Penselen 2017

Ga direct naar

Details:

Op 21 juni 2017 reikte De Penseeljury twee Zilveren Penselen en twee Zilveren Paletten uit tijdens de MidzomerKinderboekenBorrel in Amsterdam

Twee weken voor de Kinderboekenweek, op woensdag 20 september 2017, zijn het Gouden Penseel en Gulden Palet uitgereikt in het Rijksmuseum in Amsterdam.

De Penseeljury 2017 bestaat uit:
Saskia de Bodt, voorzitter
Irma de Bruijne
Jaap Friso
Judith Hessels
Jessica Jongkind



Uitreikingsrapport:

Juryrapport Penseel- en Paletjury 2017:

Ook dit jaar kreeg de Penseel- en Paletjury weer een grote hoeveelheid prachtige inzendingen te beoordelen. Met veel plezier hebben we de bijna tweehonderd boeken de revue laten passeren. Van ‘snel’ en suggestief geïllustreerde leesboeken, tot de meest kleurrijke en verfijnde prentenboeken. Groot en klein, dik en dun. Iedere keer als we een boek opensloegen kwamen we in een totaal nieuwe wereld terecht, een wereld vol kleur – of juist zwart wit –, een drukke wereld vol fantasie of juist een rustige wereld. Direct aansprekend of wat moeilijker te doorgronden.

Een van de dingen die meteen ook dit jaar weer duidelijk werden, is dat Nederlandse kinderboekuitgevers zeer veel aandacht besteden aan de vormgeving. De bladspiegel, de kleuren, alles is een lust voor het oog en over de meeste boeken is goed nagedacht. Je ziet duidelijk dat er voor veel van die geïllustreerde kinderboeken is samengewerkt door de verschillende partijen: door de illustrator, de schrijver en de vormgever. Daar zit een duidelijke positieve lijn in. Dat geldt ook voor de typografie. Zag je in het verleden nog te vaak grove, vette of anderszins detonerende letters dwars op een wit vlak, of - erger nog - half door een illustratie geknald, het lijkt erop dat dit barbarisme meer en meer verleden tijd wordt. Zorgvuldigheid is de teneur en er wordt duidelijk naar gestreefd de illustraties zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen. We hebben het vorig jaar ook al geconstateerd: prentenboeken worden meer en meer een bijzonder object, een echt cadeau dat je niet zomaar tussen je speelgoed op de grond kan laten rondslingeren.

De educatieve component in de boeken viel de jury dit jaar ook op en deze was groter nog dan eerdere jaren. We zagen veel encyclopedie-achtige boeken langskomen, rijk geïllustreerd en niet zelden flink van formaat. Mooie, luxueuze boeken over planten, dieren, techniek, aardwetenschappen; meestal vertaald. Maar het lijkt wel of voor deze feitenboeken de regel opgaat dat hoe groter ze zijn, hoe minder ziel erin zit. Uitzonderingen daargelaten, maar het zou goed zijn als óók illustratoren van educatieve onderwerpen op de een of andere manier een persoonlijk stempel op dit soort boeken probeerden te drukken.

De toename van non-fictie voor kinderen bevestigt ook de verbijzondering van het boek. Sommige educatieve uitgaven zijn echte coffee-table books geworden, die bij wijze van spreken op de boekenplanken in de ontvangstruimte van de koning, tussen zijn boeken over kunst en cultuur voor volwassenen, niet zouden misstaan.

Het aantal titels van geïllustreerde leesboeken voor oudere kinderen was dit jaar nogal beperkt (het werd duidelijk dat Scandinavië en Engeland het Nederlands taalgebied hierin toch nog steeds overtreffen). Maar daar staat tegenover dat er bij de inzendingen dit jaar relatief veel fraaie ‘boeken zonder woorden’ zaten. Tekstloos of met een minimum aan tekst. En dat waren niet alleen boeken over zoiets elitairs als kunst, maar juist ook meer sociale onderwerpen, over armoede en vluchtelingen bijvoorbeeld.

Het afgelopen jaar leken meer illustratoren dan ooit geïnspireerd door de strip. Dit gebeurt niet zozeer door het gebruik van tekstwolkjes die de sequentie van beelden bepalen en het verhaal dragen, maar wel door de plaatsing van kleine, opeenvolgende scènes op één pagina, ter afwisseling tussen de ‘traditionele’ paginagrote prentenboekillustraties.

De Penseel- en Paletjury kijkt vooral; het beeldend aspect is het allerbelangrijkst. Dat betekent natuurlijk niet dat de tekst of het verhaal niet meetelt. Sterker nog: hoe mooi/goed illustraties ook kunnen zijn, als ze gepaard gaan met een rammelende, minder goede tekst, komen ze niet voor een Penseel of Palet in aanmerking. De Penseeljury heeft vooral gekeken naar continuïteit binnen één boek, continuïteit in stijl en niveau. Eigenheid was ook een belangrijk criterium. Boekillustraties staan altijd op de een of andere manier in een traditie, maar ze moeten wel een duidelijk eigen signatuur hebben om voor bekroning in aanmerking te komen. Kortom: het gaat om boeken met een visie.

De Penseel- en Paletjury 2017

Gouden Penseel

  • Mattias De Leeuw - Circusnacht

    Gulden Palet:
    Wat een vaart zit er in Circusnacht, dit prachtige prentenboek van de jonge Belgische illustrator Mattias De Leeuw (1989). Wat een schwung, wat een beweging!

    Het is een boek tussen droom en daad. Een meisje in een blauwe jurk verlaat haar blauwe bed om in de blauwe nacht circusje te spelen in haar slaapkamer. Ze is bezeten, dat zie je zo, maar op een prettige manier. Want als je de eerste ruim opgezette bladzijde omslaat, waarin ze een kleine zwarte hond door het raam naar binnen laat, zie je een spread met 24 kleine vierkante illustraties waarin het meisje aan de gang gaat: ze jongleert, hoepelt, ze temt het hondje en laat hem kunstjes doen en ze balanceert over de gordijnrails. Die snel getekende scènes van Mattias De Leeuw zijn prachtig. Ze zijn sober gehouden (blauw met zwart en een enkel geel of vaag oranje accent), en o zo trefzeker. De houdingen van de hond en het meisje spreken boekdelen. Ze dansen en balanceren tot ze erbij neervallen. Alleen deze bladzijden al zijn een Palet ten volle waard.

    Maar daar blijft het niet bij. Er gebeurt al snel iets ingrijpends in dit boek, zeker visueel gezien. Een karavaan van intens rode circuswagens komt op de volgende bladzijden in de donkere nacht aanrijden. De witte pierrot, die we al op een affiche aan de muur van de slaapkamer zagen, komt tot leven. Hij wordt steeds groter en ontpopt zich tot een soort van GVR uit het verhaal van Roald Dahl. De clown grijpt het slapende meisje en voert haar op zijn handpalm mee de donkere nacht in. Naar het circus.

    Circusnacht is een fiks boek, dat in alle opzichten groot is gedacht. Op de ene na de andere dubbele pagina komen alle deelnemers van het circus tot leven; de evenwichtskunstenaars, de jongleurs, de muzikanten, de dompteurs en de dieren geven de ene flitsende show na de andere in de grote circustent. En ook het meisje speelt daarin een rol. Ergens in haar droom. Of is het allemaal werkelijkheid?

    De jury was onder de indruk van de trefzekere tekenstijl van Mattias De Leeuw. Mooi uitgewerkt is het verschil tussen de wat afstandelijke, stereotiepe clown en het bevlogen meisje dat enthousiast en leergierig tussen de professionals meedoet. Mooi is ook de afwisseling tussen de overrompelende circusbladzijden en de rustigere pagina’s met de kleinere scènes. Circusnacht is een prentenboek waar het plezier vanaf spat. Kalmpjes bladeren en kijken in dit boek vol beweging zou het drukste kind wel eens tot rust kunnen brengen. En niet alleen dat. Het kan ook zijn horizon verbreden. Want: als je iets érg graag wilt en er helemaal voor gaat, dan zijn er mogelijkheden te over in het leven.

    Details:
    Omdat het hier een buitenlandse illustrator betreft ontvangt hij het Gulden Palet.


  • Martijn van der Linden - Tangramkat

    Gouden Penseel:
    Een smetteloos wit vierkant. Iets uit het midden staart een lapjeskat ons aan. Zijn precies vierkante kattenkop staat op één punt. Dit vierkant wordt bekroond door twee identieke driehoekige oren. Zijn lichaam bestaat uit drie grotere driehoeken en een parallellogram. Daar is hij: de Tangramkat.

    Begeleid door een minimum aan woorden komt hij in allerlei vormen terug in dit grappige boek van illustrator Martijn van der Linden en schrijver Maranke Rinck. De kat speelt de hoofdrol, al wordt het verhaal niet vanuit zijn optiek bekeken. Om te beginnen wordt hij gereduceerd tot zijn kern: zeven lichtblauwe geometrische tangramstukken. Die stukken vormen samen een vierkant, het vierkant waar je volgens het aloude tangramspel de hele wereld uit kunt vormen. Dat gebeurt hier ook.

    Maar omdat Tangramkat niet in eerste instantie een spel is, maar een boek, is er tekst nodig om het verhalende aspect te benadrukken. De ‘ik’, de verteller, legt met de zeven stukken telkens iets waarmee hij de Tangramkat wil pleasen.

    Het leuke is dat de abstracte, lichtblauwe vormen die uit de puzzelstukken worden gelegd, telkens wanneer je de bladzijde omslaat, zeer realistisch zijn ingeschilderd. Dus de abstracte krokodil krijgt opeens een schubachtige huid, een waterig oog en zaagtanden. De stier wordt pas in tweede instantie eng, net als de vele vogels met hun priemende ogen. Ze zijn overigens niet alleen ingekleurd en realistisch gemaakt, maar krijgen ook een duidelijk expressieve kracht.

    Tangramkat is een prachtig idee, dat vooral visueel is uitgewerkt. Er zit een mooie lijn in dit groots opgezette boek, dat aan het eind bovendien nog echte tangramstukken bevat. In dezelfde kleur en maat als op de plaatjes. Een tikje té educatief misschien om als fictie te fungeren, maar dit boek roept in ieder geval echt op tot actief kijken. Niet te snel de bladzijden omslaan dus. Spelenderwijs abstraheren en analyseren. Wat wil je nog meer? Omdat het een puzzel is, blijft het intrigeren. Tangramkat laat je niet los.



Zilveren Penseel

  • Carson Ellis - Kek iz tak?

    Rapport Carson Ellis:
    Kek iz tak? van Carson Ellis is op het eerste gezicht een grappig boek, een mooi vormgegeven royaal boek, vol relatief kleine illustraties die grote delen van de pagina’s leeg laten. Het is een boek waar je je voor open moet stellen. Zo onduidelijk als de titel is, zo helder is het beeld. De kevertjes, vliegjes en vlinders, de rupsen en insecten en ook de wandelende tak, ze zijn opgebouwd uit contourloze vlakken en vlakjes. Ze zijn ingetogen van kleur (tinten bruin en beige, grijsblauw) en heel gedetailleerd.

    Het boek gaat over de seizoenen en ze zijn dan ook in het begin met zijn allen voortdurend in de weer rond een groen sprietje. Op het omslag van het boek komt dat nog maar net uit de grond en heeft het twee beginnende blaadjes. Maar elke bladzijde wordt het sprietje groter en groter. De hele microkosmos bemoeit zich ermee: ze klimmen erin, hangen er touwen in, zetten er ladders tegen. Ze maken hele hijssystemen, terwijl boven hun hoofd een prachtige, exotische bloem groeit en groeit. Maar die bloem is voor de kleine beestjes te groot en te ver om te doorgronden.

    Het absurde – en zeer grappige - van dit boek van Carson Ellis is dat er voortdurend geluiden klinken. Onbegrijpelijke woorden en zinnetjes worden door al die beestjes steeds herhaald.’ ‘Trabladdur!’ Soms begrijp je ze bijna, vooral als je ze uitspreekt: ‘Kek iz tak?’ ‘Weedk nietoor.’ Ze lispelen en mompelen en roepen dat het een lust is. Ook als je alleen maar kijkt in dit boek hoor je van alles. Wanneer de reuzebloem in de herfst begint af te sterven en neerzinkt naar de aarde, zie je mooie muzieknoten opstijgen naar de maan. Ze worden geproduceerd door een vioolspelend insect dat er een soortgenootje mee verleidt.

    Kek iz tak? is een heerlijk boek over een fantasiewereld vol gekke woorden, die door Imme Dros adequaat zijn vertaald. Fonetisch? Bijna. Een ramp voor dyslecten? Juist niet waarschijnlijk. Het geeft het niet-dyslectische deel van de mensheid waarschijnlijk juist een idee van de relativiteit van het geschreven woord. ‘Kek iz tak?’ ‘Tak!’

    Details:
    Omdat het hier een buitenlandse illustrator betreft ontvangt hij het Zilveren Palet.


  • Milja Praagman - Omdat ik je zo graag zie

    Rapport Milja Praagman:
    Omdat ik je zo graag zie van Milja Praagman is een bedrieglijk eenvoudig boek. Het gaat over onvoorwaardelijke liefde: de liefde van een grootmoeder voor haar kleindochter. De grootmoeder neemt haar in het roze geklede kleindochtertje mee op stap. Ze gaan samen met de metro naar de stad. Voor het kleine meisje is dat een soort van wereldreis. ‘We gaan naar de stad’ staat er nadrukkelijk in roze letters in de tekst. Die tekst, ook van Praagman, is net zo to the point als de bladzijde vullende illustraties dat zijn. En de roze kleur komt, heel subtiel, in tekst en beeld telkens terug: het is niet alleen het roze van het jurkje van het meisje, van haar wangetjes en die van oma, maar ook van het grappige hondje dat af en toe opduikt. En niet te vergeten van belangrijke zinnen als: ‘In het museum raken we de weg kwijt’.

    Er gebeurt veel in dit boek, maar eigenlijk ook weer niet. Het hangt ervan af uit welk perspectief je het bekijkt. De plaatsen waar ze komen – het station, de winkelstraten, het museum en het park, zijn vooral bevolkt door mensen. Alle soorten en maten: oud, jong, dun, dik, suf, klassiek, ondeugend, uitdagend, zwanger, serieus, speels, zwart, wit en alles ertussenin. De illustraties zijn strak gehouden, hebben bijna schematische vormen. Ze hebben geen contouren; al die mensen in de stad worden vooral door kleurvlakken gekarakteriseerd. Iedereen op straat leeft in zijn eigen wereld en oma en het kleine meisje kijken er samen naar. Ze vormen een aparte eenheid in de drukte. Het meisje wordt er moe van en valt in de overvolle metro terug naar huis in slaap. Die op één na laatste pagina is typerend voor Omdat ik je zo graag zie. Je ziet hier goed geobserveerde, geabstraheerde figuren met bijna schematische koppen en toch o zo herkenbaar. Niet alleen de mensen in de wereld zijn herkenbaar, ook – of juist – de grootmoeder en het meisje. Hun liefdevolle relatie vormt de rode draad in dit prachtige, mooi getekende en tijdloze prentenboek.



Vlag en Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen