Libris Literatuur Prijs 2015

Ga direct naar

Details:

De shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2015 is bekend gemaakt op 2 maart 2015. De uitreiking van de prijs was op maandag 11 mei in het Amstel Hotel in Amsterdam. De uitreiking werd live uitgezonden in Nieuwsuur op Nederland 2.

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2015:
Wim Pijbes, voorzitter
Jacqueline Bel
Rob van Essen
Maria Goos
Marnix Verplancke



Rapport:

Juryrapport nominaties Libris Literatuur Prijs 2015:

Waar de literatuur een bloei doormaakt, met mooie romans, veelbelovende debutanten en dit jaar een recordaantal ingezonden titels, maakt het boekenvak zware tijden door. Het jaar 2014 werd bovenal opgeschrikt door het failliet van Polare, uitgerekend in aanloop naar de Boekenweek. Een jaar later blijkt uit de doorstart van verschillende vestigingen gelukkig de veerkracht van het boekenvak. Oorspronkelijke winkelnamen keerden terug in het straatbeeld, tot vreugde van velen, zoals Broese in Utrecht, Donner in Rotterdam of Scheltema in Amsterdam. Lezers beseften opeens hoe belangrijk het is om boeken bij ‘hun’ boekhandel te kopen: een boekwinkel is een love brand, om in marketingtaal te spreken.

Het boek krijgt gelukkig nog steeds volop belangstelling, niet alleen in de literaire bijlagen van de kranten en op de radio of internet, maar ook in de vele talkshows op tv, waar binnen de beperkte mogelijkheden die de reclamecodecommissie biedt, een schrijver zijn of haar jongste boek mag aanprijzen.

Dat laat onverlet dat de wereld van het boek drastisch verandert. Uit recente cijfers van het SCP blijkt dat er al jarenlang sprake is van een afname van het aantal uren dat gelezen wordt. En dat vertaalt zich uiteraard in de verkoopcijfers die jaarlijks met procenten afnemen. Bij bibliotheken zien we eveneens een dalende trend, het aantal filialen is in twintig jaar gehalveerd. Er zijn ook positieve ontwikkelingen. Het aantal boekwinkels daalt niet langer. De minister maakte onlangs bekend dat de vaste boekenprijs vooralsnog vier jaar lang gehandhaafd blijft. En internationaal gezien blijft Nederland met 7,8 boek per capita gemiddeld nog steeds een land van lezers, ook al lezen die niet allemaal literaire romans. En in 2016 zijn Nederland en Vlaanderen opnieuw themaland van de Frankfurter Buchmesse, wereldwijd het belangrijkste evenement in zijn soort.

In verband met de toenemende digitalisering duikt regelmatig de stelling op dat de roman als fysiek object het e-book niet zal overleven. Inderdaad neemt het aanbod van e-books voortdurend toe. Het Centraal Boekhuis liet vorig jaar weten dat in het tweede kwartaal van 2014 535.835 digitale exemplaren werden verkocht, een flinke stijging ten opzichte van dezelfde periode het jaar ervoor, toen het ging om 468.352 e-books. Daar staat tegenover dat het aandeel van verkochte papieren boeken nog steeds 95.3 procent bedroeg. Het e-book maakt dus slechts een fractie uit van de totale boekenverkoop.

De online verkoop toont echter andere cijfers: hier gaat het volgens bepaalde bronnen maar liefst om 26 procent e-books tegenover 74 procent fysieke boeken. Ook nemen uitgevers initiatieven om lezers via abonnementen en online-boekenclubs warm te maken voor e-books. Door concurrentie tussen uitgevers is de prijs van e-books het laatste jaar sterk gedaald en hoewel auteurs voor een e-book over het algemeen een hogere royalty ontvangen dan voor een fysiek boek, is er geen vaste prijs voor het e-book. Auteurs en liefhebbers van het papieren boek moeten zich dus wel degelijk zorgen maken.

De jury constateert dan ook verheugd dat uitgevers in antwoord op de opkomst van het e-book meer aandacht zijn gaan besteden aan het uiterlijk van het papieren boek. Dit heeft niet alleen betrekking op omslagontwerpen, er wordt ook nagedacht over hoe het omslag aanvoelt en hoe het boek als geheel in de hand ligt. Bij het ontwerp van het boek wordt aan de lezer gedacht: steeds meer boeken komen met een leeslint of hun eigen, alvast door de uitgeverij meegeleverde boekenlegger. Deze ontwikkeling benadrukt nog maar eens dat het papieren boek geen wegwerpproduct is, maar een te koesteren object, een kleinood dat zowel door vorm als inhoud zijn prijs meer dan waard is.

Hoe de literaire toekomst van Nederland er uit zal zien? Gezien de oogst van 200 ingestuurde romans zal die toekomst vrouwelijk zijn, zo lijkt het wel. Het viel de jury op hoeveel jonge, vrouwelijke debutanten het voorbije jaar heeft opgeleverd die niet alleen qua kwantiteit, maar ook qua literaire kwaliteit menig mannelijke vakgenoot ver achter zich lieten. Niet alleen hun jonge leeftijd, maar ook hun thematiek verenigt hen. Waar tot voor kort de Nederlandse literatuur vaak niet veel verder keek dan de eigen huiskamer, blijken deze jonge vrouwen alle ramen en deuren open te gooien en de wereld onverschrokken tegemoet te treden. De zoektocht naar het eigen ik en hoe dit in verhouding staat tot de rest van de mensheid is daarbij meer dan eens het onderliggende thema, en kunst blijkt dan een uitgelezen middel om die verhouding uit te klaren. Terwijl jonge vrouwen ooit traditioneel het favoriete onderwerp vormden van ouder wordende kunstenaars, lijkt de blijmoedige conclusie gerechtvaardigd dat de rollen vandaag de dag omgekeerd zijn.




Winnaar

  • Adriaan van Dis - Ik kom terug

    Juryrapport Libris Literatuur Prijs 2015:

    De relatie tussen een moeder en haar zoon is een niet weg te denken thema uit de wereldliteratuur. Hoe belangrijk is Oedipus bijvoorbeeld niet gebleken, zeker nadat Freud met hem aan de haal ging en hem de hoofdrol schonk in een heus complex? En wat te denken van Hamlet die zich in confrontatie met een schedel afvroeg of zijn leven na het verraad van zijn moeder nog wel de moeite waard was? Een meer eigentijdse en misschien ook subtielere aanpak van deze thematiek brengt Adriaan van Dis in Ik kom terug.

    Van Dis schreef al eerder over zijn ouders, in Indische duinen bijvoorbeeld, en in Familieziek. Hij schreef over zijn ook in vredestijd oorlogszuchtige vader die zijn gezin terroriseerde en over zijn kille moeder met wie het kwaad kersen eten was voor een opgroeiende jongen. In Ik kom terug zijn de ouders echter kwetsbare mensen die ondanks alles hun best deden in het leven.

    In deze roman sluit de 98-jarige moeder van de schrijver een deal met haar zoon: zij vertelt hem haar verhaal en in ruil bezorgt hij haar de pillen die een zachte dood garanderen. Samen met haar gaat hij vervolgens op zoek naar de verloren tijd. Geleidelijk aan krijgt hij het verhaal van zijn ouders te horen, en dan blijkt die boeman van een vader opeens ook een goede minnaar geweest te zijn. De moeder vertelt ook over de drie jaar in de Jappenkampen die haar bestaan voor altijd overhoop hebben gegooid, en wanneer ze het over de details van zijn eigen conceptie heeft, beseft de schrijver hoe intiem hij inmiddels is geworden met zijn stervende moeder.

    Ik kom terug boeit vanaf de eerste bladzijden en laat je als lezer nadien niet meer los. Je verdwijnt in de wereld van de hoofdpersonages, pakt met hen een paar emotionele stroomversnellingen en berust uiteindelijk samen met de schrijver met een zekere gelatenheid in de dood van een moeder.

    Dat dit boek je als lezer vasthoudt heeft veel te maken met de menselijke complexiteit die Van Dis zijn personages heeft meegegeven. Geen van hen is eenduidig of doorzichtig. Nee, zij zitten vol contradicties, dubbelzinnigheden en leugens. Ook al is de moeder bijna dood, zij is niet bereid haar zoon de hele waarheid te vertellen, en blijft met hem een spel van feit en fictie spelen.

    Dé grote valstrik bij het schrijven van een boek als Ik kom terug is natuurlijk die van het egocentrisme, waarbij de schrijver zo verstrikt raakt in zijn eigen preoccupaties dat hij vergeet dat hij uiteindelijk toch voor een lezerspubliek aan het werk is. Van Dis stelt dit publiek echter nooit teleur.
    Navelstaarderig wordt Ik kom terug nooit, mede door de concrete verbondenheid van de roman met plaats en tijd: het Nederland van de voorbije eeuw. Niet alleen neemt de zoon zijn moeder mee naar haar Zeeuws-Vlaamse streek van afkomst, zij vergezelt hem in haar verhalen ook naar het koloniale Java waar zij omhuld werd door een fijne nevel van erotiek en extase.

    Empathie kan ook pijnlijk zijn, bedenkt de schrijver in Ik kom terug. De precieuze beschrijving van de pijn die zowel hem als zijn moeder treft, maakt deze roman uitzonderlijk. Zij doet bekentenissen die ze decennialang voor zich heeft gehouden en hij beseft dat hun gesprekken veel weg hebben van een analyse bij een psychotherapeut. Daar ga je ook tot op het bot in de hoop te ontdekken waar het ooit fout liep. Ik kom terug is psychotherapie zonder therapeut, een relaas over feilbaarheid, erfelijke belasting en uiteindelijk ook over de manier waarop lichaam en taal met elkaar verbonden zijn.

    Adriaan van Dis’ Ik kom terug is een roman die emotioneel is zonder pathetisch te worden, intellectueel, maar niet belerend. Het is een boek dat de taaldiscipline van een geoefend schrijver verraadt en op tragikomische wijze naar de kern van het menszijn graaft. Redenen te over dus om deze uitzonderlijke roman te bekronen met de Libris Literatuur Prijs 2015.


    Nominatierapport Adriaan van Dis:

    Adriaan van Dis schreef al eerder over zijn ouders; over zijn ook in vredestijd oorlogszuchtige vader die zijn gezin terroriseerde en over zijn kille moeder waarmee het kwaad kersen eten was voor een opgroeiende jongen. In Ik kom terug schildert hij echter een heel ander portret van hen: kwetsbare mensen die ondanks alles hun best deden in het leven.

    In deze roman krijgt een schrijver het voorstel van zijn 98-jarige moeder om een deal te sluiten: zij vertelt hem haar verhaal en in ruil bezorgt hij haar de pillen die een zachte, vredevolle dood garanderen. De man gaat erop in en komt zo het verhaal van zijn ouders te weten, van de goede minnaar die zijn vader wel was, over de drie jaar in de Jappenkampen die het bestaan van zijn moeder voor altijd overhoop gooiden, tot de details van zijn eigen conceptie.

    Ik kom terug boeit vanaf de eerste bladzijden en laat je als lezer nadien ook nooit meer los. Je verdwijnt in de wereld van de hoofdpersonages, pakt met hen een paar emotionele stroomversnellingen en berust uiteindelijk samen met de schrijver in een gelatenheid kenmerkend voor de dood van een moeder.

    Empathie kan ook pijnlijk zijn, bedenkt de schrijver in Ik kom terug, en het is precies de precieuze beschrijving van deze pijnlijkheid, zowel voor hem als voor zijn moeder, die deze roman zo uitzonderlijk maken. Zij doet bekentenissen die ze decennialang voor zich heeft gehouden en hij beseft dat waar ze mee bezig zijn veel weg heeft van een analyse bij een psychotherapeut. Daar ga je tot op het bot in de hoop te ontdekken waar het ooit fout liep. Alleen gaat Ik kom terug niet over fouten maken, maar wel over feilbaarheid, over psychologische erfelijkheid en uiteindelijk ook over de manier waarop lichaam en taal met elkaar verbonden zijn.



Genomineerd

  • Esther Gerritsen - Roxy

    Rapport Esther Gerritsen:
    Volgens de handboeken kent rouw verschillende stadia. Het hals over kop beginnen aan een road trip naar het zuiden, in gezelschap van je kind, de oppas en de persoonlijk assistent van je overleden man zal je tussen die stadia niet aantreffen. Toch is dat precies wat Roxy, de heldin uit Esther Gerritsens gelijknamige roman, doet nadat ze haar man heeft begraven. Die man is verongelukt, en hij was niet alleen; zijn stagiaire zat bij hem in de auto, en beiden waren naakt. De roman begint met de scène waarin twee agenten Roxy het slechte nieuws vertellen. Meteen valt de lezer Roxy’s vreemde gedrag op.

    De personages van Esther Gerritsen lijken nooit precies te weten wat van hen wordt verwacht; iemand heeft de gebruiksaanwijzing verdonkeremaand en nu moeten ze zich maar zien te redden. Roxy is zo’n rondtastend personage bij uitstek. Ze tast rond op een wijze die de mensen in haar omgeving die wél over een gebruiksaanwijzing beschikken, zowel begeestert als afschrikt.

    Datzelfde effect heeft Roxy op de lezers. De impulsieve manier waarop ze haar gang gaat, werkt zowel beklemmend als bevrijdend. Door middel van een krachtige, laconieke stijl en veel ogenschijnlijk normale, maar vervreemdende dialogen neemt Gerritsen ons mee op haar trip. Wanneer we tegen het einde van de roman denken dat we Roxy kennen, schrikken we toch nog, wanneer Roxy de hand slaat aan ‘weerloos vee’, om het aan Sofocles ontleende motto van het boek te citeren.

    Dat is de kracht van Roxy: Esther Gerritsen heeft ons verleid met haar Roxy mee te gaan, helemaal tot aan Zuid-Frankrijk, en daar krijgen we de rekening van onze loyaliteit gepresenteerd. Opeens voelen we ons ontheemd, misschien wel net zo ontheemd als Roxy zich haar hele leven gevoeld moet hebben. Roxy is een uiterst knappe roman die de lezer in de goede betekenis van het woord met gemengde gevoelens achterlaat.



  • Kees 't Hart - Teatro Olimpico

    Rapport Kees 't Hart:
    Nessun problema - geen probleem. Met deze woorden probeert de hoofdpersoon in Teatro Olimpico, de hilarische roman van Kees ’t Hart, telkens het drama te bezweren dat zich langzaam maar zeker ontvouwt: twee Nederlandse theatermakers, Hein en Kees, willen hun droom realiseren: op uitnodiging van enkele Italiaanse collega’s gaan ze hun toneelstuk Rousseau opvoeren in het mooie Teatro Olimpico van de beroemde zestiende-eeuwse architect Palladio in Vicenza. Ze reizen daadwerkelijk af naar Italië, maar hun prestigieuze plan loopt totaal uit de hand - werkelijk alles wat mis kan gaan, loopt mis. Grootste pijnpunt is dat de Italianen de tekst van het toneelstuk zodanig aanpassen dat het een tegengestelde strekking krijgt. Hein en Kees zetten zich scherp af tegen het absurdistische toneel van Beckett, maar uiteindelijk krijgt Rousseau tot hun grote ellende zelf Beckett-achtige trekken. Omdat ze geld willen besparen slapen ze op de camping en om een deel van de uit de pan rijzende kosten te dekken besluiten ze een bijrol te spelen in wat al snel een pornofilm blijkt te zijn - opnieuw een uiterst geestig intermezzo.

    Het is een originele vondst dat ‘t Hart – ook in deze roman weer een begenadigd stilist – het relaas verpakt heeft als een verslag achteraf, waarin Kees ten behoeve van de subsidieverstrekker een gedetailleerd overzicht geeft van de ontwikkelingen: een aaneenrijging van foute beslissingen en misverstanden. De roman is opgebouwd uit tegenstellingen: het teatro staat tegenover de camping, de torenhoge ambities van het tweetal staan tegenover hun knullige optreden – ze lopen in elke val. De toon van het verslag is droog, maar doorspekt met uitspraken over het toneel, korte emotionele uitlatingen, onbenullige bekentenissen en zakelijke uitlatingen aan het adres van de subsidiërende instantie.

    Alles gaat mis en de lezer ziet het aankomen, maar dat verhindert niet dat het boek een meeslepende pageturner is. Teatro Olimpico kan gelezen worden als een geslaagde satire over de bureaucratie van het hedendaags subsidiestelsel en is een slapstickroman die uniek is in de Nederlandse literatuur.



  • Gustaaf Peek - Godin, held

    Rapport Gustaaf Peek:
    Gustaaf Peek gaf zijn roman de stoere titel Godin, held mee. De godin is de schrijfster Tessa, de held is journalist Marius. Ze kennen elkaar al vanaf de middelbare school, ze vallen even voor elkaar en krijgen later een gepassioneerde clandestiene verhouding die zich vooral afspeelt in anonieme hotelkamers. Met zevenmijlslaarzen voert Peek ons door deze relatie, niet van het begin tot het einde, maar van het einde tot het begin – want het verhaal van Godin, held wordt van achteren naar voren verteld.

    We beginnen met Tessa die Marius overleeft, en sterft, en we eindigen met Tessa die Marius nog niet kent en zich een toekomstige minnaar voorstelt. Met andere woorden, we beginnen met de eenzaamheid van het gemis en we eindigen met de eenzaamheid van nog onvervulde verwachting. We zien Tessa en Marius jonger worden, maar we weten hoe het met ze zal aflopen, en die wetenschap voorziet de met verve beschreven erotische passages van een melancholische ondertoon – en juist die combinatie maakt van Godin, held een rijke, gelaagde roman.

    Peeks minnaars zijn geen uitzonderlijke mensen met bovennatuurlijke krachten. Ze hebben elkaar, en lijken zichzelf alleen bij elkáár te kunnen vinden. Die lichamelijk gevoelde hartstocht die ze naar elkaar toe drijft en waarin ze zich verwezenlijken, maakt ze tot menselijke en sterfelijke helden en goden.

    Godin, held is een zinnelijk boek, maar je doet het te kort als je het beschouwt als een boek dat alleen over seks gaat. Het gaat over het leven. De zinnelijke, zinderende relatie tussen Tessa en Marius wordt door Peek zorgvuldig en zintuiglijk beschreven, bijna met ontzag, op een toon die een perfect gevoel voor stijl en ritme verraadt. Het resultaat is proza dat zich niet haast, maar voortdurend onder spanning staat en de lezer nieuwsgierig maakt naar de afloop, of beter, naar het begin.



  • Peter Terrin - Monte Carlo

    Rapport Peter Terrin:
    Dat Peter Terrin ooit een Formule 1-roman op papier zou zetten stond in de sterren geschreven. De koninginneklasse van de autosport speelt immers in een wereld waar roem, gevaar en dramatiek heel sterk met elkaar verweven zijn; een wereld die Terrin, zo weten we uit zijn vorige boeken, na aan het hart ligt.

    Monte Carlo speelt in de zomer van 1968, en wel in de hoofdstad van Monaco waar het jaarlijkse Formule 1-circus is neergestreken voor een zonovergoten weekend glamour en champagne. Maar niet zo voor Jack Preston, een mechanicus werkzaam voor het Lotus-team, voor wie dat weekend een kantelpunt in zijn leven zal worden. Wanneer filmster Deedee de pits bezoekt en daarbij ook de Lotus-box aandoet, gebeurt er immers een vreselijk ongeluk. Jack weet Deedee nog net te redden uit een vlammenzee, maar zelf loopt hij daar wel een paar vreselijke brandwonden bij op. Zijn carrière in de Formule 1 mag hij nadien vergeten, maar hij zal er wel de roem aan overhouden dat hij de man was die Deedee heeft gered, denkt hij. Alleen worden zijn verwachtingen geen realiteit. In interviews verwijst de actrice nooit naar zijn heldendaad, meer zelfs, ze lijkt er zich helemaal niet van bewust dat die kleine garnaal van een Jack haar leven heeft gered.

    Monte Carlo is een scherpzinnige studie geworden in wat beroemdheid en teleurstelling met een mens doen, en dit geformuleerd in een strakke, melodieuze stijl waarbij over ieder woord nagedacht lijkt te zijn. Terrin plaatst zijn verhaal ook middenin de jaren zestig. Grace Kelly loopt voorbij de camera, het journaal brengt het nieuws over de glorieuze missie van Apollo 11 en wie herinnert zich niet De Wrekers, de tv-reeks waar toen heel Nederland en Vlaanderen voor thuisbleef? Monte Carlo is daardoor meer dan een roman over twee mensen, maar ook een over de wereld in verandering die hen - vol hoop en tragiek - verbond.



  • Niña Weijers - De consequenties

    Rapport Niña Weijers:
    Bestaat Minnie Panis? Negative selves. Nothing Personal. Zo heten de kunstprojecten van de jonge en succesvolle kunstenares Minnie Panis, hoofdpersoon van De consequenties, het wervelende romandebuut van Niña Weijers. Minnie Panis maakt foto’s van haar afval – ze begint met foto’s van een aantal glanzende sushi die in haar vuilnisbak zijn verdwenen. Ze probeert zich, als medicijn tegen liefdesverdriet, te ontdoen van al haar bezittingen. Een voor een zet ze haar eigendommen te koop op internet, zelfs haar paspoort, en documenteert dit zorgvuldig: een ander kunstproject.

    Ze heeft belangstelling voor de grenzen tussen kunst en leven, zijn en niet-zijn, privacy en openbaarheid en streeft naar onthechting. Zo heeft de muziek van de middeleeuwse mystica Hildegard von Bingen op haar een bijzondere invloed. Ook is ze gefascineerd door body art-kunstenaars als Marina Abramovic. Kijken en bekeken worden is een centraal thema. Wanneer een ex-vriend en fotograaf Minnie zonder dat ze het weet slapend fotografeert en deze foto’s in het internationale modeblad Vogue plaatst onder de titel ‘Minnie - sleeping’, besluit zij hem – alweer een kunstproject - in te huren om haar drie weken als een stalker te volgen. De afspraken worden contractueel vastgelegd bij de notaris: Minnie zet haar eigen leven in als kunstwerk – niet zonder risico, zoals blijkt uit de verhaalloop.

    De consequenties is een ijzersterke, hecht gecomponeerde en goed geschreven roman, vol pakkende beelden, waarin een spannend intertekstueel spel wordt gespeeld met allerlei andere kunstuitingen. De roman is doorspekt met discussies over moderne kunst die goed te verteren zijn door de ironiserende en kritische toon. Het boek is uiteindelijk ook een fascinerende zoektocht naar de geschiedenis van Minnie, van vroeggeboorte tot huiltherapie, waarbij een goeroe een belangrijke rol speelt. ‘De consequenties waren verankerd in het ontwerp’, zegt Minnie over de brug die door een bouwkundige fout instortte. En zo hebben ook de vroegere jaren van Minnie consequenties voor haar verdere leven.


Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen