De gastspeler van F. Starik
Recensie door Guus Bauer (9 maart 2009)

Een gelukkig toeval

De beste romans ontstaan spontaan. Dichter en uitvaartdeskundige F. Starik schreef voor Volkskrant Banen en Torpedo kleine observaties over zijn dagelijkse rondgang in de Staatsliedenbuurt. De wijk waar hij sinds 1993 woont en die van een anarchistisch bolwerk in de jaren ’80 is uitgegroeid tot een gewilde woonplek voor yuppen. Van lieverlee ontstond rond de bijna naamloze verteller F. een langer verhaal. ‘Mijn vader was een zuinige, fantasieloze man, die zijn kinderen het liefst een nummer had gegeven, maar dat vond mama “niet gezellig”. We kregen allemaal een letter.’ Daarmee en met het motto van Rainer Maria Rilke is de toon gelijk gezet.

‘Er bestaat een wezen dat volkomen onschadelijk is als het in je ogen terechtkomt, je merkt het nauwelijks op en bent het meteen weer vergeten. Zodra het echter onzichtbaar op de een of andere manier in je gehoor belandt, ontwikkelt het zich daar, het komt als het ware uit het ei gekropen, en er zijn gevallen bekend, waarin het doordrong tot in de hersenen en in dit orgaan vernietigend gedijde, vergelijkbaar met de pneumakokken bij een hond, die door de neus binnendringen. Dit wezen is de buurman.’

F. leidt een weinig avontuurlijk leven. Stariks alter ego zit in een kamertje op de derde etage van een nieuwbouwpand en typt. Met zijn buren en wijkgenoten bewoont hij De gastspeler. Hij wandelt wat door de buurt voor de boodschappen, een krantje en een praatje en kan branchevreemde producten niet weerstaan. Na de aanschaf van een kabelaansluiting volgt als rode draad door het boek de uitzendingen van de realitysoap De Gouden Kooi. F. is bij uitstek geschikt om daar gastspeler te zijn. Zoals dit boek wemelt van de gelegenheidsbezoekers.

De kracht van De gastspeler schuilt in de bijzonder precieze observaties van Starik. In dat opzicht is er echt een dichter aan het woord. De blik van de auteur is haarscherp. Op bijna elke pagina staat wel een invalshoek, een beeld of een oneliner die je bijblijft en belangrijker, die niet afleidt van het grote geheel: een volwassen boek in zes delen met 54 hoofdstukken, elk met een eigen titel.

‘Pas toen het roken werd verboden maakten de klanten van het café zich bekend.’ Of wanneer F. zijn afvalritueel beschrijft. Alles wordt driedubbel in kranten verpakt. ‘Ik moet een hoop kranten lezen voor de vuilnisbak.’ Helemaal op dreef is de auteur als een scène bij de bakker wordt beschreven:

‘Aan de zijkant van de broodsnijmachine zit een hendel, als de arm aan de eenarmige bandiet, die houden ze vast. Ze leunen licht achterover. Misschien zou er niets gebeuren als zij de arm van de machine niet naar zich toe zouden trekken, al heb ik gezien hoe de arm zich ook zonder bediening, schokkend in beweging zet. Waarschijnlijk denken de dames alleen maar dat ze het proces bespoedigen door aan de hendel te trekken. Terwijl het brood door de machine dendert, kijken de dames naar een onbestemd punt in de verte. Ze trekken een gezicht als van een hond die zit te kakken.’

Dat voert gelijk naar een andere scène: ‘Nog liever dan het tribunepubliek is mij dat het tv-programma voor een raam wordt opgenomen, dat uitzicht geeft op een echte straat, waar soms iemand langsloopt, een hond uitlaat. Dat je op televisie zelf naar buiten kunt kijken, in een andere straat dan je eigen. Of ergens naar binnen, zolas in De Gouden Kooi.’

Herkenbaar. Uw recensent werd een keer verrast toen hij naar het boekenprogramma van Wim Brands keek. Door het raam was hij zelf te zien met zijn hond aan de lijn, onbewust van de opname. Vervreemdend.

De gastspeler is een boek over ‘zo onzichtbaar mogelijk leven’. In tegenstelling tot levenspartner en dichter Vrouwkje Tuinman, die met Buurvrouw een vergelijkbaar project schreef over een verblijf in een afbraakflat in Utrecht, geeft F. ook commentaar en bij tijd en wijle een mening. Het is derhalve minder ingetogen, maar daardoor des te hilarisch. Bovendien schrijft Starik in het begin als vergoelijking: ‘Ik moet nog leren zien zonder meteen een mening te hebben, eigenlijk al voor ik gezien heb.’

Of je het nu roman, verhalenbundel of verkapt egodocument noemt, De gastspeler is een geslaagd boek met een heel eigen toon. De Staatsliedenbuurt verliteratuurd. Hopelijk zien de afgekraakte Thaise afhaal en de kiloknallende slager dat ook zo. Zouden die genoegen nemen met de laatste zin van de Verantwoording? Iedere gelijkenis met bestaande personen of situaties berust op toeval.