Sjoerd Kuyper hekelt ‘het nieuwe uitgeven’

Gepubliceerd: 15-05-2009

Op 4 mei werden de Gouden Uil Literatuurprijs en de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs uitgereikt. In Terzake werd wel kort verslag gedaan van de uitreiking van die eerste prijs maar niet van de tweede, zoals in de special van het cultuurprogramma Lux die een dag eerder de opmaat vormde naar de feestelijkheden, wel de vijf genomineerden voor de Gouden Uil werden geportretteerd, maar geen van de genomineerden voor de jeugdprijs. ‘Eén Uil dreigt een stille dood te sterven: die van de jeugd ofte Onze Toekomst!’ schreef de ontgoochelde juryvoorzitter Jelle Van Riet in De Standaard.

Principieel
Een incident? Allerminst. Zo zouden Pauw en Witteman principieel weigeren kinderboekenschrijvers in hun programma uit te nodigen. In de tien minuten die per gast is uitgetrokken, is het niet mogelijk een boek dat de kijkers meestal (nog) niet hebben gelezen, eerst uitgebreid toe te lichten. Een boek is interessant als het aanleiding is tot een gesprek over het leven van de auteur. ‘Toch sluiten we niet uit dat we ooit een kinderboekenschrijver aan tafel zullen nodigen. Alleen, we leggen de lat erg hoog.’ Dat kreeg Sjoerd Kuyper van een redacteur te horen nadat hij in een mail naar de gang van zaken had geïnformeerd.

Dingetjes
Het is slechts een detail in ‘Over het nieuwe uitgeven en mijn oude schrijversneus’, de Annie M.G. Schmidt-lezing die hij eergisteren in Leiden uitsprak. Niet alleen is de aandacht in de media voor kinderliteratuur volkomen verdampt, voor de schrijvers ervan zijn de omstandigheden binnen enkele jaren drastisch gewijzigd. Zo zijn de opbrengsten van de royalties van zijn boeken nog slechts tien procent van die van zeven jaar geleden. De royalties voor een prentenboek moet hij delen met de illustrator. Van de vijftig kinderboeken die hij schreef, zijn er nog slechts vijf leverbaar. Zelfs de alom geprezen en met goud en zilver bekroonde boeken over Robin worden nauwelijks herdrukt. Een bestaan als kinderboekenschrijver opbouwen kan alleen door ‘het doen van dingetjes: verhaaltjes in tijdschriftjes, liedjes, opdrachtjes, lezinkjes op schooltjes, vervolgjes op eigen werkjes in succesformuletjes…’

Kennis van goed en kwaad
En dat terwijl kinderboeken onontbeerlijk zijn voor de vorming van kinderen. Ze schenken hun ‘de schoonheid van de taal, zetten hun fantasie in werking of houden die in stand, laten ze in de hoofden van andere kinderen kijken zodat ze niet meteen gaan slaan als iets of iemand afwijkt van wat ze gewend zijn, ja, boeken schenken ze de kennis van goed en kwaad’. Dat kinderboekenschrijvers nauwelijks serieus worden genomen, is onder meer te wijten aan de propagandisten en leesbevorderaars maar toch vooral aan de uitgevers. Nog slechts drie uitgevers hanteren het modelcontract dat door de Vereniging van Letterkundigen is opgesteld. ‘Na twaalf idyllische en vijf ellendige jaren’ verliet Kuyper uitgeverij Leopold en stapte over naar Nieuw Amsterdam, een van die drie uitgeverijen. Hij voelt er zich niet gelukkiger. Ook daar heerst de wet van het format en de formule en wordt eventuele winst niet meer geïnvesteerd in commercieel minder interessante uitgaven maar verdwijnt naar het overkoepelende concern.

Oproep
Hij sluit zijn requisitoir af met een oproep aan zijn collega’s om alleen nog te publiceren bij uitgevers die het modelcontract hanteren, om een punt te zetten achter de spreekwoordelijke trouw aan de uitgever en ‘te gaan rondhoereren’, om de avi-code in de ban te doen en bij de overheid te ijveren voor een budget van een half miljoen euro. Dat is bestemd voor onder meer een Bibliotheek van de Nederlandse Jeugdliteratuur, met fraai uitgegeven klassiekers die nooit in de ramsj mogen verdwijnen, en voor het ontleuken en professionaliseren van de prijzen voor jeugdliteratuur.

Aanzetten tot denken
‘We moeten verhevigen, indikken, omkeren, niet bevestigen maar ontrafelen en aanzetten tot denken en emoties oproepen dieper dan die van de herkenning, waardoor de kinderen zichzelf en anderen met nieuwe ogen gaan zien.’ De integrale tekst van de lezing is te vinden op de website van NRC Handelsblad.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein