Zes genomineerden Libris Literatuur Prijs

Gepubliceerd: 03-03-2014

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2014, onder voorzitterschap van Paul Witteman, heeft een nieuw begrip gemunt: de non-fictieroman. In aansluiting bij de geleidelijk vervagende grenzen tussen de genres constateerde zij een opmerkelijke opkomst daarvan. Ruim een kwart van de in totaal 192 inzendingen is te vatten onder dat containerbegrip. Zoals het in non fictie niet meer alleen gaat om de overdracht van kennis maar ook van gevoelens, zo draagt fictie nu een grote hoeveelheid te controleren informatie over. Overigens houdt die constatering voor de jury geen waardeoordeel in: literaire kwaliteit schuilt voor haar niet in de herkomst van het materiaal maar in de manier waarop de schrijver ermee omgaat.

Media-aandacht
Het spelen met het spanningsveld tussen fictie en werkelijkheid is uiteraard niet nieuw. Veel romanschrijvers hebben dat in het verleden al gedaan. Zo gebruikten ze technieken als het gevonden manuscript, ingelaste documenten, de dagboek- of de briefvorm. Waarom er nu zoveel non-fictieromans verschijnen, zou te maken kunnen hebben met het najagen van media-aandacht, bij voorkeur in boekenprogramma’s, actualiteitenrubrieken en TV- praatshows. Voor het grote en diverse publiek daarvan is pure fictie moeilijker te duiden dan fictie die aansluit op kwesties in de werkelijkheid waarmee het al vertrouwd is.

Essentiëlere dingen
Waarom dan niet nog nauwer aansluiten bij de belangstelling van de media en meteen non-fictie schrijven? Het antwoord schuilt volgens de jury mogelijk in de aloude overtuiging dat literatuur essentiëlere dingen over de werkelijkheid zegt dan een feitenverslag, of de veronderstelling dat lezers gemakkelijker meeleven met een verbeelde dan met een louter afgebeelde werkelijkheid. ‘De verklaring kan ook banaler zijn: in een roman hoeft niet alles gecheckt te worden, het hoeft feitelijk niet tot in detail te kloppen, het mag leuker, spannender, erger… gemaakt worden.’

Uitzonderlijke kwaliteit
Van de zes romans op de shortlist kwalificeert de jury er drie als non-fictieroman en één als pure fictie. Twee proberen nadrukkelijk aan te sluiten bij de politiek-economische realiteit. Alle zes zijn wel ‘van uitzonderlijke kwaliteit’. Drie zijn van Nederlandse auteurs, drie van Vlaamse. Van de negen vrouwelijke auteurs op de longlist (de helft van het totaal) is er op de shortlist nog één overgebleven.

De shortlist (met telkens een passage uit het juryrapport)

* Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans (De Bezige Bij)
Portret van de grootvader van de Vlaamse schrijver als soldaat in de Eerste Wereldoorlog en als kunstenaar.
‘De melancholie die uit de beschrijving van dat leven opklinkt zit ook in de beelden en geluiden, geuren en kleuren waarmee Hertmans een heel tijdperk voor ons oproept, de tijd van de jeugd van Urbain in het Gent van rond 1900: een trage, besloten, arme en bekrompen wereld, waarvan de ouderwetse deugden door de “Groote Oorlog” brutaal aan flarden werden geschoten.
Het individuele bestaan en de grote geschiedenis spiegelen elkaar in deze roman. En in die dubbele spiegel ziet ook de schrijver Hertmans zichzelf weerkaatst, is hij op zoek naar zijn plaats en naar een manier om als schrijver uit te stijgen boven het kopiëren, om geen verraad te plegen aan de waarheid, maar ook niet aan de artistieke waarachtigheid. Door de precisie van zijn stijl en de elegantie van zijn compositie is hij daar met verve in geslaagd.’

* Gelukkige slaven van Tom Lanoye (Prometheus)
Twee personen met dezelfde naam beleven bizarre avonturen in hun zucht naar geld en erkenning.
‘Hoe licht de toon van Lanoye ook is, en hoe komisch de situaties waarmee hij het dubbelgangersmotief in de roman ook uitwerkt: wat overblijft is een wereld waarin iedereen vecht voor zichzelf, en waarin het opportunisme van alledag slechts sporadisch wordt onderbroken door een bijna vergeten vlaag van mensenliefde.
Gelukkige slaven is geen drama dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de grote maatschappelijke thema’s als de globalisering, het is een roman waarin die globalisering het drama vormt, compleet met al zijn schijnbare paradoxen en morele complicaties. Lanoye sleept zijn lezers voort in een taal die maar blijft tintelen, samen met zijn al te menselijke helden die wanhopig strijden om hun deel van de koek, waarna aan het eind van deze zinderende rit alleen maar geconcludeerd kan worden dat de lezer er met de buit vandoor is gegaan.’

* Roundhay, tuinscène van Marente de Moor (Querido)
Elf jaar na de verdwijning in 1890 van de Franse uitvinder van de film gaat zijn zoon naar hem op zoek.
‘De Franse uitvinder Louis Le Prince had rond 1888 een methode uitgevonden om bewegende beelden vast te leggen. De handige Amerikaan Edison, rijk geworden door diefstal of aankoop van uitvindingen en patenten, ging evenwel met de eer strijken. Le Prince verdween in 1890 spoorloos uit de trein van Dijon naar Parijs, zijn zoon zette de strijd om erkenning van zijn vader als de uitvinder van film voort. Ook hij kwam op raadselachtige wijze om het leven.
Een historisch gegeven, maar geen klassieke, historische roman waarbij de feiten nauwgezet gevolgd worden. De Moor speelt met beelden en woorden, waarin haar kritiek op de inhoudelijke armoe van onze tijd als vanzelfsprekend helder wordt. Elk woord, elk beeld is om zijn samenhang en betekenis gekozen. Zij preekt of zeurt niet, maar houdt ironisch afstand. Het plezier spat van deze complexe, gelaagde en groots gestileerde roman af.’

* La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer (De Arbeiderspers)
Een schrijver doet per brief aan een vriend verslag van zijn uitbundige leven in de Italiaanse stad Genua.
‘De auteur speelt met ons het spel van fictie en werkelijkheid, drijft de spot met zijn literaire statuur en ijdelheid en schept er een duivels genoegen in zijn lezers op het verkeerde been te zetten. De lichtvoetigheid van zijn spel doet echter niets af aan de ernst van zijn betrokkenheid. Tegenover zijn luxeimmigratie zet de auteur die van de Marokkaanse rozenverkoper Rashid en de Senegalese bootvluchteling Djiby, die in de trotse stad na een helse oversteek hun geluk komen beproeven, zoals Italiaanse emigranten dat eerder deden in La Merica. En in het roerende portret van de altijd dronken, Engelse professor Don, die in zijn eigen fictie leeft, wordt de hoofdpersoon van het boek te midden van personages op de rand van de verloedering, gespiegeld.
In zijn thematisch rijke, genotzuchtige, virtuoze proza, weet Pfeijffer de vele uitgezette lijnen bij elkaar te brengen. Behalve een ode aan Genua en zijn bewoners, is La Superba in de eerste plaats een ode aan de verbeelding.’

* De omwegen van Jeroen Theunissen (De Bezige Bij Antwerpen)
Drie Vlaamse broers, een drieling, reizen ieder op eigen wijze het ongeluk tegemoet.
‘Een vlijmscherpe, niet chronologisch opgezette ontwikkelingsroman, waarin in vliegende vaart de talrijke lotgevallen van het uiteengevallen Vlaamse gezin Goetgeluck beschreven worden, in het bijzonder die van de drieling Johan (een geslaagde maar ongelukkige academicus), Jonas (een meedogenloze miljonair) en Joris (een idealistische bohemien)….
In de achtergronden van de ouders is een deel van de naoorlogse Europese en Vlaamse geschiedenis weerspiegeld. In de vele ontwikkelingen in het leven van hun zonen worden de grote politieke en economische veranderingen van de afgelopen twee decennia zichtbaar… Jeroen Theunissen heeft in De omwegen laten zien dat hij in staat is aloude thema’s van liefde en dood te verbinden met de vele vragen die de recente geschiedenis met zich meebrengt, van de mondiale crisis tot het Vlaams nationalisme. Dat doet hij in een stijl die de lezer in een achtbaan laat belanden waar geen ontkomen aan is.’

* Het verdwijnen van Robbert van Robbert Welagen (Nijgh & Van Ditmar)
Een jonge schrijver wil na zijn debuut verdwijnen in een inhoudsloos, betekenisloos bestaan.
‘Hoe wis je de sporen uit van een volwassen bestaan dat al drieëndertig jaar duurt? Welk verdriet of woede veroorzaak je bij de achterblijvers?... Zal Robberts anonieme bestaan eindigen? Zal de schrijver in zijn verhaal verdwijnen of verdwijnt het verhaal met de schrijver?
Pagina na pagina vraagt de lezer zich af of hij in een val is gelopen. Hij bladert even terug om te onderzoeken of hij in de snelheid van het lezen misschien een detail heeft gemist, dat onthult wat Robbert eigenlijk wil met zijn eenzame onderneming. Het verdwijnen van Robbert is kraakhelder en verwarrend tegelijk. “Als je een plan hebt hoef je het alleen maar uit te voeren,” zegt Robbert in de roman. Maar heeft hij een plan? De schrijver wel. Hij heeft een wondermooie roman toegevoegd aan zijn oeuvre.’


Jury
Naast Paul Witteman bestaat de jury uit de critici Arjen Fortuin (NRC Handelsblad) en Marjolijn Pouw (Vrij Nederland), de emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Hugo Brems en de voorzitter van de Stichting P.C. Hooft-prijs, de Stichting De Gouden Ganzenveer en oud-uitgever Gemma Nefkens. De jury gaat zich nu buigen over de vraag wie de winnaar wordt van de prijs en de bijbehorende 50.000 euro. De genomineerde auteurs ontvangen ieder 2.500 euro.

Uitreiking
De winnaar wordt op dinsdag 13 mei bekendgemaakt tijdens het traditionele galadiner voor genodigden in het Amstel Hotel in Amsterdam. Daarvan wordt live verslag gedaan in Nieuwsuur op Nederland 2. In dat programma is vanavond te zien hoe de genomineerde auteurs zelf het nieuws vernemen. Het integrale juryrapport is opgenomen in de rubriek Literaire prijzen op Literatuurplein.

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein