Libris Literatuur Prijs 2011

Ga direct naar

Details:

Van de ingezonden titels komen er 164 in aanmerking voor de prijs. Die is na een reglementswijziging voor het eerst voorbehouden aan literaire romans.
Prijzengeld: 65.000 euro.
Winnaar: 50.000 euro.
Genomineerden: ieder 2.500 euro.
Datum en plaats uitreiking: Amsterdam, Amstel Hotel, 9 mei 2011.

Rapport:

Les voyages forment la jeunesse, schreef Montesquieu ooit. De bewering van de 18e-eeuwse baron dat jonge harten door te reizen de noodzakelijke levenservaring zullen opdoen, is door menig romanschrijver ter harte genomen. De jury heeft dientengevolge de halve wereld afgereisd. Soms met de tong op de schoenen. Reizen als trainingstraject, als stage in levenskunst; het is soms afzien. Ook al omdat de wondere wereld van Montesquieu meer dan ooit een poel van ellende blijkt te zijn. Beschreven tot in de details. De globe als dorp, het was voorspeld. Niemand had begrepen dat het een spookhuis zou zijn. Dus geen Grand Tour in alle hoofsheid. De narigheid is op lowcostafstand. De schrijvers brengen de chaos in huis, het levert soms prachtige verhalen op.

Opvallend is ook hoe vaak er is teruggereisd naar het nog niet zo verre verleden van het linkse activisme. Alsof er een incubatietijd nodig was om te kunnen schrijven over de onvindbare revolutie van de jaren zeventig, de teloorgang van de idealen en het engagement, en de verschillen tussen toen en nu. En dan blijkt dat opgroeien in de linkse kerk niet rooskleuriger is dan opgroeien in de gereformeerde kerk. Terug naar de jaren zeventig is merkwaardig genoeg een soort Terug naar Oegstgeest. Alleen de rituelen zijn anders.

Sinds emancipatie en feminisme zijn geïnstitutionaliseerd, wordt er geturfd. Juryvoorzitter Cox Habbema beknorde in 2007 haar seksegenoten omdat vrouwelijke auteurs het vooral moesten hebben van ‘kleine persoonlijke wissewasjes en relatieproblemen’. Welnu, dit jaar is er, om met één van de juryleden te spreken, sprake van ‘overvloedig geneuzel van mannen in crisis die hun dagen doorbrengen met pils-porno-pizza'. De jury als geheel, bestaande uit drie vrouwen en twee mannen, kan zich vinden in deze beknopte analyse.

Ook deze jury turft. Uiteindelijk voldeden 164 boeken aan het nieuwe reglement. Met andere woorden, het ging om 164 romans. 51 daarvan werden geschreven door vrouwen. Iets minder dan een derde dus. Tussen een kwart en een derde van de boeken zouden waarschijnlijk beter op hun plek zijn geweest in de ‘maand van het spannende boek’. Het betreft hier de zogenoemde ‘literaire thriller’. Deze jury heeft niets tegen literaire thrillers, op voorwaarde dat ze inderdaad literair zijn en ook nog doen trillen, om het zo maar eens uit te drukken. In de meeste gevallen was daar geen sprake van. Het begrip ‘literair’ is meer marketing- dan kwaliteitslabel.

En als we nou toch een beetje mopperen: ook deze jury heeft zich gestoord aan de vaak slordige eindredactie. Zonde van sommige boeken. Vooral de mindere grootheden zijn er het slachtoffer van. Natuurlijk, de financiële druk zal groot zijn. Dan misschien maar wat minder boeken en meer aandacht voor de postproductie.

Een aantal boeken heeft de jury hors concours moeten verklaren omdat ze niet tot de categorie ‘roman’ konden worden gerekend. Dat heeft tot nogal wat discussie geleid. Ook vorig jaar werd al opgemerkt dat de grens tussen fictie en non-fictie ‘flinterdun’ is geworden. Het onderscheid blijkt in de praktijk dan ook problematisch te zijn. Een schrijver heeft in principe twee mogelijkheden om aan te geven dat een boek als een fictieve tekst moet worden opgevat: 1) de aanduiding 'roman' op de titelpagina en 2) het feit dat de ik-verteller niet de naam van de auteur draagt: de hoofdfiguur in de romans van Voskuil heet 'Maarten Koning'. Beide indicaties scheppen ruimte voor de verbeelding, de auteur is niet verantwoordelijk voor de ‘waarheid’ van wat pure werkelijkheidsweergave zou kunnen lijken.

