhuis verschillen typografisch van de gedeelten over herinneringen of de fragmenten waarin Jimmie last heeft van ‘hersenratels’: paniekaanvallen met angstige dromen en flarden losse herinneringen. De karaktertekening in Vuurbom is sterk.

    Onder meer door de reflectie op wat er gebeurd is, ziet Jimmie steeds scherper hoe de verhoudingen lagen. Hoe Brams dwingende persoonlijkheid zijn eigen onmacht versterkte om Bram tot de orde te roepen of diens spel te stoppen. Het leidt tot een breder perspectief: hoe ga je met mensen om? Wat is vriendschap? Waar liggen de grenzen van wat je anderen mag aandoen? En wanneer moet angst het verliezen van het nemen van verantwoordelijkheid voor zaken die uit de hand dreigen te lopen? Met Vuurbom schreef Harm de Jonge een beklemmend mooie jeugdroman over vriendschap op een hellend vlak.



    Details:
    Categorie vanaf 9 jaar.
  • Siri Kolu - Ik en de rovers

    Rapport Siri Kolu:
    Als Roos met haar familie onderweg is naar haar oma wordt zij gekidnapt door de familie Rover. Eenmaal van de schrik bekomen weet Roos zich prima aan te passen aan deze bijzondere roversfamilie, beleeft ze met hen het ene avontuur na het andere en leert ze al snel de kneepjes van het vak. Zo leert ze dat ‘HaBuutjes’ heel geschikt zijn om te beroven: ‘HaBuutjes – halfburgerlijk (...) vindt zelf dat ie heel gewoon is, maar investeert veel geld in comfort, auto's, eten, kleding. Wat ons goed uitkomt.’

    Roos geniet van het vrije leven met af en toe een goede roof waardoor de zak met dropveters en chocola weer gevuld wordt. Zij observeert de Rovers en maakt notities over ‘de belangrijkste eigenschappen van een goede snelwegstruikrover.’ Haar notitieboekje groeit uit tot een heus ‘struikroverhandboek’. Gaandeweg raken de impulsieve Rovers en de meer bedachtzame, verstandige Roos aan elkaar gehecht. Prachtig is het omslagmoment als Roos de leiding neemt wanneer de zaken uit de hand dreigen te lopen bij een conflict tussen roversfamilies op het Zomerfestival voor Rovers, als Roos’ vader opduikt, en roverszoon Carlo naar school wil. Roos bedenkt een voor allen aanvaardbare oplossing, en gaat terug naar huis. Maar pas nadat ze heeft afgesproken dat de Rovers haar volgend jaar weer zullen ontvoeren.

    Ik en de Rovers is een met veel vaart geschreven, fantasievol en een tikje anarchistisch boek, opgedragen aan ‘de Ford Transit 100 L 2.40’. De familie Rover leeft in een geheel eigen werkelijkheid, een wereld naast de gewone wereld waar zij vroeger ‘gewoon’ deel van uitmaakten. Grappig en effectief zijn de hoofdstuktitels die de inhoud aankondigen en de lezer het verhaal intrekken. In korte zinnen en in een goed volgehouden bij rovers passend opgewonden woordregister, ontrolt het verhaal zich vanuit het perspectief van Roos. Meteen al in de openingszin toont dit boek het zo kenmerkende humoristisch-cynische opmerkingsvermogen van Roos. ‘Ik werd in de tweede week van juni ontvoerd. Maar goed ook; het dreigde toch al een beroerde zomer te worden.’

    Geheel in Scandinavische traditie ontwikkelt Roos zich tot een moderne Ronja de Roversdochter. Ik en de Rovers is een briljant, ontregelend en humoristisch boek vol verrassende ontwikkelingen en sprankelende fantasie. Elke bladzijde is een feest om te lezen.



    Details:
    Categorie vanaf 6 jaar.
  • Sjoerd Kuyper - O rode papaver, boem pats knal!

    Rapport Sjoerd Kuyper:
    Robin is verhuisd naar het huis naast de school waarvan zijn vader directeur is. Het levert hem een groot probleem op: bovenaan de trap is het donker en daar zit “een grote grijze wolf”. Hij gebruikt een bezweringsspreuk, waaraan ook de titel van het boek ontleend is. Samen met zijn onafscheidelijke knuffel Knor lukt het hem de wolf te verjagen.

    Maar het boek gaat over meer. Over hooien bij de buren, logeren bij opa en oma, ziek zijn en vooral over spelen en fantasie.

    In dit ogenschijnlijk alledaagse verhaal over een kleuter die bijna kleuter-af is, hebben gebeurtenissen een grote herkenbaarheid voor groot en klein en worden onnadrukkelijk andere elementen ingevoegd, zoals je angsten overwinnen, nieuwe dingen leren, het belang van vertrouwde familiebanden. Daarbij is fantasie als levenskracht een onnadrukkelijke, maar voor de goede verstaander onmisbare boodschap.

    Het verhaal speelt zich af in een boerendorp met ouderwets aandoende hiërarchie. De moderne wereld is ver weg, maar nergens wordt de setting nostalgisch – de stad is dichtbij. De illustraties van Marije Tolman zijn sfeervol en perfect voor de doelgroep: lief, maar niet zoet. Ze versterken Robins verbeelding en geven vorm aan de meer abstracte zaken in het verhaal.

    Dit laatste Robin-verhaal is opnieuw een fantastisch spel met taal, waarin de gedachten van een kleuter mooi worden verwoord en kleine, gewone gebeurtenissen prachtig opgeschreven zijn.

    Robin is een verhalenverteller en voert bijna filosofische gesprekken over het leven, groter worden, en schrijverschap, waarbij Kuypers zijn poëtica door opa helder laat verwoorden. “Een schrijver schrijft boeken. Eerst gaat een schrijver lang nadenken. Hij denkt tot hij een verhaaltje heeft bedacht. Een verhaaltje in zijn hoofd. Hij denkt tot hij het verhaaltje mooi vindt. (…) ‘Maar’, zegt opa, ‘een schrijver fantaseert het verhaaltje niet alleen, hij schrijft het ook op.’ ‘Met mooie woorden, denk ik,’ zegt Robin. ‘Welnee,’ zegt opa. ‘Je kunt met gewone woorden ook een mooi verhaal schrijven. Je moet de woorden alleen op de goede plek zetten – dat is de kunst.’

    En dat is precies de kunst die Sjoerd Kuyper als geen ander verstaat. O rode papaver, boem pats knal! is een warm verhaal vol poëtisch taalgebruik, waarin volwassenen bereikbaar zijn voor kinderen en mee kunnen gaan in hun dromen en fantasie. Kleine alledaagse zaken worden tot poëzie verheven. In eenvoudige heldere taal met humoristische dialogen en metaforen die niet voor de hand liggen maar toch volstrekt duidelijk zijn, wordt aan woorden een diepere betekenis gegeven. Niet alleen de juiste plek voor de woorden vinden, maar vooral ook de juíste gewone woorden vinden, dat maakt dat Kuypers werk zo goed is.



    Details:
    Categorie tot 6 jaar.
  • Ted van Lieshout - Driedelig paard

    Rapport Ted van Lieshout:
    Van Lieshout is een veelzijdig dichter en kunstenaar die het zichzelf en zijn lezer niet gemakkelijk maakt. Zowel het omslag, de blokgedichten, de beeldsonnetten en de tekeningen als de algehele boekverzorging zijn van zijn hand. Driedelig paard is dan ook niet zomaar een boek. Het is een kunstwerk op zichzelf en een vernieuwende en actuele uitgave in de huidige beeldcultuur. Van Lieshout werkt met nieuwe vormen van tekst en beeld en laat de lezer tekst en beeld anders ‘lezen’.

    Is er sprake van een gedicht als je een verhaal in een perfect rechthoekje giet en er de term blokgedicht voor verzint? Zeker als de verhalen sprankelen, er een subtiele samenhang in alle verhalen zit, en als de schrijver zegt dat het gedichten zijn, gaan we er graag in mee! Blokgedichten zijn gedichten die de vorm hebben van een blok tekst zonder de kenmerken waaraan je kunt zien wat het is, legt Van Lieshout achter in de bundel uit. Driedelig paard bevat brieven aan oma die in haar eentje over is, aan ouders van een geminacht kind, verhalen over gebeurtenissen op school, als blokgedicht vermomde klachtenbrieven en advertentieteksten. Precies op de helft van het boek staat een liefdevol, gevoelig blokgedicht over het paard als gewenst maar nooit gekregen verjaarscadeau, dat verderop in het boek als driedelig paard toch opduikt.

    Geliefd worden, gezien worden, erkend worden, vriendschap, optreden tegen onrecht en hypocrisie aan de orde stellen. Van Lieshout doet het, schrijnend ernstig, gevoelig en onbedaarlijk geestig. Maar hij doet meer. Hij schept met zijn beeldsonnetten een nieuwe poëtische beeldtaal inclusief eind- en binnenrijm. Of het nou het ‘Halve appelsonnet’, het ‘Lepeltjessonnet’, of het ‘Bloemetjessonnet’ is, Van Lieshout verrast, ontroert, verwondert en laat je anders naar de dingen kijken.

    De schutbladen bevatten springende paarden die zijn afgeleid van foto’s van Eadweard Muybridge (1830-1904), de fotograaf die als eerste bewegingen van mensen en dieren vastlegde in een reeks opeenvolgende foto's. Wist Muybridge met zijn fotosequenties bewegingen van mensen en dieren vast te leggen, Van Lieshout presenteert als eerste foto’s van geordende beeldsequenties tot beeldpoëzie en legt in zijn beeldsonnetten de beweging van poëzie vast. Hij licht in het nawoord de vormtaal van het beeldsonnet helder toe en toont zich een gedreven en ruimhartig leermeester.

    Visueel lezen - Ted van Lieshout maakt het mogelijk en dwingt de lezer er zachtjes toe.

    Details:
    Categorie poëzie.
  • Jacqueline van Maarsen - 'Je beste vriendin Anne'

    Rapport Jacqueline van Maarsen:
    Jacqueline van Maarsen, een vriendin van Anne Frank, vertelt het verhaal van haar jeugd voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. In vier delen geeft zij een indringend beeld van het dagelijks leven en de inperkingen van vrijheid voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar verhaal begint op 30 januari 1933, de dag waarop Jacqueline vier wordt en Hitler aan de macht komt in Duitsland. In gedetailleerde beschrijvingen geeft de schrijfster een beeld van haar vroege jeugd en schooltijd.

    Als de nazi’s het land bezetten worden de vrijheden van de joodse bevolking steeds verder ingeperkt. Jacqueline moet van school af en gaat in oktober 1941 naar het Joods Lyceum. Anne Frank is een klasgenoot. ‘We hebben een heerlijke tijd samen, Anne en ik. We genieten van de school en van de lessen. De leraren zijn om dezelfde reden apart gezet als wij en we vormen een hechte groep samen. Op school vergeten we even dat de Duitsers het land hebben bezet.’ Ze worden beste vriendinnen en doen veel samen, tot Anne op 6 juli 1942 verdwijnt. In het derde deel regelt Jacqueline’s moeder een niet-Joodverklaring. De ster kan af, Jacqueline gaat naar het meisjeslyceum. De beschrijving van de Hongerwinter, wanneer alles op is, is schrijnend en heftig, maar niet sentimenteel beschreven.

    Na de bevrijding komen sommigen terug uit de kampen, anderen niet. Jacqueline van Maarsen beschrijft de pijnlijke kloof die na de oorlog ontstaat tussen de overlevers buiten de kampen en zij die teruggekeerd zijn. ‘Ik heb niet meegemaakt wat zij meegemaakt hebben. Ik voel het als een verwijt. We hebben elkaar eigenlijk niets meer te vertellen.’ Na de oorlog komt Jacqueline weer in contact met Anne’s vader, die als getergde weduwnaar wanhopig probeert de herinneringen aan zijn dochter en gezin vast te houden. Ze ontwikkelen een sterke band en in ontroerende fragmenten beschrijft Van Maarsen hoe hij haar meeneemt naar het Achterhuis en Anne’s dagboek laat zien, waarin Anne twee afscheidsbrieven aan haar, Jacqueline, heeft geschreven.

    Je beste vriendin Anne geeft een authentiek tijdsbeeld en een kleurrijk portret van de oorlogsjaren, van de bedrijvigheid in het goedlopende naaiatelier van haar moeder, de kring van gegoede klanten, de gebeurtenissen op school, de recessie en de onzekerheid die daarop volgde. De ondertitel is ‘Herinneringen aan de oorlog en een bijzondere vriendschap.’ Jacqueline van Maarssen schrijft eerlijk over haar relatie met Anne, over haar eigen zorgen en twijfels, over Anne’s grillige kanten. Zij geeft – zonder zichzelf centraal te stellen – met haar persoonlijke kijk op het leven van de familie Frank een aardig beeld van de andere kant van Anne Frank. Haar vriendschap met Anne is, ook letterlijk, de kern van het boek.

    Je beste vriendin Anne is een indringend, vanuit herinnering geschreven verhaal van unieke informatieve waarde. Deze verhalende non-fictie voor kinderen vanuit het perspectief van iemand die de oorlog heeft meegemaakt, laat zien hoe kleine wendingen in het leven soms verstrekkende gevolgen kunnen hebben en legt een andere laag om de geschiedenis Is het fictie? Non-fictie? Je zou wensen dat het niet gebeurd was.



    Details:
    Categorie informatief.
  • Truus Matti - Mister Orange

    Rapport Truus Matti:
    Linus Muller is de middelste van vijf kinderen uit het gezin van een groenten- en fruithandelaar in New York. Wanneer zijn broer in 1943 als soldaat tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Europa vertrekt, krijgt Linus diens schoenen, bed, taken én verzameling Action Comics – Superman is hun beider held. Linus bezorgt iedere maandag een kist sinaasappelen bij een schilder, die hij mister Orange noemt omdat hij zijn echte naam niet kan onthouden.

    Mister Orange blijkt niemand minder te zijn dan de Nederlandse schilder Piet Mondriaan, die zijn toevlucht heeft gezocht tot de Verenigde Staten en Linus leert Mondriaans atelier en opvattingen steeds beter kennen. Via brieven van zijn broer dringt de werkelijkheid en de gruwelijkheid van de oorlog en het gevaar dat zijn broer loopt langzaam Linus’ bewustzijn binnen. Mondriaan vergelijkt de oorlog met een boze fee: ‘Moeilijk om aan te pakken, omdat ze vol zit met gemene trucs. (...) En toch is terugvechten het enige dat erop zit.’ Op Linus’ verwijt dat Mondriaan zelf de oorlog en Europa is ontvlucht, antwoordt hij: ‘iedereen vecht op zijn eigen manier. Jouw broer is jong en sterk (...). Ik moet het hebben van mijn verbeelding.’ Schilderen is Mondriaans manier om te vechten en te zoeken naar een nieuwe, betere toekomst. In 1944 overlijdt Mister Orange aan een longziekte. In maart 1945 ziet Linus een tentoonstelling in het MoMa het laatste schilderij waaraan hij werkte: Victory Boogie Woogie.

    De vorm waarin Truus Matti dit boek heeft gegoten is bijzonder en effectief. In het nieuwsgierig makende eerste hoofdstuk rent Linus door het Manhattan van 1945 en herkent op een affiche Mister Orange, Piet Mondriaan. Daarna gaat het verhaal terug naar september 1943 om te eindigen in maart 1945.

    Linus is een onweerstaanbaar nieuwsgierig en filosofisch personage, dat met een Kees-de-Jongen-achtige opgewekte eigen kijk de wereld verkent. Het boek volgt twee verhaallijnen. In de eerste plaats de ontwikkelingen binnen het gezin van Linus. Matti geeft in heldere, genuanceerde zinnen met een goede sfeertekening een mooi beeld van het dagelijks leven in Amerika begin jaren veertig en van de multiculturele samenleving die New York toen al kenmerkte. Daarnaast krijgen de artistieke ontwikkelingen van Mondriaan en De Stijl de ruimte. Uit Linus’ gesprekken met Mondriaan komt een helder beeld van het kunsthistorisch discours uit de jaren veertig naar voren. Geschiedenis, kunstgeschiedenis, vechtkracht en verbeeldingskracht, alles zit erin. Truus Matti is erin geslaagd op originele wijze door de ogen van een jongen de oorlogswerkelijkheid te verkennen.



    Details:
    Categorie vanaf 9 jaar.
  • Wouter van Reek - Keepvogel en Kijkvogel

    Rapport Wouter van Reek:
    Kijkvogel gaat met zijn hond Foxtrot op zoek naar de nieuwe toekomst ‘vol dingen die nu nog niet bestaan.’ Keepvogel wacht liever af, de toekomst komt immers vanzelf. ‘Als je afwacht wordt alles alleen maar ouder,’ zegt Kijkvogel. ‘Ik zoek juist naar het nieuwe.’ Met dit sterke begin, waarin Kijkvogel – Mondriaan – Keepvogels nieuwsgierigheid opwekt, kan ook de lezer niet afzijdig blijven.

    Na Kijkvogel gaat ook Keepvogel, denkend aan alle onbekende dingen die hij anders zal missen, op pad – en met hem de lezer. De reis verloopt via Hollandse molenlandschappen naar New York, de personages lopen door schilderijen van Mondriaan. In zijn atelier zoekt Kijkvogel naar wat hij nog aan nieuws mist: ‘misschien bestaat het nog niet eens.’

    Als Foxtrot zijn ‘allernieuwste allermodernste allerwildste allerswingendste’ plaatje opzet, Kijkvogel nieuw materiaal gebruikt om zijn schilderij af te maken en een andere presentatiewijze kiest – hij plaatst het schilderij in een ruit, in plaats van een vierkant – is de nieuwe toekomst daar: van natuurlijke lijnen naar contouren in blokken en kleur, van rustig landschappelijk naar snel, wild, technisch, druk, bewegingsvol, heft in eigen hand en grootsteeds. Kijkvogel vindt wat hij zocht, Keepvogel volgde zijn spoor en ziet het licht. Keepvogel en Kijkvogel is een indrukwekkend gelaagd, maar transparant boek, waarin de beeldtaal van Mondriaan tot in de kleinste details resoneert. De ontwikkelingen in het werk van Mondriaan heeft Van Reek soepel en doeltreffend in de computerillustraties verwerkt: van invloeden vanuit het impressionisme en kubisme tot en met De Stijl. Zo tuurt Keepvogel op een metrokaart die is geïnspireerd op het schilderij Broadway Boogie Woogie en doet hij onderweg een dutje onder De rode boom.

    Gaandeweg de reis door een landschap van steeds abstracter wordende schilderijen van Mondriaan, komt ook de nieuwe toekomst binnen. Het boek bevat relatief weinig tekst, voornamelijk dialogen, maar meer is niet nodig: de woorden sluiten perfect aan bij het onderwerp en maken de kern van zijn kunstzinnige ontwikkeling volkomen inzichtelijk voor jonge kinderen. Dit gave boek is geschikt om jonge kinderen kennis te laten maken met Mondriaans werk en vooruitgangsoptimisme, maar is ook voor oudere kinderen interessant. Het is lovenswaardig dat de uitgever en het Haags Gemeentemuseum ook in deze economisch zware tijden een dergelijk prachtig kunstprentenboek op de markt brengen. Vernieuwing vraagt inzet en enig zoeken, maar dan heb je ook wat.



    Details:
    Categorie tot 6 jaar.
  • Edward van de Vendel - Toen kwam Sam

    Rapport Edward van de Vendel:
    ‘De hond was er zomaar.’ Op een dag staat er bij Kix en zijn zusje Emilia een witte hond op het erf. Hij gaat niet meer weg en Kix houdt hem maar wat graag. De hond, door Kix Sam genoemd, sluit vriendschap met Kix en zijn familie en hun dieren.

    In korte hoofdstukken wordt steeds meer duidelijk over de achtergrond. Sam blijkt de hond te zijn van Cracker, de zoon van de buren, die is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De zaak komt op scherp te staan: blijft Sam bij Kix of moet hij terug naar zijn oude baas? Als de buren Sam terughalen komt Kix in actie. In het holst van de nacht gaat hij op pad om zijn hond te bevrijden, maar komt op het donkere erf van de buren oog in oog te staan met Cracker, die op verlof blijkt uit het ziekenhuis. De confrontatie is indringend en spannend. Kix laat zijn intuïtie het werk doen en blijkt met zijn tien jaar een ware held.

    Toen kwam Sam is spannend, serieus en gevoelig, heeft een perfecte dosering in de opbouw en een fraai gegeven dat voor kinderen herkenbaar is. Van de Vendel is meesterlijk in zijn gebruik van korte, krachtige zinnen en zijn taal is helder, duidelijk en mooi. De dun belijnde zwart-witte pentekeningen van Philip Hopman sluiten hier goed bij aan.

    Het is een ontroerend verhaal vol beeldende taal. In treffende metaforen wordt beschreven hoe Kix worstelt met zijn emoties: hij is afwisselend blij, zenuwachtig, boos, maar ook ontzettend bang. Hoogtepunt is het gesprek ’s nachts tussen Kix en de eigenaar van de hond, die de trieste oorzaak van zijn doordraaien - het failliet van zijn zaak - in een paar zinnen aan de kleine jongen vertelt. De nachtelijke situatie is op zichzelf al huiveringwekkend, maar de spanning wordt nog versterkt door de taal. ‘Het was nacht en niet koud, maar het was wel echt. Het hart van Kix zei het ook. Dat dit echt was. Het drumde ergens hoog in zijn borst. (…) Kix voelde aan alles, aan zijn buik en voeten en hoofd en aan de nacht, aan alles dat het fout ging.’

    Van de Vendel is een meesterverteller en toont met dit boek de kracht van een goed (kinder)boek: de nachtelijke ontknopingsscène is heftig – misschien voor jongere lezers wel op het randje – maar vanaf het begin is onvermijdelijk dat er een keuzemoment moet komen. De lezer gaat in het verhaal op, maar weet in zijn achterhoofd ook: het is maar een boek. En wie eenmaal het avontuur met Kix heeft doorleefd, had het – ook al was het een beetje eng – absoluut niet willen missen. Het is een juweel van een verhaal dat in alle opzichten klopt. En dan te bedenken dat er ook nog een vervolg is.



    Details:
    Categorie vanaf 6 jaar.

Vlag & Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen