Libris Literatuur Prijs 2013

Ga direct naar

Details:

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2013 bestond uit:
Clairy Polak, voorzitter
Jan Donkers
Edith Koenders
Lisa Kuitert
Marc Schaevers

Op maandag 11 maart 2013 zijn de zes nominaties voor de shortlist bekend gemaakt.

Op maandag 6 mei 2013 was de uitreiking van de Libris Literatuur Prijs.



Rapport:

Inleiding

De Libris Literatuur Prijs is een prijs voor de beste Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar. In deze omschrijving ligt een tweetal even belangrijke als voor de hand liggende beoordelingscriteria besloten: het boek moet Nederlandstalig zijn en het moet gaan om een roman. Is het eerste criterium betrekkelijk eenvoudig vast te stellen, het tweede heeft binnen de jury tot menige discussie geleid. Uiteindelijk besloten wij dat het niet aan ons was de grenzen van de roman vast te stellen, maar dat we het eens moesten worden over de vraag wat wij verstonden onder een goede roman.

In hetzelfde jaar 2012 waarvan we de Nederlandstalige romanproductie doornamen, verscheen de Nederlandse vertaling van Milan Kundera’s verzamelde essays Over de romankunst – een krachtige herinnering aan de potentie van het genre roman. De roman, zo stelt Kundera daarin, onderzoekt niet de werkelijkheid, maar het bestaan. ‘En het bestaan is niet wat er gebeurd is, het bestaan is het hele scala van menselijke mogelijkheden, van alles wat de mens kan worden, van alles waartoe hij in staat is. Romanschrijvers tekenen de kaart van het bestaan door deze of gene menselijke mogelijkheid te ontdekken.’

In een bescheiden maar toch te groot aantal van de 170 romans die we lazen, tekenen de schrijvers echter niet de kaart van het bestaan, zoals Kundera dat noemt, maar de kaart van hun bestaan. Iemands lot wordt dan de plot, het leven zelf bezorgt het boek opzet, compositie en personages, die slechts in zeldzame gevallen boven zichzelf uitstijgen. De roman is dan geen ontdekkingstocht, maar een particulier verslag van de eigen tocht. Hoe teleurstellend voor een genre dat juist dan spectaculaire resultaten oplevert wanneer de verbeelding aan zet is.

In de stapel troffen we verschillende boeken aan waarin de moderne samenleving zich nadrukkelijk manifesteert, en de taal lijkt zich daarnaar te voegen: kortere, zakelijker zinnen, een wat jachtig tempo en veel toespelingen op de actualiteit en tijdgeest. Natuurrampen, oorlogen, terreuraanslagen zijn een populaire achtergrond van het persoonlijk drama dat zich voltrekt.

Misschien niet verwonderlijk dat in veel romans uit 2012 het individu centraal staat: de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie is nog steeds bepalend voor de literatuur. Wat wel opviel was de tendens om het individu te situeren in een absurde, amorfe of bureaucratische wereld: een buitenstaander die een eenzame strijd voert en onontkoombaar ten onder gaat. Om zijn ondoordringbare omgeving te typeren worden bij tijd en wijle de meest futuristische bouwwerken en technieken te hulp geroepen. Maar de werkelijke context is de binnenwereld van de hoofdpersoon. Als we daarin kunnen doordringen, levert dat vaak mooie literatuur op, waarin veel ruimte is voor verbeelding.

Veel schrijvers laten hun personage zelf ook werken aan een boek of een andersoortige tekst, waardoor er verschillende stemmen opklinken die in het gunstigste geval een dialoog met elkaar aangaan. Bij sommige schrijvers hoor je een stem die ze ook in andere media laten klinken, als columnist of performer. Voorts viel het de jury op hoezeer in ons toch grotendeels geseculariseerde taalgebied het geloof nog steeds een rol speelt. God mag ooit verdwenen zijn uit Jorwerd, menig schrijver heeft hij nog niet verlaten. Dat komt op verschillende manieren tot uiting: in speelse blasfemie of als langzaam proces van bewustwording soms, maar vooral in beschrijvingen van een als verstikkend streng ervaren, meest protestantse erfenis.

Meer in overeenstemming met de demografische feiten lijkt het opvallend vaak te constateren thema van ouderdom en geestelijke en lichamelijke aftakeling. Ook dit thema wordt in een veelvoud van vormen beschreven: vanuit de optiek van de oude hoofdpersoon zelf, meer dan eens beladen met oorlogsherinneringen, maar vaker nog vanuit die van de verzorgende kinderen, dikwijls dochters, hoe verschillend verwoord ook.

De jury was weinig enthousiast over het flinke aandeel bij de inzendingen van wat wij de 'IKEA – roman' zijn gaan noemen: het boek lijkt als het ware geschreven met behulp van een handleiding: een bouwpakket bestaande uit een handvol personages, een groot geheim in het verleden, tegengestelde belangen en loyaliteiten, een verliefdheid hier of juist wroeging en verdriet over een verbroken relatie daar. Na een onrustige opbouw komt de schrijver uiteindelijk tot een meubel; de verschillende perspectieven en wisselingen van tijd vaak verwarrend met de gelaagdheid die de goede roman kenmerkt. Een aanzienlijk aantal boeken begint met veel potentie, maar verliest gaandeweg het verhaal zijn frisheid, om tenslotte nog wat nadruppelend ten onder te gaan. Het deed de jury met regelmaat verlangen naar een robuust, ouderwets, ambachtelijk meubelstuk. Gelukkig zijn we die ook in voldoende mate tegengekomen. Voldoende, om ons gelukkig te prijzen deel te hebben mogen uitmaken van de jury van de Libris Literatuur Prijs 2013.




Winnaar

  • Tommy Wieringa - Dit zijn de namen

    JURYRAPPORT
    WINNAAR LIBRIS LITERATUUR PRIJS 2013:


    ‘Dit zijn de namen van de zonen van Israël...’ Zo begint het Bijbelboek Exodus. Maar de vluchtelingen –‘vuile uitgehongerde verschijningen’ - die Tommy Wieringa in zijn roman Dit zijn de namen door een onbestemde steppe laat dolen, dragen aanvankelijk helemaal geen namen. Deze eenlingen die elkaar toevallig hebben gevonden worden ‘de jongen’, ‘de vrouw’, ‘de lange man’, ‘de stroper’, ‘ de man uit Asjchabad’, ‘de Ethiopiër’... genoemd. Hun identiteitspapieren hebben ze verscheurd, ze fungeren als ‘vooruitgeschoven posten van hun familie, hun dorp, hun gemeenschap’ en staan voor de velen die door een uitzichtloze thuissituatie gedwongen zijn tot een zoektocht naar een betere wereld elders.

    Nooit zullen ze daar arriveren, net als hun lichamen verdorren gaandeweg hun dromen, want deze gelukszoekers zijn bedrogen door mensensmokkelaars. Een reis die twaalf uur zou duren wordt er één van vele maanden, en de dood dunt genadeloos hun rangen uit – tot er nog slechts een handvol van hen rest.

    Slechts geleidelijk krijgen de meesten van hen, behalve een rol in de overleving van de groep, een rudimentaire geschiedenis en een naam toebedeeld. De barre omstandigheden tijdens hun tocht door een altijd eendere, van menselijke aanwezigheid verstoken vlakte creëren een hel die nog helser wordt door alle onmenselijkheden die mensen in een dergelijke context kenmerken. Het recht van de sterkste geldt hier, de stervenden worden beroofd. En de zwarte – ‘de andere’ - wordt als zondebok verstoten en vermoord. Maar in een cultus rond zijn lijk zal het resterende groepje zich uiteindelijk verenigen. ‘Hun verbeelding heeft een heilig monster geschapen, of een monsterachtige heilige.’

    Niet in een betere wereld komen ze uiteindelijk aan, maar in Michailopol, een stad in ontbinding, een corrupt gat aan de rand van de voormalige Sovjetunie. Ze belanden in de cel bij politiechef Pontus Beg. De lezer is dan – in hoofdstukken alternerend met episodes uit de verdoemde steppetocht - al vertrouwd geraakt met het onspectaculaire leven van deze in eenzaamheid berustende man. Nog kan hij zich de lente van zijn jeugdliefdes herinneren, maar al lang heeft hij zich in de herfst van zijn dagen neergelegd bij schaarse restjes lichamelijkheid: eens per maand laat zijn huishoudster beslag op zich leggen. Pontus Beg is zelf corrupt genoeg om in deze contreien te gedijen, maar is voorts een filosofisch gestemde man - Confucius, Zhuang Zi en Lao Tse zijn hem vertrouwd. Nu hij wat ouder wordt, is hij gaan graven naar zijn wortels. Hij stuit op het vermoeden van een joodse herkomst en geraakt geheel bevangen door het verlangen Jood te zijn. Zijn omgang met Rabbijn Eder, de laatste jood van Michailopol, is getekend door een soort taaie humor die ook in het onherbergzame duister van deze roman weet te overleven.

    De voorbije ‘oversteek’ van de ‘onaanraakbaren’ in zijn cel moet Beg wel doen denken aan de Bijbelse trek van de joden door de woestijn waarbij ze het gebeente van Jozef meezeulen, nu hij zelf verleid is door de bekoring van een god van wie hij de uitverkorene is, door het warme gevoelen ergens bij te horen. Op het kruispunt van de twee verhaallijnen wordt de lezer zo uitgenodigd tot een reflectie over godsdienst en afgoderij. ‘Zijn oude ziel afleggen, dat rafelige, versleten ding, er een nieuwe voor in de plaats krijgen. Wie wilde dat niet? Wie zou zoiets afwijzen?’ Maar wat zijn de consequenties van het uitverkoren zijn?

    Het is moeilijk te zeggen waarom Dit zijn de namen het meest te prijzen valt: de stilistische bravoure, de filosofische diepgang, de aforistische kracht, de hecht getimmerde compositie, de originele beeldenpracht. Laten we Wieringa dus loven en bekronen met de Libris Literatuur Prijs 2013 voor het doen samengaan van dit alles in deze donkere roman over migratie en godsdienst die tegelijk licht is, want gemaakt van lenige, sierlijke taal.



Genomineerd

  • Esther Gerritsen - Dorst

    Rapport Esther Gerritsen:
    ‘Wat zegt de dokter?’
    ‘Dat ik het moet delen.’
    ‘Wat, mama?’
    ‘Dat ik misschien doodga. Maar we weten niet wanneer, hoor. Het kan nog maanden duren.’
    ‘Doodga?’
    ‘Vanwege de kanker.’
    ‘De kanker?’
    ’Het is maar een verzamelnaam voor heel veel ziekten eigenlijk, het klinkt alleen zo akelig.’

    Deze dialoog kan alleen maar uit de pen van Esther Gerritsen komen, die in haar roman Dorst op sublieme wijze de weerbarstige relatie beschrijft tussen een ongeneeslijk zieke moeder en haar wankelmoedige dochter.
    In minieme scènes voert Gerritsen een grootse dramatiek op met absurde en groteske wendingen. Uiteindelijk betekent alles altijd iets, zelfs het woordje ‘o’. Met veel gevoel voor de tragikomische kant van het leven kruipt ze beurtelings in het hoofd van de moeder en de dochter, die elkaar bijna nooit zien maar wel dezelfde kapper hebben ‘bij wie de gesprekken nooit misgaan’. Met dit soort terloopse zinnetjes typeert de schrijfster haar personages, die zichzelf door een verhoogd zelfbewustzijn ook van buitenaf zien. Ze leven als het ware onder een glazen stolp, waarbinnen ze de controle kunnen bewaren; maar daarbuiten raken ze geregeld de grip op hun leven kwijt.

    Elisabeth is als moeder tekortgeschoten, maar heeft altijd uitstekend gefunctioneerd in een lijstenmakerij. Dochter Coco op haar beurt is gestrand in haar studie Russisch en de middelbare man die ze ooit in een wasserette leerde kennen, staat op het punt haar te verlaten. Ze gaat tot het uiterste om het onvermijdelijke te voorkomen en beeldt zich bovendien in dat ze haar moeder moet bijstaan in haar laatste uur, terwijl die daar juist niets van moet hebben. Door grensoverschrijdend gedrag, waarbij ze zich vergrijpt aan drank en wildvreemde mannen, nadert de dochter de moeder wonderlijk genoeg dichter dan ooit.

    Dorst is een haarscherp psychologisch duet, met als apotheose het sterfbed van de moeder. Met haar laatste krachten verdedigt die haar territorium, niet omdat ze harteloos is, maar omdat ze niet weet hoe ze ‘het moet delen.’ Het menselijk tekort ten voeten uit, en als er iemand is die dat met compassie en humor en in meesterlijke dialogen kan beschrijven dan is het Esther Gerritsen.



  • Arnon Grunberg - De man zonder ziekte

    Rapport Arnon Grunberg:
    ‘Als de mensen in Bagdad naar de opera kunnen, dan weten we dat we de oorlog hebben gewonnen’, is de redenering van Hamid Shakir Mahmoud, een Irakese vluchteling werkzaam bij het schimmige World Wide Design Consortium in Londen. En dus bestelt hij een operahuis voor Bagdad bij een Zwitsers bureau. Arnon Grunbergs De man zonder ziekte gebruikt de hele wereld als speeltoneel, zoveel is duidelijk.

    Samarendra Ambani heet de uitverkoren architect – Zwitserse moeder, Indiase vader; er is ook nog een gehandicapte zus, wat van Sam meteen ‘de man zonder ziekte’ maakt. Sam heeft ook een vriendin, maar vooral heeft hij een beroep en een roeping in één: als architect beschouwt hij zichzelf als ‘de grote, anonieme beïnvloeder van andermans geluk’. Met deze avant-gardistische ambitie loopt hij te pletter op een andere werkelijkheid: hij komt erachter dat de wereld niet één groot Zwitserland is, maar uiterst gevaarlijke regio’s kent. In Irak wordt hij, als vermeend spion, gemarteld. ‘Irak is nog niet klaar voor de opera,’ zo wordt het samengevat, met het soort bondige frase en zwarte humor dat kenmerkend is voor deze roman. De Zwitserse ambassade krijgt haar landgenoot weer thuis, zij het beladen met een trauma en met een gebroken neus.

    Als Sam opnieuw op een missie naar het Oosten vertrekt, deze keer met het oog op een bibliotheek annex bunker in Dubai, wordt het boek onder een constante hoogspanning gezet: wat beweegt hem, en hoe zal dit aflopen? Weer wordt Sam ervan verdacht een spion te zijn, medeplichtig aan de moord op de militaire Hamas-leider Mahmoud al-Mabhouh. ‘Het goede nieuws is dat hij niet wordt geslagen.’ Maar hij wordt wel geëxecuteerd.

    Grunberg voert een strakke regie, helderheid lijkt voorop te staan, en toch geeft het boek zich niet zomaar over aan de greep van de lezer. Is Sam echt een spion, of is hij een slachtoffer van het feit dat de perceptie van anderen iemands ‘identiteit’ compleet kan overwoekeren? Maar ook duikt in de laatste pagina’s een bekentenis van Sam op die alles nog een keer overhoop haalt. Met De man zonder ziekte levert een fenomenaal vakman het bewijs dat een verkenning van la condition humaine ongemeen spannend kan zijn.



  • Oek de Jong - Pier en oceaan

    Rapport Oek de Jong:
    Oek de Jongs Pier en oceaan is een prachtige coming of age roman waarin geen wereldschokkende gebeurtenissen plaatsvinden. Hoofdpersoon is Abel Roorda, een Friese jongen die naar Zeeland verhuist, daar zijn pubertijd doormaakt, de seksualiteit ontdekt en als het ware ontgroend wordt. De hele samenleving ontgroent, lijkt het, want het stugge en stijve jaren ‘50 en ‘60 klimaat verandert in deze roman naar een meer vrijgevochten wereld, die we bezien door de ogen van Abel en zijn omgeving. Het is veel meer dan louter een nostalgisch boek, het snijdt universele thema’s aan, en zal niemand onberoerd laten.

    Oek de Jongs stijl is suggestief, gevoelig, met aandacht voor eigenaardigheden in de menselijke psyche, voor de natuur. Hij weet het kleinburgerlijke gereformeerde milieu te typeren door te laten zien hoe Dina, die opgroeit in Amsterdam, boete moet doen voor de ouderlingen vanwege een voorhuwelijkse zwangerschap. Zo wordt Abel geboren.
    Zijn vader ontpopt zich in het boek als de joviale rector van de plaatselijke school, zo een waar je als zoon alleen maar last van hebt. We zien alledaagse personages, maar door de ogen van Abel worden zij door kleine details verbijzonderd, in zintuiglijk proza dat zijn weerga niet kent. De moeder die zo maar ineens kan gaan huilen, Irma Wisse - ‘het meisje met het zware onderstel’ - maar ook de hoofdpersoon zelf, die meestal sensitief maar vaak ook opvallend kleintjes en soms zelfs gemeen is – ook tegenover wie hem dierbaar zijn. Het water speelt een rol zoals in andere boeken van Oek de Jong: ‘Alleen het basalt sprak nog tot hem, het keiharde basalt, de rij verweerde houten palen ertussen, het rijzen en dalen van de zee, het deinen van de wieren [...]’.

    Het boek eindigt ook bij het water, aan de kust van de oceaan waar Abel in een kerk toevallig een ritueel van boetedoening meemaakt, een niet toevallig slot van een boek waarin het draait om (onder heel veel meer) schuldgevoelens. Het is indrukwekkend hoe Oek de Jong 800 pagina’s lang de aandacht van de lezer gevangen weet te houden met een verhaal waarin niets wereldschokkends gebeurt. Dat kenmerkt een groot schrijver.



  • Elvis Peeters - Dinsdag

    Rapport Elvis Peeters:
    In de roman Dinsdag beschrijft Elvis Peeters slechts één dag uit het leven van een bejaarde man die zich langzaam uit het leven terugtrekt. Wars van elke vorm van bemoeizucht, probeert de man angstvallig uit handen van het meisje van de sociale dienst te blijven. Hij wil de regie over zijn eigen bestaan niet verliezen en redt zich prima, zoals hij zich eigenlijk altijd al heeft gered.

    Schoorvoetend, in het bedaagde tempo van een man op leeftijd, ontvouwt zich het verhaal van zijn leven. De saaie handelingen van alledag, wat vertraagd door de ouderdom, staan in schril contrast met de woeste avonturen in zijn hoofd. Heen en weer springend in de tijd tekent Peeters het portret van deze gewetenloze opportunist en rücksichtsloze avonturier die na een misstap in zijn jeugd naar het toenmalige Belgisch-Congo was gestuurd. Daar heeft hij vooral het eigen belang gediend en als huurling voor de partij gestreden die hem het beste paste, of het nu het rebellenleger of de kolonisator was. Hij heeft gemoord en verkracht, zonder scrupules of moreel besef. Het totale gebrek daaraan, waarvan zijn daden blijk geven, lijkt moeilijk te rijmen met de liefde die hij later in zijn leven koesterde voor twee vrouwen. Hij heeft ze beide verzorgd en naar het graf begeleid met een ontroerende tederheid. Wat hem rest zijn herinneringen.

    Peeters laat voelen dat het mogelijk is en dat de mens door de speling van het lot tot daden komt die hijzelf wellicht niet voor mogelijk had gehouden. Dinsdag leest bijna als een documentaire, als een ooggetuigenverslag van een iemand die toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek was. Deze man kan naast je wonen, ook in Nederland, met een vergelijkbare koloniale oorlog in zijn persoonlijk-historische bagage.

    Dat de lezer mededogen kan voelen met een kleurloze everyman, ook na met afschuw en walging van zijn verleden kennis te hebben genomen, getuigt van het superieure schrijverschap van Elvis Peeters, of beter gezegd van het schrijversduo Jos Verlooy en Nicole van Bael, die zonder moreel oordeel te vellen op unieke wijze een veelomvattende geschiedenis hebben vorm gegeven.



  • Christiaan Weijts - Euforie

    Rapport Christiaan Weijts:
    Christiaan Weijts heeft met Euforie de misschien wel meest ambitieuze en gewaagde roman van het jaar geschreven. Het is een boek dat, zo organisch als het in elkaar steekt, toch op verschillende manieren gelezen kan worden: als een roman over een huwelijkscrisis, als een fragmentarisch essay over de architectuur en politieke belangen daarbij, als een kleurrijke schets over hoe jongeren leefden in de jaren negentig. Maar vooral als een roman over het Nederland van vandaag, een land van gesjoemel met aanbestedingen, draaiende politici, een haperende economie, hijgerige journalistiek, idolate bewondering voor tv-persoonlijkheden en, ja, ook van dreigende terreur.

    Die dreiging wordt in het boek al meteen werkelijkheid: in het centrum van Den Haag is een aanslag is gepleegd waarbij veertig doden zijn gevallen. Architect Johannes Vermeer (mogelijk een verre nazaat van de Delftse meester) raakt bij de reddingswerkzaamheden betrokken en meent in een van de slachtoffers een oude geliefde te herkennen.

    Hij besluit zijn rol bij de reddingswerkzaamheden te verzwijgen – al zal hij in het vervolg van het boek zich vergeefs gaan afvragen waarom hij dat deed. Zijn werk als architect en zijn persoonlijke leven raken nadrukkelijk met elkaar verweven als zijn bureau meedingt naar de opdracht om een gebouw te maken dat mede als monument voor de slachtoffers van de aanslag moet dienen. Als tijdens de procedure blijkt dat hij op de rampplek aanwezig was, storten de media zich op hem.

    Het verhaal is doorspekt met een groot aantal beschouwingen over architectuur en overpeinzingen over de staat van het land, die soms het karakter van een column hebben. Het is Weijts' grote verdienste dat hij van zijn hoofdpersoon toch een zeer geloofwaardig, eigenzinnig, zelfs ietwat narrig karakter weet te maken. Hij doet dat met name door het vernuftig gebruik van cursiveringen die Vermeers binnenwereld weergeven en die zorgen voor de nodige verandering van toon en sfeer in dit verder uiterst serieuze boek.

    Euforie is ambitieus en gewaagd, en daarom makkelijker tot falen gedoemd dan een boek met een lichtvoetiger thematiek en opzet. Christiaan Weijts is er echter op meer dan voortreffelijke wijze in geslaagd op alle genoemde niveaus een rijk en veelzijdig boek te schrijven.



Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen