Nominaties vernieuwde Interprovinciale Literatuurprijs bekendgemaakt

Gepubliceerd: 10-08-2011

Het weekblad Knack heeft vandaag de genomineerden bekendgemaakt voor de vernieuwde Vlaamse Interprovinciale Literatuurprijs. Die bekroont publicaties van schrijvers van fictie, literaire non-fictie en jeugdliteratuur die tussen 1 juni van het vorige jaar en 1 juni van het huidige jaar zijn verschenen. De shortlist van maximaal zeven auteurs moet minstens één auteur per provincie tellen. Nederlandse auteurs komen eveneens in aanmerking, mits ze de laatste vijf jaar in één van de Vlaamse provincies hebben gewoond.

De organisatie van de vernieuwde prijs wordt aangestuurd door Knack. Frank Hellemans, criticus van het weekblad, is de voorzitter van de jury van dit jaar. Die bestaat verder uit één vertegenwoordiger per provincie, waarbij er ook naar is gestreefd zoveel mogelijk literaire milieus aan bod te laten komen: Luc Devoldere (hoofdredacteur Ons Erfdeel) vertegenwoordigt Oost-Vlaanderen, schrijfster Margot Vanderstraeten Limburg, Philip Vermoortel (hoogleraar Hogeschool Universiteit Brussel) Vlaams-Brabant, Leen Van Dijck (directeur AMVC Letterenhuis) Antwerpen en Johan Vandenbroucke (boekhandelaar) West-Vlaanderen.

Sinds 1932 werd naast de literaire prijzen die elk Vlaamse provincie toekent, ook een interprovinciale prijs uitgereikt. Jaarlijks kwamen daarin, in een cyclus van vier jaar, afwisselend twee literaire genres aan bod: jeugd- en kinderliteratuur; monografie en essay; verzenbundel en toneelstuk, tv-spel of radiospel; prozawerk en gezamenlijk oeuvre. In de nieuwe opzet wordt de beste Nederlandstalige prozaschrijver van het afgelopen jaar bekroond. Zowel schrijvers van fictie als van literaire non-fictie en van kinder- en jeugdliteratuur komen daarvoor in aanmerking. De prijs, ter waarde van 10.000 euro, wordt op 28 augustus op de Antwerpse Cultuurmarkt uitgereikt.

Hieronder de shortlist met de zes genomineerden, waarbij de toelichting is overgenomen uit het artikel van juryvoorzitter Frank Hellemans in Knack:

West-Vlaanderen: Frank Adam
Met Liefdesfabels bevestigt Frank Adam dat hij het klassieke fabelgenre een nieuwe glans heeft gegeven. In de achttiende eeuw vormden de contes philosophiques van onder anderen Voltaire een belangrijke bijdrage aan de Europese literatuur. Vanaf zijn eerste fabelboek uit 2005 verraste Adam met de merkwaardige strapatsen van een ezel die zo zijn eigen kijk had op de menselijke waan van de dag. Ondertussen is hij met Liefdesfabels al aan zijn vierde deel toe en Belgische fabels, het vijfde luik, is onderweg voor in het najaar. Sommige van zijn fabels bracht Adam op de bühne en ook in het buitenland werden ze opgemerkt: er zijn al Franse vertalingen en andere landen volgen.

Limburg: Jeroen Brouwers
Naar eigen zeggen schreef Jeroen Brouwers tien jaar aan Bittere bloemen, zijn tiende roman. Het is een heel apart portret geworden van de schrijver als ijlende, oude man die op een luxecruise opnieuw de liefde voor een jong blaadje opdoet en zo begint te delireren over zijn vroegere leven als echtgenoot, papa, justitieminister, rechter, lesgever én vrijetijdsauteur. Op de golven van de zee en in het schokkerige tempo van een motorfiets maakt de verbeelding van het ik-personage merkwaardige bokkensprongen. Brouwers’ gevoel voor het juiste woord zorgt ervoor dat het ‘buitenbewustzijnse bewustzijn’ van de protagonist toch geloofwaardig overkomt. Een sardonische alleenspraak van de ouderdom is het resultaat die ook voor de spreker zelf geen genade kent.

Vlaams-Brabant: Paul Claes
Met De leeuwerik maakte Paul Claes een knap geconstrueerde historische roman waar hij sinds De kameleon het patent op heeft. Deze keer past de romance in de wereld van de twaalfde-eeuwse Provencaalse literatuur. Claes wekt de vroege middeleeuwen met zijn troubadours en hoofse liefde weer tot leven én maakt via het hoofdpersonage duidelijk hoe hijzelf vandaag tegen literatuur aankijkt. Intertekstueel variëren op bestaande modellen, zoals de tropator-troubadour negenhonderd jaar geleden al deed, dat is ook de poëtica van Claes. In die zin is deze hoofse liefdesgeschiedenis niet zomaar een literaire verkenning van de middeleeuwse tijdsgeest, maar eveneens een pro domo van Claes zelf.

Vlaams-Brabant: Yves Petry
Met De maagd Marino kende Yves Petry zijn definitieve doorbraak. Dat hij voor deze roman de Libris Literatuur Prijs 2011 in de wacht sleepte, spreekt boekdelen. Hoe hij van de lustmoord van een Duitse homoseksueel op zijn partner een uitgekiend literair Kammerspiel maakt, is grote klasse. In plaats van te focussen op het sensationele gegeven zelf, gebruikt Petry deze casus om zijn heel aparte kijk op de perverse gevolgen van een te ver doorgeschoten individualisering in onze samenleving te ventileren.

Antwerpen: Eric Rinckhout
Met zijn Grote Antwerpse Willem Elsschot Atlas schreef Eric Rinckhout het nagenoeg perfecte Elsschotboek waarin het Antwerpen, zoals Elsschot dat beleefde, centraal staat. Met veel zin voor detail – zowel wat de Antwerpse stadsgeschiedenis als wat het oeuvre van de meester zelf betreft – doet hij stad én schrijver herrijzen. Elsschot is ondenkbaar zonder Antwerpen. Rinckhout is een kenner van beide en daarenboven een prima verteller. Hij had de pech dat zijn bioliteraire stadsgids tussen het Elsschotherdenkingsgedruis en de talloze Elsschotpublicaties ondergesneeuwd raakte. Ten onrechte.

Oost-Vlaanderen: Rudi Rotthier
Op kousenvoeten heeft Rudi Rotthier zich samen met David Van Reybrouck tot vaandeldrager van de literaire non-fictie ontpopt. Met De lont aan de wereld bewijst hij zijn status als een van de belangrijkste Nederlandstalige reisjournalisten. Hij doet er verslag van zijn omzwervingen in Pakistan en schetst een genuanceerd beeld van het land, voorbij de clichés.

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein