Bijzonder cadeau voor het Letterkundig Museum

Gepubliceerd: 13-01-2005

In 1985 kende een jury onder voorzitterschap van Cornelis Verhoeven de P.C. Hooftprijs 1984 voor het essay toe aan Hugo Brandt Corstius. De toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Elco Brinkman nam de voordracht echter niet over omdat Brandt Corstius ‘het kwetsen tot instrument’ zou hebben gemaakt. Dat leidde tot een fikse rel en deed de jury van de P.C. Hooftprijs 1985 voor poëzie onder voorzitterschap van Anton Korteweg besluiten haar opdracht terug te geven.

Toen de prijs na een paar jaar onderbreking in 1987 voor het eerst weer werd toegekend (aan Hugo Brandt Corstius), was het niet langer een staatsprijs en was de verantwoordelijkheid voor de toekenning overgedragen aan de door het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur gesubsidieerde Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde.

De penning die in 1985 niet is uitgereikt aan Brandt Corstius, is nu door staatssecretaris Medy van der Laan van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen geschonken aan het Letterkundig Museum, zo meldt de Volkskrant vandaag. Het is een bijzonder cadeau voor het museum dat vorig jaar december het vijftigjarig bestaan vierde met onder meer de opening van de Nationale Schrijversportrettengalerij. Vanwege de rouwperiode na het overlijden van prins Bernhard kon de staatssecretaris daarbij toen niet aanwezig zijn. Directeur Anton Korteweg is verguld met de penning, ‘een getuige van een zeer belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de literaire prijzen’. Naast de penning heeft hij ook enkele manuscripten en typoscripten van recente klassiekers uit de Nederlandse literatuur gekregen: Het Bureau van J.J. Voskuil, Terug naar Oegstgeest van Jan Wolkers en Mystiek lichaam van Frans Kellendonk.

Delen
Koppelingen