Gerwin van der Werf wint Nationale Gedichtenwedstrijd

Gepubliceerd: 27-01-2010

In totaal 15.688 gedichten waren ingezonden voor de eerste Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Dat waren er zoveel dat een eerste selectie is gedaan door studenten in het hele land. Een jury, bestaande uit voorzitter Gerrit Komrij (oprichter van de Poëzie Club) en de leden Giel Beelen, Sanneke van Hassel, Vrouwkje Tuinman en Turing Foundation-bestuurslid Alexander Ribbink, koos verder achtereenvolgens een top 100, een top 20 en de winnaar. Dat werd Gerwin van der Werf met het gedicht ‘Misbruik’.

De in 1969 geboren Gerwin van der Werf is musicoloog en docent muziek op een middelbare school. Hij componeert en arrangeert voor diverse ensembles en bezettingen. Met zijn verhalen won hij verschillende schrijfwedstrijden, waaronder die van de Volkskrant en Trouw. Begin maart verschijnt bij Contact zijn debuutroman Gewapende man. Om in alle rust te kunnen werken aan zijn proefschrift, een onderzoek naar een 15de-eeuws muziekhandschrift, trekt een man zich terug in een dorp in Zeeuws-Vlaanderen. Maar hij heeft nog een doel. Even buiten het dorp, net over de grens, woont een oud-klasgenoot, inmiddels een befaamde verdediger van Club Brugge, met wie hij nog een rekening te vereffenen heeft. Als zijn wraakmissie op een mislukking dreigt uit te lopen, komt het toeval hem ter hulp.

De prijs, waaraan een bedrag van 10.000 euro is verbonden, werd vanavond aan Van der Werf uitgereikt in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Daar is ook Zoals een haan een ei legt gepresenteerd, een uitgave van Augustus, waarin de 100 beste gedichten bijeengebracht zijn. Een aantal ‘verliezers’ die de top 100 niet haalde, kwam gisteravond bijeen in Utrecht. Onder hen dichters van naam als Alexis de Roode, Menno Wigman, Ingmar Heytze en Mark Boog.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein

Het winnende gedicht 'Misbruik'

Met de pen roer ik mijn koffie
met de schaar krab ik mijn kop
met een mouw veeg ik mijn snot weg
dweil met mijn sok een melkvlek op

Mijn nagel drukt in ’t tafelblad
een diepe kloof groeit daar gestaag
woorden weeg ik met het vreten
dat retour komt uit mijn maag

Met mijn tanden bijt ik splinters
uit de poten van mijn stoel
uit mijn tenen vloek ik psalmen
tot ik er niets meer bij voel

Zelfhaat weeg ik bij het opstaan
in jouw levenloze blik
woede meet ik met mijn knokkels
en mijn schaamte met mijn pik

Licht verpulver ik met vuurwerk
herrie met een spijkerboor
waanzin smoor ik in mijn verzen
waar zijn die dingen anders voor?