Hugo Brandt Corstius overleden

Gepubliceerd: 28-02-2014

Hij is op Literatuurplein de schrijver met de meeste pseudoniemen: elf om precies te zijn. Behalve onder zijn eigen naam publiceerde hij ook als Victor Baarn, Batticus, Battus, Hugo Battus, Raoul Chapkis, Dolf Cohen, Piet Grijs, Maaike Helder, Peter Malenkov, Stoker en Talisman. En dat zijn alleen nog maar de pseudoniemen waaronder hij boeken heeft gepubliceerd. Het eerste dat ik van hem las, was Zes dagen onbedachtzaamheid kan maken dat men eeuwig schreit uit 1966. Het was een van de drie boeken die zijn verschenen onder het pseudoniem Raoul Chapkis. Met deze bundeling van twaalf bijdragen aan Tirade over wat de zin van het bestaan zou kunnen zijn, presenteerde hij zich als een speelse geest die het absurde niet schuwde.

Opperlan(d)s
Vanochtend is hij overleden, 78 jaar oud, zo maakte uitgeverij Querido bekend. Hij werd geboren in 1935 in Eindhoven, studeerde wiskunde in Amsterdam, waar hij vervolgens heeft gewerkt in het Mathematisch Centrum. Tijdens zijn studie was zijn belangstelling gewekt voor de informatica en in 1976 was hij in Nederland de eerste die poëzie schreef met behulp van een computerprogramma. Dat de taal hem is blijven fascineren, blijkt onder veel meer uit wat wellicht mag gelden als zijn magnum opus: het onder het pseudoniem Battus gepubliceerde Opperlandse taal- & letterkunde uit 1981, dat een jaar later werd bekroond met de Multatuli-prijs. In de vorm van een handboek verkent hij daarin de speelse mogelijkheden van de taal, los van de inhoud. De aangevulde herdruk verscheen in 2001 als Opperlans! In 2007 kwam er nog een supplement in de vorm van een Opperlans woordenboek.

Columnist
Als schrijver debuteerde hij in Propria Cures, waarvan hij van 1957 tot 1959 redacteur was. Hij schreef daarna onder meer voor Hollands Maandblad (zijn allereerste boek, De reizen van pater Key, ook onder het pseudoniem Raoul Chapkis, bevatte bijdragen aan dat tijdschrift) en Vrij Nederland. Als columnist bezigde hij daar wat zijn bekendste pseudoniem zou worden, Piet Grijs. Van 1979 tot 1986 scheef hij ook columns voor de Volkskrant, onder het pseudoniem Stoker.

P.C. Hooftprijs
In de jaren zeventig en tachtig was hij een van de meest invloedrijke columnisten. Regelmatig waren zijn columns inzet van een felle polemiek. In 1985 kende een jury onder voorzitterschap van Cornelis Verhoeven hem de P.C. Hooftprijs 1984 voor het essay toe. De toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Elco Brinkman nam de voordracht echter niet over omdat Brandt Corstius ‘het kwetsen tot instrument’ zou hebben gemaakt. Dat deed de jury van de P.C. Hooftprijs 1985 voor poëzie onder voorzitterschap van Anton Korteweg besluiten haar opdracht terug te geven. Toen de prijs na een paar jaar onderbreking in 1987 voor het eerst weer werd toegekend (aan Brandt Corstius), was het niet langer een staatsprijs en was de verantwoordelijkheid voor de toekenning overgedragen aan de door het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur gesubsidieerde Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde.

Broer en vader
Met zijn vrouw Ina Rilke woonde Brandt Corstius in Amsterdam en Parijs, waar hij verbonden was aan de Sorbonne. Hij was de broer van kunsthistorica Liesbeth Brandt Corstius en de vader van journaliste en columniste Aaf Brandt Corstius en van journalist en programmamaker Jelle Brandt Corstius.


Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein

Foto's Klaas Koppe:
Hugo Brandt Corstius, 6 februari 2002.
Hugo Brandt Corstius, Leiden, 29 oktober 1979.
Parijs, Rue du Bac, 21 maart 2003: Hugo en Ina missen de laatste metro.


Update
Naar aanleiding van het overlijden van Hugo Brandt Corstius herhaalt de VPRO vanavond op Nederland 2 vanaf 23.15 uur de aflevering van Boeken van maart 2009 waarin hij te gast was om over Mensenarm Dierenrijk te praten.




Delen
Koppelingen