Penselen 2008

Rapport:


De Penseeljury 2008, bestaande uit
Margriet Chorus (voorzitter)
Julienne van den Heuvel
Geertruide Jonkman
Ans Meens
Tessa van der Waals

heeft de volgende boeken voorgedragen ter bekroning met een Gouden of Zilveren Penseel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen.

GOUDEN PENSEEL:
Charlotte Dematons - Sinterklaas - Uitgeverij Lemniscaat

ZILVEREN PENSELEN:
Sebastian Meschenmoser - Mijnheer Eekhoorn en de eerste sneeuw - Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren

Harriët van Reek - Letterdromen met Do - Em. Querido’s Uitgeverij

INLEIDING
De feestelijke uitreiking van de Penselen 2008 vindt plaats onder de ogen van niemand minder dan Rembrandts Staalmeesters in het Rijksmuseum te Amsterdam. In de wetenschap dat er rond deze zaal nog veel meer zalen zijn met prachtige kunstwerken, richten we vandaag de aandacht op het puikje van de kinderboekenillustraties. Kunstwerk in kinderboeken, oorspronkelijk en eigentijds, maar ook vaak geïnspireerd door grote meesters in schilderen tekenkunst. Opvallend vond de Penseeljury in dit verband het in 2007 verschenen derde deel van Het papieren museum van Ted van Lieshout, De engel met twee neuzen, waarin de auteur laat zien hoe kinderboekenillustratoren inspiratie opdoen bij de beeldende kunst. Vrolijk, flitsend en een beetje rommelig als een museumbezoeker die zijn eigen ronde kiest, laat het boek zien hoe illustratoren van nu aan het werk gaan met hun eigen bagage aan kunsthistorie en zelf geschiedenis scheppen voor nu en later. Het is mooi documentatiemateriaal voor de kinderen die in de Kinderboekenweek de kunstwerken gaan bekijken waar we het vandaag over hebben, het werk van de illustratoren die straks een Penseel of een Vlag & Wimpel mee naar huis nemen.

Het werk van een Penseeljury is boeiend, maar veeleisend. Uit een ruim aanbod aan boeken voor kinderen tot een jaar of elf moeten er zes gekozen worden die een bekroning gaan krijgen vanwege de illustraties. Het zijn niet zomaar mooie platen en plaatjes op papier, nee, het zijn illustraties in een kinderboek. Soms vertellen ze hun verhaal alleen, op eigen kracht, maar vaker werken ze in samenspel met de tekst of bieden ze die tegenspel. Ze laten zich zien in al hun schoonheid, in felheid of tederheid, poëtisch of rauw, humoristisch, intrigerend of aandoenlijk. Dat wil zeggen: als ze de kans krijgen. Het is u misschien de afgelopen jaren opgevallen dat de originele illustraties die te zien waren op de tentoonstellingen van werk van Penseelwinnaars nogal eens verschillen van de reproductie daarvan in boeken. De kleuren zijn warmer of dieper, het formaat is anders en geeft zo de plaat een heel ander aanzicht, of de illustratie oogt ineens anders doordat die in zijn eentje aan de muur hangt en alle aandacht vangt. Daar is niets mis mee en op die manier genieten toeschouwers op een andere manier van de illustraties, maar er is omgekeerd wel iets te zeggen over de wijze waarop illustraties in kinderboeken verschijnen. Want het is erg jammer als mooie illustraties onderbroken worden door een scherpe vouw, of als een prachtige plaat aan schoonheid inboet door een misplaatsing van een tekst erin of erbij.

Letterkeuze en kleur zijn belangrijk, een lelijke typografie kan storend werken. Ook de papierkeuze heeft een grote invloed op het tot hun recht komen van illustraties. Het maakt uit of er gekozen wordt voor glanzend of mat papier, gestreken of ongestreken, en ook dikte en stugheid doet ertoe. Als je de volgende illustratie ziet doorschemeren op degene die je bekijkt, doet dat afbreuk aan je kijkplezier. Kleine illustraties verdienen een zorgvuldige plaatsing tussen de tekst, met voldoende ruimte en een positie die verwijst naar de tekst die verluchtigd wordt.

Boekverzorging (vormgeving, materiaalkeuze en druk en bindwerk) bepalen mede het uiterlijk en de leesbaarheid, waarmee hier lezen en kijken bedoeld wordt. Een moeilijk openslaand boek beperkt het lees en kijkplezier. Je bent er als het ware niet welkom. De keuze voor uitgave als kartonboek doet sommige illustraties volkomen recht, andere verliezen er hun aantrekkingskracht door. Schutbladen verdienen aandacht. Bij de zes door de Penseeljury bekroonde boeken krijgen ze die ook, elk op een eigen manier. Bij een ervan zijn ze functioneel leeg, bij een ander gevuld met fraaie plaatjes van de hoofdpersoon tijdens allerlei drukke bezigheden, en bij vier van de zes begint het verhaal daar al, meteen als je het boek openslaat. Is dat een trend? Misschien, maar in ieder geval geeft het de jonge lezers en kijkers veel voldoening en biedt het de illustratoren de gelegenheid het verhaal kracht bij te zetten of te voorzien van een extraatje als een poëtisch begin of een verrassend slot. En dan het omslag, dat – zo weten boekhandelaren – een boek kan maken of breken. De afwerking van het hele boek is van grote invloed op de uitstraling van het omslag.

Het mag duidelijk zijn dat alle eerder genoemde factoren meewegen bij de beoordeling van de Penseeljury. Originaliteit doet ook mee, vakmanschap, aantrekkingskracht, het spel met de tekst en de lezer, kunstzinnigheid, en de wijze waarop de betreffende illustraties zich positioneren te midden van de andere kinderboeken van hetzelfde jaar. En smaak niet te vergeten, waarbij voor een jury gelukkig geldt dat over smaak wél valt te twisten. Maar uiteindelijk is het zo dat er afscheid genomen moet worden van een heleboel boeken, want er mogen er maar zes overblijven. Gelukkig lukte dat ook dit jaar weer, waarbij gezegd moet worden dat het soms met een beetje pijn in het hart was.

Dat gold dit jaar zeker voor de fraaie illustraties in De uitvinding van Hugo Cabret, een boek van Brian Selznick dat eigenlijk buiten de beoordelingscategorie van de Penseeljury viel, gezien de beoogde leeftijd van de lezers, en ook voor Een raadsel voor Roosje van André Sollie, dat lang bleef liggen op de grote tafel. De zes die overbleven, zijn dan ook ten volle en na zorgvuldig beraad uitgekozen door de Penseeljury.




Gouden Penseel

  • Charlotte Dematons - Sinterklaas

    Wist u dat Sinterklaas graag te paard een ritje maakt op het pad dat langs de muren van zijn uitgestrekte domein loopt? En weet u wie de buurman is van Sinterklaas in het Spaanse land?

    Niemand minder dan Don Quichote, die eeuwig ten strijd trekt tegen de windmolens. Aan de andere kant van het landgoed rijzen torens op die veel weg hebben van de Sagrada Familia. Sinterklaas heeft bijzondere buren…

    Ieder kind in Nederland vraagt zich wel eens af waar Sinterklaas woont, wat hij doet als hij niet in ons land is, en hoe toch al die mooie cadeaus elke keer weer op de juiste plek terechtkomen. Welnu, er is een goed bericht: iedereen, klein of groot, kan zelf zien hoe Sinterklaas en de pieten alles op alles zetten om vanuit het verre Spanje de wensen van alle kinderen waar te maken.

    Charlotte Dematons heeft het minutieus en uiterst vakkundig geschilderd in haar tekstloze prentenboek met die veelzeggende naam: Sinterklaas. En het mooie is: iedereen kan al kijkend zijn of haar eigen verhaal maken. Als je je afvraagt hoe de pieten toch zo vakkundig op ieder dak en iedere schoorsteen kunnen klauteren, moet je maar eens kijken naar het schoolplein van de jonge pieten, waar dakhellinkjes en schoorstenen staan om te oefenen. Als je wilt weten of Sinterklaas huisdieren heeft, neem je een kijkje in zijn slaapkamer, waar een witte kat zich lekker uitrekt. Gaat ze mee op reis? Kijk maar. Sinterklaas en de pieten hebben het logistiek goed voor elkaar: de gang van de cadeaus van pakhuis naar boot is soepeltjes georganiseerd. En na een voorspoedige reis is er de aankomst aan de kade in Nederland. Werkelijk iedereen wil er bij zijn. In de bonte menigte zien we zelfs Pippi, Bang Mannetje en Monkie, veilig op de fiets met zijn baasje en diens moeder. Roodkapje is er, en wie goed kijkt ziet nog meer bekenden. In de dagen erna wordt het razend druk: hulpsinterklazen moeten solliciteren, er moeten cadeautjes rondgebracht, visites afgelegd, alles in dat koude maar vol verwachting uitkijkende Nederland. De bootreis terug naar Spanje is woelig want het stormt, maar thuis bij het paleis van Sinterklaas wacht een warm onthaal en de staldeur staat uitnodigend open voor de vermoeide schimmel van Sinterklaas. Voor de doordenkers is het laatste schutblad bestemd, dat verraadt wat Sinterklaas zelf krijgt na al zijn inspanningen.

    In het paleis van Sinterklaas is het goed toeven voor alle bewoners, in het pakhuis is plaats voor alle cadeautjes, en in Charlotte Dematons’ prachtige prentenboek is ruimte voor alle lezers, jong en oud, het hele jaar door. Het lost een heleboel raadsels op. Iedere plaat is een zoekplaat waar je niet op raakt uitgekeken en het Sinterklaasverhaal heeft daardoor evenveel versies als er lezers zijn. Het is klassiek met actuele trekjes en een grote knipoog naar de literatuur, de beeldende kunst en Neerlands tradities en eigenaardigheden. Het mooie rode omslag waarop titel en andere gegevens speels deel uitmaken van de grote plaat, valt overal direct in het oog. Dát boek willen we bekijken, nu en nog jarenlang. Het is een echte blijver, en de Penseeljury 2008 bekroont dit boek dan ook van harte met een Gouden Penseel.



Zilveren Penseel

  • Sebastian Meschenmoser - Mijnheer Eekhoorn en de eerste sneeuw

    Rapport Sebastian Meschenmoser:
    Als de trekvogels wegvliegen en de dorre bladeren dansen in de wind, wordt het winter. Dat vertellen de schutbladen en de titelpagina van het boek Mijnheer Eekhoorn en de eerste sneeuw van Sebastian Meschenmoser.

    Daar begint het verhaal, meteen als je het boek openslaat. Van hoog uit de lucht gaat het ver naar beneden, het woud in waar mijnheer Eekhoorn hoort vertellen dat de winter wonderschoon is, met sneeuwvlokken die uit de lucht vallen en alles wit maken. Dát wil hij zien, maar dan moet hij wel wakker blijven en niet aan zijn winterslaap beginnen. Zijn worsteling met de slaap is te zien in het boek, plaat na plaat, knikkebollend, wakker schrikkend, verfomfaaid, al rennend en klauterend; hij doet vreselijk zijn best. Een egel komt hem steunen in zijn wake, niet lang daarna gevolgd door een enorme bruine beer die flink last heeft van de rauwe zeemansliederen die het tweetal ten gehore brengt.

    Het thema, al intrigerend genoeg, wordt nog boeiender als de drie dieren gaan bedenken hoe de sneeuw er uit zou zien. Wit moet die zijn, en nat, en koud, en ten slotte ook zacht. Het is heel verrassend, wat er allemaal uit de lucht komt dwarrelen. De eerste echte sneeuwvlok valt bijna onopgemerkt door de drie dieren, maar natuurlijk scherp in het oog gehouden door de lezer van dit bijzondere prentenboek. Als er dan nog meer sneeuw valt, komt er – het lijkt wel toveren – plotsklaps kleur in het verder zo sobere winterse tafereel. Zachtblauw, ijsblauw en donkerblauw komen de voornamelijk witte, grijze en bruine tinten versterken, tot grote vreugde en pret bij de drie dieren en vooral wonderschoon, net zoals er aan het begin van het boek verteld was. En dat ene kleine rode vruchtje? Dat zat er al héél lang aan een van egels stekels, blijkt bij terugbladeren.

    Zo zijn er wel meer bijzondere details verborgen op de mooie tekeningen. Op iedere plaat zitten wel een torretje, wat kevertjes of een paar muisjes. Elk dierenpersonage, eekhoorn, egel of beer, is door de illustrator met trefzekere aandacht neergezet en blijft, ondanks de humor en de menselijke trekjes, volkomen zichzelf.

    De Penseeljury was vooral getroffen door de bijzondere stijl en techniek, die je niet vaak tegenkomt in kinderboeken. De ogenschijnlijk sobere manier van tekenen van Sebastian Meschenmoser spreekt sterk tot de verbeelding. Het goed gekozen papier versterkt de bijzondere sfeer. De Penseeljury kent Mijnheer Eekhoorn en de eerste sneeuw met genoegen een Zilveren Penseel toe.



  • Harriët van Reek - Letterdromen met Do

    Rapport Harriët van Reek:
    De letters van het alfabet laten Do en alle kinderen die het boek Letterdromen met Do bekijken, zien hoe veelzijdig ze zijn. In korte beeldende scènes prikkelen ze de verbeelding van iedereen die dit boek openslaat. Het straalt een ongelooflijk plezier uit en al verder lezend worden benen en armen ongedurig. Meedoen, dat willen ze, met het letterdansen bijvoorbeeld. Ieder kind zijn eigen letter. Een Z kun je prima alleen doen, ondervond de Penseeljury, maar voor een H moet je zeker met zijn tweeën zijn. Ook je fantasie slaat op hol, want de letterdromen werken heel inspirerend. Er gebeurt zoveel met al die letters: het is een opeenvolging van vrijuit spelen met klanken en woorden, van leuke gedachtekronkels en onverwachte associaties. De droomscènes zijn korte verhaaltjes waarin tekst en beeld elkaar op een speelse manier aanvullen en versterken. Als je de mollige bruine B ziet, kun je bijna proeven hoe lekker een bonbon is, en je kunt de identiteitscrisis van P meebeleven in al zijn verwarrende posities.

    De dromen van Do in haar alfabedje zijn niet alleen een genoegen om te bekijken, maar ze zijn ook nog eens heel educatief, zonder dat het opgedrongen wordt. Ieder kind kan plezier beleven met letters, is de boodschap en er valt een heleboel te bekijken en te ontdekken. De beeldende kracht van letters is haast onuitputtelijk.

    Harriët van Reek bracht de letterdromen in beeld. Ze tovert met veel humor en creativiteit de letters van grillige draadfiguurtjes gaandeweg om in aanstekelijke, kleurrijke karaktertjes die eigengereid over de pagina’s bewegen. Ze maken vrolijk en zelfbewust gebruik van de ruime vlakken van dit prentenboek op oblong formaat en komen op hun voordeligst uit op het mooie papier. Tekst en illustratie vormen er kleine eilandjes die alle aandacht krijgen die ze verdienen. Het is woordkunst van formaat, of liever letterkunst met een grote k: klasse! Al dit moois wordt dan ook door de Penseeljury 2008 met veel plezier bekroond met een Zilveren Penseel.

Vlag en Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen