Penselen 2007

Rapport:


De Penseeljury 2007, bestaande uit:
Margriet Chorus (voorzitter)
Julienne van den Heuvel
Geertruide Jonkman
Wilma Verhoeven
Tessa van der Waals

heeft de volgende boeken voorgedragen ter bekroning met een Gouden of Zilveren Penseel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen.

GOUDEN PENSEEL:
Joke van Leeuwen - Heb je mijn zusje gezien? - Em. Querido’s Uitgeverij

ZILVEREN PENSELEN:
Wouter van Reek - Keepvogel: de uitvinding - Uitgeverij Leopold

Sieb Posthuma - Feodoor heeft zeven zussen - Uitgeverij Gottmer

INLEIDING
Het werk van de Penseeljury is boeiend, ieder jaar opnieuw. De eerste bijeenkomst in het najaar van 2006 zorgde voor nieuwsgierige spanning. Hoe is het aanbod van dit jaar? Wat laten de illustratoren in kinderboeken zien? Wat valt er op?

De antwoorden kwamen langzaam aan in de maanden daarna. In het voorjaar van 2007, na grondig kijken en lezen en pittige discussies, toen de laatst overgebleven boeken op de grote tafel bij de CPNB lagen, keken de leden van de jury elkaar aan, prettig gestemd en vooral trots. Want de winnende boeken vormen een mooi zestal, dat in alle opzichten recht doet aan het medium kinderboek.

De winnaars van dit jaar hebben het allemaal, het fingerspitzengefühl, de techniek en de creativiteit die ervoor zorgt dat er iets moois tot stand komt, een kinderboek dat origineel is, mooi, raak of vernieuwend, dat speelt met herhaling en variatie en uitnodigt tot kijken en lezen. Humor speelt een belangrijke rol, maar de illustraties in deze boeken roepen ook tal van andere emoties op. De platen dagen de lezer uit en zetten hem of haar aan tot activiteit: ‘Doe mee! Kijk mee!’ En misschien nog belangrijker: ‘Kijk nóg eens!’




Gouden Penseel

  • Joke van Leeuwen - Heb je mijn zusje gezien?

    Een groen knuffelbeest kijkt de lezer aan door een rond gat in het omslag van het boek. Als je het openslaat kom je het beestje weer tegen, vergezeld van een intrigerend zinnetje dat meteen de titel van het boek is: Heb je mijn zusje gezien? Op de volgende bladzijde in dit prentenboek van Joke van Leeuwen ontmoeten we de eigenaar van het knuffelbeest, een jongetje in een Chinees aandoend pakje en een staartje met een mooie krul op zijn hoofd. Met zijn knuffel gaat hij op stap, op zoek naar zijn zusje.

    Het is een lange weg, langs een lange muur van zacht okergeel met een warm oranje boord en een zwarte bovenlijn, waarop iemand mooie tekeningen gemaakt heeft. Een plaatje die muur. En hij is hoog, zó hoog dat het jongetje en de lezer er niet overheen kunnen kijken. Dat is spannend. De lezer helpt het jongetje een handje door de muur open te klappen. Zo krijgen ze samen uitzicht op de meest fantastische figuren die allemaal een eigenschap hebben van het zusje, naar wie de jongen zoekt. In een bonte stoet passeren ze de revue in dit fraaie stapelverhaal. Er is telkens weer een verrassing: soms zit er één figuur achter de muur, maar vaak zijn het er meer. Het is een echt feest van ontdekken, kijken, schateren, raden en nóg eens kijken. Wat zit er allemaal in de jas met zakken? Wie zitten er verborgen onder de gele muts achter de dubbele poort? En wie maakte met krijt de tekeningen op de muur?

    Joke van Leeuwen zet haar lezers en vooral kijkers op een prettig prikkelende manier op het verkeerde been. Ze brengt je telkens net een beetje uit het lood. Het monster met de steile haren heeft geen krullen maar zijn gezelschap wel, en de sok met oog en mond blijkt een muts die, net een tikje anders dan je verwacht, tóch in een schoen met veters zit.

    De platen in dit boek zijn prachtig van vorm en structuur en zeer doordacht samengesteld. De rode stof van het hansopje van het jongetje, de huid van het monster met de blauwe ogen en de andere materialen zijn haast voelbaar aanwezig op het papier. De tekeningen op de muur suggereren ogenschijnlijk nonchalant een verbinding met de figuren er achter, die dan weer niet zijn wat ze lijken. Het boek krijgt op deze manier een gelaagdheid die het lees- en kijkplezier versterkt, telkens als je het boek weer openslaat. Boffers zijn het, de kinderen die dit boek onder ogen krijgen.

    De Penseeljury bekroont Heb je mijn zusje gezien? met bijzonder veel genoegen met het Gouden Penseel.

Zilveren Penseel

  • Sieb Posthuma - Feodoor heeft zeven zussen

    Rapport Sieb Posthuma:
    Even krachtig en ritmisch als de vrolijke tekst op rijm (van Marjet Huiberts) zijn de illustraties van Sieb Posthuma in Feodoor heeft zeven zussen. De temperamentvolle zussen in hun gekleurde kleedjes en bestrikte hoofdjes in rood, blauw, geel, groen, roze, paars en violet wervelen rond hun broer Feodoor, die in simpel zwart-wit stand houdt temidden van al dat zwierigs. Nu eens flegmatiek met zijn handen in zijn zakken, dan weer met een kriegelig rimpelmondje of een scheef lachje doorstaat hij alle drukte.

    Iedere nieuwe paginavullende plaat is het bekijken meer dan waard en roept vrijwel meteen een glimlach op. Posthuma is een meester in herhaling en variatie. Hij zet de zeven dametjes met hun vele malen zevenvoudige handelingen doeltreffend op papier, in gelijke tred met de steeds terugkomende versregeltjes in de tekst. Hetzelfde, en toch weer anders in ieder van de vijf verhalen. Hij speelt met kleuren en getallen. Ieder kind kan kaarsjes meetellen, of schoenen, of kleerhangers, of cd-rommetjes. Zelfs de kleine illustraties onder de versregels doen mee. En als de zussenbrigade heel dwingend wordt op een fraaie plaat vol marcherende hooggehakte benen en rollen wc-papier, laat hij Feodoor er op zijn tenen vandoor gaan in de grijze nacht, de rust van het alleen zijn tegemoet.

    Een kostelijk boek, bekroond met een Zilveren Penseel.



  • Wouter van Reek - Keepvogel

    Rapport Wouter van Reek:
    Wie ooit eens vol bewondering heeft gekeken naar de mechanische studies van Leonardo da Vinci, zal – met een knipoog naar de grote meesteruitvinder – onder de indruk zijn van het vernuft van Keepvogel die in zijn enthousiasme ver buiten zijn tekenvel gaat om zijn uitvinding alle ruimte te geven. Het kleine zetje van zijn vriend Tungsten zet de machinerie in beweging met bijna catastrofale gevolgen. Maar alles loopt goed af en de kracht van de eenvoud van de stok met de keep vormt een ijzersterk slot van het prentenboek Keepvogel: de uitvinding, gemaakt door Wouter van Reek.

    Het prentenboek is gebaseerd op de gelijknamige tekenfilmserie van Wouter van Reek voor Villa Achterwerk-VPRO. Van Reek toont zich een bekwaam prentenboekenmaker in tal van opzichten en zorgt ervoor dat het medium boek recht wordt gedaan. Hij maakt fysiek en abstract goed gebruik van de ruimte. Zijn platen trekken de lezer het boek in, soms letterlijk door de hand van Keepvogel die de lezer mee laat kijken in zijn boek, dan weer door het meekijken naar het bewegen van de machinerie. In kleine detailplaatjes, afgewisseld met grote platen als de situatie culmineert, volgt de kijker/lezer het verhaal. Je kunt bijna voelen hoe Keepvogel aan de lijnen trekt als hij, een beetje bekomen van zijn avontuur, de uitvinding met een snelle ruk verwijdert. Het ingewikkelde lijnennet wordt achteloos in elkaar gefrommeld in een hoek geworpen en Tungsten’s eenvoudige tekening brengt de vrienden waar ze beiden wilden zijn: buiten én bij een nieuwe uitvinding.

    Gelaagd, eigenzinnig en vol beweging is dit met een Zilveren Penseel bekroonde boek. Het schutblad achterin toont als mooi voorbeeld hiervan de laatste – lege – bladzijde van Keepvogel’s boek, waar de uitvinding in opgetekend wordt. Je ziet het gebeuren, je blijft ernaar kijken.



Vlag en Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen