Libris Literatuur Prijs 2018

Ga direct naar

Details:

Op maandag 5 februari 2018 is de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2018 bekendgemaakt.

Op maandag 5 maart werd de shortlist bekend. Diezelfde avond was in een uitzending van Nieuwsuur op NPO2 te zien hoe de zes auteurs reageren op hun nominatie.

De feestelijke uitreiking van de Libris Literatuur Prijs vond plaats op maandag 7 mei in het Amstel Hotel in Amsterdam. Het totale prijzengeld van de Libris Literatuur Prijs bedraagt 65.000 euro, beschikbaar gesteld door de boekhandelsketen Libris, een samenwerkingsverband tussen honderd zelfstandige boekhandels. Vorig jaar won Alfred Birney de prijs met zijn roman De tolk van Java (De Geus).

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2018 bestond uit:
Abdelkader Benali, voorzitter (schrijver)
Hans Bouman (literair criticus van de Volkskrant)
Johan de Haes (gewezen redacteur en literair recensent van de VRT)
Lotte Jensen (letterkundige aan de Radboud Universiteit te Nijmegen)
Judith Uyterlinde (programmamaker en uitgeefdirecteur World Editions Londen)

Rapport:

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2018 had het voorrecht 227 boeken te mogen lezen van Nederlandse en Vlaamse auteurs, afkomstig van 40 verschillende uitgeverijen.

In de romans die onze meeste aandacht opeisten, is er een drang om de eigen horizon te verbreden. De pogingen daartoe leveren de interessantste romans op. Het lezen van de romans bracht ons over de hele wereld – de auteurs, ook zij die dicht bij huis blijven, zijn rusteloos. Er waren niet alleen maar geografische verplaatsingen; ook in de tijd verplaatst men zich. Van het protestantse platteland tot Buenos Aires, van de buitenwijken van Montevideo tot het klatergoud van Sint Petersburg, de Amsterdamse grachtengordel na de bevrijding, hedendaags Alexandrië in Egypte en het Twentse land: de Nederlandse letteren hebben de horizon van wereldliteratuur.

Waarom is men zo ver van huis? De jury meent dat de schrijvers de onderzoekingskracht van de roman zoveel mogelijk willen oprekken en daarmee laten zien dat het genre een oneindig aantal werelden kan omvatten. Terwijl in onze samenleving de trend naar binnen is gericht, verbreden de schrijvers onze wereld op meeslepende wijze. Meer lucht!

Geen plek is dan ook veilig voor het schrijversoog. Er wordt gretig onderzocht, beklopt, gedemonteerd, uit elkaar getrokken en ondersteboven gehouden. Door vernuftige sprongen in de tijd reist men heen en weer tussen heden en verleden, tussen het beklemmende toen en het dwingende nu.

Er wordt achter schermen gekeken, en onder tafels, er worden lichten aangeknipt waar dat soms oncomfortabel of zelfs pijnlijk is – en er wordt af en toe voor schut gezet. Met als gevolg verrassende herijkingen van wat al die tijd als vanzelfsprekend werd gedacht.

De hoofdpersonen in de romans van de achttien schrijvers op de longlist zouden we, mochten we ze in levende lijve tegenkomen, negeren. Ze bewegen zich aan de randen van de samenleving of doen erg hun best uit de aandacht weg te blijven. In het verlangen naar erkenning wordt gedroomd, maar weinig waargemaakt. Ze voelen zich het veiligst bij andere buitenstaanders. Anderen zijn weer zo radicaal dat ze zich wel schuil moeten houden.

Wat de romans vertellen roept vragen op over authenticiteit en het nieuwe normaal. Hoe meer je leest, hoe meer je beseft dat de gedachte van ‘de gewone Nederlander’ een illusie is. We zijn allemaal in gelijke mate abnormaal, gesmeed in de smidse van de geschiedenis, en de ruimte die ons gegeven wordt is het speelveld van ieder mens.

Onder de longlisttitels bevindt zich een aantal boeken van meesterlijke vertellers, die erin slagen de aandacht van de lezer van begin tot einde vast te houden, romans waar het vertelplezier vanaf spat. Dat er behoefte aan duiding en verdieping is, spreekt uit een aantal filosofisch getinte boeken, waarin de lezer wordt meegenomen in de zoektocht naar het schemergebied tussen feit en fictie, tussen rouw en pose, tussen heldhaftigheid en stompzinnigheid, tussen liefde en bedrog.

Ook de betekenis van de roman en van het schrijven zelf staat in diverse boeken centraal.

De roman kan het geweld van de digitale revolutie absorberen, de omwenteling die Silicon Valley teweegbrengt, veroorzaakt nieuwe verhalen over liefde, lust en de angst om bedrogen te worden. Dat de uitkomst van deze romans in mineur is getoonzet, mag niet verrassen - de tragiek van de mens is universeel. Deze romans preken niet, er hoeft geen waarheid verkocht te worden. Door een beroep te doen op universele waarden roepen ze op tot een persoonlijk engagement.

Komt ook het thema van de multiculturele confrontatie in al deze kosmopolitische drang naar voren? De jury concludeert dat dit thema nog altijd voer voor schrijvers is. Mooie sprookjes worden niet verteld, het mag schuren en confronteren. En waar men zijn oorsprong of toekomst ook zoekt, in Nederland en Vlaanderen of daarbuiten, in andere tijden en in de onze, steeds blijkt dat we pas weten wie we zijn als we durven te betwisten wie we zijn.

Het afgelopen jaar werd in toenemende mate gedomineerd door de obsessie met zichtbaarheid. De schrijvers van dit jaar interesseren zich minder voor wie al gezien wordt. Het is ze om die anderen te doen. Om wat zich aan het zicht onttrekt. Zich niet makkelijk prijsgeeft. Wegkruipt en over het hoofd gezien wordt. In de ogen van de jury leverde deze benadering spannende romans op die dwars tegen de vermaledijde Zeitgeist ingaan en daarmee ook de spannendste romans. De auteurs willen het monster van de geschiedenis recht in de bek kijken.

Lezen we over deze stumperds, onaangepasten, marginalen, verdoolden, grensgangers, dromers en viezeriken in de media, dan nemen we dat ter kennisgeving aan. Maar wanneer het taalgebruik virtuoos is, dan worden we meegesleept in de diepste krochten van mensen die leven en lijden. In deze romans wil je juist meer over hen weten; ze zijn interessant, fascinerend. En verontrustend. Ecce homo.

De jury vindt dat in de volgende zes genomineerde romans voor de Libris Literatuur Prijs 2018 de blik op de mens op zeer oorspronkelijke en ingenieuze wijze tot uiting komt.

Amsterdam, 5 maart 2018


Winnaar

Rapport:
In Wees onzichtbaar vertelt Murat Isik het verhaal van Metin Mutlu, die in 1983 op vijfjarige leeftijd met zijn ouders en zijn zusje, via Duitsland, in de Amsterdamse Bijlmer terechtkomt en daar opgroeit. Het gezin is afkomstig uit Oost-Turkije en behoort tot het Zaza-volk, een oude Iraanse minderheid die verwant is aan de Koerden. Metin, zijn zusje en zijn moeder worden gekleineerd en onderdrukt door een tirannieke en gewelddadige vader, die een groot deel van de gezinsuitkering uitgeeft aan gokken en drinken.

Metin weet zich van meet af aan een buitenstaander, niet alleen binnen het gezin, waar hij het liefst zo onzichtbaar mogelijk blijft. In de veelkleurige Bijlmermeer wordt hij door een leeftijdgenoot, de treiterkop Dino, vanwege zijn achtergrond ‘schoonmaker’ genoemd – alle Turken zijn immers schoonmakers? Op school geldt hij als een dromer. Pas als hij bevriend raakt met de zelfbewuste Kaya Türkyilmaz, wordt Metin minder eenzaam.

Vanaf de eerste bladzijden van Wees onzichtbaar is duidelijk dat hier een meesterlijk verteller aan het woord is. Met schijnbaar speels gemak wekt Isik uiteenlopende personages tot leven, wisselt hij op overtuigende wijze naargeestige scènes af met opbeurende en geeft hij zijn vertelling ritme en dynamiek. Naast indringende portretten van de schuchtere maar met een intelligente overlevingszin toegeruste Metin en de vreeswekkende maar tegelijkertijd larmoyante vader, schetst de auteur in dit boek een ontroerend beeld van Metins moeder. Zij ontwikkelt zich van een schuchtere, onzekere, bijna slaafse echtgenote tot een geëmancipeerde vrouw die een opleiding volgt, maatschappelijk carrière maakt en haar man uiteindelijk moreel, psychologisch en materieel ontstijgt.

Wees onzichtbaar is een afwisselend grappige, verontrustende en tot empathie nodende roman over migratie en opgroeien in Nederland. Met de persoonlijke groei neemt ook het zelfvertrouwen toe. Door conflict en confrontatie ontdekt de hoofdpersoon zijn eigen identiteit en plek in het gezin, op school en op het werk. Isik geeft zijn roman bovendien extra draagwijdte door in de wederwaardigheden van Metin en de andere personages de geschiedenis en ontwikkeling van de Bijlmermeer te verweven.

Als Metin en zijn gezinsleden in de Bijlmermeer neerstrijken, herinnert weinig meer aan de idealen waarmee de wijk ooit van start ging. Pas als Metin, voor een maatschappijleerproject, een bezoek brengt aan een buurman op de galerij, die hem vroeger bijles rekenen gaf, wordt hij zich bewust van de geschiedenis van zijn wijk. Deze buurman, meneer Rolf, was een van de eerste bewoners van de Bijlmer en heeft als journalist en activist altijd gestreden voor de bouwkundige en sociale idealen die eraan ten grondslag lagen. Thans is hij een gedesillusioneerde en morsige man die in zijn sterk vervuilde flat droomt van betere tijden. Het is niet overdreven te stellen dat meneer Rolf in deze roman de neergang van de Bijlmermeer belichaamt.

De verhalen van Metin en de Bijlmermeer spiegelen elkaar. Waar de Bijlmer van een idealistisch bouwkundig project verwerd tot een getto, ontwikkelt Metin zich van een onzichtbaarheidskunstenaar, aanvankelijk ook door zijn docenten onderschat, tot een zelfverzekerde jongeman met toekomst. Ook zijn moeder en zuster, die een opleiding gaan volgen en economisch onafhankelijk worden, zijn krachtige voorbeelden van emancipatie.

De jonge Metin, vanuit wiens perspectief de roman is geschreven, is een scherp observator met oog voor nuance. Zo geeft hij ons een veelkantig beeld van de aanvankelijk zo eendimensionaal lijkende vaderfiguur. Want de tiran blijkt in zijn ijdelheid ook de onzekere man die dagelijks eindeloos voor de spiegel zijn haar staat te kammen, die elke oudejaarsavond een gedaanteverandering ondergaat en dan de ideale huisvader is, die op Koninginnedag samen met zijn gezin met veel charme en elan köfte verkoopt en daar een klein fortuin mee verdient, waar hij de andere gezinsleden royaal van laat meeprofiteren. Hoofdstukken als deze resoneren diep.

Wees onzichtbaar is geschreven in ruim honderd anekdotische, scherp gefocuste hoofdstukken die rijk zijn aan krachtige details en treffende observaties. De lezer wil doorlezen. Isik Murat trekt je vanaf de eerste bladzijde met de vanzelfsprekende autoriteit van de geboren schrijver het verhaal binnen en geeft een wereld die de lezer kent uit krantenartikelen en sociale studies, haar plek in een universele, beklemmende en diep menselijke roman. Ondanks de zware thematiek weet de auteur op elegante en dikwijls humoristische wijze een belangrijk en ernstig verhaal te vertellen over een familie die zijn huis vindt in onze recente geschiedenis. Het resultaat is onvergetelijke literatuur die wij bekronen met de Libris Literatuur Prijs 2018.

Amsterdam, 7 mei 2018

Genomineerd

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen