Vraag het aan het stof van John Fante
Recensie door Ezra de Haan (15 juli 2014)

De problemen van een man met talent

Charles Bukowski noemde het ‘de beste roman ooit geschreven.’ Bij mij staat Vraag het aan het stof bijzonder hoog in mijn persoonlijke top tien van beste boeken aller tijden. Voor iemand die één boek per dag leest is dat dus een héél erg goed boek. Natuurlijk vraagt u zich nu af waarom het dan zo’n goed boek is. Vraag het aan het stof is allereerst een boek voor schrijvers. Ze herkennen zichzelf in de worsteling met het nog te schrijven boek. Maar daar gaat het mij in dit geval niet om. Het verhaal van de jonge schrijver Arturo Bandini die naar Los Angelos gaat om een groot schrijver te worden is prachtig. En ook zijn liefde voor zijn muze, Camilla Lopez, een aantrekkelijke, Mexicaanse serveerster is onvergetelijk. Net als de verrassende afloop van de roman. Het gaat mij echter om iets heel anders.

Iedereen kent de momenten waarop je iets moet gaan doen. Je moet aan de slag, maar het wil maar niet lukken. Duizend en een excuses dringen zich op. En daar gaat het in Vraag het aan het stof vooral om. Het boek begint zo:

‘Op een avond zat ik op het bed in mijn hotelkamer op Bunker Hill, pal in het centrum van Los Angelos. Het was de belangrijkste avond in mijn leven, want ik moest een besluit nemen over het hotel. Een van tweeën: of ik betaalde of ik ging eruit, stond er op het briefje dat de hospita onder mijn deur geschoven had. Een groot probleem dat recht had op mijn onmiddellijke aandacht. Ik loste het op door het licht uit te draaien en naar bed te gaan.’

Wie denkt dat hij de volgende dag wel wat gaat doen, komt bedrogen uit. Arturo doet van alles, maar niets wat hem daadwerkelijk uit de problemen haalt. Hij bedenkt dat hij meer aan lichaamsbeweging moet gaan doen en doet wat kniebuigingen. Hij poetst zijn tanden en bestudeert het roze op de tandenborstel. Hij gaat naar een restaurant en bestelt koffie en maakt een afweging of de prijs van de kop koffie overeenkomt met de kwaliteit ervan. Hij leest honkbaluitslagen, denkt aan de Di Maggio, stelt zich een werper voor en slaat vervolgens een homerun. In gedachten natuurlijk. Komt dan tot de conclusie dat er niets te doen is en besluit door de stad te gaan lopen. Het zal een dag als alle dagen worden, vol verveling en energievretende hersenspinsels.

Fante schrijft over Arturo’s droom ooit een Mexicaans meisje te bezitten:

‘Die prachtige meisjes, zo blij als je je als een heer gedroeg en zo, alleen maar om ze aan te raken en de herinnering mee naar mijn kamer te nemen, waar het stof zich op mijn schrijfmachine verzamelde en Pedro de muis vanuit zijn holletje met zijn zwarte oogjes naar me zat te kijken tijdens die korte wijle van droom en mijmerij.’

Maar er is geen meisje en de honderdvijftig dollar die hij op zak had toen hij uit Colorado vertrok zijn op. Hij is twintig en denkt nog alle tijd te hebben. Zeker tien jaar kan hij nemen om het boek te gaan schrijven dat hij voor ogen heeft. Maar eerst moet hij het leven leren kennen, dus moet hij de straat op. Hij vermorst zijn tijd en zit er geen moment mee.

Tot de mooie Mexicaanse serveerster hem wakker schudt. Voor haar wil hij wel de belangrijke schrijver in wording spelen. Met alle gevolgen van dien. Hij geeft haar een blad waarin zijn verhaal ‘Het hondje’ staat en hoopt dat het indruk maakt. In gedachten voegt hij zichzelf bij schrijvers als Poe, Whitman, Heine en Dreiser, opdat hij zich niet zo eenzaam voelt. Ze inspireert hem tot de roman die hij zijn hele leven al wilde schrijven, maar waar hij nooit toe in staat was. Haar liefde geeft hem eindelijk de kracht en alles lijkt in dienst te staan van een ‘happy ending’.

Wie John Fante kent, weet dat het anders gaat. Ook zijn eigen leven ging niet over rozen. Laat, te laat, werd zijn talent ontdekt en kwam het succes. Waarschijnlijk was het verhaal van Arturo dat van John Fante. En eigenlijk het verhaal van ons allemaal. Heerlijk en uiterst lachwekkend is het uitstellen en tijdrekken van Arturo. Zijn vage gedachten en doelloze omtrekkende bewegingen herkennen we allemaal. Even een bak koffie zetten. Eerst een sigaretje. Een wandelingetje maken. Staat er nog wat in de krant? John Fante duwt ons een spiegel voor de neus. Een briljante lachspiegel. Hij schreef het mooiste boek ooit.