Nooit ziek geweest van Nico Dijkshoorn
Recensie door Guus Bauer (23 januari 2012)

Nico Dijkshoorn is schrijver, dichter, columnist, zanger en gitarist, liefst allemaal tegelijk. Hij werd een bekende Nederlander door zijn theatertournees en zijn puntig dichtwerk in DWDD. Dit podiumbeest bij uitstek heeft nu een roman geschreven: Nooit ziek geweest.

‘Ik zit naast mijn vader. Hij huilt. Ik lees een tijdschrift.’ Met deze veelzeggende zin opent het verhaal van Klaas en Nel Dijkshoorn en hun drie zonen Nico, Stefan en Bas. Klaas is een mannetjesputter. Een gewone Amsterdamse kerel vol met verhalen en streken. Hij werkt in het verhuisbedrijf van zijn broer en besteedt bijna elke vrije minuut aan zijn favoriete sport: honkbal. Natuurlijk volgen zijn zoons zijn voorbeeld. Stefan en Bas hebben talent. Nico is meer van de boeken. ‘Hij leest,’ schampert zijn vader tegen derden.

In het begin van het boek schemert de columnist Dijkshoorn nog een beetje door. De hoofdstukken zijn kort en verhalen onder meer over schoolzwemmen, de eerste honkbal- en voetbalwedstrijden, vakanties, verjaardagen met sterke verhalen, de eerste noten op de gitaar, verliefdheid en het eerste eigen huisje. De stukken zijn uiterst herkenbaar en hilarisch, dat is Dijkshoorn wel toevertrouwd. Zoals gebruikelijk heeft zijn werk sneltreinvaart. Naarmate het boek vordert wordt langzaam duidelijk waartoe dit memoir dient.

Het ‘anekdoticum’ is de achtergrondinformatie voor het grote verhaal, de zoektocht van een zoon naar begrip voor zijn vader, een totaal egocentrische man die ervan overtuigd is dat hij bij elke gelegenheid een graag geziene gast is. Met zijn grappen en grollen van de gestampte pot trekt hij elk feest vlot. Dijkshoorn maakt pijnlijk duidelijk hoe het werkelijk zit wanneer hij bijvoorbeeld de ontvangst beschrijft in een Spaans kippenrestaurant. Klaas heeft hoog opgegeven over de vriendschap met de eigenaar, maar die bestaat eigenlijk alleen in zijn eigen hoofd.

Dijkshoorn werkt naar een draaipunt toe. Het personage Nico is ook niet op z’n mondje gevallen en dient zijn vader regelmatig van bijtende repliek. Je zou kunnen zeggen dat hij het niet van een vreemde heeft. Na een woordspelletje in een vakantiehuisje barst plotseling de bom. Klaas, in zijn ogen misschien wel simpel maar in elk geval recht door zee, houdt een lange tirade waarin hij Nico ‘de professor’ lik op stuk geeft. Absoluut het allerbeste stuk van het boek, omdat de schrijver eigenlijk blij is met de verwijten. Hij realiseert zich dat zijn vader wel degelijk alles heeft meegekregen wat hij heeft ondernomen. Ze spreken af – een verbond omwille van het kleinkind – dat ze voortaan alleen nog ‘huishoudwoorden’ met elkaar zullen wisselen.

Moeder Nel heeft een lichte beroerte gehad en heeft last van afasie. Soms komt er een woordenbrij uit haar mond. Iets wat heel erg is, zoals ze nadrukkelijk tegen iedereen verkondigt. Klaas is nadat hij opgehouden is bij het verhuisbedrijf, een beetje gaan rommelen in antiek. Dijkshoorn beschrijft heel invoelbaar hoe iemand langzaam uitgerangeerd raakt. Klaas vindt dat hij talent heeft voor het vak, maar de jongens op het Waterlooplein blijken meestens elkaars spullen op te kopen. Bij de honkbalvereniging waar Klaas decennia coach was, krijgt hij een soort ‘erefunctie’. Hij wordt assistent. In het buitenveld, hoe tekenend.

Klaas begint dingen te vergeten. Zo heeft hij zijn aanhangwagen met ‘antiek spul’ op een parkeerplaats laten staan omdat hij niet meer wist hoe hij de kar aan de trekhaak moet vastmaken. Met veel moeite krijgen de zoons pa mee naar het ziekenhuis. Conclusie: beginnende dementie. Nel, eigenlijk ook alleen met zichzelf bezig, heeft geen enkel begrip voor de situatie. Het gaat ongelooflijk hard tegen hard totdat beiden naar verschillende verpleeghuizen gaan.

Je zou kunnen zeggen dat Dijkshoorn zijn ouders genadeloos neerzet, maar hij fileert eigenlijk met fluwelen handschoenen. Alleen al het feit al dat hij een poging waagt om de complexiteit van de verhouding tussen ouders en kinderen te doorgronden maakt dit boek tot een legitiem literair werk. Alle mensen in Nooit ziek geweest bestaan echt, maar Dijkshoorn is erin geslaagd om van hen eveneens personages te maken. Het is een boek dat je weet te beroeren. De luchtige stijl waarin het is geschreven, is bedrieglijk. Hier is iemand aan het werk geweest die tenminste geprobeerd heeft om gevoel op te brengen voor zijn vader. In die zin is deze roman toch ook een eerbetoon.