Dat in tegenstelling tot iemand die in de ik-vorm schrijft over haar moeder, een beroemde toneelspeelster die met name wordt genoemd. Dan gaat het onmiskenbaar om non-fictie, de feiten in het verhaal zijn voor een belangrijk deel controleerbaar. Tot zover lijkt het onderscheid duidelijk.
Maar hoe moeten we een boek indelen waarin een auteur schrijft over een ikfiguur die dezelfde voornaam draagt, maar dat zich op de titelpagina duidelijk aandient als ‘roman’? En wat te doen met een boek waarin een weduwe van een bekende auteur schrijft over haar man die met zijn volledige naam wordt aangeduid? Non-fictie? Maar in deze tekst wordt een psychotherapeut opgevoerd die een charlatan is en die dermate karikaturaal wordt neergezet dat het eerder om een mythisch hersenspinsel van de weduwe lijkt te gaan.

De beide laatste gevallen hebben wij als fictie beschouwd, dat wil zeggen tot de kandidaten voor de Libris Literatuur Prijs gerekend. Niettemin laten zulke voorbeelden wel zien dat er een schimmig niemandsland bestaat tussen verzonnen/niet-verzonnen teksten, een grensgebied dat door bepaalde auteurs soms welbewust wordt opgezocht. Kortom, ondubbelzinnig is de scheiding fictie versus non-fictie zeker niet en dus zijn ad hoc-beslissingen hier onvermijdelijk.

Al met al is de jury van mening dat de oogst van 2010 een zeer gemengd beeld oplevert. Met relatief weinig uitschieters. Maar dat zijn dan ook heel bijzondere. De jury is in goede harmonie tot haar shortlist van zes nominaties voor de Libris Literatuur Prijs 2011 gekomen.

De jury
Philip Freriks, voorzitter
Ton Anbeek
Marijke Arijs
Louise Fresco
Jann Ruyters



Winnaar

  • Yves Petry - De maagd Marino

    De maagd Marino van Yves Petry is een schokkend boek. Het verhaalgegeven is kennelijk geïnspireerd door een bizarre moord die een aantal jaren geleden in Duitsland plaatsvond: een man liet zich uit eigen vrije wil opeten door zijn minnaar. Een extreem onderwerp, dat alleen kan overtuigen wanneer een schrijver zijn lezers kan dwingen zich in te leven in de denkwereld van slachtoffer en dader. En dat lukt Petry.

    Het boek begint met een gedetailleerde, bijna klinische beschrijving van de moord die in eerste instantie de afstand maximaal vergroot tussen de personages en de lezers, die hun gevoel van afkeer niet zullen kunnen onderdrukken. Maar dan begint de stem van het slachtoffer te spreken, het dode slachtoffer dat het ware verhaal wil vertellen van de moord die hij heeft uitgelokt.

    Het is de geschiedenis van twee mannen die aan de zijlijn van de maatschappij terecht zijn gekomen. Het leven van de dader, Marino, is in feite zinloos geworden na de dood van zijn moeder. Hij leeft nauwelijks meer, hij vegeteert. Het slachtoffer, Bruno, was een gevierd docent aan de universiteit, een baan die hij opgeeft uit weerzin tegen de toenemende publicatiedwang binnen het academische bedrijf en omdat hij het geloof in de superioriteit van de literatuur boven het zogenaamde echte leven aan het verliezen is.

    De erudiete Bruno en de bijna simpele Marino, ze vormen een vreemd koppel. Aan de ene kant een man die zich slecht in woorden kan uitdrukken, aan de andere een intellectueel die bijna onder het gewicht van zijn eruditie en welsprekendheid bezweken is. Subtiel wordt de toenadering beschreven waarmee de beide hoofdfiguren elkaars hulpeloosheid aftasten. En uiteindelijk leidt het begrip dat ontstaat tot de daad die elke verbeelding lijkt te tarten.

    De maagd Marino zou een kaal verhaal zijn, als het niet uitblonk door een stijl die getuigt van het geloof in ‘de kracht van de precieze formulering’. En dat is precies wat Bruno zijn leerlingen wilde bijbrengen. ‘Ware literatuur is een krokodillenmuil die ons onverhoeds grijpt,’ zei deze docent. De roman van Petry is zo'n krokodillenmuil die de lezers onverhoeds beetpakt en niet meer loslaat.

Genomineerd

  • Gerbrand Bakker - De omweg

    Rapport Gerbrand Bakker:
    Gerbrand Bakker is een meester in sfeerschepping. In De omweg stuurt de auteur zijn heldin naar een kil, herfstig Wales, waar de gaspeldoorn bloeit en oeroude, bemoste bomen groeien. De roman begint en eindigt met een gedicht van Emily Dickinson: ‘Ample make this Bed – Make this Bed with Awe - In it wait till Judgment break’. En dat die laatste dag zal aanbreken, staat als een paal boven water, want niettegenstaande de vredige setting hangt er vanaf de eerste regels iets onheilspellends in de lucht. Het landschap is bij Bakker overigens geen decor, maar een volwaardig personage.

    Wat bezielt een Nederlandse docente om zich terug te trekken in zo’n godverlaten uithoek? Want Agnes heeft alles achter zich gelaten: haar academische carrière, haar echtgenoot en haar proefschrift over Dickinson. Een onverkwikkelijke affaire met een student? Heeft ze iets onder de leden? De auteur geeft zijn informatie niet zomaar prijs, maar laat zijn personage eerst rustig acclimatiseren. De lezer volgt haar verrichtingen in en om haar huis, scharrelt rond tussen de ganzen en schapen, ontmoet haar huisbaas, maakt kennis met de kettingrokende dorpsarts en vereert de plaatselijke middenstand met een bezoek. Boodschappen doen, onkruid wieden, een tuinpad aanleggen... haar belevenissen mogen de naam niet hebben.

    Het lijkt wel of Agnes zich in een eeuwig heden bevindt, in een gestolde tijd waarin toekomst en verleden niet bestaan: ‘Was dat het wat Dickinson vrijwel haar hele volwassen leven had gedaan? Had ze geprobeerd de tijd te stuiten, draaglijk te maken, minder eenzaam misschien ook, door hem in honderden gedichten gevangen te zetten?’ Wanneer de achtergebleven echtgenoot in het verre Nederland in actie komt en in het gezelschap van een agent naar Engeland vertrekt om zijn vrouw terug te halen, voelt de lezer aan zijn water dat dit verkeerd zal aflopen.

    De omweg drijft op suggestie. Veel blijft onuitgesproken. Via sluipwegen en omtrekkende bewegingen, schuchter haast, gaat de schrijver op zijn doel af. Op onnavolgbare wijze slaagt hij erin de klok tot stilstand te dwingen en de lezer zijn eigen, langzame tempo op te leggen. Van de weemoedige, verstilde zinnen gaat de bedwelmende sfeer uit waarvan alleen Gerbrand Bakker het geheim bezit.

  • Peter Buwalda - Bonita avenue

    Rapport Peter Buwalda:
    Zelfmoord, porno, moord en doodslag. Van deze weinig verheffende ingrediënten heeft Peter Buwalda een zeldzaam levendige en lijvige debuutroman gebrouwen, die van stilistisch vuurwerk aan elkaar hangt.

    Het boek verhaalt de ondergang van de familie Sigelius en speelt tegen de achtergrond van de vuurwerkramp in Enschede in 2000. In dat annus horribilis ontploft niet alleen de opslagplaats van S.E. Fireworks. Ook het gezin van Siem spat als een zeepbel uit elkaar. Deze exuberante selfmade man, voormalig topjudoka en wiskundig natuurtalent, heeft zich opgewerkt tot rector magnificus van een Twentse campusuniversiteit. Professioneel gaat het Siem voor de wind, maar zijn kinderen willen helaas niet deugen. Zijn zoon Wilbert -‘een crimineel die zichzelf als een kurkentrekker de ellende had ingeschroefd'- heeft gezeten voor moord. Tot overmaat van ramp blijkt zijn stiefdochter Joni een lucratief handeltje in internetporno te hebben opgezet, samen met haar vriendje Aaron. Siems wereld stort als een kaartenhuis ineen. De jonge generatie heeft lak aan noeste arbeid en discipline, en kiest voor makkelijk geld, snel gewin en een elastische moraal.

    Bonita Avenue kan gelezen worden als een zedenschets waarin twee generaties, twee wereldbeelden lijnrecht tegenover elkaar komen te staan, maar dat doet deze indrukwekkende, op Amerikaanse leest geschoeide, allesbehalve eenduidige familieroman onrecht aan. Buwalda's debuut is in de eerste plaats een onvervalste pageturner, geschreven in een gespierde, trefzekere stijl. De auteur wisselt onvermoeibaar van perspectief, pendelt druk heen en weer tussen toen en nu, en koerst met een onstuitbare vaart op de ontknoping af, zonder verstrikt te raken in de vele verhaallijnen en zonder ook maar één keer uit de bocht te gaan. Het is niet iedereen gegeven.

    De schrijver is zo zeker van zijn zaak dat hij voortdurend vooraf verklapt wat er te gebeuren staat, wat merkwaardig genoeg niet ten koste gaat van de spanning. Het verhaal is uitgesmeerd over meer dan vijfhonderd goed gevulde bladzijden, maar de aandacht van de lezer verslapt geen moment. Alles klopt, van het grotere geheel tot het pietepeuterigste detail. De meeslepende geschiedenis, de vernuftige constructie, de uitstekend gedoseerde flashbacks, de adembenemende stijl en de rake formuleringen staan garant voor uren ongecompliceerd leesplezier.

  • Adriaan van Dis - Tikkop

    Rapport Adriaan van Dis:
    Tikkop van Adriaan van Dis is een indringend boek over betrokkenheid, over de vraag in hoeverre wij ons met de ellende in de wereld moeten bemoeien. De hoofdfiguur Mulder, een Nederlander die in Parijs woont, is in zijn jonge jaren lid geweest van het internationale verzet tegen de apartheidspolitiek van de Zuid-Afrikaanse regering. Veertig jaar later komt hij in Parijs een oud medestrijder tegen, de blanke Zuid-Afrikaan Donald, die hem uitnodigt naar de Kaap te komen om met eigen ogen te zien hoe het nieuwe Zuid-Afrika eruitziet. En zo belandt de estheet Mulder in een wrakkig huisje in een vissersdorp aan de Zuid-Afrikaanse kust. De confrontatie met het land waarvoor hij zich in het verleden heeft ingezet, is ronduit ontluisterend. Zowel blank als bruin zijn ontevreden.

    Het is een motief dat door het hele boek heen terugkomt: wat heeft de bevrijding van het apartheidsregiem de bevolking opgeleverd? Niet alleen in het dorp bestaan grote sociale spanningen, ook in de steden regeert het geweld, het bloed spat van de pagina's in de sensatiekranten: moord, verkrachting, corruptie.

    Als Mulder één ding zoekt in zijn leven is het de schoonheid: ?De kloof tussen arm en rijk was lelijk.? Ook nu, veertig jaar later, blijft hij niet aan de zijlijn staan. Zo ontfermen Donald en hij zich over een kansarme verslaafde jongen. Deze poging loopt uit op een mislukking, zoals Mulders hele verblijf in het bevrijde land alleen maar teleurstellingen oplevert. Hij concludeert dan ook dat hij mensen moet nemen zoals ze zijn en alleen met verbazing naar ze moet kijken. En toch. Op het vliegveld ontmoet hij een bekrompen Nederlander die opnieuw zijn revolutionaire woede wekt: ?Zie je wel, hij kon het niet laten zich met de wereld te bemoeien.?

    Tikkop is een boek dat de lezers dwingt tot een confrontatie zonder ooit drammerig te worden. De stijl is soms bijna lichtvoetig, zo nu en dan schitteren mooie zinnetjes in het lenige Afrikaans, de sfeer is vaak beklemmend, angstaanjagend echt. Het levert een fascinerend portret op van een land dat worstelt met zijn pas verworven vrijheid en een hoofdfiguur die voortdurend aarzelt tussen afstand en betrokkenheid, vervaagde idealen en bittere werkelijkheid.

  • Esther Gerritsen - Superduif

    Rapport Esther Gerritsen:
    In Superduif heeft Esther Gerritsen de lezer direct te pakken. De elfjarige Bonnie wordt wakker en kan het niet. Ze zegt het ook tegen haar moeder: ‘Ik kan het niet’. ‘Want als je moeder ‘s ochtends voorzichtig je slaapkamerdeur opent en goedemorgen zegt, dan zeg je niet “Mama ik wil liever dood dan opstaan”’, aldus Bonnie. Het is de opmaat tot een opgroeidrama dat in strekking misschien niet zo heel veel afwijkt van andere opgroeidrama’s waarin pubers zich slecht verstaan met de buitenwereld, maar dat in toon, karaktertekening en fantasie een eigenzinnige, radicale weg bewandelt.

    Gerritsen kruipt in de huid van Bonnie, enig kind van late ouders, een depressieve tiener die al maanden iedere ochtend gillend en schreeuwend van weerzin wakker wordt. Bonnie drukt het doodsverlangen iedere dag ook weer de kop in om haar alles weg sussende, al te redelijke ouders niet voor het hoofd te stoten. Verlossing gloort als ze op een middag onderweg naar school opeens losjes over het tuinhekje zweeft, het eerste teken van de onderscheidende superheldenrol die Bonnie aan zichzelf heeft toebedacht. Bonnie wordt duif en niet zomaar duif, maar een die uitvliegt om honden, kinderen en bejaarden te redden van blikseminslagen en ander onheil: een superduif.

    Dat klinkt als Kafka extra large, maar steeds beklemmender dringt de kloof zich op tussen Bonnies eigen ervaringen, die volstrekt geloofwaardig worden neergezet, en de reacties van haar omgeving, met name van haar onthande ouders die angstvallig de gekte ontkennen. De schrijfster excelleert in sinistere, surrealistische scènes die krachtig uitdrukking geven aan meer weerbarstige menselijke gevoelens. Als Bonnie in het kleedhokje bij het zwembad tegen de muur gedrukt wordt door de levensgrote vleugels die haar armen geworden zijn, en ze alleen nog maar via de bovenkant weg kan fladderen, is dat een ontroerend naakte verbeelding van de angst en schroom die veel pubers voelen. De tegen de muur op klauwende, smerige, vette duif biedt redding en vernedering ineen; het is een geestige en rake typering van de almachtsfantasie van een in het nauw gedreven tiener.

    Het is die wisselwerking tussen gek en gewoon die de kracht vormt van Superduif, een beklemmende roman waarin de schrijfster in onbevangen, heldere zinnen duistere onderstromen naar boven haalt.

  • Arnon Grunberg - Huid en haar

    Rapport Arnon Grunberg:
    De macro-economie gereduceerd tot het micro-niveau van menselijke gevoelens, tot een markt waar over liefde, trouw en aandacht onderhandeld wordt. Dat is de ambitieuze inzet van de roman van Arnon Grunberg. Hij levert daarmee een ontluisterend beeld van onze tijd waarin de economie de norm van alle dingen is geworden.

    De hoofdpersoon, professor Oberstein, is een econoom, uiteraard gevoelloos en contactgestoord, die wordt omringd door personen die ieder op hun manier proberen de markt van liefde en geluk te bespelen. Het decor is uiteraard het walhalla van het westerse kapitalisme, New York. Vreemdgaan, chantage, provocatie, perversiteit, het komt in alle variaties voor, maar al die pathetische inspanningen lopen op niets uit, want de mens blijft ten diepste eenzaam. Seks is slechts een ruilobject, net als aandacht en andere concessies. Dat is de basis voor de rationele houding van Oberstein, al blijkt die uiteindelijk niet houdbaar.

    Huid en Haar is een boek over tevergeefs verlangen, van Obersteins vriendin Violet die uit arren moede vreemd gaat, van Obersteins toevallige minnares en Holocaust-deskundige Leah naar iets dat werkelijk betekenis heeft, van haar man naar het gewelddadig onderwerpen van een illegale pakketbezorger, van Obersteins ex-vrouw naar de aandacht van haar depressieve vriend en van zijn zoontje naar zijn vader. Ook Oberstein wordt ten slotte speelbal van zijn verlangens, naar een jonge studente en haar vriendinnetje. Naarmate het boek vordert worden de verlangens steeds obsessiever en onwaarschijnlijker, maar Grunberg weet op meesterlijke wijze zijn personages te sturen, scherend langs de afgronden van ironie en diepzinnigheid. Zijn vakmanschap bewijst zich doordat de lezer zich ondanks de toenemende absurditeit telkens toch kan inleven in wat al deze figuren beweegt.

    En zo drijft de schrijver de lezer voort in een meeslepend ritme, naar de uithoeken van de markt waar geluk een steeds schaarser goed is. Toch is Huid en Haar geen deprimerend verhaal voor wie de boodschap goed begrijpt. Het leven, zo leert Grunberg ons op indrukwekkende wijze, is een farce en begint telkens opnieuw, onder nieuwe voorwaarden.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen