Penselen 2000

Rapport:

De Penseeljury 2000, bestaande uit:
Truusje Vrooland-Löb (voorzitter)
Martine van Es
Toni Mulder
Franka van der Loo
Ger Schoolenaar

heeft de volgende boeken uitgekozen voor bekroning met een Gouden of Zilveren Penseel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen.

Gouden Penseel:
Annemarie van Haeringen - De prinses met de lange haren - Leopold

Zilveren Penselen:
Gerda Dendooven - De verliefde prins - Davidsfonds/Infodok

Lisbeth Zwerger - Alice in Wonderland - De Vier Windstreken

Algemene inleiding
In jury’s zitten vaak hongerige mensen. Leeshongerig op zoek naar fascinerende teksten en mooie woorden. Of heftig op zoek naar lekkere plaatjes en naar smakelijke beelden naast de tekst in het boek. Dat soort mensen zitten er in de Penseeljury.

Bezie het boekenjaar eens als een boomgaard. Elke herfst komen de vruchten van bomen en struiken los. Is deze oogst overdadig? Is alles wat tot de oogst van 1999 behoort, groot, rijp, geurig en van goede kwaliteit?

Toen de manden met ooft de zolder van de CPNB bereikten vloog de hongerige jury erop af. En ja hoor, moeiteloos straalden een aantal prachtperen en appels hen tegemoet. Topkwaliteit zoals we van deze tuin gewend waren. Maar daarna hield het op. Onderin de mand lag heel veel klein, smakeloos en onrijp fruit. Te vroeg geplukt of alleen gekweekt om moes van te maken? Hoe goed ze ook zochten, de jury kon zijn beeldhonger alleen stillen met die paar prachtvruchten.

Tot zover deze tuindersgelijkenis over de boekproductie van het afgelopen jaar. Bijzonder is wel, dat dit matte jaar voor de kinderboekillustratie naast het Gouden Penseel, twee Zilveren Penselen en twee Vlag en Wimpels ook een Boekensleutel heeft opgeleverd. Dat is een bekroning die ‘bij hoge uitzondering wordt toegekend op voordracht van zowel de Griffel- als de Penseeljury’.

En dat werd even een vrolijk-giechelig moment toen ‘wij van boven’ in het pand van de CPNB even naar ‘zij van beneden in de deftig grote zaal’, van de Griffels dus, gingen om die sleutel met hen te bespreken.

Verder bekroonden wij niet alleen vier illustratrices - sorry heren, we weten het - maar ook voor de tweede maal Annemarie van Haeringen met een Gouden Penseel. Dat hing al vanaf het begin in de lucht. Een tijdlang was ze met haar blijmoedige illustraties bij Rindert Kromhouts Wat staat daar? zelfs haar eigen concurrent. Per boek hanteert ze namelijk een totaal ander palet, en dat doet ze zo overtuigend dat het voor de jury even moeilijk kiezen was.

En ja, dan Wolf Erlbruch. We misten hem dit jaar bij de ingezonden boeken, en staarden nog eens verlekkerd naar zijn ongelooflijk mooie Kinderboekenweekboekje ’ Nachts, dat weliswaar in 1999 uitkwam, maar toch om allerlei redelijke redenen ‘hors concours’ en dus niet bekroonbaar was...
Waarschijnlijk is hij hard aan het werk om ook dit jaar weer een meesterwerk te maken.

Als de voortekenen niet bedriegen, zal het jaar 2000 niet alleen als een heel goed fruitjaar, maar ook als een uitstekend kinderboekillustratiejaar de geschiedenis ingaan en zal de Penseeljury 2001 weer kunnen smullen. We zullen zien.




Gouden Penseel

  • Annemarie van Haeringen - De prinses met de lange haren

    Sprookjesprinsessen hebben meestal lang blond haar.

    Uitzondering op deze oude regel vormen Sneeuwwitje met haren in de kleur van ebbenhout en de Prinses met de lange haren van Annemarie van Haeringen. Ravenzwart haar heeft die prinses. Haar dat ook razendsnel groeit. Zo snel zelfs dat het over de grond sleept als ze loopt en door negen dames in een zwembad moet worden gewassen. Dat lange haar is ondraaglijk zwaar en het liefst zou de prinses het afknippen, maar dat vindt haar vader niet goed.

    Hoe het afloopt? Er komt een sterke man uit het circus om het haar van de prinses in twee koffers te dragen. En dan gebeurt natuurlijk wat onvermijdelijk is - al was het beslist niet wat haar vader bedacht had - en leefden ze zo te zien nog lang en gelukkig.

    Eigenlijk een heel klassiek sprookje, met uitzondering van de beeldkant dan.
    Annemarie van Haeringen visualiseerde haar vriendelijke sprookje in meeslepende pen-aquarellen. Haar platen zitten mooi ritmisch in het boek en lopen soepel mee met de steeds veranderende sfeer van het verhaal. Zo deinst ze niet terug voor heftige grafische contouren, zoals de brutaal gepenseelde zwarte haarspiraal op de rode of gele ondergrond (hoe vaak heeft ze dat niet over moeten doen om die in één soepel gebaar als een Chinees karakter zo neer te zetten?). Een paar pagina's verderop zijn er platen met een ijle transparante atmosfeer. Jaloersmakend zijn de azuren tegeltjes op het prinsesselijk toilet en het gestempelde Matisse-behang in de meisjeskamer. Je zou zo bij haar willen wonen.

    En steeds domineert het magistrale haar als spannende vlek de pagina’s. Gitzwart werd dat omdat dat grafisch zo mooi is en veel sterker werkt in een illustratie dan blond dat zo lievig, zo licht en zo gelig is (of ook een beetje omdat ze zelf donker haar heeft en iemand misschien ook ‘tekent wat zij zelf is’?).

    Met veel lef gebruikt ze dat zwart op geel en rood en soms hanteert ze zelfs een puur zwart palet met één klein toefje oranje om de dramatiek van een donkere nacht te benadrukken. Knaleffecten zijn het dan.

    Ze weet wat kleur doet en heeft binnen haar volstrekt eigen stijl daarvan in dit boek een heel nieuw gebruik van gemaakt. En had ook het geluk dat vormgeefster Tessa van der Waals haar illustraties en tekst in een uiterst zorgvuldige en volstrekt vanzelfsprekende typografie (mooi passende letter, die Swift!) tot zo'n harmonieus prentenboek wist samen te smelten.

    Het Gouden Penseel 2000 is voor onze zwartharige kroonprinses van de kinderboekillustratie: Annemarie van Haeringen!



Zilveren Penseel

  • Gerda Dendooven - De verliefde prins

    Rapport Gerda Dendooven:
    In sommige landen wonen echte prinsen. Prinsen kunnen net als gewone jongens verliefd worden. Dat weet iedereen nu wel zo langzamerhand.

    Maar prins Diederik uit Lommelije is wel een heel bijzonder geval: hij wil trouwen met een vis, die hij - zelf tijdelijk in een goudvis omgetoverd - in een vijver heeft leren kennen. Zij is de vrouw van zijn dromen. En hoewel alle wetten uit sprookjesland met betrekking tot betoverde prinsen en waterwezens hier met de voeten getreden worden, heeft ook dit sprookje een happy end.

    Van deze vreemde liefdesgeschiedenis heeft Gerda Dendooven een heel gek verhaal weten te maken. Dat komt door haar contrastrijke en stoere illustraties die geraffineerd en uiterst doordacht in de tekst zijn geplaatst. Ze nemen je als lezer bij de hand en leiden je zo die wereld in.

    Zij beschikt over een vrije - en soms wat brutale - hand wat betreft het combineren van technieken in een tekening. Houdt van knippen en plakken, stempelen en werken met krijt en heeft een lekker bestorven kleurpalet. Daarbij weet ze het absurdistische element van de tekst op een zachtaardige manier naar zich toe te trekken en met lef weer te geven in haar beelden van de prins, de kastanjeblonde heks Anne en de kristallen boom Rimpelbast in het Boze Bomen Bos.

    Onder het ISBN in het colofon van dit boek staat geschreven: “doelgroep: kinderen”. En zoals Gerda Dendooven het hier gedaan heeft, wil je inderdaad dat geïllustreerde verhalen voor die doelgroep er uitzien.



  • Lisbeth Zwerger

    Rapport Lisbeth Zwerger:
    “En wat heb je aan een boek, dacht Alice, zonder plaatjes of gesprekken?”

    Als je een klassieker als ‘Alice’ opnieuw wilt illustreren, moet je dapper zijn. Dapper, omdat de nieuwe tekeningen moeten opboksen tegen vele sterke voorgangers. Tegen ijzersterke beelden die in het collectieve visuele geheugen van ons allemaal liggen opgeslagen. Ook op het netvlies van de illustrator met z’n potlood en penseel in de aanslag voor het witte papier zitten dus eerdere Liesjes in de weg. In ieder geval die van John Tenniel.

    Hoe ver moet de nieuwe Alice uit de buurt van de oude blijven? Hoe krijgt ze haar nieuwe vorm? De eigen vorm in het handschrift en de beeldtaal van déze illustrator? Welk moment wordt er gekozen om te tekenen?
    Daar hebben al veel boekkunstenaars mee geworsteld.

    Precies tien jaar nadat Anthony Browne’s Alice werd geboren, kwam die van Lisbeth Zwerger uit.
    En ondanks al die andere (en soms illustere) illustratoren die haar voorgingen, is elke pen-aquarel van haar in dit boek weer een complete verrassing. Haar tekeningen lijken op die van niemand. Alles heeft ze heel persoonlijk opgelost en vanuit haar eigen perspectief getekend. Letterlijk. Want ze hanteert een wat vervreemdend vormperspectief dat spannend blijft tot op de millimeter. Háár vormentaal is een ongelooflijk knappe combinatie van niet-tuttig realisme en een enorme stilering. Daarbij beschikt ze ook nog over een sterk kleur- en vormgevoel en heeft ze een enorme materiaalbeheersing. Met dit alles maakte ze van het oude verhaal van Carroll een sprankelend nieuwe versie voor kinderen van deze jonge eeuw. Een boek om zorgvuldig te koesteren.

    “Alice! Zie hier een pril verhaal;
    Berg het met zachte hand
    Waar kinderhanden opgaan in
    Herinnerd heilig land:
    Een pelgrimsbloemenkrans, verdroogd,
    Een verre afgezant.”


    (schreef Lewis Carroll in het opdrachtgedicht voor Alice in Wonderland; vert. Nicolaas Matsier)

    Je hebt gelijk Alice, je hebt niets aan een boek zonder plaatjes. En voor deze nieuwe plaatjes in jouw boek krijgt Lisbeth Zwerger nu in 2000 een Zilveren Penseel!



Vlag en Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen